Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
1. Beroep tot nietigverklaring ° Natuurlijke of rechtspersonen ° Handelingen die hen rechtstreeks en individueel raken ° Uitvoering van lening die door Gemeenschap is toegekend aan Sovjet-Unie en haar republieken ° Beschikking van Commissie, gericht tot lener en houdende weigering om wijzigingen van contracten die zijn gesloten tussen door uitlener gemachtigd vertegenwoordiger en onderneming waaraan contract is gegund, als in overeenstemming met toepasselijke communautaire bepalingen te erkennen ° Beroep van onderneming ° Niet-ontvankelijkheid
(EG-Verdrag, art. 173, vierde alinea)
2. Beroep tot nietigverklaring ° Bevoegdheid van gemeenschapsrechter ° Vordering tot herstel van verzoeker in zijn rechten ° Niet-ontvankelijkheid
(EG-Verdrag, art. 173)
Samenvatting
1. In het kader van de uitvoering van een lening die door de Gemeenschap aan de Sovjet-Unie en haar republieken is toegekend om de invoer van landbouw- en voedselprodukten en medische artikelen mogelijk te maken, wordt een onderneming waaraan een contract voor de levering van tarwe is gegund, niet rechtstreeks geraakt in de zin van artikel 173, vierde alinea, van het Verdrag, door een beschikking van de Commissie die is gericht tot de financieel vertegenwoordiger van de republiek waaraan de lening is toegekend, en waarbij wordt geweigerd om wijzigingen van de contracten die zijn gesloten tussen de onderneming waaraan het contract is gegund en de gemachtigd vertegenwoordiger van de republiek waaraan de lening is toegekend, als in overeenstemming met de toepasselijke communautaire bepalingen te erkennen, voor zover er uitsluitend een rechtsverhouding bestaat tussen de onderneming waaraan het contract is gegund en haar wederpartij, namelijk de vertegenwoordiger die is gemachtigd om aankoopcontracten te sluiten, voor zover de Commissie slechts rechtsbetrekkingen onderhoudt met haar wederpartij, te weten de financieel vertegenwoordiger van de republiek waaraan de lening is toegekend, en voor zover de tussenkomst van de Commissie, wier rol uitsluitend erin bestaat, na te gaan of aan de door de gemeenschapsbepalingen gestelde voorwaarden is voldaan, geen invloed heeft op de rechtsgeldigheid van vorenbedoelde contracten.
Derhalve is het beroep tot nietigverklaring dat tegen deze beschikking is ingesteld door de onderneming waaraan het contract is gegund, niet-ontvankelijk.
2. In het kader van een beroep tot nietigverklaring op grond van artikel 173 van het Verdrag beperkt de gemeenschapsrechter zich tot een wettigheidstoetsing van de bestreden handeling. In die omstandigheden valt de vordering van een verzoeker tot herstel in zijn rechten buiten de door het Verdrag aan de gemeenschapsrechter verleende bevoegdheid en moet deze derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.
Partijen
In zaak T-494/93,
Compagnie Continentale (France), vennootschap naar Frans recht, gevestigd te Levallois-Perret (Frankrijk), vertegenwoordigd door P. Chabrier, advocaat te Parijs, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van E. Arendt, advocaat aldaar, Rue Mathias Hardt 8-10,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M.-J. Jonczy, juridisch adviseur, N. Khan, lid van haar juridische dienst, en ter terechtzitting door B. J. Drijber, lid van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende in de eerste plaats een verzoek tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 1 april 1993, gericht tot de Vnesheconombank, en in de tweede plaats een verzoek om in haar rechten te worden hersteld jegens Crédit Lyonnais,
wijst
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Derde kamer),
samengesteld als volgt: C. P. Briët, kamerpresident, B. Vesterdorf en A. Potocki, rechters,
griffier: J. Palacio González, administrateur
gezien de stukken en na de mondelinge behandeling op 25 april 1996,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
Toepasselijke wettelijke regeling
1 Na de noodzaak te hebben vastgesteld van het verlenen van voedselhulp en medische bijstand aan de Sovjet-Unie en haar republieken, heeft de Raad op 16 december 1991 besluit 91/658/EEG betreffende de toekenning van een lening op middellange termijn aan de Sowjetunie en haar Republieken (PB 1991, L 362, blz. 89; hierna: "besluit 91/658") vastgesteld, dat bepaalt:
"Artikel 1
1. De Gemeenschap verstrekt de USSR en haar Republieken een lening op middellange termijn voor een hoofdsom van ten hoogste 1 250 miljoen ecu, die in drie achtereenvolgende tranches zal worden uitbetaald en een looptijd van maximaal drie jaar heeft, om de invoer mogelijk te maken van landbouw- en voedselprodukten en medische artikelen (...)
Artikel 2
Met het oog op het bepaalde in artikel 1 wordt de Commissie gemachtigd namens de Europese Economische Gemeenschap de nodige middelen op te nemen die in de vorm van een lening ter beschikking van de USSR en haar Republieken worden gesteld.
