Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Gemeenschapsrecht - Beginselen - Gelijke behandeling - Discriminatie op grond van nationaliteit - Gratis toegang tot nationale musea van Lid-Staat voorbehouden aan eigen onderdanen, in betrokken Lid-Staat wonende buitenlanders en jongeren onder 21 jaar - Discriminatie ten aanzien van onderdanen van andere Lid-Staten, die, in het bijzonder als ontvanger van diensten, aanspraak hebben op recht van vrij verkeer - Verbod
(EEG-Verdrag, art. 7 en 59)
Samenvatting
De discriminatie die de in een Lid-Staat geldende regeling inzake de toegang tot de nationale musea inhoudt ten aanzien van buitenlandse toeristen van boven de 21 jaar, doordat zij de gratis toegang tot die musea voorbehoudt aan onderdanen van die staat, in die staat wonende buitenlanders en jongeren onder de 21 jaar, is, voor zover het gemeenschapsonderdanen betreft, in strijd met de artikelen 7 en 59 van het Verdrag.
De in artikel 59 van het Verdrag erkende vrijheid van dienstverrichting impliceert immers onder meer, dat degenen te wier behoeve diensten worden verricht, waaronder toeristen, zich vrijelijk naar een andere Lid-Staat kunnen begeven om aldaar onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die Lid-Staat van de betrokken diensten gebruik te maken. Daar museumbezoek een van de redenen is waarom toeristen besluiten zich naar een andere Lid-Staat te begeven, kan een discriminatie op het gebied van de toegang tot musea invloed hebben op de voorwaarden waaronder diensten worden ontvangen, zoals hun prijs, en daardoor ook op het besluit van bepaalde personen om het land te bezoeken.
Partijen
In zaak C-45/93,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door B. Rodríguez Galindo, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G. Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door A. J. Navarro González, directeur-generaal Cooerdinatie communautaire juridische en institutionele aangelegenheden, en G. Calvo Díaz, abogado del Estado, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Spaanse ambassade, Boulevard Emmanuel Servais 4-6,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje, door een regeling toe te passen volgens welke Spaanse onderdanen, in Spanje wonende buitenlanders en jongeren onder de 21 jaar uit andere Lid-Staten van de Gemeenschap gratis toegang hebben tot de nationale musea, terwijl onderdanen uit andere Lid-Staten die ouder zijn dan 21 jaar, toegangsgeld moeten betalen, de krachtens de artikelen 7 en 59 EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: G. F. Mancini, kamerpresident, waarnemend voor de president, J. C. Moitinho de Almeida (rapporteur) en D. A. O. Edward, kamerpresidenten, R. Joliet, F. A. Schockweiler, G. C. Rodríguez Iglesias, F. Grévisse, M. Zuleeg, en J. L. Murray, rechters,
advocaat-generaal: C. Gulmann
griffier: J.-G. Giraud
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 19 januari 1994,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 16 februari 1993, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen, dat het Koninkrijk Spanje, door een regeling toe te passen volgens welke Spaanse onderdanen, in Spanje wonende buitenlanders en jongeren onder de 21 jaar uit andere Lid-Staten van de Gemeenschap gratis toegang hebben tot de nationale musea, terwijl onderdanen van andere Lid-Staten die ouder zijn dan 21 jaar, toegangsgeld moeten betalen, de krachtens de artikelen 7 en 59 EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Artikel 22 van koninklijk besluit nr. 620/1987 van 10 april 1987 houdende vaststelling van de regeling inzake de nationale musea en het Spaanse museumwezen (hierna: "regeling"), bepaalt in lid 1, dat Spaanse onderdanen, onder de door de ministerraad vastgestelde voorwaarden, gratis toegang hebben tot de nationale musea. Ingevolge lid 3 van dat artikel kan de regering bij besluit van de ministerraad bepalen, dat de in lid 1 bedoelde voorwaarden voor het museumbezoek ook gelden voor onderdanen uit andere Lid-Staten.
