Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Beroep tot nietigverklaring ° Natuurlijke of rechtspersonen ° Handelingen die hen rechtstreeks en individueel raken ° Verordening tot vaststelling van regeling voor handelsverkeer in bananen met derde landen met inbegrip van stelsel van verdeling van tariefcontingent over verschillende categorieën van marktdeelnemers
(EEG-Verdrag, art. 173, tweede alinea; verordening nr. 404/93 van de Raad)
Samenvatting
De mogelijkheid om het aantal of zelfs de identiteit van de rechtssubjecten waarop een maatregel van toepassing is, min of meer nauwkeurig te bepalen, houdt geenszins in, dat deze subjecten moeten worden geacht daardoor individueel te worden geraakt in de zin van artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag, zolang maar vaststaat dat die toepassing voortvloeit uit een objectieve feitelijke of rechtssituatie die in de betrokken maatregel wordt omschreven. Willen die rechtssubjecten kunnen worden geacht individueel te zijn geraakt, dan moet de handeling hun rechtspositie beïnvloeden uit hoofde van een feitelijke situatie, welke hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hen individualiseert op soortgelijke wijze als een adressaat.
Een verordening die voorziet in een regeling voor de handel in bananen met derde landen en voor de verdeling van het daarin vervatte tariefcontingent over volgens objectieve criteria bepaalde categorieën van marktdeelnemers, is van toepassing op objectief bepaalde situaties en heeft rechtsgevolgen voor algemeen en in abstracto omschreven categorieën van personen. Zij raakt marktdeelnemers die onder die verschillende categorieën vallen, slechts in hun objectieve hoedanigheid van marktdeelnemers in de sector van de afzet van bananen uit derde landen, op dezelfde wijze als alle andere marktdeelnemers die zich in een gelijke situatie bevinden.
Partijen
In zaak C-276/93,
1. Chiquita Banana Company BV, vennootschap naar Nederlands recht, gevestigd te Zwijndrecht (Nederland),
2. Chiquita International Limited, vennootschap naar het recht van Bermuda, gevestigd te Hamilton (Bermuda),
3. Chiquita Italia Spa, vennootschap naar Italiaans recht, gevestigd te Rome,
4. Spiers NV, vennootschap naar Belgisch recht, gevestigd te Antwerpen (België),
5. Bruigom & Visser BV, vennootschap naar Nederlands recht, gevestigd te Gorinchem (Nederland),
6. August Lehmann GmbH & Co. KG, vennootschap naar Duits recht, gevestigd te Duisburg (Duitsland),
vertegenwoordigd door N. M. G. Bromfield en J. E. Pheasant, Solicitors, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van J. Loesch, advocaat aldaar, Rue Zithe 8,
verzoeksters,
tegen
Raad van de Europese Gemeenschappen,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag om nietigverklaring van een aantal bepalingen van verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad van 13 februari 1993 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen (PB 1993, L 47, blz. 1),
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, C. N. Kakouris, G. C. Rodríguez Iglesias en M. Zuleeg, kamerpresidenten, R. Joliet, F. A. Schockweiler, J. C. Moitinho de Almeida, F. Grévisse en P. J. G. Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal: C. Gulmann
griffier: J.-G. Giraud
de advocaat-generaal gehoord,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 13 mei 1993, hebben Chiquita Banana Company BV en vijf andere ondernemingen in de sector bananen (hierna: "verzoeksters") het Hof krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag verzocht om nietigverklaring van een aantal bepalingen van verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad van 13 februari 1993 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen (PB 1993, L 47, blz. 1).
2 Deze verordening bevat in titel IV de regeling voor het handelsverkeer met derde landen. Zij bepaalt dienaangaande, dat de traditionele invoer van bananen uit de ACS-Staten in de Gemeenschap, waarvan de hoeveelheden in de bijlage zijn vastgesteld, vrij van douanerechten kan worden voortgezet.
Artikel 18, leden 1 en 2, van de verordening luidt als volgt:
"Voor elk jaar wordt een tariefcontingent van 2 miljoen ton nettogewicht geopend voor de invoer van bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen.
In het kader van dit tariefcontingent wordt op de invoer van bananen uit derde landen 100 ecu per ton geheven en wordt op de invoer van niet-traditionele ACS-bananen een nulrecht toegepast. (...) Buiten het in lid 1 bedoelde contingent:
° wordt op de invoer van niet-traditionele ACS-bananen 750 ecu per ton geheven,
° wordt op de invoer van bananen uit derde landen 850 ecu per ton geheven."
