CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
P. LÉGER
van 23 maart 1995 ( *1 )
1.
Ter beslechting van een geschil over het gebruik van de aanduidingen „Kabinett”, „Spätlese”, „Auslese” en „Weißherbst” als bestanddeel van een merknaam, heeft het Oberlandesgericht Frankfurt am Main bij beschikking van 16 september 1993 krachtens artikel 177 EEG-Verdrag vier prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van de artikelen 3, leden 2 en 3, van verordening (EEG) nr. 3201/90 van de Commissie van 16 oktober 1990 houdende uitvoeringsbepalingen voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost ( 1 ) (hierna: „verordening nr. 3201/90” of „toepassingsverordening”) en 40, lid 3, van verordening (EEG) nr. 2392/89 van de Raad van 24 juli 1989 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost. ( 2 )
2.
Deze vragen zijn gerezen in een geding tussen de Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs eV Frankfurt (hierna: „verzoekster”) en de Privatkellerei Franz Wilhelm Langguth Erben GmbH 8c Co. KG (hierna: „verweerster”).
3.
Verweerster verhandelt Duitse wijnen met de kwaliteitsaanduidingen „Kabinett”, „Spätlese”, „Auslese”, en „Weißherbst” (met andere woorden „in een bepaald gebied voortgebrachte kwaliteitswijnen” of „Duitse v. q. p. r. d.”).
4.
Deze kwaliteitsaanduidingen staan op de etiketten naast de benaming van de Duitse v. q. p. r. d en nog eens naast de merknaam.
5.
Van oordeel dat het gebruik van die aanduidingen als bestanddeel van een merknaam onverenigbaar is met de bepalingen van artikel 3, leden 2 en 3, van verordening nr. 3201/90 en de consumenten kan misleiden, stelde verzoekster hoger beroep in tegen het vonnis van het Landgericht waarbij haar klacht was verworpen.
6.
In deze omstandigheden heeft het Oberlandesgericht Frankfurt am Main het Hof de vier navolgende prejudiciële vragen gesteld:
„1)
Moet artikel 3, lid 2, van verordening (EEG) nr. 3201/90 aldus worden uitgelegd, dat het verboden is op de etikettering van ‚Qualitätsweine mit Prädikat’ (kwaliteitswijnen met aanduiding) de aanduidingen ‚Kabinett’, ‚Spätlese’ of ‚Auslese’, behalve op de voorgeschreven wijze (in letters van hetzelfde type en dezelfde hoogte als de naam van het bepaalde gebied of de naam van de kleinere geografische eenheid dan het bepaalde gebied), ook nog in een ander lettertype en in grotere letters, met name op in het oog springende wijze als deel van een merk, op het etiket te vermelden?
2)
Indien vraag 1 bevestigend moet worden beantwoord: kan het door ongestoord, in het oog springend en merkenmatig gebruik van aanduidingen op de etikettering van ‚Qualitätsweine mit Prädikat’ te goeder trouw verkregen en aangetoonde waardevolle bezit van een merk —zoals dat bij voorbeeld voor merken met een geografische aanduiding in artikel 40, lid 3, van verordening (EEG) nr. 2392/89 is geregeld— aan een verbod als bedoeld in vraag 1 in de weg staan?
3)
Moet artikel 3, lid 3, eerste alinea, sub a, eerste streepje, juncto artikel 3, lid 3, tweede alinea, van verordening (EEG) nr. 3201/90 aldus worden uitgelegd, dat het verboden is bij in bepaalde gebieden voortgebrachte Duitse kwaliteitswijnen de aanduiding ‚Weißherbst’, behalve in letters die even groot zijn als of kleiner zijn dan die waarmee het bepaalde gebied is aangeduid, ook nog in grotere letters, met name op in het oog springende wijze als deel van een merk, op het etiket te vermelden?
4)
Indien vraag 3 bevestigend moet worden beantwoord: kan het door ongestoord, in het oog springend en merkenmatig gebruik van de aanduiding ‚Weißherbst’ op de etikettering van overeenkomstige wijnen te goeder trouw verkregen en aangetoonde waardevolle bezit van een merk — zoals dat bij voorbeeld voor merken met een geografische aanduiding in artikel 40, lid 3, van verordening (EEG) nr. 2392/89 is geregeld — aan het in vraag 3 bedoelde verbod in de weg staan?”
De eerste en de derde vraag
7.
