Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Trefwoorden
++++
Kort geding ° Opschorting van tenuitvoerlegging ° Voorwaarden ° Ernstige en onherstelbare schade
(EEG-Verdrag, art. 185; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 83, lid 2)
Samenvatting
Het spoedeisend karakter van een maatregel in kort geding, zoals vermeld in artikel 83, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering, moet worden getoetst aan de vraag of een voorlopige maatregel noodzakelijk is ter voorkoming van ernstige en onherstelbare schade door onmiddellijke toepassing van de maatregel waarop het beroep in de hoofdzaak betrekking heeft.
In het geval van een verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging van een verordening waarbij de voorwaarden voor de toelating van bepaalde landbouwprodukten tot interventie in beperkende zin worden gewijzigd, is de spoedeisendheid van de gevraagde maatregel ter voorkoming van ernstige en onherstelbare schade niet aangetoond indien de verzoeker het gevaar dat de betrokken markt zal instorten, niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt, en indien de Commissie, die de situatie op die markt voortdurend in het oog houdt, over de instrumenten beschikt om het evenwicht zo nodig snel te kunnen herstellen.
Partijen
In zaak C-307/93 R,
Ierland, vertegenwoordigd door M. A. Buckley, Chief State Solicitor, bijgestaan door J. O' Reilly, Senior Counsel, en R. Law Nesbitt, Barrister-at-Law van de Ierse balie, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Ierse ambassade, Route d' Arlon 28,
verzoeker,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur G. Rozet en C. Docksey, lid van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij N. Annecchino, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
ondersteund door
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, vertegenwoordigd door J. D. Colahan, als gemachtigde, bijgestaan door E. Sharpston, Barrister, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Britse ambassade, Boulevard Roosevelt 14,
interveniënt,
betreffende een verzoek krachtens de artikelen 185 en 186 EEG-Verdrag tot opschorting van de tenuitvoerlegging van verordening (EEG) nr. 685/93 van de Commissie van 24 maart 1993 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 859/89 betreffende de wijze van toepassing van de algemene en speciale interventiemaatregelen in de sector rundvlees (PB 1993, L 73, blz. 9),
geeft
DE PRESIDENT VAN HET HOF
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd op 4 juni 1993 ter griffie van het Hof, heeft Ierland krachtens artikel 173, eerste alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld tot nietigverklaring van verordening (EEG) nr. 685/93 van de Commissie van 24 maart 1993 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 859/89 betreffende de wijze van toepassing van de algemene en speciale interventiemaatregelen in de sector rundvlees (PB 1993, L 73, blz. 9).
2 Bij afzonderlijke akte, op 13 juni 1993 neergelegd ter griffie van het Hof, heeft Ierland bovendien krachtens de artikelen 185 en 186 EEG-Verdrag en artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering het Hof verzocht om opschorting van de tenuitvoerlegging van de bestreden verordening tot de uitspraak in de hoofdzaak.
3 Bij beschikking van 5 juli 1993 is het Verenigd Koninkrijk toegelaten tot interventie in het kort geding ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie.
4 Op 30 juni 1993 heeft de Commissie schriftelijke opmerkingen over het verzoek in kort geding ingediend, en op 5 juli 1993 zijn partijen, interveniënt inbegrepen, in hun mondelinge toelichtingen gehoord.
5 Alvorens een onderzoek in te stellen naar de gegrondheid van het verzoek in kort geding, moet in grote lijnen het juridisch kader van de gemeenschappelijke ordening der marken in de sector rundvlees in herinnering worden gebracht.
6 De gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees is tot stand gebracht bij verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van 27 juni 1986 (PB 1968 L 148, blz. 24), herhaaldelijk gewijzigd, die naast andere maatregelen in het kader van de prijsregeling voorziet in verschillende premie- en interventieregelingen.
