Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1. Moet, zo vraagt het Bundesfinanzhof, een voor de detailverkoop bestemde set produkten om het niveau van cholesterol in het bloed te bepalen onder post 3822 dan wel post 4823 90 90 of een andere van de gecombineerde nomenclatuur 1991 worden ingedeeld? De prejudiciële vragen luiden meer precies als volgt:
"1. Moet het gemeenschappelijk douanetarief - gecombineerde nomenclatuur 1991 - aldus worden uitgelegd, dat een voor de detailverkoop bestemde set produkten - 'Chemcard Cholesteroltest' voor de vaststelling van de cholesterolspiegel in het bloedplasma - die een testkaart in papier (0,6 cm), geïmpregneerd met een reageermiddel en bedekt met zelfklevend, geperforeerd papier dat met een vezellaag is overtrokken omvat, en voorts een lancet, watten, etc., zoals in de motivering hierna beschreven, op grond dat de testkaart bepalend is voor het wezenlijk karakter in de zin van algemene regel 3 b, als 'reageermiddelen van gemengde samenstelling' onder GN-code 3822 moet worden ingedeeld?
2. Zo vraag 1 ontkennend wordt beantwoord:
moet het gemeenschappelijk douanetarief aldus worden uitgelegd, dat de voor het wezenlijk karakter bepalende testkaart als '(andere) werken van papier' onder GN-code 4823 90 90 moet worden ingedeeld?
3. Zo vraag 2 ontkennend wordt beantwoord:
onder welke andere code dient de set met de voor de wezenlijke aard ervan bepalende testkaart te worden ingedeeld?"
2. De gecombineerde nomenclatuur (hierna: GN) 1991, waarnaar het Bundesfinanzhof verwijst (1), is als bijlage I gevoegd bij verordening (EEG) nr. 2472/90 van de Commissie van 31 juli 1990 (2) tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief. (3) Ik vermeld hierna de hoofdstukken en posten die in de prejudiciële vragen, in de opmerkingen van partijen voor het Hof dan wel hierna in deze conclusie ter sprake komen.
Onder hoofdstuk 38 vallen "Diverse produkten van de chemische industrie". Volgens aantekening van het hoofdstuk, omvat het niet: "1 a geïsoleerde chemisch welbepaalde verbindingen andere dan de hierna genoemde". De daarna volgende opsomming is hier niet relevant.
Post 3822 vermeldt "reageermiddelen van gemengde samenstelling voor diagnose of voor laboratoriumgebruik, andere dan die bedoeld bij post 3002 of 3006."
Onder hoofdstuk 48 vallen "Papier en karton; cellulose-, papier- en kartonwaren". Volgens aantekening van het hoofdstuk omvat het niet "papier (...), geïmpregneerd of bedekt met zeep (...), dan wel met (...) poetsmiddelen (...)".
Post 4823 omvat "ander papier en karton, alsmede andere cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, op maat gesneden; andere werken van papierstof, van papier, van karton, van cellulosewatten of van vliezen van cellulosevezels", waaronder verschillende onderverdelingen ressorteren, waarvan de laatste, post 4823 90, "andere" luidt.
Laatstgenoemde post 4823 90 omvat opnieuw (onder posten 4823 90 10 tot 4823 90 90) talrijke onderdelingen waarvan de laatste, post 4823 90 90, de restpost "andere" is waarnaar in de tweede prejudiciële vraag wordt verwezen. De overige onderverdelingen zijn hier niet relevant.
3. Volgens de "Algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur" (onder titel I van de GN) gelden voor de indeling van goederen bepaalde principes, waaronder degene weergegeven in algemene regel 3 onder a, b en c.
Regel 3 a luidt: "de post met de meest specifieke omschrijving heeft voorrang boven posten met een meer algemene strekking. Indien echter twee of meer posten elk afzonderlijk slechts betrekking hebben op een gedeelte van de stoffen of bestanddelen waaruit een mengsel of een goed is samengesteld of op een gedeelte van de artikelen, in het geval van goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, worden die posten met betrekking tot bedoelde mengsels en goederen, aangemerkt als even specifiek, zelfs indien een van de andere posten daarvan een volledigere of nauwkeurigere omschrijving geeft" (cursivering toegevoegd).