Artikel 3
De in artikel 2 bedoelde lening wordt door de Commissie beheerd.
Artikel 4
1. De Commissie wordt gemachtigd om met de autoriteiten van de USSR en haar Republieken (...) de economische en financiële voorwaarden uit te werken voor de toekenning van de lening, de regels voor de terbeschikkingstelling van de middelen en de voor de aflossing van de lening vereiste garanties.
(...)
3. De produkten waarvan de invoer met de leningsmiddelen wordt gefinancierd, worden tegen wereldmarktprijzen geïmporteerd. Voor de aankoop en de levering van deze produkten, die aan internationaal erkende kwaliteitsnormen moeten voldoen, moet de vrije concurrentie worden gewaarborgd."
2 Op 9 juli 1992 stelde de Commissie verordening (EEG) nr. 1897/92 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor besluit 91/658/EEG inzake een lening op middellange termijn aan de Sowjetunie en haar Republieken (PB 1992, L 191, blz. 22; hierna: "verordening nr. 1897/92") vast, die bepaalt:
"Artikel 2
De leningen worden gesloten op grond van overeenkomsten tussen de Republieken en de Commissie waarin de voorschriften van de artikelen 3 tot en met 7 als voorwaarden voor de uitbetaling van de betrokken bedragen zijn opgenomen.
(...)
Artikel 4
1. Met de leningen kunnen alleen aankopen en leveringen van produkten worden gefinancierd die gebeuren in het kader van contracten die door de Commissie zijn goedgekeurd, omdat zij voldoen aan het bepaalde in besluit 91/658/EEG en in de in artikel 2 bedoelde overeenkomsten.
2. De Republieken of de door hen aangewezen financiële vertegenwoordigers moeten de contracten voor goedkeuring aan de Commissie voorleggen.
Artikel 5
De in artikel 4 bedoelde goedkeuring wordt slechts verleend wanneer met name de onderstaande voorwaarden zijn vervuld:
1. Het contract moet worden afgesloten volgens een procedure die vrije concurrentie waarborgt (...)
2. Het contract moet de gunstigste aankoopcondities bieden in vergelijking met de normale prijs op de wereldmarkt."
3 Op 9 december 1992 sloten de EEG, de Russische Federatie en haar financieel vertegenwoordiger, de Vnesheconombank (hierna: "VEB"), overeenkomstig verordening nr. 1897/92 een "Memorandum of Understanding" (hierna: "Memorandum"), op basis waarvan de Gemeenschap Rusland de bij besluit 91/658 in het leven geroepen lening zou verstrekken. Zo was bepaald dat de EEG, als uitlener, aan de VEB, als lener, onder garantie van de Russische Federatie, een lening op middellange termijn voor een hoofdsom van 349 miljoen ECU zou verstrekken met een maximale looptijd van drie jaar. Het Memorandum vermeldt onder meer:
"6. Het bedrag van de lening, minus commissies en kosten van de EEG, zal aan de lener worden uitbetaald en zal, overeenkomstig de voorwaarden van de leningsovereenkomst, enkel worden gebruikt ter dekking van onherroepelijke documentaire kredieten die door de lener volgens de internationale standaardmodellen zijn geopend op basis van leveringscontracten, op voorwaarde dat dergelijke contracten en documentaire kredieten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen zijn goedgekeurd als zijnde in overeenstemming met het besluit van de Raad van 16 december 1991 en met dit Memorandum."
Volgens punt 7 van het Memorandum moest voor goedkeuring van de overeenkomst aan bepaalde voorwaarden zijn voldaan. Een van deze voorwaarden was, dat de leveranciers werden geselecteerd door daartoe door de regering van de Russische Federatie aangewezen Russische organisaties.
4 Op 9 december 1992 sloten de Commissie en de VEB de in verordening nr. 1897/92 en het Memorandum voorziene leningsovereenkomst. In deze overeenkomst was een nauwkeurige omschrijving van het mechanisme van uitbetaling van de lening opgenomen. Er werd een kredietfaciliteit gecreëerd, waarvan gedurende de trekkingsperiode (15 januari 1993-15 juli 1993) gebruik kon worden gemaakt en die tot doel had, de bedragen voor te schieten die waren goedgekeurd voor de betaling van de leveringen.
5 Het mechanisme voor de uitbetaling, dat was gebaseerd op klassieke regelingen die in de internationale handel gewoonlijk worden toegestaan, wordt in deel III van de leningsovereenkomst als volgt beschreven:
"5. Trekking
5.1. Procedure
a) De lener zal de uitlener op de hoogte stellen van een voorgenomen uitbetaling door middel van de indiening van een verzoek om goedkeuring (...)
b) Indien de trekkingsperiode is ingegaan en de uitlener op basis van de informatie in het verzoek om goedkeuring en naar zijn volstrekt eigen oordeel ervan overtuigd is, dat het doel van de voorgenomen uitbetaling in overeenstemming is met artikel 3 en met het Memorandum en de adviserende/confirmerende bank die in het verzoek om goedkeuring is genoemd, voor de uitlener aanvaardbaar is, geeft hij binnen een redelijke termijn een bericht van bevestiging overeenkomstig het model in bijlage 3.
c) Na ontvangst van een bericht van bevestiging betreffende een voorgenomen uitbetaling dient de lener binnen de betalingsperiode een verzoek tot uitbetaling in overeenkomstig de bepalingen van artikel 5.3.
