Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Beroep tot nietigverklaring ° Natuurlijke of rechtspersonen ° Handelingen die hen rechtstreeks en individueel raken ° Verordening betreffende afschaffing van douanerechten in handelsverkeer tussen de Gemeenschap van Tien en Spanje
(EEG-Verdrag, art. 173, tweede alinea; verordening nr. 3830/92 van de Commissie)
Samenvatting
De omstandigheid dat het aantal of zelfs de identiteit van de rechtssubjecten op wie een maatregel van toepassing is, meer of minder nauwkeurig kan worden bepaald, betekent geenszins dat deze rechtssubjecten moeten worden geacht door die maatregel individueel te zijn geraakt in de zin van artikel 173, tweede alinea, van het Verdrag, zolang vaststaat dat die toepassing voortvloeit uit een objectieve feitelijke of rechtssituatie, die in de betrokken handeling wordt omschreven. Om geacht te kunnen worden individueel te zijn geraakt, moeten deze rechtssubjecten in hun rechtspositie zijn getroffen uit hoofde van een feitelijke situatie die hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hen individualiseert op soortgelijke wijze als de adressaat.
Een verordening die voorziet in de afschaffing van de douanerechten in het handelsverkeer van onder een gemeenschappelijke marktordening vallende produkten tussen de Gemeenschap van Tien en Spanje, is van toepassing op objectief bepaalde situaties en leidt tot rechtsgevolgen voor algemeen en in abstracto omschreven groepen personen. De Spaanse margarinefabrikanten worden er slechts door geraakt in hun hoedanigheid van producent van een voedingsmiddel dat onderworpen is aan een douanerecht in het handelsverkeer tussen Spanje en de rest van de Gemeenschap, op dezelfde wijze als iedere andere ondernemer die zich in een soortgelijke situatie bevindt. Noch op grond van de schade welke die ondernemers ten gevolge van de afschaffing van de douanerechten verwachten te lijden, noch op grond van het gestelde doel van de betrokken verordening, te weten de opheffing van de tarifaire bescherming, kunnen zij zich door die maatregel individueel geraakt achten.
Partijen
In zaak C-107/93,
Asociación Española de Fabricantes de Margarina (AEFMA), vereniging naar Spaans recht, te Madrid, vertegenwoordigd door D. López Garrido, advocaat te Madrid, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij S. López, advocaat aldaar, Rue du Curé 26,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen,vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur F. Santaolalla Gadea als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij N. Annecchino, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van verordening (EEG) nr. 3830/92 van de Commissie van 28 december 1992 betreffende de afschaffing van de douanerechten en vaste elementen in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap van de Tien en Spanje en de toepassing door Spanje van de douanerechten van het gemeenschappelijk douanetarief in het handelsverkeer met derde landen, met ingang van 1 januari 1993 (PB 1992, L 387, blz. 46), voor zover deze verordening betrekking heeft op de produkten bedoeld in post 15.17 van het gemeenschappelijk douanetarief,
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, C. N. Kakouris, C. C. Rodríguez Iglesias, M. Zuleeg en J. L. Murray, kamerpresidenten, G. F. Mancini, R. Joliet, F. A. Schockweiler, J. C. Moitinho de Almeida, F. Grévisse, M. Diez de Velasco, P. J. G. Kapteyn en D. A. O. Edward, rechters,
advocaat-generaal: M. Darmon
griffier: J.-G. Giraud
de advocaat-generaal gehoord,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd op 24 maart 1993 ter griffie van het Hof, heeft de Asociación Española de Fabricantes de Margarina (AEFMA) krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld tot nietigverklaring van verordening (EEG) nr. 3830/92 van de Commissie van 28 december 1992 betreffende de afschaffing van de douanerechten en vaste elementen in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap van de Tien en Spanje en de toepassing door Spanje van de douanerechten van het gemeenschappelijk douanetarief in het handelsverkeer met derde landen, met ingang van 1 januari 1993 (PB 1992, L 387, blz. 46). De nietigverklaring van deze verordening wordt enkel gevorderd voor zover zij betrekking heeft op de produkten van post 15.17 van het gemeenschappelijk douanetarief ("Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 15.16").
2 De modaliteiten voor de toetreding van Spanje tot de Europese Gemeenschappen zijn geregeld bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB 1985, L 302, blz. 23).
