Conclusie van de advocaat generaal
++++
1. Bij beschikking van 21 januari 1993 verzoekt de Corte suprema di cassazione om uitlegging van artikel 5, sub 3, van het Verdrag van Brussel van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken(1) (hierna: "Executieverdrag"), in een geding waarvan de feiten kunnen worden samengevat als volgt.
2. In april 1987 deponeerde A. Marinari, woonachtig in Italië, bij het filiaal te Manchester van de Lloyd' s Bank, waarvan de hoofdzetel zich te Londen bevindt, orderbriefjes ("promissory notes") met een tegenwaarde van 752 500 000 USD, door de provincie Negros Oriental van de Republiek der Filippijnen uitgegeven ten gunste van de Zubaidi Trading Company te Beiroet. Blijkens de verwijzingsbeschikking weigerden de personeelsleden van de bank na het pakket te hebben geopend, de orderbriefjes terug te geven en waarschuwden zij de politie, dat die effecten huns inziens van twijfelachtige herkomst waren, hetgeen leidde tot de arrestatie van de eiser in het hoofdgeding en tot inbeslagneming van de "promissory notes".
3. Toen Marinari door de Engelse justitie van rechtsvervolging was ontslagen, dagvaardde hij Lloyd' s Bank voor het Tribunale di Pisa tot vergoeding van de schade die hij stelde te hebben geleden door het gedrag van de personeelsleden van die bank. Zijn vordering strekt, zoals zijn raadsman ter terechtzitting meedeelde, niet alleen tot teruggave van de orderbriefjes, maar ook tot veroordeling van de bank om hem een schadevergoeding te betalen van 795 500 000 USD, zijnde de tegenwaarde van de orderbriefjes vermeerderd met een bedrag van 43 000 000 USD aan kosten, schaden en interessen.
4. Lloyd' s Bank stelde, dat de Italiaanse gerechten onbevoegd waren, daar de schade, de grondslag van de bevoegdheid ratione loci, zich in Engeland had voorgedaan. Marinari, ondersteund door de vennootschap Zubaidi, vorderde bij verzoekschrift, dat de Corte suprema di cassazione zich vooraf over de bevoegdheidsvraag zou uitspreken.
5. Met het oog daarop heeft dat hoge college het Hof de navolgende prejudiciële vraag gesteld:
"Moet voor de toepassing van de bevoegdheidsregel van artikel 5, sub 3, van het Executieverdrag van 27 september 1968, zoals verduidelijkt in het arrest van het Hof van 30 november 1976 in zaak 21/76, onder 'plaats waar de schade is ingetreden' enkel worden verstaan de plaats waar aan personen of aan goederen fysieke schade is toegebracht, of ook de plaats waar zich de door de eiser geleden vermogensschade heeft voorgedaan?"
6. Alvorens de betekenis van bedoelde zinsnede te onderzoeken, wil ik eerst ingaan op de vraag of het Hof, gezien de omstandigheden waaronder de vraag hem is gesteld, bevoegd is.
7. Bij de Corte suprema di cassazione is immers niet een beroep aanhangig gemaakt tegen een beslissing van een lager gerecht, maar het wordt aangezocht in het kader van artikel 41 van het Italiaanse wetboek van burgerlijke rechtsvordering, volgens hetwelk in geval van betwisting van de bevoegdheid van het aangezochte gerecht in eerste aanleg, elke partij dat gerecht kan verzoeken de behandeling van de zaak te schorsen totdat die vraag door de Corte suprema di cassazione is beslecht.
8. Weliswaar is de Corte suprema di cassazione stellig een rechterlijke instantie in de zin van artikel 2, sub 1, van het Protocol, maar het is niet rechtstreeks aangezocht om een beslissing in het geding te geven, daar dit aanhangig blijft bij het Tribunale di Pisa, en het is geen rechterlijke instantie in de zin van het Protocol wanneer het noch recht spreekt in hoger beroep noch in een geval als bedoeld in artikel 37 Executieverdrag.
