Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Gemeenschappelijk douanetarief ° Tariefposten ° Pyjama' s van brei- of haakwerk voor dames of voor meisjes, in de zin van post 6108 van gecombineerde nomenclatuur ° Combinaties van twee kledingstukken die wegens aanzien bestemd zijn om hoofdzakelijk in bed te worden gedragen ° Daaronder begrepen ° Mogelijkheid van dergelijk gebruik ° Niet voldoende voor indeling als pyjama' s
Samenvatting
Post 6108 [pyjama' s (...) van brei- of haakwerk, voor dames of voor meisjes] van de gecombineerde nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief, in de versie van verordening nr. 2658/87 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, en van verordening nr. 3174/88 tot wijziging van bijlage I van verordening nr. 2658/87, moet aldus worden uitgelegd, dat niet enkel als pyjama' s kunnen worden aangemerkt combinaties van twee kledingstukken van brei- of haakwerk, die wegens hun algemeen aanzien uitsluitend bestemd zijn om in bed te worden gedragen, maar ook combinaties die hoofdzakelijk daartoe worden gebruikt. Daarentegen is het voor indeling onder deze post niet voldoende, dat, volgens de algemene verkeersopvatting in de betrokken Lid-Staat ten tijde van de inklaring, een combinatie van twee kledingstukken van brei- of haakwerk eenvoudig geschikt zijn om in bed te worden gedragen.
Partijen
In zaak C-395/93,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Hessische Finanzgericht (Duitsland), in het aldaar aanhangig geding tussen
Neckermann Versand AG
en
Hauptzollamt Frankfurt am Main-Ost,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van post 6108 van de gecombineerde nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief, in de versie van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1987, L 256, blz. 1) en verordening (EEG) nr. 3174/88 van de Commissie van 21 september 1988 tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1988, L 298, blz. 1),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
samengesteld als volgt: D. A. O. Edward, kamerpresident, R. Joliet en G. C. Rodríguez Iglesias (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs
griffier: R. Grass
gelet op de schriftelijke opmerkingen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door F. de Sousa Fialho, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, bijgestaan door H.-J. Rabe, advocaat te Hamburg en Brussel,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 9 juni 1994,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 28 juli 1993, ingekomen bij het Hof op 3 september daaraanvolgend, heeft het Hessische Finanzgericht (Duitsland) krachtens artikel 177 EEG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van post 6108 van de gecombineerde nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief, in de versie van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1987, L 256, blz. 1) en verordening (EEG) nr. 3174/88 van de Commissie van 21 september 1988 tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1988, L 298, blz. 1), en inzonderheid over de indeling van kledingstukken van brei- of haakwerk voor dames of voor meisjes (pyjama' s).
2 Deze vragen zijn gerezen in een geding tussen de vennootschap Neckermann Versand en het Hauptzollamt Frankfurt am Main-Ost over een naheffingsaanslag voor de invoer van bepaalde kledingstukken in 1988 en 1989. Deze als pyjama' s aangegeven kledingstukken waren door de Duitse autoriteiten opnieuw ingedeeld als broeken en bovenstukken, en in één geval als broekpakken, wat leidde tot toepassing van een hoger invoerrecht.
3 Neckermann kwam tegen het besluit tot herindeling van de goederen op voor het Hessische Finanzgericht, dat het Hof de volgende prejudiciële vragen heeft gesteld:
"1) Moet post 6108 van de gecombineerde nomenclatuur aldus worden uitgelegd, dat onder pyjama' s uitsluitend moeten worden verstaan combinaties van twee kledingstukken van brei- of haakwerk, die wegens hun algemeen aanzien uitsluitend bestemd zijn om in bed te worden gedragen?
2) Indien vraag 1 ontkennend wordt beantwoord:
Is voor indeling als pyjama onder bij voorbeeld code 6108 3190 0000 voldoende, dat volgens de algemene verkeersopvatting in de betrokken Lid-Staat ten tijde van de inklaring een dergelijke combinatie in ieder geval ook in bed kan worden gedragen?"
De eerste vraag
4 Voor de beantwoording van deze vraag zij opgemerkt, dat de bovengenoemde verordeningen nrs. 2658/87 en 3174/88 de versies van het gemeenschappelijk douanetarief (hierna: "GDT") zijn die in 1988 en 1989 golden voor de indeling van goederen in de gecombineerde nomenclatuur.
5 In het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle moet volgens vaste rechtspraak het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in beginsel worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de posten van het GDT en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven (arrest van 25 mei 1989, zaak 40/88, Weber, Jurispr. 1989, blz. 1395, r.o. 13). Het is eveneens vaste rechtspraak, dat bij de uitlegging van het GDT zowel de aantekeningen bij de hoofdstukken hiervan als de toelichtingen bij de nomenclatuur van de Internationale Douaneraad (hierna: "IDR-toelichtingen") belangrijke middelen vormen ter verzekering van een uniforme toepassing van het GDT en derhalve als waardevolle hulpmiddelen bij de uitlegging ervan kunnen worden beschouwd (arrest van 10 oktober 1985, zaak 200/84, Daiber, Jurispr. 1985, blz. 3363, r.o. 14).