3 Artikel 75, punt 1, sub b, tweede zin, van de Toetredingsakte bepaalt, dat tussen 1 januari 1991 en 1 januari 1996 de douanerechten voor bepaalde oliën en vetten geleidelijk moeten worden afgeschaft in het handelsverkeer tussen het Koninkrijk Spanje en de rest van de Gemeenschap.
4 De produkten waarop dit stelsel van toepassing is, zijn opgesomd in artikel 1, lid 2, sub b, van verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (PB 1966, blz. 3025); het betreft met name
° vetten of oliën van vis of van zeezoogdieren,
° plantaardige vette oliën, vloeibaar of vast, ruw, gezuiverd of geraffineerd, met uitzondering van olijfolie,
° dierlijke of plantaardige oliën en vetten, geheel of gedeeltelijk gehydrogeneerd of op andere wijze gehard of in vaste toestand gebracht, ook indien geraffineerd, doch niet verder bereid,
° margarine, kunstreuzel en andere bereide spijsvetten.
5 Met het oog op de verwezenlijking van de interne markt heeft de Commissie op 28 december 1992 de litigieuze verordening vastgesteld, krachtens welke alle douanerechten voor landbouwprodukten die vallen onder een gemeenschappelijke marktordening, met ingang van 1 januari 1992 moeten worden afgeschaft. De afschaffing van de douanerechten is geregeld in artikel 1 van de verordening, dat luidt als volgt:
"1. Met ingang van 1 januari 1993:
° schaft Spanje de douanerechten en vaste elementen ter bescherming van de verwerkende industrieën af in het handelsverkeer met de Gemeenschap van de Tien, voor produkten die vallen onder een gemeenschappelijke marktordening,
° worden douanerechten en de vaste elementen ter bescherming van de verwerkende industrie die worden toegepast door de Gemeenschap van de Tien op invoer uit Spanje afgeschaft.
(...)"
6 De verordening heeft tot gevolg gehad, dat de douanerechten voor oliën en vetten die vielen onder een gemeenschappelijke marktordening (zie r.o. 4 supra), sneller zijn afgeschaft dan was voorzien in artikel 75, punt 1, van de Toetredingsakte, en dat derhalve de Spaanse margarineproducenten naar hun mening onverwacht het hoofd moesten bieden aan grotere concurrentie van in de rest van de Gemeenschap gevestigde ondernemingen.
7 De verordening is gebaseerd op artikel 75, punt 4, van de Toetredingsakte, dat bepaalt, dat de douanerechten voor produkten die vallen onder een gemeenschappelijke marktordening, kunnen worden afgeschaft in een sneller ritme dan in de Toetredingsakte is voorzien. Dit artikel luidt als volgt:
"4. Ten aanzien van produkten die onder een gemeenschappelijke marktordening vallen, kan volgens de procedure van verordening nr. 136/66/EEG of, naar gelang van het geval, van de overeenkomstige artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten worden besloten dat:
a) het Koninkrijk Spanje op zijn verzoek overgaat tot:
° afschaffing van de in punt 1 bedoelde douanerechten in een sneller ritme dan aldaar is voorzien
(...)"
8 Het koninklijk besluit nr. 1626/1992 van 29 december 1992 is op basis van deze verordening vastgesteld. Bij dit besluit, dat de tariefnomenclatuur en de in 1993 in Spanje toepasselijke douanerechten omvat, wordt bepaald, dat de douanerechten op de invoer uit de rest van de Gemeenschap met ingang van 1 januari 1993 worden afgeschaft.
9 Bij verzoekschrift van 24 maart 1993 heeft AEFMA beroep tot nietigverklaring van de verordening ingesteld; bij afzonderlijke akte van 24 maart 1993 heeft zij tevens verzocht, de tenuitvoerlegging ervan bij wege van voorlopige maatregel op te schorten.
Op 12 mei 1993 heeft de Commissie een exceptie van niet-ontvankelijkheid tegen het beroep tot nietigverklaring opgeworpen, waarop verzoekster bij memorie van 24 juni daaraanvolgend heeft geantwoord.
10 Ingevolge artikel 91, lid 4, van het Reglement voor de procesvoering kan het Hof, de advocaat-generaal gehoord, uitspraak doen op een exceptie of een voor hem gerezen incident zonder op de zaak ten gronde in te gaan.