Met de eerste en de derde vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of artikel 3 van de toepassingsverordening eraan in de weg staat, dat de aanduidingen „Kabinett”, „Spätlese”, „Auslese” en „Weißherbst” voor de etikettering van Duitse kwaliteitswijnen met aanduiding worden gebruikt als bestanddeel van een merknaam, voor zover zij zijn weergegeven in grotere letters dan die welke voor de vermelding van de naam van het gebied van herkomst zijn gebruikt.
Opmerking vooraf
8.
Allereerst zij opgemerkt, dat de kwaliteitsvermeldingen „Kabinett”, „Spätlese” en „Auslese” noodzakelijk zijn voor de omschrijving van de Duitse kwaliteitswijnen, te weten de Duitse wijnen waarop „bijzondere vanouds gebruikte aanduidingen staan”. Deze Duitse kwaliteitswijnen worden door de gemeenschapswetgever beschouwd als Duitse v. q. p. r. d. Dat volgt uit artikel 15, lid 1 en lid 2, sub a, van verordening (EEG) nr. 823/87 ( 3 ), gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 2043/89. ( 4 )
9.
De aanduiding „Weißherbst” is een vanouds gebruikte facultatieve aanduiding waarmee de omschrijving van de Duitse v. q. p. r. d. kan worden aangevuld. ( 5 )
10.
Laten wij eerst de toepasselijke gemeenschapsregeling analyseren.
11.
Op de etikettering van de Duitse v. q. p. r. d. zijn de verordeningen nrs. 2392/89 en 3201/90 van toepassing.
12.
De eerste verordening, waarbij de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost zijn vastgesteld, maakt een onderscheid naar de oorsprong van de wijnen (wijnen van oorsprong uit de Gemeenschap ( 6 ) of uit derde landen ( 7 )) en naar hun kwaliteit. ( 8 ) Artikel 11 vermeldt, welke vermeldingen verplicht ( 9 ) of facultatief ( 10 ) op de etikettering van de v. q. p. r. d. voorkomen. Verder wordt bepaald, dat in beginsel voor de omschrijving van de v. q. p. r. d. uitsluitend de in artikel 11 genoemde vermeldingen mogen worden gebruikt. ( 11 )
13.
Verordening nr. 3201/90 geeft de nodige preciseringen voor de toepassing van verordening nr. 2392/89. Artikel 3 noemt de aanduidingen die door de verschillende Lid-Staten zijn toegestaan en door de gemeenschapswetgever als gelijkwaardig aan de communautaire aanduiding v. q. p. r. d. worden beschouwd.
14.
De regeling ( 12 ) heeft tot doel, zo duidelijk, nauwkeurig en volledig mogelijke inlichtingen te verstrekken over de op het grondgebied van de Gemeenschap verhandelde wijnen om:
a)
de eerlijkheid van de handelstransacties in de wijnsector te verzekeren ( 13 ),
b)
de fraude doeltreffend te bestrijden ( 14 ),
c)
de consumenten te beschermen tegen gevaar voor verwarring of misleiding over de voornaamste kwaliteiten van de produkten. ( 15 )
De gemeenschapswetgever heeft de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost evenwel niet volledig geharmoniseerd. ( 16 )
15.
Aangaande de Duitse v. q. p. r. d. bepaalt artikel 3, lid 2, en lid 3, eerste alinea, sub a, en tweede alinea, van verordening nr. 3201/90:
„2.
De aanduidingen ‚Kabinett’, ‚Spätlese’, ‚Auslese’, ‚Beerenauslese’, ‚Trockenbeerenauslese’ en ‚Eiswein’ worden vermeld in letters van hetzelfde type en dezelfde hoogte als de naam van het bepaalde gebied en, in voorkomend geval, de naam van de kleinere geografische eenheid dan het bepaalde gebied.
3.
De in artikel 11, lid 2, punt i, van verordening (EEG) nr. 2392/89 bedoelde aanduidingen waarmee de in lid 1 genoemde mogen worden aangevuld, zijn:
a)
voor Duitse v, q. p. r. d.:
—
‚Weißherbst’,
(...)
Deze aanduidingen worden vermeld in letters die even groot zijn als of kleiner zijn dan die waarmee het bepaalde gebied wordt aangeduid.”
16.
Ten slotte bepaalt het eveneens toepasselijke artikel 15, lid 2, eerste alinea, sub a, van verordening nr. 823/87, zoals gewijzigd:
„2.