9. Artikel 3, lid 1, van het Protocol, waarop de Corte suprema di cassazione zich kennelijk baseert, luidt als volgt:
"Indien een vraag betreffende de uitlegging van het Verdrag en van de andere in artikel 1 genoemde teksten wordt opgeworpen in een zaak aanhangig bij een rechterlijke instantie genoemd in punt 1 van artikel 2, is deze instantie, indien zij een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen van haar vonnis, gehouden het Hof van Justitie te verzoeken over deze vraag een uitspraak te doen."
10. Wanneer echter de Corte suprema di cassazione uitspraak doet op de grondslag van artikel 41 van het Italiaanse wetboek van burgerlijke rechtsvordering, moet haar beslissing worden gezien als een antwoord op een prejudiciële vraag van intern recht, ten aanzien waarvan zij bij uitsluiting bevoegd is, en welke beslissing niet vatbaar is voor beroep.
11. In zijn Corso di diritto processuale civile(2) schrijft Mandrioli:
"L' istanza di regolamento non apre affatto un nuovo grado di giudizio, ma apre solo una parentesi che si inserisce nell' ambito del giudizio di primo grado. Chiusa questa parentesi, il giudizio prosegue sui suoi normali binari; la pronuncia sulla giurisdizione appartiene alla sentenza di primo grado anche se, naturalmente, questa parte della sentenza non è più impugnabile."(3)
12. Derhalve ben ik van mening, dat de zaak op regelmatige wijze bij het Hof aanhangig is gemaakt, zodat dit op de gestelde vraag moet antwoorden.
13. Die vraag strekt er in wezen toe, te vernemen of voor de bepaling van de bevoegdheid uit hoofde van artikel 5, sub 3, enkel de onmiddellijke gevolgen van de schadeveroorzakende gebeurtenis (aan personen of zaken toegebrachte fysieke schade) in aanmerking moeten worden genomen, of ook de schadebrengende gevolgen ervan voor het vermogen van de eiser (vermogensschade).
14. Ik herinner eraan, dat die bepaling wat het begrip "plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan" betreft, behalve in de zaak Shevill e.a.(4), waarover het Hof thans beraadslaagt en waarin ik op 14 juli laatstleden conclusie heb genomen, ook reeds aan de orde was in de zaken Mines de potasse d' Alsace en Dumez France en Tracoba.(5)
15. In eerstgenoemde zaak heeft het Hof een autonoom begrip "plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan" ontwikkeld in een geschil betreffende grensoverschrijdende vervuiling, waarvoor een in Frankrijk gevestigde Franse onderneming aansprakelijk werd gesteld, ten nadele van een in Nederland woonachtige kweker.
16. Het Hof overwoog, dat in de bijzondere bevoegdheid van artikel 5 is voorzien
"ter wille van een nuttige procesinrichting in welbepaalde gevallen waarin een bijzonder nauw verband bestaat tussen een vordering en de rechter die kan worden geroepen daarvan kennis te nemen"(6),
zonder dat het zich echter uitliet over de noodzaak de gelaedeerde te beschermen.
17. Het Hof besliste, dat onder "plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan" moet worden verstaan
"zowel de plaats waar de schade is ingetreden, als de plaats van de veroorzakende gebeurtenis".(7)
18. In de literatuur waren de meningen over de motivering van dit arrest en de beslissing die eruit volgde, verdeeld. Zonder in te gaan op de details van een inmiddels achterhaald debat, herinner ik eraan, dat Droz(8) het arrest heeft bekritiseerd omdat het het voor "secundair gelaedeerden" mogelijk maakte zich te wenden tot het gerecht van hun woonplaats, waardoor het "forum actoris" werd begunstigd. Gothot en Holleaux(9) kenden het arrest een niet zo vergaande draagwijdte toe, maar waren van mening dat het enkel de gevallen betrof
"où, dès l' origine, il y a une dissociation de l' événement causal et de la première manifestation matérielle du dommage".(10)
19. De zaak Dumez bood het Hof de eerste gelegenheid om dit debat te beslechten.
20. Laat ik nog eens herinneren aan de feiten van die zaak. Twee Franse moedermaatschappijen hadden in Frankrijk Duitse banken gedagvaard tot vergoeding van de schade die het gevolg was van het faillissement van hun twee Duitse dochtermaatschappijen die in Duitsland een bouwproject moesten uitvoeren, op grond dat dat faillissement was veroorzaakt door de stopzetting van dat project nadat de banken de aan de projectontwikkelaar verleende kredieten hadden opgezegd.