Artikel 19, lid 1, bepaalt:
"Het tariefcontingent wordt met ingang van 1 juli 1993 geopend ten belope van:
a) 66,5 % voor de categorie marktdeelnemers die bananen uit derde landen en/of niet-traditionele ACS-bananen hebben afgezet;
b) 30 % voor de categorie marktdeelnemers die bananen uit de Gemeenschap en/of traditionele ACS-bananen hebben afgezet;
c) 3,5 % voor de categorie in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemers die vanaf 1992 zijn begonnen andere bananen dan bananen uit de Gemeenschap en/of traditionele ACS-bananen af te zetten (...)"
3 Verzoeksters stellen, dat de in verordening nr. 404/93 vervatte bepalingen betreffende de opening van een tariefcontingent voor de invoer van bananen uit derde landen en de verdeling van dit contingent over de marktdeelnemers die bananen uit derde landen en/of niet-traditionele ACS-bananen hebben afgezet, en de marktdeelnemers die bananen uit de Gemeenschap en/of traditionele ACS-bananen hebben afgezet, hen rechtstreeks en individueel raken en onwettig zijn.
4 Luidens artikel 92, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering kan het Hof in iedere stand van het geding ambtshalve middelen van niet-ontvankelijkheid die van openbare orde zijn, in behandeling nemen, en overeenkomstig artikel 91, leden 3 en 4, kan het uitspraak doen zonder mondelinge behandeling.
5 Daar het dossier alle elementen bevat die het Hof nodig heeft om een beslissing te nemen, heeft het Hof besloten uitspraak te doen zonder partijen te horen.
6 Artikel 173, tweede alinea, van het Verdrag biedt natuurlijke of rechtspersonen de mogelijkheid, op te komen tegen de beschikkingen die tot hen zijn gericht of die, hoewel genomen in de vorm van een verordening of van een beschikking gericht tot een andere persoon, hen rechtstreeks en individueel raken.
7 Daar dit beroep strekt tot nietigverklaring van bepalingen van een verordening, dient te worden onderzocht of verzoeksters door de bestreden maatregelen rechtstreeks en individueel worden geraakt.
8 Met betrekking tot de vraag, of verzoeksters individueel zijn geraakt, zij eraan herinnerd, dat volgens vaste rechtspraak de mogelijkheid om het aantal of zelfs de identiteit van de rechtssubjecten waarop een maatregel van toepassing is, min of meer nauwkeurig te bepalen, geenszins inhoudt dat deze subjecten moeten worden geacht daardoor individueel te worden geraakt, zolang maar vaststaat dat die toepassing voortvloeit uit een objectieve feitelijke of rechtssituatie die in de betrokken handeling wordt omschreven (zie bij voorbeeld beschikking Hof van 24 mei 1993, zaak C-131/92, Arnaud e.a., Jurispr. 1993, blz. I-2573).
9 Willen die rechtssubjecten kunnen worden geacht individueel te zijn geraakt, dan moet de handeling hun rechtspositie beïnvloeden uit hoofde van een feitelijke situatie, welke hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hen individualiseert op soortgelijke wijze als een adressaat (zie bij voorbeeld beschikking in de zaak Arnaud e.a., reeds aangehaald, en arrest van 24 februari 1987, zaak 26/86, Deutz en Geldermann, Jurispr. 1987, blz. 941).
10 Vastgesteld dient evenwel te worden, dat de bestreden bepalingen voorzien in een regeling voor de handel in bananen met derde landen en voor de verdeling van het tariefcontingent over volgens objectieve criteria bepaalde categorieën van marktdeelnemers.
11 Bijgevolg zijn deze bepalingen van toepassing op objectief bepaalde situaties en hebben zij rechtsgevolgen voor algemeen en in abstracto omschreven categorieën van personen.
12 Hieruit vloeit voort, dat de bestreden handeling verzoeksters slechts raakt in hun objectieve hoedanigheid van marktdeelnemers in de sector van de afzet van bananen uit derde landen, op dezelfde wijze als alle andere marktdeelnemers die zich in een gelijke situatie bevinden.
13 Mitsdien moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
14 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien verzoeksters in het ongelijk zijn gesteld, dienen zij in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE
beschikt:
1) Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
2) Verzoeksters worden in de kosten verwezen.
Luxemburg, 21 juni 1993.
Full & Egal Universal Law Academy