Regel 3 b luidt: "mengsels, werken die zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen, zomede goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, waarvan de indeling niet mogelijk is aan de hand van het bepaalde onder 3 a worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de mengsels, de werken, de stellen of de assortimenten hun wezenlijk karakter ontlenen, indien dit kan worden bepaald" (cursivering toegevoegd).
Zoals hierna zal blijken zijn partijen evenals het Bundesfinanzhof en de Commissie, mijns inzicht terecht, de mening toegedaan dat regel 3 b hier toepassing vindt. Toch citeer ik, volledigheidshalve ook nog regel 3 c die luidt: "in de gevallen waarin de indeling aan de hand van het bepaalde onder 3 a en 3 b niet mogelijk is, wordt van de verschillende in aanmerking komende posten, de post toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst".
4. Techmeda Internationale Medizinisch-Technische Marketing- und Handels-Gmbh & Co. KG (verder: Techmeda), verzoekster in het bodemgeschil, stelde bij het Bundesfinanzhof beroep in tegen de uitspraak van 30 april 1991 van de Oberfinanzdirektion Koeln - die bij beschikking op bezwaar van 20 mei 1992 werd bevestigd - waarin de Oberfinanzdirektion haar een verbindende douanetariefinlichting had gegeven. Daarin werd beslist dat de in de prejudiciële vragen bedoelde set voor de vaststelling van de cholesterolspiegel in het bloedplasma, bekend als "Chemcard Cholesteroltest" (hierna afgekort: de testset), moet worden ingedeeld onder GN-code 4823 90 90, bedoeld voor "andere" werken van papier (autonoom invoerrecht: 19 %; conventioneel invoerrecht: 11 %).
Techmeda ging daartegen in beroep omdat de test set naar haar mening had moeten worden ingedeeld onder GN-code 3822, bedoeld voor "reageermiddelen van gemengde samenstelling voor diagnose of voor laboratoriumgebruik" (autonoom invoerrecht: 18 %; conventioneel invoerrecht: 7,6 %).
5. De betrokken testset bestaat, volgens de verwijzingsbeschikking, uit een kartonnen doos met een testkaart, een lancet en watten. Bestemd als hij is voor de detailhandel, bevat hij ook een drukwerk met toelichting en gebruiksaanwijzing. Volgens de goederenbeschrijving in de hiervoor (nr. 4) genoemde douanetariefinlichting is de testkaart (ca. 4,8 x 8,6 cm) een met reageermiddelen geïmpregneerde papierstrook (ca. 0,6 cm dik), bedekt met zelfklevend, geperforeerd papier overtrokken met een vezellaag. In wezen ligt deze filtrerende vezellaag tussen het zelfklevend papier, waarin een ronde opening is gemaakt, en de geïmpregneerde papierstrook in. Het op de vezellaag gedruppelde bloed dringt hier door heen en komt terecht op de daaronder liggende papierstrook. Doordat deze met reageermiddelen is geïmpregneerd brengt het bloed een chemische reactie teweeg die voor kleurverandering zorgt op de papierstrook, waaruit het gehalte van cholesterol in het bloed kan worden afgeleid.
In wezen werkt de vezellaag zo, dat het de rode bloedlichaampjes (de cellen) tegenhoudt, maar het plasma doorlaat. Het is dit plasma dat op de papierstrook, geïmpregneerd met drie enzymen en een chromogeen, een chemische reactie totstandbrengt die voor verkleuring zorgt; die verkleuring is mogelijk omdat de rode bloedlichaampjes eerst weggefiltreerd zijn. Het filtreerproces via de vezellaag is dus op zich een puur fysieke aangelegenheid.