21. Ik had het Hof in die zaak voorgesteld, de opvatting af te wijzen, dat bevoegd moet zijn het gerecht van de plaats waar de indirect gelaedeerde schade lijdt. Het Hof volgde mij hierin en besliste als volgt:
"De bevoegdheidsregel van artikel 5, sub 3, van het Verdrag van 27 september 1968 (...) kan niet aldus worden uitgelegd, dat een verzoeker die stelt schade te hebben geleden die het gevolg is van schade geleden door andere personen, die rechtstreeks door het schadebrengende feit zijn gelaedeerd, de veroorzaker van dat feit kan oproepen voor gerechten van de plaats waar hijzelf de schade in zijn vermogen heeft vastgesteld."(11)
22. Laat ik het heel duidelijk zeggen: de uitsluiting van het gerecht van de plaats waar het schadebedrag wordt bepaald ° dat wil zeggen de plaats waar de schade is geleden en niet ingetreden °, moet zowel voor de direct als voor de indirect gelaedeerde gelden, omdat anders de bevoegdheid van het gerecht van de woonplaats van de eiser, die het Executieverdrag in artikel 3 juist heeft willen uitsluiten, weer zou worden ingevoerd.
23. Advocaat-generaal Warner heeft zich reeds in die zin uitgesproken in zijn conclusie in de zaak Rueffer(12):
"op geen enkele wijze [is] gesuggereerd, laat staan door het Hof beslist, dat de plaats waar het schadebrengende feit zich voordeed, de plaats kon zijn waar de eisende vennootschap was gevestigd, of de plaats waar haar bedrijfsschade was gekwantificeerd".(13)
24. Deze zienswijze werd overigens gedeeld door de nationale gerechten die moesten beslissen, of bevoegdheid toekwam aan het gerecht van de plaats van het vermogen, binnen welks ressort zich een financiële schade had geconcretiseerd die het gevolg was van een eerdere schade. Ik heb al eens een onderzoek gewijd aan beslissingen dienaangaande van sommige gerechten van Verdragsluitende Staten, waarvoor ik verwijs naar de punten 20-24 van mijn conclusie in de zaak Dumez.
25. Een andere uitlegging kan stellig niet worden gebaseerd op het arrest Mines de potasse d' Alsace, zoals verzoeker betoogt met een beroep op de overweging van het Hof aldaar, dat:
"ingeval de plaats waar zich een feit heeft voorgedaan dat een aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad kan meebrengen, en de plaats waar door dit feit schade is ontstaan, niet samenvallen, de uitdrukking 'plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan' (...) aldus moet worden verstaan, dat zowel de plaats waar de schade is ingetreden, als de plaats van de veroorzakende gebeurtenis is bedoeld".
26. Immers, in die zaak ging het om een "ingewikkelde casuspositie", waarin de veroorzakende gebeurtenis en de schadelijke gevolgen van meet af aan in twee verschillende Verdragsluitende Staten waren gelegen. Hier echter zijn, zoals de Britse regering terecht heeft opgemerkt, zowel het veroorzakende feit (te weten het aan de personeelsleden van Lloyd' s Bank verweten gedrag) als de oorspronkelijke schade (inbeslagneming van de orderbriefjes en gevangenzetting) ingetreden in Groot-Brittannië. Alleen de gestelde schade als gevolg daarvan (financiële schade) kan zijn geleden in Italië.
27. In casu gaat het dus om een bijzondere situatie, waarin het veroorzakende feit en de rechtstreekse schadelijke gevolgen in één enkele staat zijn gelokaliseerd, en waarin de oorspronkelijke schade heeft geleid tot een vermogensvermindering van de gelaedeerde in een andere Verdragsluitende Staat.
28. Het Hof heeft een dergelijke vraagstuk nog niet rechtstreeks behoeven te beslechten, maar zijn eerder genoemde arresten bevatten ongetwijfeld elementen voor een antwoord, want ook in de onderhavige zaak vindt men het voor de vaststelling van het bevoegde gerecht beslissende onderscheid terug tussen de plaats waar de schade is ingetreden, en die waar zij wordt geleden.