Onverminderd de bij de nationale wetgevingen toegestane aanvullende aanduidingen zijn, mits de communautaire en nationale bepalingen betreffende de betrokken wijnen in acht worden genomen, de in lid 1, eerste alinea, bedoelde bijzondere vanouds gebruikte aanduidingen:
a)
voor de Bondsrepubliek Duitsland:
de aanduidingen van de herkomst der wijnen, vergezeld van de benaming ‚Qualitätswein’, of van de benaming ‚Qualita'tswein mit Prädikat’, samen met één der vermeldingen ‚Kabinett’, ‚Spätlese’, ‚Auslese’, ‚Beerenauslese’, ‚Trockenbeerenauslese’ of ‚Eiswein’.”
17.
Uit de artikelen
—
15, lid 2, eerste alinea, sub a, van verordening nr. 823/87, zoals gewijzigd,
—
11, lid 1, sub b, van verordening nr. 2392/89, en
—
3, leden 1 ( 17 ) en 2, van de toepassingsverordening,
in onderlinge samenhang gelezen, volgt, dat de aanduidingen „Kabinett”, „Spätlese” en „Auslese” kwaliteitsaanduidingen zijn, die verbonden met de vermeldingen betreffende de herkomst van de wijnen en met de benaming „ Qualitätsweine mit Prädikat”,
a)
de Duitse v. q. p. r. d. mede omschrijven,
b)
in letters van hetzelfde type en dezelfde hoogte als de naam van het bepaalde gebied en, in voorkomend geval, als de naam van de kleinere geografische eenheid dan het betrokken bepaalde gebied, op de etikettering van de Duitse v. p. q. r. d. moeten voorkomen.
18.
Uit de artikelen
—
15, lid 2, eerste alinea, van verordening nr. 823/87, zoals gewijzigd,
—
11, lid 2, sub i, van verordening nr. 2392/89, en
—
3, leden 1 en 3, van de toepassingsverordening,
in onderlinge samenhang gelezen, kan voorts worden afgeleid, dat de aanduiding „Weißberbst” een aanvullende kwaliteitsaanduiding is, die verbonden met een specifieke traditionele aanduiding:
a)
nuttig is voor de omschrijving van een Duitse v. q. p. r. d.,
b)
op de etikettering van een Duitse v. q. p. r. d. mag voorkomen in letters die even groot zijn als of kleiner zijn dan die waarmee het betrokken bepaalde gebied wordt aangeduid. ( 18 )
19.
Hoe is deze regeling in de onderhavige zaak toegepast?
20.
De aanduidingen „Kabinett”, „Spätlese”, „Auslese” en „Weißherbst” staan op de onderste rand van de etiketten in letters van hetzelfde type en dezelfde afmeting als de naam van het bepaalde gebied of de naam van een kleinere geografische eenheid. Zo is bij voorbeeld op een van de litigieuze etiketten de groep aanduidingen „Qualitätswein mit Prädikat Spätlese Rheinhessen Bereich Wonnegau” op de onderste rand van het etiket aangebracht als volgt:
a)
op een eerste regel, de kwaliteitsvermelding „Spätlese” naast de benaming „Qualitätswein mit Prädikat”,
b)
op een tweede regel, de naam van het bepaalde produktiegebied „Rheinhessen” en daarnaast het deelgebied „Bereich Wonnegau”. ( 19 )
21.
De bepalingen van artikel 3, lid 2, en lid 3, eerste alinea, sub a, en tweede alinea, van verordening nr. 3201/90 zijn dus wel degelijk nageleefd.
22.
Het probleem — en dit is de kern van de gestelde vragen — is, dat de aanduidingen „Kabinett”, „Spätlese”, „Auslese” en „Weißherbst” nogmaals worden vermeld, ditmaal naast het merk van de wijnen in het midden van deze etiketten en wel als volgt: „Erben Kabinett”, „Erben Spätlese”, „Erben Auslese” en „Erben Weißherbst” in ongeveer drie keer zo grote letters als voor de vermelding van de naam van het gebied van herkomst of de kleinere geografische eenheid zijn gebruikt. Opgemerkt zij, dat deze merken worden gebruikt voor de omschrijving van de overeenkomstige wijn.
23.
Moet een dergelijke praktijk ongeldig worden verklaard? Om de volgende redenen denk ik van niet.
24.
Allereerst bevat het communautaire merkenrecht, met name richtlijn 89/104/EEG van de Raad van 21 december 1988 ( 20 ) (hierna: de „Eerste merkenrichtlijn”), geen enkele bepaling betreffende de hoogte van de letters van de aanduidingen die het handelsmerk vormen. Deze Eerste richtlijn is overigens nog niet omgezet in Duitsland; bovendien is het de Lid-Staten toegestaan, ze slechts toe te passen voor de nieuwe merken. ( 21 )
25.
