Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1. Prejudiciële vragen ° Bevoegdheid van Hof ° Grenzen ° Kennelijk irrelevante vraag
(EEG-Verdrag, art. 177)
2. Landbouw ° Gemeenschappelijke ordening der markten ° Wijn ° Omschrijving en aanbiedingsvorm van wijnen ° Mousserende wijnen ° Vermelding van bereidingsmethode, genaamd "méthode champenoise" ° Verbod voor wijnen die geen recht op gecontroleerde benaming "champagne" hebben ° Eigendomsrecht ° Vrije beroepsuitoefening ° Gelijke behandeling ° Inbreuk ° Geen ° Beoordelingsbevoegdheid van instellingen
(Verordening nr. 2333/92 van de Raad, art. 6, lid 5, tweede en derde alinea)
Samenvatting
1. Wanneer bij een nationale rechter een vraag over de geldigheid van een handeling van de instellingen van de Gemeenschap wordt opgeworpen, is het deze rechter die dient te beoordelen of een beslissing daarover voor het wijzen van zijn vonnis noodzakelijk is, en die het Hof derhalve om een uitspraak over deze vraag dient te verzoeken. Vervolgens dient het Hof, in het kader van de door artikel 177 van het Verdrag tot stand gebrachte nauwe samenwerking met de nationale rechters, de door de nationale rechter gestelde vraag te beantwoorden, behalve wanneer het het Hof mocht blijken, dat die vraag geen enkel verband houdt met een reëel geschil of met het voorwerp van het hoofdgeding.
2. Het verbod om de vermelding van de zogeheten bereidingsmethode "méthode champenoise" te gebruiken voor wijnen die geen recht hebben op de gecontroleerde benaming "champagne", dat is neergelegd in artikel 6, lid 5, tweede en derde alinea, van verordening nr. 2333/92 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van mousserende wijn en mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, kan niet worden beschouwd als een inbreuk op een vermeend eigendomsrecht van een bepaalde wijnproducent, wanneer de vermelding "méthode champenoise" een aanduiding is die vóór de vaststelling van de verordening door alle producenten van mousserende wijnen kon worden gebruikt.
Evenmin wordt het recht op vrije beroepsuitoefening van wijnproducenten die in de toekomst van het gebruik van die vermelding moeten afzien, door het verbod in de kern aangetast, omdat het slechts de wijze van uitoefening van een dergelijk recht raakt, zonder het bestaan van dit recht zelf in gevaar te brengen, en het verbod is dus geoorloofd, voor zover daarmee een algemeen belang wordt nagestreefd en de situatie van die producenten niet onevenredig wordt getroffen, en blijft om die reden dus binnen de grenzen van de beoordelingsbevoegdheid waarover de Raad in het kader van het landbouwbeleid beschikt.
In dit verband blijkt, dat de Raad, ter verwezenlijking van het doel van algemeen belang dat bestaat in de bescherming van oorsprongsbenamingen of aanduidingen van geografische herkomst, het als essentieel kon beschouwen, in de eerste plaats dat de eindverbruiker nauwkeurig wordt voorgelicht en, in de tweede plaats, dat de producent voor zijn eigen produkt geen profijt kan trekken van de door de producenten uit een ander gebied gevestigde reputatie voor een soortgelijk produkt. Dit heeft geleid tot het door hen opgelegde verbod dat hij overigens, teneinde rekening te houden met de situatie van producenten die zich aan het verbod moesten gaan houden, vergezeld deed gaan van overgangsmaatregelen en de mogelijkheid om alternatieve vermeldingen te gebruiken.
Het betrokken verbod maakt bovendien geen inbreuk op het gelijkheidsbeginsel, omdat het feit dat sommige producenten recht hebben op de gecontroleerde benaming "champagne" een objectief gegeven is, dat een verschil in behandeling ten opzichte van producenten van mousserende wijnen rechtvaardigt.