11 Daar het dossier alle elementen bevat die het Hof voor een beslissing nodig heeft, heeft het overeenkomstig artikel 91, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering besloten uitspraak te doen zonder partijen te horen in hun mondelinge toelichtingen.
12 Krachtens artikel 173, tweede alinea, van het Verdrag kan iedere natuurlijke of rechtspersoon beroep instellen tegen beschikkingen die, hoewel genomen in de vorm van een verordening of van een tot een andere persoon gerichte beschikking, hem rechtstreeks en individueel raken.
13 Wat de vraag betreft of verzoekster individueel wordt geraakt, moet worden opgemerkt, dat volgens vaste rechtspraak de omstandigheid dat het aantal of zelfs de identiteit van de rechtssubjecten op wie een maatregel van toepassing is, meer of minder nauwkeurig kan worden bepaald, geenszins betekent dat deze rechtssubjecten moeten worden geacht door die maatregel individueel te zijn geraakt, zolang vaststaat dat deze toepassing voortvloeit uit een objectieve feitelijke of rechtssituatie, die in de betrokken handeling wordt omschreven.
14 Om geacht te kunnen worden individueel te zijn geraakt, moeten deze rechtssubjecten in hun rechtspositie zijn getroffen uit hoofde van een feitelijke situatie die hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hen individualiseert op soortgelijke wijze als de adressaat (zie beschikking van 24 mei 1993, zaak C-131/92, Arnaud, Jurispr. 1993, blz. I-2573, r.o. 13 en 14).
15 Vastgesteld moet worden, dat volgens artikel 1, lid 1, van de litigieuze verordening de afschaffing van de douanerechten gevolgen heeft voor alle landbouwprodukten die vallen onder een gemeenschappelijke marktordening, en dus alle ondernemers raakt die hun bedrijf uitoefenen in het kader van een dergelijke ordening.
16 Mitsdien is de bestreden verordening van toepassing op objectief bepaalde situaties en leidt zij tot rechtsgevolgen voor algemeen en in abstracto omschreven groepen personen.
17 Daarom raakt deze verordening de leden van AEFMA slechts in hun objectieve hoedanigheid van producenten van een voedingsmiddel dat valt onder een douanerecht in het handelsverkeer tussen Spanje en de rest van de Gemeenschap, op dezelfde wijze als iedere andere ondernemer die zich in een soortgelijke situatie bevindt.
18 Verzoekster betoogt, dat de Spaanse margarineproducenten door de afschaffing van de douanerechten aanzienlijke schade zullen lijden en dat de enorme omvang van de schade, die zij op ongeveer 6 miljard peseta' s raamt, haar voldoende individualiseert om een beroep krachtens artikel 173, tweede alinea, van het Verdrag te kunnen instellen.
19 Dienaangaande moet worden opgemerkt, dat de door verzoekster gestelde schade haar leden niet onderscheidt van andere tegenwoordige of toekomstige ondernemers, die eveneens hun economische positie gewijzigd zullen zien door de afschaffing van de tarifaire bescherming waarvan zij dankzij de douanerechten profiteerden; verzoekster kan dus niet staande houden, dat haar leden in het onderhavige geval individueel worden geraakt op grond van de schade die zij volgens haar zullen lijden.
20 Verzoekster wijst er voorts op, dat de verordening enkel is vastgesteld met het doel de tarifaire bescherming die de Spaanse margarineproducenten genoten, af te schaffen en dat een dergelijke doelstelling impliceert, dat er een individuele relatie bestaat tussen deze producenten en de bestreden verordening.
21 Dienaangaande behoeft enkel worden opgemerkt, dat het doel waarin volgens verzoekster de oorsprong van de verordening moet worden gezocht, geenszins erop duidt, dat genoemde producenten individueel worden geraakt, maar daarentegen aantoont, dat hun situatie niet verschilt van alle ondernemers die door de invoering van de verordening de tarifaire bescherming die de douanerechten hun verschaften, zien verdwijnen.
22 Mitsdien moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
23 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien verzoekster in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE
beschikt:
1) Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
2) Verzoekster wordt verwezen in de kosten.
Luxemburg, 12 juli 1993.
Full & Egal Universal Law Academy