In de tweede plaats is de tekst van de in artikel 3 van verordening nr. 3201/90 vervatte regel mijns inziens ondubbelzinnig. De gemeenschapswetgever heeft de letters van deze vermeldingen enkel willen regelen voor het geval dat deze de Duitse v. q. p. r. d. mede omschrijven. Hij heeft gewenst, dat de verschillende aanduidingen die bijdragen tot de omschrijving van de v. q. p. r. d., eenvormig worden weergegeven, zonder dat een van de bestanddelen van deze omschrijvingen scherp uitkomt tegenover de andere, om elk gevaar voor verwarring bij de communautaire consument te voorkomen, vooral indien deze geen onderdaan is van de Lid-Staat die de betrokken wijn produceert.
26.
Uit de analyse van artikel 3 van verordening nr. 3201/90, met name lid 1 ( 22 ), juncto de leden 2 en 3, volgt namelijk, dat elk van de bestanddelen van de omschrijving van de Duitse v. q. p. r. d. is geregeld, en dat niet alleen de kwaliteitsaanduidingen zijn geregeld. Deze tekst betreft daarentegen niet de merken. Dienaangaande moet worden verwezen naar verordening nr. 2392/89.
27.
Allereerst zij opgemerkt, dat het handelsmerk een vermelding is die op de v. q. p. r. d.-etiketten mag voorkomen. ( 23 )
28.
Het in de eerste merkenrichtlijn ( 24 ) vervatte algemene beginsel is overgenomen in artikel 40, lid 2, eerste alinea, sub a en b, van verordening nr. 2392/89. Daarin wordt bepaald:
„2.
Wanneer de omschrijving, de aanbiedingsvorm en de reclame met betrekking tot de produkten waarop deze verordening betrekking heeft, met merken zijn aangevuld, mogen deze merken geen woorden, delen van woorden, tekens of afbeeldingen bevatten:
a)
die aanleiding kunnen geven tot verwarring of tot misleiding van de personen voor wie zij zijn bestemd, in de zin van lid 1,
of
b)
die
—
door de personen voor wie zij zijn bestemd, kunnen worden verward met de volledige omschrijving of met een gedeelte van de omschrijving van een (...) v. q. p. r. d. (...)”
29.
In zoverre de kwaliteitsaanduidingen „Kabinett”, „Spätlese” en „Auslese”, verbonden met de gegevens over de herkomst van de wijnen en met de benaming „Qualitätswein mit Prädikat”, en de aanduiding „Weißherbst”, verbonden met een specifieke traditionele aanduiding, de v. q. p. r. d. mede omschrijven ( 25 ), kunnen zij ingevolge artikel 40, lid 2, eerste alinea, sub b, eerste streepje, niet als bestanddeel van een merknaam worden gebruikt, indien zij door de consument kunnen worden verward met de volledige omschrijving of met een gedeelte van de omschrijving van een v. q. p. r. d.
Dat ware ongetwijfeld het geval, indien de als bestanddeel van een merknaam gebruikte kwaliteitsaanduiding niet overeenstemde met de intrinsieke kwaliteitskenmerken van de betrokken v. q. p. r. d. Zo kunnen de woorden „Erben Kabinett” bij voorbeeld niet de merknaam van een „Qualitätswein mit Prädikat Spätlese Rheinhessen Bereich Wonne-gau” vormen.
30.
De kwaliteitsaanduidingen „Kabinett”, „Spätlese”, „Auslese” en de aanduiding „Weißherbst” worden weliswaar in het midden van de etiketten naast de merknaam van de Duitse v. q. p. r. d. „Erben Kabinett”, „Erben Spätlese”, „Erben Auslese” en „Erben Weißherbst” herhaald in drie keer zo grote letters als voor de aanduiding van de Duitse v. q. p. r. d. worden gebruikt, doch die merken worden wel degelijk gebruikt om de overeenkomstige Duitse v. q. p. r. d. te omschrijven.
31.
In de derde plaats, kan het gebruik van die merken de consument misleiden of in verwarring brengen?
32.
Mijns inziens staat het aan de nationale te rechter te oordelen of een aanduiding de consument kan misleiden of in verwarring kan brengen. De verwijzende rechter deelt ons evenwel mee, dat hij deze vraag ontkennend heeft beantwoord. Ik deel de opvatting die advocaat-generaal Elmer in zijn conclusie van 9 maart 1995 in de nog aanhangige zaak Openbaar Ministerie en Institut national des appellations ďorigine/Voisine ( 26 ) heeft gehuldigd.