Partijen
In zaak C-306/93,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Verwaltungsgericht Mainz (Duitsland), in het aldaar aanhangig geding tussen
Firma SMW Winzersekt GmbH
en
Land Rheinland-Pfalz,
om een prejudiciële beslissing over de geldigheid van artikel 6, lid 5, tweede en derde alinea, van verordening (EEG) nr. 2333/92 van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van mousserende wijn en mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd (PB 1992, L 231, blz. 9),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: G. C. Rodríguez Iglesias, president, F. A. Schockweiler en P. J. G. Kapteyn, kamerpresidenten, G. F. Mancini, C. N. Kakouris, J. C. Moitinho de Almeida en J. L. Murray (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: C. Gulmann
griffier: H. A. Ruehl, hoofdadministrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
° Firma SMW Winzersekt GmbH, vertegenwoordigd door G. Meier, advocaat te Keulen,
° de Franse regering, vertegenwoordigd door J.-L. Falconi, secretaris Buitenlandse zaken bij de directie Juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en C. de Salins, adviseur Buitenlandse zaken bij hetzelfde ministerie, als gemachtigden,
° de Raad van de Europese Unie, vertegenwoordigd door zijn juridisch adviseurs B. Schloh en A. Brautigam, als gemachtigden,
° de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door U. Woelker, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Firma SMW Winzersekt GmbH, de Franse regering, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen ter terechtzitting van 7 juni 1994,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 13 juli 1994,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 25 maart 1993, ingekomen ten Hove op 4 juni daaraanvolgend, heeft het Verwaltungsgericht Mainz krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de geldigheid van artikel 6, lid 5, tweede en derde alinea, van verordening (EEG) nr. 2333/92 van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van mousserende wijn en mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd (PB 1992, L 231, blz. 9; hierna: "verordening nr. 2333/92").
2 Deze vraag is gerezen in een geschil tussen Firma SMW Winzersekt GmbH (hierna: "Winzersekt") en het Land Rheinland-Pfalz over het gebruik van de vermelding "Flaschengaerung im Champagnerverfahren" ter omschrijving van in een bepaald gebied voortgebrachte mousserende kwaliteitswijn (hierna: "v.m.q.p.r.d.") na 31 augustus 1994.
3 Na talrijke wijzigingen van verordening (EEG) nr. 3309/85 van de Raad van 18 november 1985 houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van mousserende wijn en mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd (PB 1985, L 320, blz. 9; hierna: "verordening nr. 3309/85"), is verordening nr. 2333/92 vastgesteld.
4 Volgens de tweede overweging van de considerans van laatstgenoemde verordening is het doel van elke omschrijving en aanbiedingsvorm de eindverbruiker en de openbare instanties die zijn belast met het beheer en de controle van de handel in de betrokken produkten, zo juist en zo nauwkeurig voor te lichten als nodig is om die produkten te kunnen beoordelen.
5 In de tiende overweging van de considerans wordt verklaard, dat de bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn (hierna: "v.q.p.r.d.") zijn vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 823/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (PB 1987, L 84, blz. 59), dat in deze bepalingen de regels voor het gebruik van de naam van een bepaald gebied ter aanduiding van v.q.p.r.d., v.m.q.p.r.d. daaronder begrepen, zijn gepreciseerd en dat overeenkomstig deze regels ter aanduiding van een v.m.q.p.r.d. alleen de geografische naam mag worden gebruikt van een wijnbouwgebied waar wijn wordt geproduceerd die bijzondere kwaliteitskenmerken bezit.
6 In de tweeëntwintigste overweging van de considerans van deze zelfde verordening wordt ten slotte verklaard, dat dient te worden voorzien in de mogelijkheid om overgangsbepalingen vast te stellen, met name om de afzet mogelijk te maken van produkten waarvan de omschrijving weliswaar in overeenstemming is met de vóór de inwerkingtreding van verordening nr. 2333/92 geldende nationale bepalingen, doch niet met de nieuwe communautaire bepalingen.
7 Aan deze doelstellingen wordt onder meer uitvoering gegeven in artikel 6 van verordening nr. 2333/92, dat in wezen identiek is met artikel 6 van verordening nr. 3309/85. Dit artikel bepaalt onder meer:
"1. De naam van een andere geografische eenheid dan een bepaald gebied en kleiner dan een Lid-Staat of een derde land, mag alleen worden gebruikt ter aanvulling van de omschrijving van
° v.m.q.p.r.d.,
(...)