5.3. Uitbetaling
a) Een betaling zal, onverminderd artikel 5.5, slechts ter beschikking worden gesteld voor trekking na een verzoek tot uitbetaling dat de uitlener van de lener heeft ontvangen, om een betaling te doen die door de lener aan een goedgekeurde confirmerende bank verschuldigd is. Alle ingediende verzoeken tot uitbetaling zijn onherroepelijk en verbinden de lener (behoudens de artikelen 10 en 12) als debiteur van het aangegeven bedrag op de aangegeven dag en verplichten hem de uitbetalingsvoorwaarden te aanvaarden.
b) Elk verzoek tot uitbetaling moet:
i) worden gedaan overeenkomstig het in bijlage 4 voorgeschreven model;
ii) worden ondertekend door de lener;
iii) een verzoek inhouden dat de relevante betaling uiterlijk op de laatste werkdag van de trekkingsperiode aan de goedgekeurde confirmerende bank wordt verricht, door de rekening van die bank te crediteren met het bedrag van die betaling;
iv) vergezeld gaan van de in bijlage 4 gespecificeerde documenten."
6 Het voorziene instrument van het onherroepelijke documentaire krediet is in overeenstemming met de door de Internationale Kamer van Koophandel te Parijs vastgestelde "Uniforme Regelen en Usances met betrekking tot Documentaire Kredieten", die door de Gemeenschap als standaardmodel voor documentaire kredieten voor de kredietopenende banken zijn aanvaard.
7 Op 15 januari 1993 sloot de Commissie als lener overeenkomstig artikel 2 van besluit 91/658 namens de Gemeenschap een leningsovereenkomst met een bankconsortium onder leiding van Crédit Lyonnais.
De feitelijke grondslag van het geschil
8 Verzoekster, een vennootschap gespecialiseerd in de internationale handel in landbouwgrondstoffen, werd te zamen met andere maatschappijen benaderd in het kader van een onderhandse aanbesteding, georganiseerd door de vennootschap Exportkhleb, een staatsonderneming die door de Russische Federatie was belast met de onderhandelingen over de aankoop van graan.
9 Op 27 november 1992 sloot verzoekster met Exportkhleb twee overeenkomsten voor de verkoop van tarwe. Bij de eerste verplichtte zij zich tot levering van 500 000 ton maaltarwe, waarvan nadien 50 000 werd geannuleerd, tegen een prijs van 140,40 USD per ton, CIF Free Out ° Baltische havens. Bij de tweede overeenkomst verplichtte zij zich tot levering van 20 000 ton harde tarwe tegen een prijs van 145 USD per ton, CIF Free Out ° Zwarte-Zeehavens. Deze tweede overeenkomst werd op 2 december 1992 gewijzigd in verband met de levering van nog eens 15 000 ton harde tarwe tegen een prijs van 148 USD per ton, CIF Free Out ° Zwarte-Zeehavens. Al deze leveringen moesten vóór 28 februari 1993 worden verscheept.
10 Na ondertekening van de leningsovereenkomst (zie r.o. 4) verzocht de VEB de Commissie om goedkeuring van de tussen Exportkhleb en de graanexporterende vennootschappen gesloten overeenkomsten, waaronder die met verzoekster.
11 Nadat de Commissie van verzoekster enkele noodzakelijke aanvullende inlichtingen had verkregen, onder meer over de wisselkoers ECU/USD, die in de overeenkomst niet was vastgelegd, gaf zij op 27 januari 1993 uiteindelijk haar goedkeuring in de vorm van een bericht van bevestiging, gericht aan de VEB.
12 Volgens verzoekster werden de kredietbrieven pas operationeel op 16 februari 1993 voor de harde tarwe en op 25 februari 1993 voor de maaltarwe, dat wil zeggen enkele dagen vóór 28 februari 1993, het einde van de in de contracten opgenomen aflaadtermijn.
13 De overeenkomsten werden echter slechts gedeeltelijk uitgevoerd. Weliswaar was een belangrijk deel van het goed geleverd of onderweg, maar volgens verzoekster werd duidelijk, dat de totale hoeveelheid niet kon worden geleverd vóór 28 februari 1993.