6 De tekst van post 6108 van het GDT ° "pyjama' s (...) van brei- of haakwerk, voor dames of voor meisjes" ° bevat geen omschrijving. Een omschrijving van het begrip pyjama is evenmin te vinden in de toelichtingen bij het GDT of in de IDR-toelichtingen.
7 Nu een dergelijke omschrijving ontbreekt, kan het objectieve kenmerk van een pyjama, dat deze onderscheidt van andere combinaties, enkel worden gezocht in het gebruik waarvoor een pyjama is bestemd, namelijk om als nachtkleding in bed te worden gedragen.
8 Wanneer dit objectieve kenmerk op het tijdstip van inklaring kan worden vastgesteld, sluit de omstandigheid dat ook een ander gebruik van het kledingstuk denkbaar is, de juridische kwalificatie ervan als pyjama niet uit.
9 Dit betekent, dat het voor de tariefindeling als pyjama niet noodzakelijk is, dat een kledingstuk enkel en alleen bestemd is om in bed te worden gedragen. Het is voldoende dat het hoofdzakelijk voor dat gebruik is bestemd.
10 Deze uitlegging vindt steun in verschillende elementen waarop de Commissie in haar opmerkingen wijst.
11 In de eerste plaats worden in de IDR-toelichtingen met betrekking tot post 6112 ("trainingspakken") deze goederen omschreven als tweedelige, niet-gevoerde, soms aan de binnenzijde geruwde, artikelen van breiwerk, die op basis van het algemeen aanzien en de aard van de stof kennelijk bestemd zijn om uitsluitend of hoofdzakelijk in het kader van sportbeoefening te worden gedragen. Een soortgelijk criterium is van overeenkomstige toepassing op de indeling van pyjama' s.
12 In de tweede plaats blijkt uit de criteria die de Commissie hanteert in diverse tariefindelingsverordeningen voor pyjama' s ° inzonderheid verordening (EEG) nr. 1176/91 van de Commissie van 6 mei 1991 houdende indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (PB 1991, L 114, blz. 27), verordening (EEG) nr. 1911/92 van de Commissie van 9 juli 1992 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (PB 1992, L 192, blz. 23), en met name verordening (EEG) nr. 893/93 van de Commissie van 13 april 1993 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (PB 1993, L 93, blz. 5) °, dat enkel de artikelen die op basis van het algemeen aanzien en de aard van de stof bestemd zijn om uitsluitend of hoofdzakelijk als nachtkleding te worden gedragen, als pyjama' s kunnen worden ingedeeld.
13 In de derde plaats heeft het Comité tarief- en statistieknomenclatuur van de Commissie (sector textiel) tijdens zijn bijeenkomst van 12 en 13 oktober 1993 in de toelichtingen bij de gecombineerde nomenclatuur een omschrijving opgenomen waarin genoemde criteria zijn overgenomen. Het besliste, dat post 6108 betrekking heeft op pyjama' s voor dames of voor meisjes, van brei- of haakwerk, die op basis van het algemeen aanzien en de aard van de stof kennelijk bestemd zijn om uitsluitend of hoofdzakelijk als nachtkleding te worden gedragen.
14 Mitsdien moet op de eerste vraag worden geantwoord, dat post 6108 van de gecombineerde nomenclatuur van het GDT, in de versie van de verordeningen nrs. 2658/87 en 3174/88, aldus moet worden uitgelegd, dat niet enkel combinaties van twee kledingstukken van brei- of haakwerk, die wegens hun algemeen aanzien uitsluitend bestemd zijn om in bed te worden gedragen, als pyjama' s kunnen worden aangemerkt, maar ook combinaties die hoofdzakelijk daartoe worden gebruikt.
De tweede vraag
15 Uit het antwoord op de vorige vraag vloeit voort, dat een combinatie van brei- of haakwerk als pyjama moet worden ingedeeld, wanneer zij bestemd is om uitsluitend of hoofdzakelijk in bed te worden gedragen. De enkele omstandigheid dat een kledingstuk in bed kan worden gedragen, is dus niet voldoende.
16 Mitsdien moet op de tweede vraag worden geantwoord, dat het voor indeling als pyjama niet voldoende is, dat een combinatie van twee kledingstukken van brei- of haakwerk volgens de algemene verkeersopvatting in de betrokken Lid-Staat ten tijde van de inklaring ook in bed kan worden gedragen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
17 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechter over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
uitspraak doende op de door het Hessische Finanzgericht bij beschikking van 28 juli 1993 gestelde vragen, verklaart voor recht:
1) Post 6108 van de gecombineerde nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief, in de versie van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief en verordening (EEG) nr. 3174/88 van de Commissie van 21 september 1988 tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, moet aldus worden uitgelegd, dat niet enkel combinaties van twee kledingstukken van brei- of haakwerk, die wegens hun algemeen aanzien uitsluitend bestemd zijn om in bed te worden gedragen, als pyjama' s kunnen worden aangemerkt, maar ook combinaties die hoofdzakelijk daartoe worden gebruikt.
2) Voor indeling als pyjama is het niet voldoende, dat een combinatie van twee kledingstukken van brei- of haakwerk volgens de algemene verkeersopvatting in de betrokken Lid-Staat ten tijde van de inklaring ook in bed kan worden gedragen.
Full & Egal Universal Law Academy