29. In het eerste van zijn arresten ter zake achtte het Hof voor de aanwijzing van de bevoegde rechter enkel de ingetreden schade relevant. Nog duidelijker, lijkt mij, toonde het zich in het arrest Dumez ervan afkerig, latere financiële gevolgen in aanmerking te nemen, want het verwees daar naar "de plaats waar de oorspronkelijke schade zich heeft voorgedaan"(14), dus naar de plaats waar die schade is ingetreden.
30. Wanneer echter bevoegdheid werd toegekend aan het gerecht binnen welks ressort het vermogensverlies is vastgesteld, zou het specifiek karakter van de plaats waar de schade is ingetreden als bevoegdheidscriterium worden miskend, doordat de plaats waar de schade wordt geleden, er op één lijn mee wordt gesteld.
31. Deze uitbreiding zou erop neerkomen, dat de bevoegdheid van het forum actoris wordt aanvaard, daar een gelaedeerde zijn schade in de regel juist in zijn woonplaats lijdt. Een dergelijk resultaat zou ontegenzeglijk volledig in strijd zijn met artikel 5 Executieverdrag, waarvan het doel volgens 's Hofs rechtspraak beantwoordt aan het vereiste van goede rechtsbedeling.
32. De geest van het Executieverdrag verzet zich dus tegen een dergelijke oplossing. De oplossing die ik voorstel, is bovendien in overeenstemming met de logica en de lijn van de rechtspraak van het Hof.
33. In de eerste plaats herinner ik eraan, dat
"de in de artikelen 5 en 6 Executieverdrag genoemde 'bijzondere bevoegdheden' (...) een uitzondering vormen op het beginsel van de bevoegdheid van de gerechten van de staat waar de verweerder zijn woonplaats heeft, en derhalve restrictief moeten worden uitgelegd".(15)
34. Zou ter bepaling van de bevoegdheid de financiële schade als gevolg van de oorspronkelijke schade in aanmerking moeten worden genomen, dan zou dat precies tegen een dergelijke doelstelling ingaan.
35. Maar vooral zou door een dergelijke oplossing het aantal bevoegde gerechten groter worden, terwijl het Hof er in zijn arrest Effer(16) juist op heeft gewezen, dat
"het Verdrag een reeks bepalingen [bevat] die onder meer ten doel hebben een cumulatie van gelijktijdig aanhangige rechterlijke procedures in burgerlijke en handelszaken in twee of meer Lid-Staten te voorkomen, en die voorts in het belang van de rechtszekerheid en dat van partijen de mogelijkheid bieden, vast te stellen welke nationale rechter geografisch gezien het meest aangewezen is om kennis te nemen van een geschil".(17)
36. Het streven deze cumulatie, met het opdoemende gevaar van versnippering van bevoegdheid, te voorkomen, heeft het Hof opnieuw verwoord in het arrest Dumez, waar het overwoog:
"[Er] moet absoluut worden vermeden dat er een veelvoud van bevoegde rechters ontstaat. Dit laatste verhoogt immers het gevaar van onverenigbare beslissingen en dergelijke onverenigbare beslissingen zijn volgens artikel 27, sub 3, een grond om erkenning of verlof tot tenuitvoerlegging te weigeren."(18)
37. Derhalve doet de door mij voorgestelde oplossing geen afbreuk aan het arrest Dumez, maar vormt zij er in tegendeel een logisch verlengstuk van.
38. In een commentaar op dit arrest(19) meent Gaudemet-Tallon:
"L' arrêt Dumez, refusant de reconnaître la compétence des juridictions du domicile des victimes indirectes, ne tenant compte que du préjudice direct et reprenant les expressions 'lieu où le dommage est survenu' , 'lieu où s' est manifesté le dommage initial' (cf. att. 10, 15, 20, 21), permet de penser que c' est uniquement le tribunal du lieu où s' est matérialisé le premier dommage qui peut être compétent. Certes, la Cour de justice ne statue ici qu' à propos d' une victime indirecte, mais il n' y a aucune raison qu' elle donne une réponse différente s' agissant du dommage survenu à une victime directe et qui produit ultérieurement d' autres conséquences dommageables localisées le plus souvent au domicile de la victime.