14 Op 19 februari 1993 riep Exportkhleb alle exporteurs bijeen voor een vergadering te Brussel op 22 en 23 februari 1993. Tijdens deze vergadering verzocht Exportkhleb de exporteurs om nieuwe offertes uit te brengen voor de levering van wat zij noemde het "te verwachten restant", dat wil zeggen de hoeveelheden waarvan redelijkerwijs kon worden verwacht, dat zij niet vóór 28 februari 1993 zouden worden geleverd. Volgens verzoekster was de koers van tarwe tussen november 1992, de maand waarin de verkoopovereenkomsten waren gesloten, en februari 1993, de maand waarin deze nieuwe onderhandelingen werden gevoerd, aanzienlijk gestegen.
15 Na afloop van de onderhandelingen, tijdens welke de vennootschappen hun offertes moesten aanpassen aan de laagste offerte, dat wil zeggen 155 USD per ton, werd tussen de importeur en zijn wederpartijen overeenstemming bereikt over de verdeling van de nieuwe hoeveelheden die elke vennootschap zou leveren. Compagnie Continentale kreeg een contract voor 300 000 ton maaltarwe, waarvan 120 000 ton tegen de oorspronkelijk overeengekomen prijs en 180 000 ton tegen 155 USD, alsook 20 000 ton harde tarwe of maaltarwe tegen 155 USD. Volgens dezelfde informele overeenkomst liep de termijn voor verscheping af op 30 april 1993.
16 Volgens verzoekster werd wegens de nijpende voedselsituatie in Rusland en ter vermijding van de omslachtige procedure van goedkeuring en verkrijging van de kredieten, op verzoek van Exportkhleb, besloten deze wijzigingen vast te leggen in eenvoudige addenda bij de oorspronkelijke overeenkomsten die volgens verzoekster gemakshalve werden gedateerd op 23 februari 1993, de datum van de vergadering te Brussel. Bij de formulering van de addenda werd overeengekomen, de hoeveelheid te leveren tarwe te verminderen, volgens verzoekster om te voorkomen dat de nieuwe totaalprijs hoger zou komen te liggen dan de oorspronkelijk overeengekomen totaalprijs.
17 Op 9 maart 1993 deelde Exportkhleb de Commissie in de eerste plaats mee, dat de met vijf van haar leveranciers gesloten overeenkomsten waren gewijzigd, en in de tweede plaats, dat de verdere leveringen thans zouden geschieden tegen een prijs van 155 USD per ton, om te rekenen in ECU tegen een koers van 1,17418 (zijnde 132 ECU per ton).
18 Op 12 maart 1993 antwoordde de heer Legras, directeur-generaal Landbouw (DG VI), aan Exportkhleb, dat hij haar aandacht erop vestigde dat, aangezien de maximumwaarde van deze contracten reeds was vastgesteld bij het bericht van bevestiging van de Commissie en het totaalbedrag van de voor de tarwe beschikbare kredieten reeds bij contract was vastgelegd, de Commissie een dergelijk verzoek enkel kon accepteren, indien de totale waarde van de contracten dezelfde bleef, hetgeen kon worden bereikt door een overeenkomstige verlaging van de hoeveelheden die nog moesten worden geleverd. Hij voegde hieraan toe, dat de Commissie het verzoek om goedkeuring van de wijzigingen slechts in overweging kon nemen, indien door de VEB formeel daarom werd verzocht.
19 Volgens verzoekster is deze informatie aldus uitgelegd, dat de Commissie in beginsel instemde met de wijzigingen, onder voorbehoud van onderzoek voor officiële goedkeuring, zodra het dossier door de VEB zou zijn overgelegd. Om die reden heeft verzoekster het laden van graan met bestemming Rusland hervat.
20 Volgens verzoekster heeft de VEB de stukken met de nieuwe offertes en de contractwijzigingen formeel aan de Commissie voorgelegd op 22 maart 1993. Op 1 april 1993 weigerde de Commissie, bij aan de VEB gerichte brief van het met landbouwvraagstukken belaste Commissielid, de wijzigingen van de oorspronkelijke contracten goed te keuren.
21 De inhoud van de brief van 1 april 1993 kan worden samengevat als volgt. Het Commissielid, R. Steichen, liet weten, dat de Commissie, na onderzoek van de wijzigingen van de tussen Exportkhleb en bepaalde leveranciers gesloten contracten, de wijzigingen betreffende de verschuiving van de leverings- en de betalingstermijnen kon aanvaarden. Hij stelde evenwel, dat "de omvang van de prijsverhogingen van dien aard is, dat de Commissie deze niet kan aanmerken als een noodzakelijke aanpassing, doch als een wezenlijke wijziging van de oorspronkelijk onderhandelde contracten beschouwt". Hij vervolgde: "Het huidige prijsniveau op de wereldmarkt (eind maart 1993) verschilt in feite niet veel van het prijsniveau op de datum waarop de oorspronkelijke prijzen werden overeengekomen (eind november 1992)." Het Commissielid herinnerde eraan, dat de eis om een vrije mededinging tussen potentiële leveranciers alsmede de gunstigste aankoopcondities te waarborgen, één van de belangrijkste factoren voor de goedkeuring van de Commissie was. Na te hebben vastgesteld, dat de wijzigingen in casu rechtstreeks waren overeengekomen met de betrokken ondernemingen, zonder mededinging van andere leveranciers, concludeerde hij: "De Commissie kan dergelijke ingrijpende veranderingen niet goedkeuren als een loutere wijziging van bestaande contracten." Het Commissielid verklaarde zich bereid, de wijzigingen betreffende de verschuiving van de leveringen en betalingen goed te keuren, op voorwaarde dat de normale procedure in acht zou worden genomen. Daarentegen gaf hij te kennen: "Indien het noodzakelijk mocht worden geacht om de prijzen of de hoeveelheden te wijzigen, moet worden onderhandeld over nieuwe contracten die overeenkomstig de gebruikelijke volledige procedure (met inbegrip van de indiening van ten minste drie offertes) ter goedkeuring aan de Commissie moeten worden voorgelegd."