7 De premieregelingen zijn in het kader van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ingrijpend gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 2066/92 van 30 juni 1992 (PB 1992, L 215, blz. 49), met het oog op de heroriëntering van dit beleid en in het bijzonder op de verlaging van de interventieprijs in de sector rundvlees, die noodzakelijk was geworden om verbetering te brengen in de toestand van de landbouw in het algemeen.
8 Deze interventiemaatregelen bestaan in steunverlening aan de particuliere opslag of in aankoop door interventiebureaus. Zij kunnen volgens artikel 5, lid 2, van verordening nr. 805/68 worden genomen "voor volwassen runderen alsmede voor vers of gekoeld vlees daarvan, aangeboden in de vorm van hele dieren, halve dieren, compensated quarters, voorvoeten of achtervoeten, ingedeeld overeenkomstig het communautaire indelingsschema, zoals vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 1208/81".
9 De interventieregeling bestaat uit drie soorten maatregelen:
° gewone of traditionele interventiemaatregelen door middel van openbare inschrijvingen binnen de grenzen van een maximumhoeveelheid, die voor de gehele Gemeenschap is vastgesteld op een degressief jaarniveau van 750 000 ton voor 1993 tot 350 000 ton vanaf 1997; de openstelling van deze interventieaankopen, wanneer aan de gestelde voorwaarden is voldaan, behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de Commissie volgens de procedure van het Comité van beheer;
° interventiemaatregelen met betrekking tot de buffervoorraad, die niet worden meegerekend bij de toepassing van de bovengenoemde aankoopmaxima en waarvan de toepassing berust op een gebonden bevoegdheid van de Commissie;
° speciale interventiemaatregelen voor lichte karkassen (van 150 tot 200 kg) van mannelijke runderen, die slechts onder bepaalde voorwaarden worden genomen voor een periode van drie jaar (1 januari 1993 ° 31 december 1995).
10 De wijze van toepassing van de interventieregeling in een Lid-Staat is geregeld bij verordening nr. 805/68 van de Raad, waarvan artikel 6, lid 7, een opsomming bevat van de verschillende bevoegdheden die op dit terrein zijn gedelegeerd aan de Commissie.
11 De wijze van toepassing van de interventiemaatregelen is vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 859/89 van de Commissie van 29 maart 1989 (PB 1989, L 91, blz. 5), die een uitvoerige beschrijving geeft van de inschrijvingsprocedure en in artikel 4 de verschillende voorwaarden formuleert waaraan de produkten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor interventieaankoop. Juist deze voorwaarden wijzigt de bestreden verordening, die is vastgesteld volgens de procedure van het Comité van beheer en krachtens artikel 6, lid 7, van verordening nr. 805/68, door de invoering van een geleidelijke beperking van het gewicht van karkassen die in aanmerking kunnen komen voor de gewone interventie, zodat enkel vlees kan worden aangekocht dat afkomstig is van karkassen met een gewicht van niet meer dan:
° 380 kg vanaf de eerste openbare inschrijving van juli 1993,
° 360 kg vanaf de eerste openbare inschrijving van januari 1994,
° 340 kg vanaf de eerste openbare inschrijving van juli 1994.
12 Met deze verordening heeft de Commissie de producenten een signaal willen geven om geen zwaardere karkassen voor de interventie te gaan produceren. In de overwegingen van deze verordening wordt gewezen op een ontwikkeling in de richting van zwaardere karkassen, onder meer mogelijk geworden door de genetische vooruitgang, die een voor de interventie bestemde produktie bevordert, omdat op de markt dikwijls geen vraag naar deze karkassen bestaat. Voor het Hof heeft de Commissie uitgelegd, dat dit signaal noodzakelijkerwijs effect zou moeten hebben vanaf 1993, aangezien de marktprognoses voor dit jaar en voor 1994 betrekkelijk gunstig zijn, terwijl in 1995 een terugkeer naar de hoogste fase van de produktiecyclus zou moeten worden geregistreerd.
