Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1. Welke zijn de criteria om voor de toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief uit te maken, of varkensvlees als vlees van huisdieren of als vlees van andere diersoorten moet worden aangemerkt?
2. Dat is in wezen de vraag die het Finanzgericht Duesseldorf aan het Hof heeft gesteld in het kader van een geding tussen Walter Stanner GmbH & Co. KG (hierna: "Stanner") en het Hauptzollamt Bochum betreffende de tariefindeling bij de invoer van vlees van in Bulgarije in het wild levende varkens.
3. Tussen november 1983 en maart 1985 voerde Stanner verschillende partijen varkensvlees met de vermelding "wilde zwijnen, type B" uit Bulgarije in. Zij gaf die aan onder postonderverdeling 02.01 A. III. b, betreffende vlees van andere varkens dan huisdieren.
4. Na controles waarbij op basis van anatomische criteria en overwegingen betreffende de kleur en de smaak was gebleken, dat het betrokken vlees afkomstig was van een in het wild levend primitief soort varken (huisdier), wijzigden de Duitse autoriteiten de aanvankelijke indeling en deelden zij de ingevoerde goederen in onder postonderverdeling 02.01 A. III. a, betreffende vlees van varkens (huisdieren).
5. In het door Stanner ingestelde beroep wordt het Finanzgericht Duesseldorf geconfronteerd met de argumenten van verzoekster, die meent dat voor de tariefindeling de levenswijze van de soorten in aanmerking moet worden genomen (zodat het vlees in kwestie onder postonderverdeling 02.01 A. III. b zou moeten worden ingedeeld), en met het standpunt van de Duitse administratie, volgens welke in het onderhavige geval de zooelogische en genetische kenmerken van de soorten doorslaggevend zijn (wat indeling onder postonderverdeling 02.01 A. III. a tot gevolg zou hebben).
6. Hoewel hij geneigd is het tweede standpunt bij te treden, uit de verwijzende rechter toch zijn twijfel, omdat in de toelichting op de gecombineerde nomenclatuur een wijziging is aangebracht, waarin wordt gepreciseerd: "Vlees van varkens, door de bevoegde Australische autoriteiten gecertifieerd als vlees van in Australië in het wild levende varkens, wordt aangemerkt als ander vlees dan vlees van huisdieren."(1)
7. In dat verband wil ik er vooraf op wijzen, dat postonderverdelingen 02.01 A. III. a en 02.01 A. III. b betrekking hebben op vlees dat wordt verkregen na de slacht van levende varkens van soorten bedoeld in respectievelijk postonderverdeling 01.03 A en postonderverdeling 01.03 B.
8. Voor de indeling moet dus worden gekozen tussen varkens (huisdieren) en andere soorten varkens.
9. Volgens de rechtspraak van het Hof moet het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de post van het gemeenschappelijk douanetarief zijn omschreven.(2)
10. Wat dieren betreft, verwijst het begrip "soort" naar morfologische of genetische kenmerken en niet naar de wijze waarop de dieren leven of worden gehouden.
11. Het Hof overwoog tevens, dat de toelichtingen een waardevol uitleggingsgegeven vormen, waarmee rekening moet worden gehouden(3), doch geen wijziging vermogen te brengen in bepalingen van het douanetarief omtrent welker betekenis en draagwijdte voldoende zekerheid bestaat.(4)
12. Dienaangaande wil ik opmerken, dat volgens de op het tijdstip van de feiten geldende versie van de toelichtingen, postonderverdeling 01.03 B
"uitsluitend levende varkens (omvat) welke geen huisdieren zijn. Hiervan kunnen worden genoemd:
1. het wilde zwijn of ever (...);
2. het Afrikaanse wilde varken of wratzwijn (...), het rivierzwijn of penseel(oor)zwijn (...) en het Afrikaanse zwarte bosvarken of woudzwijn (...);
3. het hertzwijn of babiroesa (...);
4. de pekari' s (...)".(5)
13. Twee opmerkingen hieromtrent: 1) het woord "uitsluitend" ° dat weliswaar niet meer voorkomt in de huidige versie van de toelichting ° wijst erop, dat deze postonderverdeling strikt moet worden uitgelegd; 2) hoewel deze opsomming niet uitputtend is, bevat zij enkel soorten die uit zooelogisch oogpunt een zekere specificiteit vertonen, en verwijst zij niet naar de wijze waarop de dieren leven.