22 Op 5 april 1993 ontving verzoekster een telexbericht van Exportkhleb waarin deze haar van de weigering van de Commissie in kennis stelde en uittreksels aanhaalde uit de brief van 1 april 1993, die aan de heer Legras werd toegeschreven. Op 20 april ontving zij van Exportkhleb de volledige tekst van de betrokken brief.
Het procesverloop en de conclusies van partijen
23 Onder deze omstandigheden heeft verzoekster bij op 22 juni 1993 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift het onderhavige beroep ingesteld, dat is ingeschreven onder nummer C-357/93.
24 Bij beschikking van 27 september 1993 heeft het Hof de zaak krachtens besluit 93/350/Euratom, EGKS, EEG van de Raad van 8 juni 1993 tot wijziging van besluit 88/591/EGKS, EEG, Euratom tot instelling van een Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen (PB 1993, L 144, blz. 21), naar het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen verwezen.
25 De zaak is ter griffie van het Gerecht ingeschreven onder nummer T-494/93. Bij op 7 december 1993 ter griffie neergelegde akte heeft de Commissie een exceptie van niet-ontvankelijkheid opgeworpen.
26 Op rapport van de rechter-rapporteur heeft het Gerecht (Derde kamer) besloten zonder instructie tot de mondelinge behandeling over te gaan.
27 Partijen zijn gehoord in hun pleidooien en hun antwoorden op de vragen van het Gerecht ter openbare terechtzitting van 25 april 1996.
28 Verzoekster verzoekt het Gerecht:
° de beschikking van 1 april 1993, waarbij de Commissie heeft geweigerd de op 23 februari 1993 gesloten overeenkomsten en de daarop betrekking hebbende wijzigingen van de kredietbrieven goed te keuren, nietig te verklaren;
° de vennootschap te herstellen in haar rechten jegens de bank Crédit Lyonnais om het saldo van het verschil tussen de oorspronkelijk overeengekomen prijs en de nadien overeengekomen prijzen betaald te krijgen over de na 28 februari 1993 geleverde partijen graan, bij gebreke waarvan de vennootschap zich uitdrukkelijk alle rechten voorbehoudt om zo nodig beroep wegens niet-contractuele aansprakelijkheid in te stellen, teneinde vergoeding van de door haar geleden schade te bekomen;
° de Commissie te verwijzen in de kosten van het geding.
29 In haar exceptie van niet-ontvankelijkheid verzoekt de Commissie het Gerecht:
° het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, op grond dat het na het verstrijken van de beroepstermijn is ingesteld;
° het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, op grond dat verzoekster door de beschikking niet rechtstreeks wordt geraakt;
° de incidentele vordering niet-ontvankelijk te verklaren;
° verzoekster te verwijzen in de kosten van het geding.
30 In haar opmerkingen betreffende de exceptie van niet-ontvankelijkheid verzoekt verzoekster het Gerecht:
° de exceptie van niet-ontvankelijkheid af te wijzen.
De ontvankelijkheid
Argumenten van partijen
31 In haar exceptie van niet-ontvankelijkheid werpt de Commissie drie middelen op. In de eerste plaats zou het beroep in zijn geheel niet-ontvankelijk zijn, daar het te laat is ingesteld. In de tweede plaats zou het beroep tot nietigverklaring niet-ontvankelijk zijn, daar verzoekster door de bestreden handeling niet rechtstreeks wordt geraakt. In de derde plaats zou de incidentele vordering van verzoekster met geen enkele bekende rechtsgang overeenkomen. Gelet op de omstandigheden van het geval, is het Gerecht van oordeel dat eerst het tweede en het derde middel moeten worden onderzocht.
De ontvankelijkheid van de conclusies tot nietigverklaring
32 De Commissie werpt een exceptie van niet-ontvankelijkheid op, op grond dat verzoekster door de bestreden handeling niet rechtstreeks wordt geraakt in de zin van artikel 173, vierde alinea, van het Verdrag.
