Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1. Verzoekster in het hoofdgeding (Neckermann Versand AG; hierna: "Neckermann") exploiteert in heel de Bondsrepubliek Duitsland een groot aantal warenhuizen, andere detailhandelszaken en met name postorderbedrijven. Zij importeert hiervoor onder meer ook textiel.
2. In 1988 en 1989 voerde Neckermann door haar als pyjama' s aangegeven kledingstukken in. Later concludeerde het verwerende douanekantoor (Hauptzollamt Frankfurt am Main-Ost) op grond van een controleverslag, dat de betrokken goederen hadden moeten worden ingedeeld als bovenstukken en broeken, en in één geval als broekpakken. Daar deze tariefindeling leidde tot toepassing van een hoger invoerrecht, vorderde het douanekantoor nabetaling van rechten. Het douanekantoor baseerde zijn opvatting gedeeltelijk op de overeenkomstige toepassing van twee indelingsverordeningen van de Commissie (verordeningen (EEG) nrs. 548/89(1) en 812/89(2)), volgens welke bepaalde kledingstukken niet als nachthemden konden worden ingedeeld, omdat zij niet duidelijk herkenbaar waren om uitsluitend als nachtkleding te worden gedragen.
3. Neckermann kwam tegen het besluit tot herindeling van de goederen op voor het Hessische Finanzgericht, dat het Hof de volgende prejudiciële vragen heeft gesteld:
"1) Moet post 6108 van de gecombineerde nomenclatuur aldus worden uitgelegd, dat onder pyjama' s uitsluitend moeten worden verstaan combinaties van twee kledingstukken van brei- of haakwerk, die wegens hun algemeen aanzien uitsluitend bestemd zijn om in bed te worden gedragen?
2) Indien vraag 1 ontkennend wordt beantwoord:
Is voor indeling als pyjama onder bij voorbeeld code 6108 3190 0000 voldoende, dat volgens de algemene verkeersopvatting in de betrokken Lid-Staat ten tijde van de inklaring een dergelijke combinatie in ieder geval ook in bed kan worden gedragen?"
4. De gecombineerde nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief (hierna: "GDT") is neergelegd in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.(3) Krachtens artikel 12 van die verordening stelt de Commissie jaarlijks bij verordening "een volledige versie vast van de gecombineerde nomenclatuur, met de daarbij behorende tarieven van invoerrechten van het gemeenschappelijk douanetarief zoals die voortvloeit uit door de Raad of door de Commissie vastgestelde bepalingen". Ten tijde van de litigieuze invoer waren de toepasselijke versies van de gecombineerde nomenclatuur die van de oorspronkelijk verordening nr. 2658/87 en van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 3174/88 van de Commissie van 21 september 1988.(4)
5. De tekst van post 6108 van de gecombineerde nomenclatuur was in beide verordeningen gelijkluidend. Het relevante deel luidt als volgt:
"6108 Onderjurken, onderrokken, slips, nachthemden, pyjama' s, negligés, badjassen, kamerjassen en dergelijke artikelen, van brei- of haakwerk, voor dames of voor meisjes:
° onderjurken en onderrokken:
(...)
° slips en onderbroeken:
(...)
° nachthemden en pyjama' s:
6108 31 ° ° van katoen:
6108 31 10 ° ° ° nachthemden
6108 31 90 ° ° ° pyjama' s
6108 32 ° ° van synthetische of kunstmatige vezels:
° ° ° van synthetische vezels:
6108 32 11 ° ° ° ° nachthemden
6108 32 19 ° ° ° ° pyjama' s
6108 32 90 ° ° ° van kunstmatige vezels
6108 39 00 ° ° van andere textielstoffen".
6. Mijns inziens zijn de vragen van het Hessische Finanzgericht niet moeilijk te beantwoorden. De wezenlijke gegevens voor de antwoorden zijn te vinden in de opmerkingen van de Commissie.
7. De Commissie merkt op, dat volgens vaste rechtspraak het beslissend criterium voor de indeling van goederen in het GDT in het algemeen moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen zoals deze in de bewoordingen van de post van het GDT en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken ervan zijn omschreven.(5)
8. In post 6108 wordt gesproken van "pyjama' s (...) van brei- of haakwerk, voor dames of voor meisjes". Volgens het spraakgebruik worden onder pyjama' s kledingstukken verstaan die in bed kunnen worden gedragen. In het onderhavige geding is het de vraag, of enkel een kledingsstuk dat uitsluitend in bed kan worden gedragen, als pyjama kan worden ingedeeld, of dat het voldoende is dat het kledingstuk hoofdzakelijk daartoe bestemd is.
9. Volgens de Commissie kunnen de toelichtingen van de Internationale Douaneraad (hierna: "IDR-toelichtingen") worden gebruikt als hulpmiddel bij de uitlegging van de gecombineerde nomenclatuur.(6) Voorts kan worden verwezen naar de toelichtingen bij de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Gemeenschap.