6. In haar beroep voor het Bundesfinanzhof voerde Techmeda aan, aldus de verwijzingsbeschikking (Techmeda heeft bij het Hof geen opmerkingen ingediend), dat de test in wezen twee chemische reacties omvat: scheiding door chemische reageermiddelen van de bestanddelen van bloed (plasma en cellen) bij het doordringen van de vezellaag, en inwerking van de overige bestanddelen op het reactief gedeelte van de testkaart. Volgens haar is derhalve het belangrijkste bestanddeel van het produkt de vezellaag waarmee het testgedeelte is bedekt. Het testgedeelte - de papierstrook - zou volgens Techmeda niet bepalend zijn van aard, omdat het slechts gaat om een wegwerpprodukt dat op papier gelijkt en alleen dient als middel om het resultaat van de reactie aan te geven. Techmeda meent derhalve dat het hoofdzakelijk uit kunststof bestaande produkt dan ook in het Verenigd Koninkrijk terecht als "reageermiddelen van gemengde samenstelling voor diagnose of voor laboratoriumgebruik" onder GN-code 3822 werd ingedeeld.
Wat die laatste bewering betreft, moet evenwel dadelijk worden aangemerkt dat de regering van het Verenigd Koninkrijk, in zijn opmerkingen voor het Hof, heeft laten weten dat de Britse douane inmiddels op haar vroeger standpunt is teruggekomen en het nu eens is met de door de Oberfinanzdirektion voorgestelde indeling onder post 4823 (zie hierna).
7. De Oberfinanzdirektion is inderdaad van mening, zo nog steeds de verwijzingsbeschikking, dat de louter materiële scheiding van plasma en cellen door de vezellaag die geen chemische reageermiddelen bevat, slechts een bijkomstige functie heeft. Het doel van de test wordt bereikt door het aflezen van het meetresultaat op het reactieve gedeelte (dit is de papierstrook), waarbij het papier zelf echter geen invloed heeft op het chemische proces waarvan het resultaat van de test afhangt: als reageermiddelen zijn alleen aan te merken de chemische stoffen die op het reactieve gedeelte zijn aangebracht. De Oberfinanzdirektion meent derhalve dat, bij gelijktijdig gebruik van papier en chemische stoffen, ook wanneer het gaat om reageermiddelen van gemengde samenstelling zoals in casu, de betrokken voorwerpen onder GN-code 4823 moeten worden ingedeeld. Ofschoon ook zij meent dat het juister zou zijn om de betrokken voorwerpen onder GN-code 3822 in te delen, moeten zij niettemin, in afwachting van een officiële wijziging van de GN onder GN-code 4823 worden ingedeeld.
8. In zijn verwijzingsbeschikking stelt het Bundesfinanzhof dat het geneigd is zich bij de opvatting van Techmeda over de tariefindeling aan te sluiten, zij het niet op dezelfde gronden. Het Bundesfinanzhof meent namelijk dat de testkaart die bestaat uit een met reageermiddelen geïmpregneerde papierstrook, het hoofdbestanddeel is van de test, in de zin van algemene regel 3 b (hiervoor geciteerd in nr. 3). Het is van oordeel dat die testkaart (of papierstrook), op grond van haar aard en gebruik, als reageermiddel van gemengde samenstelling, andere dan die bedoeld bij posten 3002 of 3006 (4), in de zin van post 3822 kan worden beschouwd. Het reactief gedeelte van de kaart bevat immers verschillende "chemische stoffen", zodat aannemelijk is dat het om een produkt van gemengde samenstelling gaat. (5) De in het testgebied aanwezige stoffen brengen bij contact met bloedbestanddelen een chemische reactie teweeg, waardoor het resultaat van de test zichtbaar wordt op de papierstrook. "Hiermee", zo stelt het Bundesfinanzhof, "lijkt aan de vereisten voor indeling onder post 3822 te zijn voldaan".
Weliswaar, zo stelt het Bundesfinanzhof nog, met een verwijzing naar het arrest Analog Devices van het Hof (6), is de testkaart een nieuwe ontwikkeling, doch dit neemt niet weg dat zij zonder grote moeilijkheden onder post 3822 kan worden ingedeeld.