Deze aanduiding mag alleen worden gebruikt indien
a) zij voldoet aan de voorschriften van de Lid-Staat of van het derde land waar de mousserende wijn is bereid;
b) de betrokken geografische eenheid nauwkeurig is afgebakend;
c) alle druiven waaruit het produkt is verkregen, afkomstig zijn uit deze geografische eenheid, met uitzondering van de produkten die aanwezig zijn in de 'liqueur de tirage' of in de dosagelikeur;
d) voor een v.m.q.p.r.d., deze geografische eenheid ligt in het bepaalde gebied waarvan deze wijn de naam draagt;
(...)
4. De vermeldingen 'gisting op de fles volgens de traditionele methode' of de 'traditionele methode' of 'klassieke methode' of 'traditionele klassieke methode' en de aanduidingen die voortkomen uit de vertaling van deze bewoordingen, mogen alleen worden gebruikt voor de omschrijving van
° v.m.q.p.r.d.,
(...)
Het gebruik van een van de in de eerste alinea genoemde vermeldingen is alleen toegestaan indien het bewerkte produkt
a) mousserend is gemaakt door een tweede alcoholische vergisting op fles,
b) zonder onderbreking gedurende ten minste negen maanden vanaf de samenstelling van de cuvée in dezelfde onderneming op de wijnmoer is gebleven,
c) van de wijnmoer is gescheiden door degorgering.
5. De aanduiding van een bereidingsmethode die de naam van een bepaald gebied of van een andere geografische eenheid dan wel van deze namen afgeleide bewoordingen bevat, mag alleen worden gebruikt voor de omschrijving van
° v.m.q.p.r.d.,
(...)
Deze aanduiding is alleen toegestaan voor de omschrijving van een produkt dat recht heeft op een in de eerste alinea bedoelde geografische aanduiding.
Gedurende vijf wijnoogstjaren vanaf 1 september 1989 mag echter nog voor wijnen die geen recht hebben op de gecontroleerde benaming 'Champagne' , de verwijzing naar de bereidingsmethode 'méthode champenoise' , voor zover die vanouds in gebruik was, te zamen met een gelijkwaardige aanduiding van deze bereidingsmethode worden gebruikt.
Het gebruik van een in de derde alinea bedoelde aanduiding is verder alleen toegestaan indien is voldaan aan de voorwaarden van lid 4, tweede alinea."
8 Winzersekt is een vereniging van wijnproducenten, die mousserende wijn bereiden op basis van wijnen uit de wijnbouwzone Moezel-Saar-Ruwer volgens de zogeheten "méthode champenoise", hetgeen in het bijzonder betekent, dat de gisting op de fles plaatsvindt en de cuvée van de wijnmoer wordt gescheiden door degorgering. De aldus bereide v.m.q.p.r.d. worden verhandeld onder de omschrijving "Flaschengaerung im Champagnerverfahren" of "klassische Flaschengaerung ° méthode champenoise".
9 Bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van 2 februari 1989 stelde het Verwaltungsgericht Mainz vast, dat Winzersekt het recht had om voor haar produkten die aan de vereisten van de traditionele gisting op fles voldoen, tot 31 augustus 1994 in de genoemde omschrijvingen de vermelding "méthode champenoise" te gebruiken.
10 Op 7 januari 1992 verzocht Winzersekt het Ministerium fuer Landwirtschaft, Weinbau und Forsten van het Land Rheinland-Pfalz om een "bindende inlichting" over de rechtmatigheid van het gebruik van de omschrijving "Flaschengaerung im Champagnerverfahren" na 31 augustus 1994. Bij beschikking van 15 januari 1992 constateerde het ministerie onder verwijzing naar het vonnis van het Verwaltungsgericht Mainz van 2 februari 1989, dat ingevolge artikel 6, lid 5, van verordening nr. 3309/85 het gebruik van bedoelde omschrijving na 31 augustus 1994 niet meer mocht worden toegestaan.