33.
Het antwoord op deze vraag hangt meestal af van de beoordeling in concreto van de feiten van de zaak. Behalve het geval waarin het merk misleidende gegevens bevat over de aard, de kwaliteit of de geografische herkomst van het produkt of de dienst, is het bijzonder moeilijk algemene richtsnoeren te geven om de nationale rechter te helpen de facto de gegevens te identificeren die misleiding of verwarring kunnen veroorzaken. Ik herinner er evenwel aan, dat de gegevens die zijn vervat in de merknaam van de door verweerster verhandelde Duitse v. q. p. r. d., niet misleidend zijn.
34.
In de vierde plaats verzet de ratio legis van de verordeningen nrs. 2392/89 en 3201/90, anders dan de Commissie betoogt, zich niet tegen geldigverklaring van deze praktijk.
35.
Mijns inziens heeft de gemeenschapswetgever niet tot regel willen verheffen, dat de geografische herkomst van een v. q. p. r. d. het kwaliteitscriterium is dat de doorslag geeft bij de keuze van het produkt door de consument. Anders dan de Commissie, betwijfel ik dan ook, of op grond van de bijzondere bepalingen van artikel 3, leden 2 en 3, van verordening nr. 3201/90 kan worden gesteld, dat de regeling voor de letters van de aanduidingen „Kabinett”, „Spätlese”, „Auslese” en „Weißherbst” een strikt toe te passen algemeen beginsel is, dat ook voor merken geldt.
36.
Zoals gezegd, heeft de gemeenschapswetgever de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost immers niet volledig geharmoniseerd. ( 27 ) Zo heeft de gemeenschapswetgever, ondanks het feit dat de Lid-Staten er, met name inzake de voorschriften betreffende de omschrijving en de aanbiedingsvorm van de in de Gemeenschap geproduceerde wijnen ( 28 ), sterk uiteenlopende opvattingen op nahouden, het beginsel geformuleerd, dat de traditionele regionale specificiteten moeten worden gehandhaafd ( 29 ) voor zover zij verenigbaar zijn met de beginselen van een interne markt en geen gevaar opleveren voor misleiding van de gemeenschapsconsument, vooral wanneer deze onderdaan is van een andere Lid-Staat dan die van de wijnproducent. Om deze tegenstrijdige doelstellingen ( 30 ) ( 31 ) te verzoenen, heeft de gemeenschapswetgever bijzondere juridische instrumenten gecreëerd:
a)
een volledige lijst van de bijzondere vanouds gebruikte aanduidingen die als gelijkwaardig aan de communautaire aanduidingen worden beschouwd ( 32 ),
b)
een volledige opsomming van de verplichte en facultatieve vermeldingen ( 33 ),
c)
de regel dat het vrije verkeer van de betrokken produkten moet worden verzekerd. ( 34 )
37.
Anders dan de Commissie stelt, strekt artikel 12 van verordening nr. 2392/89 er niet toe, als algemeen beginsel te stellen dat „al wat niet is toegestaan, verboden is”. Het omgekeerde beginsel is veeleer de regel. De ratio legis van deze bepaling ligt vervat in de considerans van verordening nr. 2392/89.
38.