14. De Commissie herinnert eraan, dat het Hof met betrekking tot de posten 01.05 en 02.02 van het gemeenschappelijk douanetarief ("levend pluimvee" en "dood pluimvee") heeft geoordeeld,
"dat overwegingen ontleend aan de smaak, de verkoopprijs of de zooelogische kenmerken van het gevogelte op zichzelf voor de classificatie niet van beslissende betekenis zijn".(6)
15. Het ging hier evenwel om de indeling van "pluimvee"(7), dat wil zeggen dieren die, zoals het Hof opmerkte, "in landbouw- of industriebedrijven"(8) worden gefokt; de ° in de tekst uitdrukkelijk vermelde ° wijze waarop zij worden gehouden, was in dat geval beslissend.
16. Dat is niet het geval wanneer het hoofdcriterium voor de indeling de "soort" is, dat wil zeggen een categorie die wordt gedefinieerd door haar morfologische en/of genetische kenmerken.
17. De tariefindeling van vlees van varkens die in Australië in het wild leven, kan mijns inziens het voorgaande niet op losse schroeven zetten.
18. De tekst van de desbetreffende toelichting wordt immers toegevoegd aan de reeds bestaande toelichtingen, maar wijzigt die niet. Het gaat dus om een bijzonder geval, waaruit geen algemene criteria kunnen worden afgeleid.
19. Dat een specifieke toelichting nodig was om de tariefindeling van het vlees van in Australië in het wild levende varkens vast te leggen, is ongetwijfeld omdat indeling niet mogelijk was op basis van uitlegging van de postonderverdelingen van het gemeenschappelijk douanetarief alleen.
20. Wat er ook van zij, vaststaat, dat voor varkens uit Bulgarije geen vergelijkbare regeling is vastgesteld. Zij moeten dan ook worden ingedeeld aan de hand van de algemene bepalingen van het gemeenschappelijk douanetarief, en niet naar analogie van Australische varkens.
21. Mitsdien geef ik het Hof in overweging, voor recht te verklaren:
"Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, kan onder postonderverdeling 02.01 A. III. b van het gemeenschappelijk douanetarief slechts worden ingedeeld vlees van varkens die, ongeacht de wijze waarop zij leven of worden gehouden, op grond van hun morfologische en/of genetische kenmerken niet als huisdieren kunnen worden aangemerkt."
(*) Oorspronkelijke taal: Frans.
(1) ° Uniforme toepassing van de gecombineerde nomenclatuur (GN) (Indeling van goederen) (92/C 34/03) (PB 1992, C 34, blz. 2; eigen cursivering).
(2) ° Zie in die zin de arresten van 26 september 1985, zaak 166/84, Thomasduenger, Jurispr. 1985, blz. 3001, r.o. 13; 10 oktober 1985, zaak 200/84, Daiber, Jurispr. 1985, blz. 3363, r.o. 13; 14 januari 1993, zaak C-177/91, Bioforce, Jurispr. 1993, blz. I-45, r.o. 8; en 19 mei 1994, zaak C-11/93, Siemens Nixdorf, Jurispr. 1994, blz. I-1945, r.o. 11.
(3) ° Arrest Thomasduenger, reeds aangehaald, r.o. 14.
(4) ° Arrest van 12 december 1973, zaak 149/73, Witt, Jurispr. 1973, blz. 1587, r.o. 3.
(5) ° Eigen cursivering.
(6) ° Arrest van 8 december 1970, zaak 28/70, Witt, Jurispr. 1970, blz. 1021, r.o. 6.
(7) ° Eigen cursivering.
(8) ° Zelfde arrest, r.o. 5.
Full & Egal Universal Law Academy