13 Volgens artikel 185 van het Verdrag heeft een bij het Hof ingesteld beroep geen schorsende werking. Overeenkomstig de artikelen 185 en 186 van het Verdrag kan het Hof echter, indien het van oordeel is dat de omstandigheden zulks vereisen, opschorting van de uitvoering van de bestreden handeling gelasten of de noodzakelijke voorlopige maatregelen voorschrijven.
14 Volgens artikel 83, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering is een beschikking tot opschorting van de tenuitvoerlegging van een handeling of een voorlopige maatregel afhankelijk van het bestaan van omstandigheden waaruit het spoedeisend karakter blijkt, alsmede van middelen, zowel feitelijk als rechtens, op grond waarvan toekenning van de voorlopige maatregel waarom is verzocht, aanvankelijk gerechtvaardigd voorkomt.
15 Met betrekking tot de middelen, zowel feitelijk als rechtens, op grond waarvan toekenning van de voorlopige maatregel aanvankelijk gerechtvaardigd voorkomt, wijst verzoeker erop, dat verordening nr. 685/93 onwettig is.
16 Dienaangaande voert verzoeker een aantal middelen aan, onder meer ontleend aan onbevoegdheid van de Commissie om de bestreden verordening vast te stellen, alsmede aan schending van het discriminatieverbod, het beginsel van gelijke behandeling, het evenredigheidsbeginsel en het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen. Verzoeker beroept zich ook op overschrijding van bevoegdheid en schending van wezenlijke vormvoorschriften.
17 Aangaande dit punt behoeft enkel te worden opgemerkt, dat het beroep ingewikkelde rechtsvragen doet rijzen die diepgaand moeten worden onderzocht na een uiteenzetting door beide partijen, en dat het verzoek op het eerste gezicht niet geheel en al ongegrond voorkomt. Derhalve kan het verzoek om deze reden niet worden afgewezen.
18 Met betrekking tot de voorwaarde van spoedeisendheid moet in herinnering worden gebracht, dat volgens vaste rechtspraak van het Hof het spoedeisend karakter van een maatregel in kort geding, zoals vermeld in artikel 83, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering, moet worden getoetst aan de vraag of een voorlopige maatregel noodzakelijk is ter voorkoming van ernstige en onherstelbare schade door onmiddellijke toepassing van de maatregel waarop het beroep in de hoofdzaak betrekking heeft.
19 Dienaangaande wijst verzoeker op de ernstige en onherstelbare schade die de vleesproducenten in Ierland zouden lijden, als de beperking tot 380 kg van het gewicht van karkassen die in aanmerking komen voor interventie, zoals is bepaald bij de bestreden verordening, van kracht zou worden vanaf de eerste openbare inschrijving in juli 1993. Door deze beperking zou 32 % van de Ierse vleesproduktie die tussen september en november 1993, midden in het slachtseizoen, op de markt zou worden gebracht, niet in aanmerking komen voor interventie, met als gevolg een sterke prijsdaling, waarvan alle producenten het slachtoffer zouden worden.
20 Verzoeker beroept zich op het extensieve karakter van de Ierse veefokkerij om aan te tonen, dat de producenten geen enkele speelruimte hebben om hun produktie op korte termijn aan te passen aan nieuwe interventievoorwaarden: veefokkerij in weilanden brengt met zich mee, dat de runderen langzamer groeien (twee tot drie jaar om volwassen te worden) en dat de dieren in het najaar moeten worden geslacht, voordat de weilanden vochtig worden.
21 Verzoeker wijst erop, dat geen enkele Ierse producent deze beperking van het gewicht redelijkerwijs kon voorzien, toen hij de koeien liet dekken en begon met het vetmesten van de runderen.
22 De Commissie, verweerster, wijst erop, dat de Ierse producenten sinds het begin van de besprekingen binnen het Comité van beheer in december 1992 ervan op de hoogte zijn, dat zij moeten nadenken over de wijze waarop zij aan de nieuwe beperkingen het hoofd kunnen bieden. Zij hebben dus voldoende tijd gehad om ervoor te zorgen dat hun vee eerder werd geslacht, teneinde in aanmerking te komen voor de interventiemaatregelen.