Na de beleidskeuze inzake de regeling betreffende de omschrijving en de aanbiedingsvorm van de v. q. p. r. d. te hebben uiteengezet,
„Overwegende dat de communautaire voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost voor een groot deel aan nationale voorschriften zijn ontleend die vroeger in de Lid-Staten golden” ( 35 ),
en de te verwachten moeilijkheden te hebben vastgesteld,
a)
„dat de uitgangspunten van deze nationale voorschriften sterk verschilden; ¿at sommige Lid-Staten de nadruk legden op een juiste voorlichting van de consument en op de handelingsvrijheid van de handel, terwijl andere Lid-Staten die aspecten trachten te combineren met de noodzaak om de producenten op hun grondgebied tegen concurrentievervalsing te beschermen” ( 36 ),
b)
„Overwegende dat, rekening houdend met de bijzondere teeltomstandigheden in de verschillende wijnbouwgebieden en met de tradities in sommige Lid-Staten, moet worden bepaald dat de Lid-Staten, voor de op hun grondgebied verkregen produkten, bepaalde vermeldingen die volgens de communautaire voorschriften facultatief zijn, verplicht mogen stellen, mogen verbieden of het gebruik ervan mogen beperken” ( 37 ),
licht de gemeenschapswetgever het doel van de regeling toe:
a)
„(...) (de) verschillende opvattingen zoveel mogelijk met elkaar in overeenstemming te brengen en te sterk uiteenlopende interpretaties te voorkomen (...)” ( 38 );
b)
„(...) de doeltreffendheid van deze voorschriften te waarborgen (...)” ( 39 );
c)
„(...) een optimale voorlichting van de betrokkenen te verkrijgen, evenwel rekening houdend met de verschillende gebruiken en tradities (...)” ( 40 );
d)
„(...) het vrije verkeer van goederen te verzekeren (...)” ( 41 );
en geeft hij vervolgens aan, hoe hij deze tegenstrijdige doelstellingen wil verzoenen zodat het nuttig effect van het gecreëerde stelsel niet tenietgaat:
a)
„(...) het is nuttig gebleken tamelijk volledige voorschriften voor de omschrijving van de produkten vast te stellen” ( 42 );
b)
„(...) het beginsel moet worden vastgelegd dat voor de omschrijving van wijn en druivemost geen andere aanduidingen mogen worden gebruikt dan die welke bij of krachtens die voorschriften zijn vastgesteld” ( 43 );
c)
„(...) dat voorts dient te worden vastgesteld dat, (...) iedere Lid-Staat de omschrijving van produkten van oorsprong uit andere Lid-Staten, die op zijn grondgebied in het verkeer worden gebracht, moet accepteren, wanneer deze omschrijving met de communautaire voorschriften in overeenstemming is en krachtens deze verordening in de Lid-Staat van produktie mag worden gebruikt”. ( 44 )
39.
De ratio legis van artikel 12 van verordening nr. 2392/89 is dus, de door de gemeenschapswetgever nagestreefde tegenstrijdige doelstellingen te verzoenen opdat het nuttig effect van het aldus gecreëerde stelsel niet zou tenietgaan.
40.
In casu bevatten de door verweerster op de etikettering van de Duitse v. q. p. r. d. vermelde aanduidingen slechts gegevens die in de door de gemeenschapswetgever opgestelde lijst zijn opgenomen.
41.
In de vijfde en laatste plaats zij beklemtoond, dat de merknaam en de aanduiding van een wijn verschillen naar definitie en doel.
42.
Zo onderstelt een merk, dat tekens, bij voorbeeld woorden, worden samengevoegd, die de produkten kunnen onderscheiden. De merkhouder streeft dus in eerste instantie het rechtmatige, en met de definitie zelf van een merk ( 45 ) in overeenstemming zijnde doel na, de aandacht van de consument te „vangen”, dat wil zeggen zijn aandacht te trekken. De algemene beperking op de vrijheid van schepping en op het recht op inschrijving van een merknaam is door de gemeenschapswetgever gesteld. ( 46 )
43.
Het door de gemeenschapswetgever met de omschrijving van een v. q. p. r. d. nagestreefde doel bestaat er evenwel in, het publiek nauwkeurig, duidelijk en correct in te lichten over de intrinsieke kenmerken van het produkt of dit te kwalificeren. ( 47 ) Volgens artikel 1 van verordening nr. 823/87 wordt onder v. q. p. r. d. verstaan de wijnen die beantwoorden aan de voorschriften van de verordening, aan de ter uitvoering van die verordening vastgestelde voorschriften en aan de voorschriften van de nationale reglementeringen. Uit deze tekst in samenhang met de artikelen 11 en 12 van verordening nr. 2392/89 blijkt, dat de aan de v. q. p. r. d.-producenten van de verschillende Lid-Staten verleende handelingsmarge zeer beperkt is.
44.
Verweersters praktijk, als bestanddeel van haar merknamen kwaliteitsaanduidingen te gebruiken die niet voldoen aan de afmetingen die elders bij uitzondering zijn geregeld, lijkt mij niet het gevaar op te leveren het publiek te misleiden, zolang die vermeldingen stroken met de intrinsieke kwaliteiten van het produkt. Mitsdien geef ik het Hof in overweging, de eerste en de derde vraag van de verwijzende rechter ontkennend te beantwoorden.
De tweede en de vierde vraag
45.
Met deze vragen wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, wat de draagwijdte is van de in artikel 40, lid 3, van verordening nr. 2392/89 gemaakte uitzondering.
46.
Ik behandel die vragen slechts subsidiair, gelet op het antwoord op de eerste en de derde vraag.
47.