Aangezien een tariefindeling onder post 3822 evenwel niet boven elke twijfel verheven is - omdat de testkaart, zo erkent het Bundesfinanzhof, ook als "geïmpregneerd" papier in de zin van hoofdstuk 48 zou kunnen worden aangemerkt en dan onder post 4823 moet worden ingedeeld (7) - heeft het er de voorkeur aan gegeven aan dit Hof een prejudiciële vraagstelling te richten.
9. De Commissie is het niet eens (de lege lata, wel de lege ferenda) met de door het Bundesfinanzhof voor post 3822 uitgedrukte voorkeur. In haar opmerkingen voor het Hof, meent zij dat de testkaart, waarvan ook zij aanneemt dat deze het hoofdbestanddeel is van de test set in de zin van algemene regel 3 b, door de Oberfinanzdirektion terecht onder post 4823 90 90 "(andere) soorten van papier" is ingedeeld. Weliswaar is ook zij van mening dat de testkaart normaal onder post 3822 moet worden ingedeeld: het zijn immers de drie enzymen, in combinatie met het chromogeen, waarmee de testkaart "geïmpregneerd" is, die het gehalte aan cholesterol aangeven en die derhalve als reageermiddelen van gemengde samenstelling voor diagnose (8) moeten worden aangemerkt.
Toch meent de Commissie dat niet het reageermiddel maar het reactief papier het in te delen produkt is. Daartoe steunt zij zich op aantekening 1 d van hoofdstuk 48 van de gecombineerde nomenclatuur volgens welk bepaalde soorten geïmpregneerd papier niet onder dit hoofdstuk vallen. (9) De Commissie leidt daaruit af dat alle andere soorten geïmpregneerd papier wel onder hoofstuk 48 komen. De lege ferenda meent de Commissie echter dat een indeling onder post 3822 aangewezen is. Zij heeft daartoe in juni 1991 een voorstel gedaan aan de Internationale Douaneraad te Brussel. Die Raad zou trouwens ook, na lange debatten, de interpretatie van de Commissie ondersteunen.
10. Na deze uitvoerige beschrijving van de onderscheiden standpunten kan ik mijn eigen beoordeling kort houden. Ik ben het eens met de Oberfinanzdirektion, het Bundesfinanzhof en de Commissie dat de vezellaag die geen chemische reageermiddelen bevat maar een louter filtrerende werking heeft, niet kan worden beschouwd het voorwerp te zijn waaraan de test set zijn "wezenlijk karakter" ontleent in de zin van algemene regel 3 b voor de interpretatie van de GN (zie hiervoor nr. 3); integendeel, het voorwerp waaraan de set dat karakter ontleent, is wel degelijk de met reageermiddelen geïmpregneerde papierstrook.
Zo ook ben ik het eens met de voornoemde instellingen, dat de met reageermiddelen geïmpregneerde papierstrook in principe als een reageermiddel van gemengde samenstelling moet worden beschouwd. Ook de Commissie komt tot dat besluit bij de beantwoording van de eerste prejudiciële vraag. (10)
De eigenlijke betwisting gaat erover te weten of de papierstrook waarin de chemische stoffen aanwezig zijn en waarin zich de chemische reactie voltrekt, moet gezien worden, zoals de Commissie en de Oberfinanzdirektion voorstaan, als (reactief) papier dan wel, zoals het Bundesfinanzhof geneigd is aan te nemen, als reageermiddel van gemengde samenstelling en dit ofschoon dit voorkomt in een papier dat als drager fungeert.
