Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Trefwoorden
++++
Procedure - Inleidend verzoekschrift - Vormvereisten - Vermelding van conclusies van beroep - Stilzwijgende conclusies strekkende tot nietigverklaring van handeling van instelling - Ontvankelijkheid
(Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 38, lid 1, sub d)
Partijen
In zaak C-388/93,
PIA HiFi Vertriebs GmbH, vertegenwoordigd door F. M. Boemke, advocaat te Hamburg, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van M. Loesch, advocaat aldaar, Rue Zithe 8,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door E. L. White, lid van haar juridische dienst, en C. M. Happe, ter beschikking van de Commissie gesteld nationaal ambtenaar, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G. Kremlis, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende terugbetaling van anti-dumpingrechten,
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, G. F. Mancini, J. C. Moitinho de Almeida, M. Díez de Velasco en D. A. O. Edward, kamerpresidenten, C. N. Kakouris (rapporteur), F. A. Schockweiler, G. C. Rodríguez Iglesias, F. Grévisse, M. Zuleeg en P. J. G. Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal: M. Darmon
griffier: J.-G. Giraud
de advocaat-generaal gehoord,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij verordening (EEG) nr. 112/90 van de Raad van 16 januari 1990 (PB 1990, L 13, blz. 21) werd een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van bepaalde, onder meer uit Japan afkomstige compact-discspelers ingesteld. Het betrokken anti-dumpingrecht werd vastgesteld op 32 % van de netto prijs franco grens Gemeenschap vóór inklaring.
2 PIA HiFi Vertriebs GmbH, gevestigd in de Bondsrepubliek Duitsland, en twee andere, respectievelijk in Nederland en in het Verenigd Koninkrijk gevestigde ondernemingen, alle onafhankelijke importeurs van door de Japanse onderneming Accuphase Laboratory geproduceerde en uitgevoerde compact-discspelers, verzochten de Commissie krachtens artikel 16 van verordening (EEG) nr. 2423/88 van de Raad van 11 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (PB 1988, L 209, blz. 1), om terugbetaling van voldane anti-dumpingrechten. Zij betoogden, dat zij prijzen bij uitvoer hadden betaald die aanzienlijk hoger waren dan de normale waarde.
3 Na onderzoek kwam de Commissie tot de vaststelling, dat de door Accuphase Laboratory toegepaste gemiddelde dumpingmarge 15,1 % bedroeg, dus 16,9 % minder dan de in verordening nr. 112/90 vastgestelde 32 %. Derhalve willigde de Commissie bij beschikking 93/363/EEG van 9 juni 1993 betreffende aanvragen om terugbetaling van anti-dumpingrechten die werden geïnd bij de invoer van bepaalde compact-discspelers van oorsprong uit Japan (Amroh BV, PIA HiFi, MPI Electronic) (PB 1993, L 150, blz. 44), de aanvragen om terugbetaling in tot een hoogte van 16,9 % van de waarde waarvan de bevoegde instanties bij de berekening van het betrokken anti-dumpingrecht waren uitgegaan.
4 Bij op 12 augustus 1993 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft PIA HiFi Vertriebs GmbH tegen deze beschikking van de Commissie beroep ingesteld.
5 Bij op 13 september 1993 ter griffie van het Hof neergelegde afzonderlijke akte heeft de Commissie een exceptie van niet-ontvankelijkheid opgeworpen en het Hof overeenkomstig artikel 91, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering verzocht, zich daarover uit te spreken zonder op de zaak ten gronde in te gaan.
6 De Commissie betoogt, dat het verzoekschrift geen conclusies bevat, waardoor het dwingende vormvoorschrift van artikel 38, lid 1, sub d, van het Reglement voor de procesvoering, bepalende dat het verzoekschrift de conclusies van de verzoeker dient te bevatten, zou zijn geschonden. Genoemde bepaling zou niet voorzien in de mogelijkheid, het ontbreken van formele conclusies in het verzoekschrift achteraf te regulariseren. Voorts zou uit lid 7 van hetzelfde artikel volgen, dat schending van een wezenlijk vormvoorschrift een grond van niet-ontvankelijkheid is.
7 Dienaangaande moet worden opgemerkt, dat ingevolge artikel 91, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering, na de indiening van schriftelijke opmerkingen door de wederpartij, de verdere behandeling van een krachtens lid 1 van dat artikel ingediend verzoek mondeling geschiedt, tenzij het Hof anders beslist. Aangezien het Hof zich in dit geval voldoende ingelicht acht, dient over de exceptie van niet-ontvankelijkheid zonder mondelinge behandeling en bij beschikking te worden beslist.
8 Volgens artikel 38, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering "[bevat] het verzoekschrift (...) d) de conclusies van de verzoeker".
9 In het verzoekschrift is vermeld, dat het beroep "krachtens artikel 173 EEG-Verdrag (...) is ingesteld tegen de beschikking (...) van 9 juni 1993 K (93) 1447 betreffende aanvragen om terugbetaling van anti-dumpingrechten die werden geïnd bij de invoer van bepaalde compact-discspelers van oorsprong uit Japan", welke beschikking "verzoekster ter kennis is gebracht (...) bij brief van 11 juni 1993 en op 22 juni 1993 als beschikking nr. 93/363/EEG is gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (PB 1993, L 150, blz. 44)", en dat het de "terugbetaling van anti-dumpingrechten" tot voorwerp heeft.
10 Ofschoon verzoekster geen afzonderlijke formele conclusies heeft ingediend, blijkt niettemin uit die vermeldingen alsmede uit de gehele argumentatie van het beroepschrift (zie dienaangaande arrest van 10 december 1957, zaak 8/56, ALMA, Jurispr. 1957, blz. 191), dat het beroep van PIA HiFi strekt tot nietigverklaring van beschikking 93/363, voor zover hierbij de door PIA HiFi gevorderde terugbetaling van anti-dumpingrechten is beperkt tot 16,9 % van de waarde waarvan de bevoegde instanties bij de berekening van het bedrag van het betrokken anti-dumpingrecht zijn uitgegaan.
11 Daaruit volgt, dat de Commissie niet kan stellen, dat het beroep niet-ontvankelijk is op grond dat het geen conclusies bevat.
12 Mitsdien moet de door de Commissie opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid worden verworpen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE
beschikt:
1) De exceptie van niet-ontvankelijkheid wordt verworpen.
2) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.
Luxemburg, 7 februari 1994.
Full & Egal Universal Law Academy