23 De Commissie spreekt tegen, dat de Ierse rundvleesmarkt in het najaar van 1993 dreigt in te storten, gelet op de huidige verbetering van deze markt in de Gemeenschap. Zij merkt op, dat de Ierse binnenlandse markt slechts 13 % van de produktie voor haar rekening neemt en dat de rest bijna altijd is uitgevoerd, waarbij Ierland weinig gebruik maakt van de interventie. De Commissie vestigt er dienaangaande de aandacht op, dat er in Ierland sinds de laatste vier openbare inschrijvingen, dit wil zeggen sinds mei 1993, geen offertes zijn uitgebracht.
24 Mocht de rundvleesmarkt tegen alle verwachtingen en ondanks de gunstige vooruitzichten voor 1993 en 1994 toch instorten, dan zou de Commissie, zoals zij opmerkt, alle nodige middelen die haar ter beschikking staan, met inbegrip van wijziging, jazelfs opheffing van de bestreden beperkingen, aanwenden.
25 Opgemerkt zij, dat verzoeker niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt, dat de Ierse rundvleesmarkt in het najaar van 1993 dreigt in te storten ten gevolge van de strakke fokcyclus in Ierland, die de producenten zou beletten zich aan te passen aan de nieuwe interventievoorwaarden.
26 In de eerste plaats heeft verzoeker niet aangetoond, dat de Ierse producenten in de onmogelijkheid verkeerden hun vee eerder te slachten om in aanmerking te komen voor interventiemaatregelen. Verzoeker heeft ook niet op overtuigende manier duidelijk gemaakt, hoe een vroegtijdige slacht de kwaliteit van het vlees zozeer kan verminderen, dat het niet in aanmerking kan komen voor interventie.
27 In de tweede plaats heeft verzoeker geen elementen aangedragen die tot de overtuiging kunnen leiden, dat het merendeel van de Ierse producenten in de onmogelijkheid verkeert zijn veestapel gedurende de winter in stand te houden in afwachting van betere marktomstandigheden.
28 Verzoeker houdt overigens geen rekening met de steunverlening aan de particuliere opslag, zoals voorzien in de communautaire regeling, die producenten die hun vee moeten slachten, de mogelijkheid biedt te wachten op gunstiger omstandigheden voor de verkoop van de karkassen.
29 Deze mogelijkheid om het op de markt brengen van een deel van de produktie uit te stellen, zou des te aantrekkelijker moeten lijken voor de producenten in geval van een prijsdaling in het najaar van 1993, daar de vooruitzichten voor de ontwikkeling van de markt in 1994 tamelijk goed zijn.
30 Bovendien moet worden opgemerkt, dat de Ierse vleesproduktie voor het merendeel vlees van zeer goede kwaliteit betreft, dat is bestemd voor de uitvoer. Zou dit vlees grote afzetmoeilijkheden ondervinden, dan zou vlees van minder goede kwaliteit zich in een nog moeilijker situatie bevinden en dat zou niet alleen op de Ierse markt, maar in de gehele Gemeenschap het geval zijn. De Commissie, die voortdurend de situatie op de markt in het oog houdt, zou ongetwijfeld ingrijpen en, zoals zijzelf beklemtoont, een wijziging, ja zelfs opheffing van de bestreden verordening kunnen voorstellen, en omdat deze beslissing onder de procedure van het Comité van beheer valt, zou zij op zeer korte termijn kunnen worden genomen en in werking kunnen treden.
31 Uit het voorgaande volgt, dat verzoeker niet heeft aangetoond, dat de maatregel waarom is verzocht ter voorkoming van ernstige en onherstelbare schade, een spoedeisend karakter heeft.
32 Mitsdien moet het verzoek in kort geding worden afgewezen.
Dictum
DE PRESIDENT VAN HET HOF
beschikt:
1) Het verzoek in kort geding wordt afgewezen.
2) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.
Luxemburg, 16 juli 1993.
Full & Egal Universal Law Academy