3 Ingevolge twee besluiten van de ministerraad van 7 december 1982 en 21 februari 1986 gelden de bepalingen inzake het gratis museumbezoek behalve voor Spanjaarden ook voor in Spanje wonende buitenlanders en voor jongeren onder de 21 jaar.
4 Volgens de Commissie is die regeling, doordat zij discrimineert tussen Spaanse onderdanen en niet in Spanje wonende onderdanen van andere Lid-Staten die ouder zijn dan 21 jaar, in strijd met de artikelen 7 en 59 EEG-Verdrag.
5 Onder verwijzing naar het arrest van 2 februari 1989 (zaak 186/87, Cowan, Jurispr. 1989, blz. 195) brengt de Commissie in herinnering, dat de in artikel 59 EEG-Verdrag erkende vrijheid van dienstverrichting onder meer impliceert, dat degenen te wier behoeve diensten worden verricht, waaronder toeristen, zich vrijelijk naar een andere Lid-Staat kunnen begeven om aldaar onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die Lid-Staat van de betrokken diensten gebruik te maken. Volgens de Commissie omvat dit recht niet alleen de toegang tot de in het EEG-Verdrag bedoelde diensten, maar ook alle daarmee samenhangende voordelen die invloed hebben op de voorwaarden waaronder die diensten worden verricht of ontvangen.
6 In dit verband merkt zij op, dat museumbezoek een van de redenen is waarom toeristen, als ontvangers van diensten, besluiten zich naar een andere Lid-Staat te begeven, en dat er derhalve een nauw verband bestaat tussen het hun krachtens het Verdrag toekomende recht op vrij verkeer en de voorwaarden voor toegang tot musea.
7 De Commissie is voorts van mening, dat een discriminatie op het gebied van de toegang tot musea invloed kan hebben op de voorwaarden waaronder diensten worden ontvangen, zoals hun prijs, en daardoor ook op het besluit van bepaalde personen om het land te bezoeken.
8 Het Koninkrijk Spanje voert enkel aan, dat de in geding zijnde regeling niet discriminerend is, daar artikel 22, lid 3, ervan met zoveel woorden bepaalt, dat de door Spaanse onderdanen genoten behandeling ook kan worden toegepast ten aanzien van onderdanen van andere Lid-Staten.
9 Dit betoog kan niet worden aanvaard. Terwijl immers voor Spaanse onderdanen het recht op gratis museumbezoek rechtstreeks uit de regeling voortvloeit, is een besluit van de ministerraad vereist om een dergelijk voordeel ook aan buitenlanders toe te kennen. Ten tijde van de indiening van het verzoekschrift had de ministerraad nog geen gebruik gemaakt van de hem door artikel 22, lid 3, van de regeling verleende machtiging, zodat enkel in Spanje wonende buitenlanders en jongeren onder de 21 jaar gratis toegang hadden tot de Spaanse musea.
10 Uit het voorgaande volgt, dat de Spaanse regeling inzake de toegang tot de nationale musea buitenlandse toeristen van boven de 21 jaar discrimineert, hetgeen, voor zover het onderdanen van de Gemeenschap betreft, in strijd is met de artikelen 7 en 59 EEG-Verdrag, en dat het Koninkrijk Spanje hierdoor de krachtens die artikelen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
11 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien het Koninkrijk Spanje in het ongelijk is gesteld, dient het in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende, verstaat:
1) Door een regeling toe te passen volgens welke Spaanse onderdanen, in Spanje wonende buitenlanders en jongeren onder de 21 jaar uit andere Lid-Staten van de Gemeenschap gratis toegang hebben tot de nationale musea, terwijl onderdanen van andere Lid-Staten die ouder zijn dan 21 jaar, toegangsgeld moeten betalen, is het Koninkrijk Spanje de krachtens de artikelen 7 en 59 EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Koninkrijk Spanje wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy