Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Lid-Staten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging ontleend aan te late omzetting van een eerdere, daarmee samenhangende richtlijn - Ontoelaatbaarheid
(EEG-Verdrag, art. 169)
Samenvatting
Wanneer een richtlijn niet binnen de gestelde termijn is omgezet, moet de ter zake aangevoerde niet-nakoming worden geacht vast te staan. Ter rechtvaardiging van de niet-omzetting van deze richtlijn kan niet worden aangevoerd, dat een eerdere, daarmee samenhangende richtlijn, die zelf vóór het verstrijken van genoemde termijn moest zijn omgezet, te laat ten uitvoer is gelegd.
Partijen
In zaak C-268/93,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door B. Rodríguez Galindo, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G. Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door A. Navarro González, directeur-generaal Cooerdinatie juridische en institutionele aangelegenheden van de Europese Gemeenschappen, en M. Bravo-Ferrer Delgado, abogado del Estado, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Spaanse ambassade, Boulevard Emmanuel Servais 4-6,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje, door de Commissie niet in kennis te stellen van de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen om te voldoen aan richtlijn 88/320/EEG van de Raad van 7 juni 1988 inzake de inspectie en de verificatie van de goede laboratoriumpraktijken (GLP) (PB 1988, L 145, blz. 35), of door niet de nodige maatregelen te nemen om eraan te voldoen, de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: G. F. Mancini, kamerpresident, waarnemend voor de president, J. C. Moitinho de Almeida en D. A. O. Edward, kamerpresidenten, R. Joliet, F. A. Schockweiler, G. C. Rodríguez Iglesias, F. Grévisse, M. Zuleeg (rapporteur) en J. L. Murray, rechters,
advocaat-generaal: M. Darmon
griffier: R. Grass
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 8 februari 1994,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 4 mei 1993, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje, door de Commissie niet in kennis te stellen van de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen ter omzetting in nationaal recht van richtlijn 88/320/EEG van de Raad van 7 juni 1988 inzake de inspectie en de verificatie van de goede laboratoriumpraktijken (GLP) (PB 1988, L 145, blz. 35), of door niet de nodige maatregelen te nemen om eraan te voldoen, de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Luidens artikel 9 van de richtlijn "doen de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 januari 1989 aan deze richtlijn te voldoen", en "stellen zij de Commissie hiervan onverwijld in kennis".
3 De Commissie stelt, dat het Koninkrijk Spanje de krachtens artikel 9 van de richtlijn juncto de artikelen 5 en 189, derde alinea, EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
4 Het Koninkrijk Spanje bestrijdt niet, dat richtlijn 88/320 niet binnen de gestelde termijn in nationaal recht is omgezet. Het voert evenwel aan, dat de omzetting van deze richtlijn samenhangt met die van richtlijn 87/18/EEG van 18 december 1986 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (PB 1987, L 15, blz. 29), voor zover de bij richtlijn 88/320 verplicht gestelde inspectie en verificatie berusten op de in richtlijn 87/18 neergelegde beginselen. Laatstgenoemde richtlijn is zojuist in nationaal recht omgezet. Met de procedure die moet leiden tot vaststelling van het koninklijk besluit tot omzetting van richtlijn 88/320, zal bijgevolg zo spoedig mogelijk een aanvang worden gemaakt.
5 Om te beginnen zij opgemerkt, dat richtlijn 87/18 uiterlijk op 30 juni 1988 in nationaal recht moest zijn omgezet, dat wil zeggen vóór het verstrijken van de voor omzetting van richtlijn 88/320 gestelde termijn. Het Koninkrijk Spanje kan bijgevolg ter rechtvaardiging van de niet-omzetting van laatstgenoemde richtlijn niet aanvoeren, dat richtlijn 87/18 te laat ten uitvoer is gelegd.
6 Voorts zij eraan herinnerd, dat wanneer een richtlijn niet binnen de gestelde termijn is omgezet, de ter zake aangevoerde niet-nakoming moet worden geacht vast te staan.
7 Mitsdien moet worden vastgesteld dat het Koninkrijk Spanje, door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 88/320/EEG, de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
8 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien het Koninkrijk Spanje in het ongelijk is gesteld, dient het in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 88/320/EEG van de Raad van 7 juni 1988 inzake de inspectie en de verificatie van de goede laboratoriumpraktijken (GLP), is het Koninkrijk Spanje de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Koninkrijk Spanje wordt verwezen in de kosten van de procedure.
Full & Egal Universal Law Academy