33 Om te beginnen geeft de Commissie een uitvoerige beschrijving van het stelsel van de betrokken wettelijke regelingen en overeenkomsten. Haars inziens zijn deze regelingen van dien aard dat het beroep tot nietigverklaring niet-ontvankelijk is.
34 Het Memorandum vormt volgens de Commissie de basis van de overeenkomst tussen de Gemeenschap en de Russische Federatie, op grond waarvan de lening is toegekend. In het Memorandum worden het bedrag van de lening (349 miljoen ECU) en de voorwaarden voor goedkeuring van de contracten vastgelegd.
35 Met betrekking tot de leningsovereenkomst preciseert de Commissie, dat de tenuitvoerlegging van de lening een particuliere commerciële handeling is. Zij merkt in de eerste plaats op, dat er geen aanleiding bestond ervan uit te gaan, dat de daarin voorziene faciliteit met ingang van 15 januari 1993 beschikbaar zou zijn, aangezien in artikel 4 is bepaald, dat deze slechts operationeel wordt wanneer diverse voorwaarden zijn vervuld, en in de tweede plaats dat de leningsovereenkomst haar geen enkele rol toebedeelt bij het sluiten van de leveringscontracten, waarvan zij slechts verifieert, of zij in aanmerking komen voor de communautaire lening.
36 Wat het eigenlijke documentaire krediet betreft, merkt de Commissie op, dat het onherroepelijke krediet weliswaar een juridisch bindende overeenkomst tot stand brengt tussen de bankier die het krediet opent en de debiteur, doch dat een dergelijke overeenkomst geen enkele verbintenis van de Gemeenschap bevat, dat de vordering tot betaling van de leverancier door de communautaire autoriteiten zal worden voldaan. Zoals bij ieder niet geconfirmeerd krediet leidt het door de bank geopende krediet enkel tot een potentiële verplichting van deze bank jegens de leverancier, aangezien diens aanspraak op betaling slechts ontstaat wanneer de vennootschap de documenten overlegt die aantonen dat de voor betaling noodzakelijke handelingen zijn verricht, bij voorbeeld door de overlegging van de documenten waaruit de levering van de tarwe blijkt. De Commissie leidt hieruit af, dat de Gemeenschap derhalve geen enkele verplichting op zich neemt ten opzichte van de leverancier of zijn bank en merkt op, dat de Gemeenschap in de praktijk aan de bank van de leverancier weliswaar de terugbetaling toezegt na ontvangst van een bevredigend betalingsverzoek, doch dat deze toezegging in elk geval afhangt van de voorwaarde dat de gegevens in het bericht van bevestiging overeenkomen met die van het documentaire krediet, en dat deze toezegging bovenal slechts een verbintenis jegens de bank van de leverancier is, waaraan de Gemeenschap slechts garandeert, dat aan de verplichting van de kredietopenende bank zal worden voldaan overeenkomstig het documentaire krediet. Het recht van een leverancier op betaling op grond van een niet geconfirmeerd documentair krediet geldt uitsluitend jegens de bank die het krediet heeft geopend, in casu de VEB.
37 De met Exportkhleb gesloten leveringscontracten werden volgens de Commissie ondertekend voordat het Memorandum en de leningsovereenkomst tot stand waren gekomen en verzoekster had geen enkele invloed op de datum van ondertekening van de leningsovereenkomst en evenmin op de datum waarop de kredietopenende bank zou voldoen aan de voorwaarden voor de beschikbaarstelling van de lening.
38 Wat het bericht van bevestiging betreft, merkt de Commissie op, dat dit stuk is opgesteld volgens de bepalingen van de leningsovereenkomst en geen wijziging kon brengen in de tussen verzoekster en Exportkhleb overeengekomen contractuele voorwaarden.
39 De Commissie wijst nog op de overeenkomsten tussen dit systeem en het systeem dat de financiering van ontwikkelingsprojecten in het kader van de Overeenkomst van Lomé regelt. Zoals het Hof heeft gepreciseerd in het arrest van 10 juli 1984 (zaak 126/83, STS, Jurispr. 1984, blz. 2769), wordt in artikel 120 van de Overeenkomst van Lomé het beginsel vastgelegd, dat alleen de staten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de projecten en actieprogramma' s. In dat verband zijn zij verantwoordelijk voor het uitwerken van, het onderhandelen over en het sluiten van de nodige contracten voor de tenuitvoerlegging van deze operaties. Hetzelfde geldt volgens de Commissie voor het systeem dat is ingevoerd om de invoer van tarwe te financieren, aangezien het Memorandum bepaalt, dat de lening wordt verstrekt ter dekking van door de lener ter uitvoering van leveringscontracten afgegeven onherroepelijke documentaire kredieten. Volgens de Commissie is haar rol in het systeem van Lomé zelfs belangrijker dan in het systeem van de Ruslandlening, aangezien zij in het kader van deze lening niet betrokken is bij de gunning van het contract.