Il ne s' agit donc pas de savoir où la victime subit le préjudice, car l' objectif poursuivi par la Convention n' est pas à titre essentiel la protection de la victime, ce qui aurait pu conduire au forum actoris."(20)
39. Deze zienswijze, waarover ik in mijn conclusie in de zaak Dumez(21) reeds een opmerking heb gemaakt, onderschrijf ik ten volle.
40. Deze opvatting wordt overigens volledig gedeeld door de heersende doctrine.
41. Ook Huet(22) heeft, zij het in vragende vorm, als zijn opvatting te kennen gegeven, dat de draagwijdte van het arrest Dumez verder gaat dan het geval van de indirect gelaedeerde:
"La Cour ne veut-elle pas dire aussi que, lorsqu' une victime immédiate se plaint de préjudices successifs, notamment financiers, en conséquence d' un dommage initial, seul le lieu de celui-ci est attributif de compétence judiciaire?"(23)
42. Ook de Britse doctrine is afkerig van elke toekenning van bevoegdheid aan het gerecht van de plaats van de latere financiële schade. Collins schrijft:
"Even though in one sense a plaintiff may suffer economic loss at the place of its business, that is not sufficient to confer jurisdiction on that place, for otherwise the place of business of the plaintiff would almost automatically become another basis of jurisdiction."(24)
43. En O' Malley en Layton:
"It seems in such a case that the economic consequences of the damage should be distinguished from the damage itself (not necessarily an easy task in economic torts) and the location of the estate or person suffering damage bij reason of the harmful event is not necessarily the location of the damage."(25)
44. De Duitse doctrine is hiermee in overeenstemming ° behalve overigens de opvatting van de Duitse regering in de onderhavige zaak ° en met name Kropholler(26), die wijst op het gevaar van forum shopping, indien de bevoegdheid zou worden bevestigd van het gerecht van de plaats waar zich de latere schade voordoet.
45. Deze auteur schrijft:
"Es spricht viel dafuer, den Ort des (weiteren) Schadenseintritts nach erfolgter Rechtsgutverletzung fuer die Zustaendigkeitsbegruendung nicht ausreichen zu lassen. Denn sonst wuerde die Deliktszustaendigkeit auf Kosten des in Art. 2 verankterten Grundsatzes des Beklagtenwohnsitzes stark ausgedehnt und einem Klaegergerichtsstand angenaehert."(27)
46. Bovendien is het interessant op te merken, dat zelfs de literatuur die artikel 5, sub 3, uitlegt als gebaseerd op de gedachte van de bescherming van de gelaedeerde(28), niet voorstelt deze bepaling uit te leggen in de zin van bevoegdheid van de gerechten van de plaats van de latere schade. Bourel(29) schrijft immers:
"Ainsi, l' analyse aussi bien doctrinale que jurisprudentielle révèle de façon indiscutable que la notion de lieu du dommage doit être comprise, au sens du rattachement juridictionnel du délit, comme étant le lieu où se réalise le préjudice immédiatement subi par la victime (directe ou par ricochet) au moment de la survenance du fait générateur, sans qu' il soit tenu compte des suites ou conséquences de ce préjudice, qui pourraient s' être manifestées en un lieu différent et notamment au domicile du demandeur."(30)
47. De gelaedeerde zou dan immers, behalve het gerecht van de woonplaats van de verweerder, dat van het veroorzakende feit en dat van het intreden van de schade, ook het gerecht kunnen kiezen binnen welks ressort de schade is geconstateerd, dat wil zeggen later is geleden, hetgeen onvermijdelijk forum shopping zou bevorderen.
48. Ik meen dan ook, dat artikel 5, sub 3, Executieverdrag niet aldus kan worden uitgelegd, dat het slachtoffer van financiële schade die het gevolg is van een oorspronkelijke schade die in een andere Verdragsluitende Staat is ingetreden, de beweerde veroorzaker van die schade kan oproepen voor de gerechten van de plaats waar die schade zou zijn geleden.
49. Mitsdien geef ik het Hof in overweging voor recht te verklaren:
"Artikel 5, sub 3, van het Verdrag van Brussel van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd, dat een eiser die financiële schade stelt die het gevolg is van oorspronkelijke schade die in een andere Verdragsluitende Staat is ingetreden, de verweerder niet kan oproepen voor de gerechten van de plaats waar die schade zou zijn geleden."