11 Op 4 februari 1992 stelde verzoekster bij het Verwaltungsgericht Mainz beroep in teneinde te laten vaststellen, dat zij deze omschrijving ook na die datum mocht gebruiken. Van mening dat de beslechting van het geschil afhing van de geldigheid van artikel 6, lid 5, tweede en derde alinea, van verordening nr. 2333/92, besloot de Eerste kamer van het Verwaltungsgericht Mainz de behandeling van de zaak te schorsen, totdat het Hof van Justitie een uitspraak heeft gedaan over de volgende vraag:
"Is de in artikel 6, lid 5, tweede en derde alinea, van verordening (EEG) nr. 2333/92 van de Raad van 13 juli 1992 (PB 1992, L 231, blz. 9) voorziene regeling ongeldig, voor zover het op grond hiervan vanaf september 1994 niet meer is toegestaan, voor in een bepaald gebied voortgebrachte mousserende kwaliteitswijnen (v.m.q.p.r.d.) die bereid zijn uit wijnen die geen recht hebben op de herkomstaanduiding 'Champagne' , naar de bereidingsmethode 'méthode champenoise' te verwijzen te zamen met een gelijkwaardige aanduiding van deze bereidingsmethode?"
De ontvankelijkheid van de gestelde vraag
12 De Franse regering geeft in overweging, de verwijzende rechter te antwoorden, dat niet op de gestelde vraag behoeft te worden beslist, omdat de oplossing van het geschil in de hoofdzaak afhangt van de beoordeling van de geldigheid van verordening nr. 3309/85, waarvan de uitlegging als grondslag heeft gediend voor de bindende inlichting van het Ministerium fuer Landwirtschaft, Weinbau und Forsten van het Land Rheinland-Pfalz, en niet van verordening nr. 2333/92, die op dat tijdstip niet van kracht was. De aan het Hof gestelde vraag zou dus niet relevant zijn. Ter terechtzitting heeft de Franse regering bovendien in twijfel getrokken, of het wel een reëel geschil betrof.
13 Deze argumenten moeten worden afgewezen.
14 In de eerste plaats moet worden vastgesteld, dat in verordening nr. 2333/92 de talrijke wijzigingen van verordening nr. 3309/85 zijn gecodificeerd. Het in de prejudiciële vraag genoemde artikel 6 van verordening nr. 2333/92 is, afgezien van enkele kleine redactionele verschillen, in wezen identiek met artikel 6 van verordening nr. 3309/85, dat als grondslag heeft gediend voor de beschikking van 15 januari 1992, waartegen Winzersekt na de vaststelling van verordening nr. 2333/92 beroep heeft ingesteld bij het Verwaltungsgericht Mainz. Het antwoord van het Hof op de gestelde vraag zal de verwijzende rechter dus in staat stellen, het bij hem aanhangige geschil te beslechten.
15 Met betrekking tot het tweede argument van de Franse regering moet eraan worden herinnerd dat, wanneer bij een nationale rechter een vraag over de geldigheid van een handeling van de instellingen van de Gemeenschap wordt opgeworpen, het deze rechter is die dient te beoordelen of een beslissing daarover voor het wijzen van zijn vonnis noodzakelijk is, en aan het Hof derhalve om een uitspraak over deze vraag dient te verzoeken. Vervolgens dient het Hof, in het kader van de door artikel 177 van het Verdrag tot stand gebrachte nauwe samenwerking met de nationale rechters, de door de nationale rechter gestelde vraag te beantwoorden, behalve wanneer het het Hof mocht blijken, dat die vraag geen enkel verband houdt met een reëel geschil of met het voorwerp van het hoofdgeding.
16 In casu is er geen enkele aanleiding om te twijfelen dat het hoofdgeding niet een reëel geschil zou betreffen.
17 Uit de verwijzingsbeschikking blijkt namelijk, dat het beroep in het hoofdgeding ertoe strekt te laten vaststellen, dat Winzersekt de vermelding "Flaschengaerung im Champagnerverfahren" na 31 augustus 1994 mag gebruiken. Ook heeft de gestelde vraag een onbetwistbaar verband met het voorwerp van dit beroep. Dienaangaande kan geen enkele verdragsbepaling Winzersekt verplichten, tot die datum te wachten, wanneer de overgangsperiode verstreken zal zijn, alvorens zich voor een nationale rechter te kunnen beroepen op de niet-toepasselijkheid van een bepaling als de onderhavige.
18 Hieruit volgt dat de argumenten van de Franse regering, volgens welke niet zou behoeven te worden beslist op de vraag van het Verwaltungsgericht Mainz, moeten worden afgewezen.