11. Zoals het Bundesfinanzhof heb ik een voorkeur voor de tweede oplossing. Daarvoor steun ik mij opnieuw op de hiervoor al genoemde interpretatieregel 3 b, volgens dewelke voor de indeling van uit of met verschillende stoffen samengestelde of vervaardigde goederen of van goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, moet worden gelet op de stof of het goed waaraan die goederen hun wezenlijk karakter ontlenen. Welnu, deze regel laat niet alleen toe, zoals hiervoor aangemerkt, om de papierstrook in tegenstelling tot de vezellaag, als voor de indeling van de test set doorslaggevend te beschouwen; hij laat eveneens toe de reageermiddelen (enzymen en chromogeen) als bestanddeel van de papierstrook aan te wijzen waaraan die strook, en derhalve de gehele testset, zijn wezenlijk karakter ontleent. Dit besluit komt overigens overeen met het aanvoelen van alle partijen of instellingen dat de testset zoniet de lege lata, dan tenminste de lege ferenda als reageermiddel van gemengde samenstelling in de zin van post 3822 moet worden beschouwd. Zoals hierboven aangeduid, kan dit besluit mijns inziens reeds worden bereikt door toepassing van de algemene interpretatieregel 3 b.
Tegen deze oplossing kan het arrest Analog Devices (11) niet worden aangevoerd volgens hetwelk het aan de bevoegde autoriteiten toekomt om wijzigingen aan te brengen aan het gemeenschappelijk douanetarief indien technische ontwikkelingen een nieuwe tariefindeling noodzakelijk maken. In dit arrest en ook in het latere, ook reeds geciteerde arrest Casio Computer (12) ging het over werkelijk nieuwe technische ontwikkelingen op het gebied van de elektronica. In casu gaat het enkel en alleen over het gemakkelijker toegankelijk maken van de test, via het aanbrengen van reageermiddelen in een papierstrook, waardoor de test set ook voor de detailhandel beschikbaar wordt. Een nieuwe technische ontwikkeling kan ik daarin niet zien.
12. Op grond van het voorgaande beveel ik het Hof derhalve aan op de eerste prejudiciële vraag te antwoorden dat de daarin beschreven testset onder GN-post 3822 dient te worden ingedeeld. De tweede en de derde prejudiciële vragen moeten dan niet worden beantwoord.
(*) Oorspronkelijke taal: Nederlands.
(1) - In haar opmerkingen voor het Hof gaat de Commissie uit van de gecombineerde nomenclatuur 1993 zoals vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 2505/92 van de Commissie van 14 juli 1992 (PB 1992, L 267, blz. 1). De Commissie merkt evenwel op dat aan de in de prejudiciële vragen genoemde GN-codes geen veranderingen werden aangebracht.
(2) - PB 1990, L 247, blz. 1.
(3) - PB 1987, L 256, blz. 1.
(4) - De posten 3002 en 3006 hebben onder meer betrekking op reagentia voor het bepalen van bloedgroepen of bloedfactoren.
(5) - Ook de Commissie is, in haar schriftelijke opmerkingen voor het Hof, de mening toegedaan dat het om een produkt van gemengde samenstelling gaat en niet om een geïsoleerd chemisch welbepaalde verbinding welke, volgens aantekening 1 a, van hoofdstuk 38, buiten dat hoofdstuk valt (hiervoor in nr. 2 geciteerd).
(6) - Arrest van 19 november 1981, zaak 122/80, Jurispr. 1981, blz. 2781, r.o. 12; zie ook het arrest van 20 januari 1989, zaak 234/87, Casio Computer, Jurispr. 1989, blz. 63, r.o. 12.
(7) - En niet onder post 4811, gelet op aantekening 7 a, van hoofdstuk 48, zo voegt het Bundesfinanzhof er terecht aan toe (zo ook trouwens de Commissie in haar schriftelijke opmerkingen, in antwoord op de tweede prejudiciële vraag).
(8) - Zie ook supra, voetnoot 5.
(9) - Zie hiervoor, nr. 2. Naast het door de Commissie genoemde papier geïmpregneerd met zeep of detergentia wordt daar ook, onder c, papier geïmpregneerd met kosmetische produkten genoemd.
(10) - Zie blz. 9, sub aa, van haar schriftelijke opmerkingen.
(11) - Geciteerd in voetnoot 6.
(12) - Geciteerd in voetnoot 6.
Full & Egal Universal Law Academy