Conclusie van de advocaat generaal
++++
Conclusie
1 Ik ben derhalve van mening, dat de prejudiciële vragen moeten worden beantwoord als volgt:
(1) Artikel 5, lid 1, van verordening (EEG) nr. 1101/89 van de Raad van 27 april 1989 betreffende de structurele sanering van de binnenvaart geeft de aanvrager van een sloopuitkering voor een binnenschip geen recht op inwilliging van zijn aanvraag op grond dat de totale financiële middelen in het fonds van de betrokken Lid-Staten toereikend zijn.
(2) Artikel 5, lid 1, van voormelde verordening van de Raad geeft een aanvrager van een sloopuitkering voor een duwboot geen recht op inwilliging van zijn aanvraag op grond dat de totale financiële middelen, beschikbaar op de in artikel 3, lid 3, van die verordening genoemde gemeenschappelijke rekening voor droge-ladingschepen en duwboten, toereikend zijn.
(3) Artikel 1, lid 2, en artikel 8 van verordening (EEG) nr. 1102/89 van de Commissie van 27 april 1989 tot vaststelling van een aantal uitvoeringsbepalingen van verordening (EEG) nr. 1101/89 van de Raad inzake de structurele sanering van de binnenvaart, moeten aldus worden uitgelegd, dat een regelmatig ingediende aanvraag voor een sloopuitkering voor een duwboot moet worden afgewezen, indien de financiële middelen die nodig zijn om die aanvraag in te willigen, het in artikel 1, lid 2, voor duwboten vermelde budget van 5 miljoen ECU overschrijden, ongeacht de omstandigheid dat het daarin voor droge-ladingschepen en/of tankschepen vermelde bedrag, na inwilliging van alle aanvragen van sloopuitkeringen voor die categorieën vaartuigen, niet is uitgeput.
(4) Bij onderzoek van de gestelde vraag is niet gebleken van enig element dat de geldigheid van voormelde verordening van de Commissie zou kunnen aantasten.
(5) Bij onderzoek van de gestelde vraag is niet gebleken van enig element dat de geldigheid zou kunnen aantasten van brief nr. 56765 van 29 juni 1990 van de Commissie aan het Koninkrijk der Nederlanden of van enige in die brief genoemde maatregel.
(6) Artikel 6, lid 4, van bovengenoemde verordening van de Commissie moet aldus worden uitgelegd, dat het verzuim van de autoriteiten van het fonds om de aanvrager van een sloopuitkering vóór 1 september 1990 mee te delen of zijn aanvraag is ingewilligd, niet tot gevolg heeft dat de aanvraag moet worden geacht te zijn aanvaard.
Full & Egal Universal Law Academy