De tekst is duidelijk:
„In afwijking van lid 2, eerste alinea, onder b, mag de houder van een geregistreerd merk voor wijn of druivemost dat gelijk is aan:
—
de naam van een kleinere geografische eenheid dan een bepaald gebied, die wordt gebruikt voor de omschrijving van een v. q. p. r. d.,
(...)
ook indien hij krachtens lid 2, eerste alinea, geen aanspraak op deze naam kan maken, dit merk tot en met 31 december 2002 blijven gebruiken, op voorwaarde dat het betrokken merk:
(...)”
Dit artikel is in de onderhavige zaak niet van toepassing, aangezien het hier gaat om een Duitse v. q. p. r. d. waarvan de merknamen niet identiek zijn aan de naam van een kleinere geografische eenheid dan het bepaalde gebied. Ter bepaling van de draagwijdte van de uitzondering van artikel 40, lid 3, van verordening nr. 2392/89, moet, aangezien deze bepaling in strijd is met de ratio legis van deze gemeenschapsregeling, toepassing worden gegeven aan het door het Hof voor zeer uiteenlopende sectoren in vaste rechtspraak ( 48 ) geformuleerde algemene beginsel, dat elke uitzondering op de fundamentele regels van het gemeenschapsrecht eng moet worden uitgelegd en toegepast.
48.
Op grond van een en ander geef ik het Hof in overweging de vragen van het Oberlandesgericht Frankfurt am Main te beantwoorden als volgt:
„1)
Artikel 3, lid 2, van verordening (EEG) nr. 3201/90 van de Commissie van 16 oktober 1990 houdende uitvoeringsbepalingen voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost, moet aldus worden uitgelegd, dat het niet eraan in de weg staat, dat op de etikettering van ‚Qualitätsweine mit Prädikat’ (kwaliteitswijnen met aanduiding) de aanduidingen ‚Kabinett’, ‚Spätlese’ of ‚Auslese’, behalve op de voorgeschreven wijze (in letters van hetzelfde type en van dezelfde hoogte als de naam van het bepaalde gebied), ook nog in een ander lettertype en in grotere letters, met name op in het oog springende wijze als deel van een merk, worden vermeld.
2)
Artikel 3, lid 3, eerste alinea, sub a, eerste streepje, juncto artikel 3, lid 3, tweede alinea, van verordening (EEG) nr. 3201/90 moet aldus worden uitgelegd, dat het niet eraan in de weg staat, dat voor de ‚Qualitätsweine b. A.’ (in bepaalde gebieden voortgebrachte Duitse kwaliteitswijnen) de aanduiding ‚Weißherbst’, behalve in de letters waarmee het bepaalde gebied is aangeduid, ook nog in grotere letters, met name op in het oog springende wijze als deel van een merk, op het etiket wordt vermeld.”
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Frans.
( 1 ) PB 1990, L 309, blz. 1.
( 2 ) PB 1989, L 232, blz. 13.
( 3 ) Verordening van de Raad van 16 maart 1987 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte Kwaliteitswijnen (PB 1987, L 84, blz. 59).
( 4 ) Verordening van de Raad van 19 juni 1989 (PB 1989, L 202, blz. 1).
( 5 ) Artikel 3, lid 3, sub a, eerste streepje, van verordening nr. 3201/90, juncto artikel 11, lid 2, sub i, van verordening nr. 2392/89.
( 6 ) Hoofdstuk I.
( 7 ) Hoofdstuk II.
( 8 ) Voor de wijnen van oorsprong uit de Gemeenschap wordt een onderscheid gemaakt tussen tafelwijn (afdeling A), in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn (v. q. p. r. d.) (afdeling B), andere produkten dan tafclwijn en v. q. p. r. d. (afdeling C).
( 9 ) Lid 1.
( 10 ) Lid 2.
( 11 ) Artikel 12.
( 12 ) Verordeningen nrs. 2392/89 en 3201/90.
( 13 ) Zie met name de vijfde overweging van de considerans van verordening nr. 2392/89.
( 14 ) Met name de eenendertigste overweging van de considerans van de toepassingsverordening.
( 15 ) Zie met name de derde overweging van de considerans van de verordeningen nrs. 2392/89 en 3201/90.
( 16 ) Zie met name, de vierde vijfde, zesde en zevende overwe-fing van de considerans van verordening nr. 2392/89 en de erde, vierde en vijfde overweging van de considerans van de toepassingsverordening.
( 17 ) Artikel 3, lid 1, derde alinea, preciseert voor de Duitse v. q. p. r. d., dat „Qualitätswein” en „Qualitätswcin mit Prädikat” voluit mogen worden vermeld of dat de volgende afkortingen mogen worden gebruikt: „Q. b. A.” en „Q. b. A. m. Pr.”.
