Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1. Bij een op 27 april 1993 ingediend verzoekschrift heeft de Commissie het Hof verzocht vast te stellen, dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijn de maatregelen te treffen die nodig zijn voor het volgen van richtlijn 86/278/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw(1), de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2. Dienaangaande behoeft slechts te worden opgemerkt, dat de Belgische regering de haar telastgelegde inbreuk niet betwist. Zij beperkt zich ertoe, de te late omzetting te rechtvaardigen met een beroep op de overgang naar een federale staatsvorm die intussen heeft plaatsgevonden en als gevolg waarvan de bevoegheid ter zake van de door de richtlijn geregelde materie thans is verdeeld over de federale en de gewestelijke instanties; daardoor moesten ter omzetting van de richtlijn zowel op federaal als op gewestelijk niveau maatregelen worden getroffen. Volgens vaste rechtspraak van het Hof kan een Lid-Staat zich evenwel niet op nationale bepalingen, praktijken of situaties beroepen ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door gemeenschapsrichtlijnen opgelegde verplichtingen en termijnen.(2)
3. Ten slotte wordt het probleem niet wezenlijk gewijzigd door het feit dat België zijn verplichtingen ten dele is nagekomen doordat het in de loop van de procedure de door twee gewesten vastgestelde omzettingsbepalingen heeft meegedeeld.
4. Mitsdien geef ik het Hof in overweging, de vordering toe te wijzen en verweerder te verwijzen in de kosten van de procedure.
(*) Oorspronkelijke taal: Italiaans.
(1) - PB 1986, L 181, blz. 6.
(2) - Zie laatstelijk het arrest van 2 augustus 1993, zaak C-303/92, Commissie/Nederland, Jurispr. 1993, blz. I-4739.
Full & Egal Universal Law Academy