10. Weliswaar bevatten, aldus de Commissie, de IDR-toelichtingen geen uitdrukkelijke omschrijving van het begrip "pyjama' s", doch de toelichtingen bij het begrip "trainingspakken" in post 6112 kunnen van overeenkomstige toepassing zijn. Volgens de toelichtingen omvat deze post:
"trainingspakken (...) die naar het uiterlijk aanzien en de aard van de stof kennelijk bestemd zijn om uitsluitend of hoofdzakelijk in het kader van de sportbeoefening te worden gedragen".
Volgens de Commissie kan overeenkomstige toepassing van deze formulering tot de slotsom leiden, dat pyjama' s kledingstukken zijn die op basis van hun algemeen aanzien en de aard van de stof kennelijk bestemd zijn om uitsluitend of hoofdzakelijk in bed te worden gedragen.
11. Deze omschrijving van pyjama' s vindt naar het oordeel van de Commissie bevestiging in een aantal door haar vastgestelde indelingsverordeningen, met name verordening (EEG) nr. 893/93 (7), waar het (in een bijlage) heet, dat bepaalde goederen niet als pyjama' s kunnen worden ingedeeld, omdat zij niet "uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd (zijn) om te worden gedragen als nachtkleding".
12. Bovendien besloot het Comité nomenclatuur van de Commissie (sector textiel) tijdens zijn bijeenkomst van 12 en 13 oktober 1993 een soortgelijke omschrijving van pyjama' s op te nemen in de toelichtingen bij de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Gemeenschap. In de toelichting op post 6108 heet het thans, dat onder deze post pyjama' s van brei- of haakwerk voor dames of voor meisjes vallen, die op basis van het algemeen aanzien en de aard van de stof kennelijk bestemd zijn om uitsluitend of hoofdzakelijk als nachtkleding te worden gedragen. Volgens de Commissie heeft de wijziging van de toelichtingen zuiver declaratoire betekenis; zij brengt geen verandering aan in het recht, maar verduidelijkt enkel de bestaande rechtssituatie en vormt aldus een hulpmiddel bij de uitlegging, dat ook relevant is voor de tariefindeling van de in 1988 en 1989 ingevoerde goederen.
13. Ik onderschrijf deze opmerkingen van de Commissie volledig en ben derhalve van oordeel, dat het begrip "pyjama' s (...) voor dames of voor meisjes" in post 6108 van de gecombineerde nomenclatuur aldus moet worden uitgelegd, dat het van toepassing is op kledingstukken die op basis van het algemeen aanzien en de aard van de stof kennelijk bestemd zijn om uitsluitend of hoofdzakelijk in bed te worden gedragen.
14. Wellicht moet nog worden stilgestaan bij een laatste punt van algemeen belang. De nationale rechter heeft het in zijn tweede vraag over de mogelijkheid van indeling van goederen op basis van de algemene verkeersopvatting in de Lid-Staat van invoer. Dit lijkt erop te duiden, dat de indeling van goederen kan verschillen naargelang de plaats waar de goederen het douanegebied van de Gemeenschap binnenkomen. Het is bij voorbeeld denkbaar, dat een kledingstuk als gevolg van klimatologische en culturele verschillen tussen de Lid-Staten in de ene Lid-Staat als straatkleding, maar in de andere Lid-Staat uitsluitend als nachtkleding wordt aangemerkt. De aard van een gemeenschappelijk douanetarief brengt echter mee, dat ongeacht de Lid-Staat van invoer, op in de Gemeenschap ingevoerde goederen hetzelfde invoerrecht van toepassing is. Bij de uitlegging van de posten van de gecombineerde nomenclatuur dient daarom de toepassing te worden vermeden van criteria die tot een uiteenlopende indeling in verschillende staten van invoer kunnen leiden. Zo moet in casu de vraag of een kledingstuk in bed kan worden gedragen, worden beantwoord aan de hand van de gewoonten in de Gemeenschap in haar geheel en niet van die in één Lid-Staat. Weliswaar kan deze beoordeling de nationale autoriteiten in de praktijk voor moeilijkheden plaatsen, doch het zal in ieder geval geprobeerd moeten worden.
Conclusie
15. Gelet op het voorgaande, geef ik in overweging de vragen van het Hessische Finanzgericht te beantwoorden als volgt:
Het begrip "pyjama' s (...) voor dames of voor meisjes" in post 6108 van de gecombineerde nomenclatuur van het GDT, in de versie van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad en bijlage I bij verordening (EEG) nr. 3174/88 van de Commissie, moet aldus worden uitgelegd, dat het van toepassing is op kledingstukken die op basis van het algemeen aanzien en de aard van de stof kennelijk bestemd zijn om uitsluitend of hoofdzakelijk in bed te worden gedragen.
(*) Oorspronkelijke taal: Engels.
(1) ° PB 1989, L 60, blz. 31.
(2) ° PB 1989, L 86, blz. 25.
(3) ° PB 1987, L 256, blz. 1.
(4) ° PB 1988, L 298, blz. 1.
(5) ° Zie bij voorbeeld arrest van 1 juli 1982, zaak 145/81, Wuensche, Jurispr. 1982, blz. 2493, r.o. 12.
(6) ° Arrest van 18 september 1990, zaak C-265/89, Vismans Nederland, Jurispr. 1990, blz. I-3411, r.o. 18.
(7) ° PB 1993, L 93, blz. 5.
Full & Egal Universal Law Academy