Ten gronde
19 Uit de memories en de pleidooien voor het Hof volgt, dat de geldigheid van artikel 6, lid 5, tweede en derde alinea, van verordening nr. 2333/92 wordt betwijfeld in het licht van twee beginselen of categorieën van beginselen: in de eerste plaats het eigendomsrecht en het recht op vrije beroepsuitoefening, en in de tweede plaats het algemene gelijkheidsbeginsel.
Het eigendomsrecht en het recht van vrije beroepsuitoefening
20 Winzersekt is van mening, dat de bestreden bepaling inbreuk maakt op zowel haar eigendomsrecht als het recht van vrije beroepsuitoefening, die beide deel uitmaken van de algemene beginselen van het gemeenschapsrecht. Dienaangaande verklaart zij, dat de vermelding "méthode champenoise" voor haar bedrijfsuitoefening van het allergrootste belang is, omdat zij daarmee het publiek kan informeren over haar bereidingsprocédé. Dit procédé onderscheidt haar van de grote meerderheid van de Duitse producenten van mousserende wijnen, die hetzij de zogeheten methode van gisting in gesloten gistkuipen, hetzij de "overhevelingsmethode" toepassen, twee minder kostbare methoden dan de "méthode champenoise", waardoor zij hun produkten tegen veel interessantere prijzen aan de consumenten kunnen aanbieden dan Winzersekt. Bovendien maakt deze vermelding deel uit van de activa van haar bedrijfsvermogen, dat de bescherming van het eigendomsrecht geniet. Wanneer Winzersekt de vermelding "méthode champenoise" dus niet langer zou mogen gebruiken, zou zij ten opzichte van de concurrentie worden benadeeld en zelfs in haar bestaan worden bedreigd.
21 Dienaangaande zij eraan herinnerd, dat de gemeenschapswetgever op het gebied van het landbouwbeleid over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt, in overeenstemming met de hem bij de artikelen 40 en 43 van het Verdrag toegekende politieke verantwoordelijkheid, en dat het Hof meermaals heeft geoordeeld, dat aan de wettigheid van een op dit gebied genomen maatregel slechts afbreuk wordt gedaan, indien deze kennelijk ongeschikt is ter bereiking van het door de bevoegde instelling nagestreefde doel (zie laatstelijk arrest van 5 oktober 1994, zaak C-280/93, Duitsland/Raad, Jurispr. 1994, blz. I-0000, r.o. 89 en 90).
22 Voorts is het vaste rechtspraak van het Hof dat zowel het recht van eigendom als het recht van vrije beroepsuitoefening geen absolute gelding hebben, maar in relatie tot hun sociale functie moeten worden beschouwd. Het genot van het eigendomsrecht en de vrijheid van beroepsuitoefening kunnen dus met name in het kader van een gemeenschappelijke marktordening aan beperkingen worden onderworpen, voor zover dergelijke beperkingen werkelijk beantwoorden aan de doeleinden van algemeen belang die de Gemeenschap nastreeft, en, het nagestreefde doel in aanmerking genomen, niet zijn te beschouwen als een onevenredige en onduldbare ingreep, waardoor de gewaarborgde rechten in hun kern worden aangetast (zie laatstelijk arrest van 5 oktober 1994, Duitsland/Raad, reeds aangehaald, r.o. 78).
23 Met betrekking tot de door Winzersekt gestelde aantasting van het eigendomsrecht moet worden geconstateerd, dat de vermelding "méthode champenoise" een aanduiding is die vóór de vaststelling van de verordening door alle producenten van mousserende wijnen kon worden gebruikt. Het verbod op het gebruik van deze vermelding kan dus niet als een aantasting van een vermeend eigendomsrecht van Winzersekt worden beschouwd.
24 Het door Winzersekt ingeroepen recht op vrije beroepsuitoefening wordt niet in de kern aangetast door artikel 6, lid 5, tweede en derde alinea, van verordening nr. 2333/92, omdat het slechts de wijze van uitoefening van een dergelijk recht raakt, zonder het bestaan van dit recht zelf in gevaar te brengen. Bijgevolg dient te worden geverifiëerd of deze bepalingen doeleinden van algemeen belang nastreven, of zij de situatie van producenten als Winzersekt niet onevenredig treffen en dus of de Raad de grenzen van zijn beoordelingsbevoegdheid in casu niet heeft overschreden.