40 Volgens de Commissie wordt verzoekster door de litigieuze brief van 1 april 1993 niet rechtstreeks geraakt in de zin van artikel 173, vierde alinea, van het Verdrag. Deze brief beoogt niet, en kan ook niet beogen, de voorwaarden van de commerciële overeenkomsten tussen verzoekster en Exportkhleb te wijzigen. De rol van de Commissie is uitsluitend, na te gaan, of aan de in de teksten gestelde financieringsvoorwaarden is voldaan, en zo ja, tot uitbetaling van de Ruslandlening te machtigen. Het is niet haar taak, de commerciële overeenkomst geldig te verklaren. De brief van de Commissie zou enkel tot gevolg hebben, dat de lening niet meer kan worden gebruikt om tarweleveranties volgens de gewijzigde contractvoorwaarden te betalen.
41 De Commissie verwijst hiervoor naar het arrest STS (reeds aangehaald), waarin soortgelijke problemen in het kader van de Overeenkomst van Lomé aan de orde kwamen en waarvan de oplossing dus ook op deze zaak zou kunnen worden toegepast.
42 De Commissie concludeert, dat evenals zijzelf een derde partij is bij de verkoopovereenkomst tussen de onderneming uit de Gemeenschap en de Russische bevoegde organisatie, de onderneming een derde partij is bij de leningsovereenkomst. Onder die omstandigheden kan verzoekster niet rechtstreeks worden geraakt in de zin van artikel 173, vierde alinea, van het Verdrag.
43 Verzoekster wijst om te beginnen op de bijzonderheden van de getroffen regeling, voor zover de uitgeleende gelden rechtstreeks bestemd zijn voor de betaling, door de Gemeenschap of haar financieel vertegenwoordiger Crédit Lyonnais, van de goederen die ter uitvoering van de door de Commissie goedgekeurde overeenkomsten worden geleverd. De Russische lener heeft op geen enkel moment toegang tot deze gelden, daar de Ruslandlening in werkelijkheid een door de Gemeenschap geopende kredietlijn is die bij haar financieel vertegenwoordiger kan worden gemobiliseerd. De goedkeuring van de verkoopovereenkomsten, waarvan de criteria, regels en voorwaarden in de gepubliceerde gemeenschapsteksten zijn vastgelegd, brengt een directe lijn met de verkoper tot stand, aangezien daarmee wordt bevestigd dat hij in aanmerking komt voor de lening, die hem de garantie geeft dat hij, indien aan de in de teksten vastgestelde criteria wordt voldaan, zal worden betaald; zonder deze garantie zou hij de overeenkomst niet hebben gesloten. Zo verzoekster door de goedkeuring rechtstreeks wordt geraakt, is dit a fortiori het geval door de weigering om de overeenkomsten goed te keuren.
44 Verzoekster verklaart vervolgens, het niet eens te zijn met de parallel die de Commissie trekt met de arresten van het Hof in het kader van de Overeenkomst van Lomé. In de zaak STS (reeds aangehaald) kwam de verzoeker immers, via het beroep tegen de beschikking van de Commissie tot goedkeuring van de gunning van het contract aan een andere gegadigde, in feite op tegen de beschikking tot aanvaarding van de offerte van die andere gegadigde. In casu vormt de beschikking van de Commissie evenwel niet het vervolg op het reeds afgesloten contract, maar is zij daarvoor de voorwaarde. Met het beroep wordt enkel opgekomen tegen een beschikking van de Commissie, waarbij zij weigert het tussen verzoekster en Exportkhleb gesloten contract goed te keuren. Aangezien het commerciële contract afhankelijk is van de goedkeuring van de kredieten door de Commissie, heeft de weigering van die goedkeuring tot gevolg, dat er geen rechtsverhouding, en dus ook geen rechtsgang, bestaat tussen verzoekster en de Russische autoriteiten. Daarentegen zou een parallel moeten worden getrokken met de zaak International Fruit Company e.a. (arrest van 13 mei 1971, gevoegde zaken 41/70, 42/70, 43/70 en 44/70, Jurispr. 1971, blz. 411).
45 Ten slotte blijkt volgens verzoekster uit de feiten van de onderhavige zaak, dat zij rechtstreeks wordt geraakt. De weigering het gewijzigde contract goed te keuren heeft als direct gevolg gehad, dat zij slechts gedeeltelijk betaling heeft ontvangen. De Commissie en verzoekster hebben frequent contact gehad; met name heeft verzoekster kopie ontvangen van het bericht van bevestiging van 27 januari 1993. Bovendien werden de problemen bij de nakoming van de oorspronkelijke contracten uitsluitend veroorzaakt door de aanmerkelijke vertraging bij de goedkeuring ervan, waardoor de afwikkeling van het beoogde leveringsprogramma werd bemoeilijkt en heronderhandeling over de contracten onvermijdelijk werd.