( 18 ) De lijst van de produktiegebieden staat in bijlage H bij besluit 94/184/EG van de Raad van 24 januari 1994 betreffende de sluiting en de ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Australië inzake de handel in wijn (PB 1994, L 86, biz. 1).
( 19 ) Zie de lijst van de produktiegebieden van de Duitse v. q. p. r. tl., ibidem.
( 20 ) Richtlijn betreffende de aanpassing van het merkenrecht der Lid-Staten (PB 1989, L 40, blz. 1).
( 21 ) Artikel 3, lid 4.
( 22 ) Artikel 3, lid 1, eerste alinea, eerste streepje, en tweede alinea:
„1.
De aanduidingen ‚in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn’ of ‚v. q. p. r. d.’ of een gelijkwaardige aanduiding in een andere officiële taal van de Gemeenschap of, in voorkomend geval, de aanduidingen:
—
‚Qualitätswein’ en ‚Qualitätswein mit Prädikat’ (...)
welke zijn bedoeld in artikel 15, lid 2, van verordening (EEG) nr. 823/87, worden op de etikettering vermeld in letters die niet groter zijn dan die waarmee net bepaalde gebied is aangeduid.”
( 23 ) Artikel 11, lid 2, sub c, van verordening nr. 2392/89.
( 24 ) Artikel 3, lid 1, sub g, bepaalt:
„1.
Niet ingeschreven worden of, indien ingeschreven, nietig verklaard kunnen worden:
(...)
g)
merken die tot misleiding van het publiek kunnen leiden, bij voorbeeld ten aanzien van aard, hoedanigheid of plaats van herkomst van de waren of diensten.”
( 25 ) Zie de punten 17 en 18 van mijn conclusie.
( 26 ) Zaak C-16/94, punt 14.
( 27 ) Zie punt 14 van mijn conclusie.
( 28 ) Zie met name de zevende overweging van de considerans van verordening nr. 2392/89.
( 29 ) Zie met name de derde overweging van de considerans van verordening nr. 3201/90: „Overwegende dat het bij de toepassing van de voorschriften betreffende de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijnen dienstig is uit te gaan van de tradities en de gebruiken van de wijnstreken van de Gemeenschap (...).”
( 30 ) Zie met name de zeventiende overweging van de considerans van verordening nr. 823/87.
( 31 ) Vijfde overweging van de considerans van verordening nr. 2392/89.
( 32 ) Zie met name: artikel 15 van verordening nr. 823/87; bijlage III bij verordening nr. 3201/90, met de lijst van synoniemen van de namen van wijnstokrassen die voor de omschrijving van tafelwijn en v. q. p, r. d. mogen worden gebruikt; bijlage II bij besluit 94/184, met de lijst van de wijnen van oorsprong uit de Gemeenschap en met name met de lijst van de traditionele aanduidingen van de v. q. p. r. d.
( 33 ) Artikelen 3, 12 en 21 van verordening nr. 2392/89.
( 34 ) Zevende overweging van de considerans van verordening nr. 2392/89.
( 35 ) Vijfde overweging van de considerans.
( 36 ) Ibidem.
( 37 ) Zevende overweging van de considerans.
( 38 ) Vijfde overweging van de considerans.
( 39 ) Ibidem.
( 40 ) Zesde overweging van de considerans.
( 41 ) Zevende overweging van de considerans.
( 42 ) Vijfde overweging van de considerans.
( 43 ) Ibidem.
( 44 ) Zevende overweging van de considerans.
( 45 ) Zie de Eerste merkenrichtlijn van de Raad, reeds aangehaald, artikel 2: „Merken kunnen worden gevormd door alle tekens díe vatbaar zijn voor grafische voorstelling, met name woorden, met inbegrip van namen van personen, tekeningen, letters, cijfers, vormen van waren of van verpakking, mits deze de waren of diensten van een onderneming kunnen onderscheiden.” en artikel 3, lid 1, sub b, inzonderheid:
„1.
Niet ingeschreven worden of, indien ingeschreven, nietig verklaard kunnen worden:
b)
merken die elk onderscheidend vermogen missen.”
( 46 ) Ibidem, artikel 3, lid 1, sub g.
( 47 ) Zie met name de vijfde en de zesde overweging van de considerans van verordening nr. 2392/89.
( 48 ) Over het door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen geformuleerde algemene beginsel, zie laatstelijk het arrest van 3 mei 1994 (zaak C-328/92, Commissie/Spanje, Jurispr. 1994, blz. I-1569).
Full & Egal Universal Law Academy