(*) Oorspronkelijke taal: Frans.
(1) ° Zoals gewijzigd bij het Verdrag van 9 oktober 1978 inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk (PB 1978, L 304, blz. 1).
(2) ° Vol. 1, Nozioni introduttive e disposizioni generali , Giappichelli editore, Torino, 1989.
(3) ° Paragraaf 34, blz. 182, vrij vertaald: De procedure tot beslechting van de bevoegdheidsvraag is geen rechtspraak in hoger beroep, maar slechts een incident in de procedure in eerste aanleg. Wanneer dat incident is gesloten, volgt de procedure verder haar normale verloop; de beslissing inzake de bevoegdheid is een onderdeel van het vonnis in eerste aanleg, ook al is dit onderdeel van het vonnis vanzelfsprekend niet meer aanvechtbaar.
(4) ° Zaak C-68/93.
(5) ° Arrest van 11 januari 1990 (zaak C-220/88, Jurispr. 1990, blz. I-49).
(6) ° R.o. 11.
(7) ° Dictum.
(8) ° Recueil Dalloz Sirey, 1977, nr. 40, blz. 614.
(9) ° La Convention de Bruxelles du 27 septembre 1968 ° Compétence judiciaire et effets des jugements dans la CEE, Jupiter, 1985.
(10) ° Punt 89, blz. 50.
(11) ° Dictum.
(12) ° Arrest van 16 december 1980 (zaak 814/79, Jurispr. 1980, blz. 3807).
(13) ° Blz. 3836.
(14) ° R.o. 21.
(15) ° Arrest van 27 september 1988 (zaak 189/87, Kalfelis, Jurispr. 1988, blz. 5565, r.o. 19). Zie in deze zin ook arrest van 17 juni 1992 (zaak C-26/91, Handte, Jurispr. 1992, blz. I-3967, r.o. 14).
(16) ° Arrest van 4 maart 1982 (zaak 38/81, Effer, Jurispr. 1982, blz. 825).
(17) ° R.o. 6.
(18) ° R.o. 18.
(19) ° Revue critique de droit international privé, 1990, blz. 367 e.v.
(20) ° Blz. 375.
(21) ° Zie in het bijzonder punt 24.
(22) ° Journal de droit international, 1990, blz. 498 e.v.
(23) ° Blz. 501, in fine.
(24) ° The Civil Jurisdiction and Judgments Act 1982, 1983, hoofdstuk 4, blz. 60.
(25) ° European Civil Practice, Sweet and Maxwell, 1989, blz. 427, 17.50. Zie ook P. Kaye: Civil Jurisdiction and Enforcement of Foreign Judgements, Professional Books, 1987, sp. blz. 583.
(26) ° Europaeisches Zivilprozessrecht, Kommentar zum EuGVUE, Hamburg 1987.
(27) ° Artikel 5, nr. 45. Vrij vertaald: Veel pleit ervoor, de plaats waar de (verdere) schade zich voordoet, voor de bepaling van de bevoegdheid niet voldoende te achten. Want anders zou de bevoegdheid inzake onrechtmatige daad ten koste van het in artikel 2 verankerde beginsel dat het gerecht van de woonplaats van verweerder bevoegd is, sterk worden uitgebreid en de bevoegdheid van het gerecht van de eiser benaderen.
(28) ° Zie dienaangaande de noot van P. Bourel onder 's Hofs arrest Mines de potasse d' Alsace, Revue critique de droit international privé, 1977, blz. 568-576. Deze aarzelt niet om op blz. 572 te schrijven: Toutes ces considérations amènent donc à penser que l' idée de protection de la victime ne peut être éliminée du débat comme étant étrangère aux dispositions de l' article 5-3 . Nous estimons même qu' elle est la seule apte à résoudre le problème de la détermination du tribunal du lieu du fait dommageable.
(29) ° Du rattachement de quelques délits spéciaux en droit international privé , Recueil des Cours, Académie de droit international de la Haye, 1989, II, deel 214 van de reeks, blz. 251, e.v.
(30) ° Punt 164, blz. 386.
Full & Egal Universal Law Academy