Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Partijen
++++
In zaak C-19/93 P,
Rendo NV, vennootschap naar Nederlands recht, gevestigd te Hoogeveen,
Centraal Overijsselse Nutsbedrijven NV, vennootschap naar Nederlands recht, gevestigd te Almelo,
Regionaal Energiebedrijf Salland NV, vennootschap naar Nederlands recht, gevestigd te Deventer,
vertegenwoordigd door T. R. Ottervanger, advocaat te Rotterdam, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van S. Oostvogels, Rue Aldringen 13,
requiranten,
betreffende hogere voorziening tegen het op 18 november 1992 door het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen (Eerste kamer) in zaak T-16/91 gewezen arrest (Rendo e.a./Commissie, Jurispr. 1992, blz. II-2417), en strekkende tot vernietiging van dat arrest,
andere partij bij de procedure:
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door B. J. Drijber, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
ondersteund door
Samenwerkende Elektriciteitsproduktiebedrijven NV, vennootschap naar Nederlands recht, gevestigd te Arnhem, vertegenwoordigd door M. van Empel en O. W. Brouwer, advocaten te Amsterdam, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van M. Loesch, advocaat aldaar, Rue Zithe 8,
interveniënte,
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: C. N. Kakouris, kamerpresident, F. A. Schockweiler (rapporteur), P. J. G. Kapteyn, J. L. Murray en H. Ragnemalm, rechters,
advocaat-generaal: G. Tesauro
griffier: L. Hewlett, administrateur
de advocaat-generaal gehoord,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Op 19 oktober 1995 heeft het Hof (Zesde kamer) een arrest gewezen in zaak C-19/93 P.
2 Het arrest bevat een kennelijke onnauwkeurigheid, die ingevolge artikel 66 van het Reglement voor de procesvoering ambtshalve moet worden hersteld.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer)
beschikt:
1) Rechtsoverweging 15 moet worden gelezen als volgt:
"Wat het tweede onderdeel van de opgeworpen exceptie betreft, zij eraan herinnerd, dat het Hof in het arrest Almelo e.a. de onverenigbaarheid met artikel 85 en met artikel 86 van het Verdrag heeft vastgesteld, voor zover volgens de nationale rechter kan worden gesproken van een collectieve machtspositie, van de toepassing, door een regionaal distributiebedrijf van elektrische energie, van een in de algemene verkoopvoorwaarden opgenomen exclusieve afnameclausule, die een lokale distributeur verbiedt om voor de openbare voorziening bestemde elektriciteit in te voeren. Ingevolge dat arrest is de verwijzende rechter dus verplicht de nietigheid vast te stellen van de betrokken clausule in de contractuele betrekkingen tussen de partijen in het hoofdgeding, voor zover hij vaststelt dat de beperking van de mededinging niet noodzakelijk is om het distributiebedrijf in staat te stellen, zijn taak van algemeen belang te vervullen in de zin van artikel 90, lid 2, van het Verdrag."
2) De minuut van de onderhavige beschikking wordt aan de minuut van het gerectificeerde arrest gehecht; hiervan wordt in margine van de minuut van het arrest aantekening gedaan.
Luxemburg, 24 april 1996.
Full & Egal Universal Law Academy