Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Kort geding ° Ontvankelijkheidsvoorwaarden ° Beroep in hoofdzaak niet-ontvankelijk verklaard
(EEG-Verdrag, art. 185 en 186; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 83, lid 1)
Samenvatting
Door de niet-ontvankelijkverklaring van een beroep in de hoofdzaak waarmee een verzoek in kort geding samenhangt, wordt ook dit verzoek zelf niet-ontvankelijk.
Partijen
In zaak C-64/93 R,
Donatab Srl, vennootschap naar Italiaans recht, te Caserta (Italië),
Reditab Srl, vennootschap naar Italiaans recht, te Rome (Italië),
Società Tabacchi Industrie Varie ° STIV Srl, vennootschap naar Italiaans recht, te Capaccio (Italië),
Associazione Professionale Transformatori Tabacchi Italiani ° APTI, ondernemersvereniging, te Rome (Italië),
vertegenwoordigd door E. Cappelli en P. De Caterini, advocaten te Rome, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Turk, Avenue Guillaume 13B,
verzoeksters,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door E. de March, juridisch adviseur, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij N. Annecchino, lid van de juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een verzoek in kort geding, ertoe strekkende dat het Hof in de eerste plaats de opschorting gelast van de tenuitvoerlegging van de op 20 januari 1993 per telefax aan de Italiaanse autoriteiten gezonden mededeling alsmede van verordening (EEG) nr. 3477/92 van de Commissie tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de quotaregeling in de sector ruwe tabak voor de oogsten 1993 en 1994 (PB 1992, L 351, blz. 11), en in de tweede plaats bij wege van voorlopige maatregelen de Commissie gelast om bepaalde instructies te geven aan de Italiaanse autoriteiten,
geeft
DE PRESIDENT VAN HET HOF
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, op 12 maart 1993 neergelegd ter griffie van het Hof, hebben Donatab, twee andere tabaksbewerkingsbedrijven en een brancheorganisatie (hierna: "verzoeksters") krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag verzocht om nietigverklaring van een op 20 januari 1993 per telefax aan de Italiaanse autoriteiten gezonden mededeling, alsmede om niet-toepasselijkverklaring overeenkomstig artikel 184 EEG-Verdrag van verordening (EEG) nr. 3477/92 van de Commissie van 1 december 1992 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de quotaregeling in de sector ruwe tabak voor de oogsten 1993 en 1994 (PB 1992, L 351, blz. 11).
2 Bij afzonderlijke akte, op 18 maart 1993 neergelegd ter griffie van het Hof, hebben verzoeksters tevens een verzoek in kort geding ingediend, ertoe strekkende dat het Hof in de eerste plaats de opschorting van de tenuitvoerlegging van de per telefax gezonden mededeling alsmede van de artikelen 3, lid 3, 9 en 10 van genoemde verordening gelast, en in de tweede plaats bij wege van voorlopige maatregelen de Commissie gelast om de Italiaanse autoriteiten instructies te geven om onverwijld de bewerkingsquota toe te wijzen en in het kader van deze quota toestemming te verlenen om de bijbehorende teeltcontracten af te sluiten.
3 De Commissie heeft op 16 april 1993 opmerkingen over het verzoek in kort geding ingediend.
4 Volgens artikel 83, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering is een verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging van een handeling van een instelling of een verzoek om voorlopige maatregelen slechts ontvankelijk, indien de verzoeker bij het Hof beroep heeft ingesteld tegen de handeling waarvan de opschorting van de tenuitvoerlegging wordt verzocht, of indien hij partij is in een voor het Hof aanhangige zaak waarop de voorlopige maatregelen betrekking hebben. Een verzoek om opschorting of verkrijging van voorlopige maatregelen kan bijgevolg niet worden ontvangen, indien het beroep in de hoofdzaak waarmee het verzoek in kort geding verband houdt, niet-ontvankelijk is.
5 In het onderhavige geval heeft het Hof bij beschikking van 28 juni 1993 het beroep in de hoofdzaak niet-ontvankelijk verklaard.
6 Mitsdien is ook het verzoek in kort geding niet-ontvankelijk en moet het worden afgewezen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
7 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien verzoeksters in het ongelijk zijn gesteld, dienen zij in de kosten te worden verwezen die op deze procedure zijn gevallen.
Dictum
DE PRESIDENT VAN HET HOF
beschikt:
1) Het verzoek in kort geding wordt afgewezen.
2) Verzoeksters worden in de kosten verwezen.
Luxemburg, 9 juli 1993.
Full & Egal Universal Law Academy