25 De bescherming van oorsprongsbenamingen of aanduidingen van geografische herkomst van wijnen, een van de door verordening nr. 2333/92 nagestreefde doeleinden, vormt een doel van algemeen belang. Voor de verwezenlijking van dit doel kon de Raad het als essentieel beschouwen dat de eindverbruiker zo nauwkeurig wordt voorgelicht als nodig is om de betrokken produkten te kunnen beoordelen, alsmede dat de producent voor zijn eigen produkt geen profijt kan trekken van de door producenten uit een ander gebied gevestigde reputatie voor een soortgelijk produkt. Dit houdt in, dat een wijnproducent niet kan worden toegestaan om in de vermeldingen betreffende de bereidingsmethode van zijn produkten geografische aanduidingen te gebruiken die niet overeenstemmen met de werkelijke herkomst van de wijn.
26 Dit doel is onder meer uitgewerkt in artikel 6 van verordening nr. 2333/92, waarin namelijk wordt bepaald, dat in vermeldingen betreffende een bereidingsmethode enkel naar de naam van een geografische eenheid mag worden verwezen, wanneer de betrokken wijn recht op deze geografische aanduiding heeft.
27 Hieruit volgt, dat het in deze bepaling neergelegde verbod, niet kennelijk ongeschikt is om het door de bestreden verordening beoogde doel te verwezenlijken.
28 Bovendien heeft de Raad met de situatie van de producenten rekening gehouden door overgangsbepalingen vast te stellen, zoals artikel 6, lid 5, derde alinea, van de verordening, alsmede door de producenten die, evenals Winzersekt, de vermelding "méthode champenoise" hebben gebruikt, toe te staan de in artikel 6, lid 4, van verordening nr. 2333/92 genoemde alternatieve vermeldingen, zoals "gisting op de fles volgens de traditionele methode", "traditionele methode", "klassieke methode" of "traditionele klassieke methode" en de aanduidingen die voortkomen uit de vertaling van deze bewoordingen te gebruiken. In die omstandigheden kan de betrokken bepaling niet als een onevenredige maatregel worden beschouwd.
29 Uit het voorgaande volgt, dat artikel 6, lid 5, tweede en derde alinea, van verordening nr. 2333/92 doeleinden van algemeen belang nastreeft en niet als een onevenredige ingreep in de situatie van producenten als Winzersekt kan worden beschouwd. In die omstandigheden moet worden geconstateerd, dat de Raad door deze bepaling vast te stellen, de grenzen van zijn beoordelingsmarge niet heeft overschreden.
Het algemene gelijkheidsbeginsel
30 Ter zake is het vaste rechtspraak dat het gelijkheidsbeginsel verlangt, dat vergelijkbare situaties niet verschillend worden behandeld en dat ongelijke situaties niet op identieke wijze worden behandeld, tenzij een dergelijk verschil objectief gerechtvaardigd is (zie arrest van 7 juli 1993, zaak C-217/91, Spanje/Commissie, Jurispr. 1993, blz. I-3923, r.o. 37).
31 In casu moet worden vastgesteld, dat artikel 6, lid 5, tweede en derde alinea, van verordening nr. 2333/92 van toepassing is op alle producenten van mousserende wijn in de Gemeenschap, behalve op degenen die recht op de gecontroleerde benaming "Champagne" hebben. Het feit dat men recht heeft op deze gecontroleerde benaming is een objectief gegeven dat een verschil in behandeling kan rechtvaardigen. In deze omstandigheden is een verschil in behandeling voor elk van beide categorieën van producenten gerechtvaardigd.
32 De verwijzende rechter moet dus worden geantwoord, dat bij onderzoek van de vraag niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van artikel 6, lid 5, tweede en derde alinea, van verordening nr. 2333/92 van de Raad kunnen aantasten.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
33 De kosten door de Franse regering, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
uitspraak doende op de door het Verwaltungsgericht Mainz bij beschikking van 25 maart 1993 gestelde vraag, verklaart voor recht:
Bij onderzoek van de vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van artikel 6, lid 5, tweede en derde alinea, van verordening (EEG) nr. 2333/92 van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van mousserende wijn en mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, kunnen aantasten.
Full & Egal Universal Law Academy