46 Verzoekster concludeert daaruit, met een beroep op een gewettigd vertrouwen dat volgens haar voortvloeit uit brieven van de Commissie die deze vóór haar weigering van goedkeuring heeft verzonden, dat de noodzakelijk geworden prijswijzigingen zijn aanvaard.
Beoordeling door het Gerecht
47 Volgens artikel 173, vierde alinea, van het Verdrag kan iedere natuurlijke of rechtspersoon beroep instellen tegen beschikkingen die, hoewel genomen in de vorm van een beschikking gericht tot een andere persoon, hem rechtstreeks en individueel raken.
48 Derhalve moet worden nagegaan, of verzoekster door de brief van 1 april 1993 van de Commissie aan de VEB rechtstreeks en individueel wordt geraakt.
49 Om te beginnen stelt het Gerecht vast, dat de Commissie niet heeft betwist, dat verzoekster individueel wordt geraakt. Gelet op de omstandigheden van het onderhavige geval meent het Gerecht, dat enkel behoeft te worden onderzocht, of verzoekster door de in geding zijnde beschikking rechtstreeks wordt geraakt.
50 In dit verband dient te worden vastgesteld, dat door de communautaire regelgeving en de tussen de Gemeenschap en de Russische Federatie gesloten overeenkomsten een verdeling van bevoegdheden tot stand is gebracht tussen de Commissie en de vertegenwoordiger die door de Russische Federatie is gemachtigd om tarwe aan te kopen. Het is immers de taak van deze vertegenwoordiger, in casu Exportkhleb, om via een aanbesteding de contractpartner te kiezen, te onderhandelen over de contractvoorwaarden en de overeenkomst te sluiten. Aan de Commissie is enkel de rol toebedeeld, na te gaan of aan de voorwaarden voor de financiering door de Gemeenschap is voldaan en, in voorkomend geval, voor de betaling van de lening vast te stellen dat deze overeenkomsten voldoen aan het bepaalde in besluit 91/658 en de met de Russische Federatie gesloten overeenkomsten. De Commissie dient het commerciële contract derhalve niet te toetsen aan andere criteria dan de zojuist genoemde.
51 Dit betekent, dat er uitsluitend een rechtsverhouding bestaat tussen de onderneming waaraan een contract wordt gegund, en haar wederpartij, Exportkhleb, die door de Russische Federatie is gemachtigd tot het sluiten van contracten voor de aankoop van tarwe. De Commissie onderhoudt slechts rechtsbetrekkingen met de lener, te weten de financieel vertegenwoordiger van de Russische Federatie, de VEB, die haar de commerciële contracten ter goedkeuring voorlegt en tot wie de beschikking van de Commissie ter zake is gericht.
52 Derhalve moet worden beklemtoond, dat de tussenkomst van de Commissie geen invloed heeft op de rechtsgeldigheid van het tussen verzoekster en Exportkhleb gesloten commerciële contract en geen wijziging brengt in de contractvoorwaarden, met name betreffende de tussen partijen overeengekomen prijzen. Los van het besluit van de Commissie om de contracten niet als conform de toepasselijke bepalingen te erkennen, blijft de op 23 februari 1993 door de partijen in hun contract van 28 november 1992 aangebrachte wijziging derhalve geldig in de tussen hen overeengekomen bewoordingen.
53 Het feit dat de Commissie met verzoekster of Exportkhleb contact heeft gehad doet niet af aan deze beoordeling van de rechten en verplichtingen die voor elk van de betrokken partijen voortvloeien uit de toepasselijke wettelijke regelingen en overeenkomsten. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring merkt het Gerecht bovendien op, dat uit de briefwisseling waarop verzoekster zich beroept, niet blijkt dat de Commissie buiten haar rol is getreden. Zo hadden de gestelde contacten tussen de Commissie en verzoekster in januari 1993 uitsluitend tot doel, te bewerkstelligen dat de partijen in hun contract een onontbeerlijke voorwaarde voor de conformverklaring zouden opnemen, maar werd het aan de partijen overgelaten om hun contract te wijzigen indien zij voor de voorziene financiering in aanmerking wilden komen. Voorts is de omstandigheid dat de Commissie verzoekster een kopie van het aan de VEB gerichte bericht van bevestiging heeft gezonden, niet van invloed op de juridische strekking van dit bericht.
54 Voorts kan de VEB weliswaar, wanneer zij van de Commissie een beschikking ontvangt waarin wordt vastgesteld dat het contract niet in overeenstemming is met de toepasselijke bepalingen, geen documentair krediet openen waarvoor een communautaire garantie geldt, maar dit neemt niet weg dat, zoals hiervoor is vastgesteld, noch de geldigheid van het tussen verzoekster en Exportkhleb gesloten contract, noch de voorwaarden daarvan door de beschikking worden aangetast. Dienaangaande moet worden beklemtoond, dat de beschikking van de Commissie niet in de plaats treedt van een beslissing van de Russische autoriteiten, aangezien de Commissie alleen bevoegd is, de conformiteit van de contracten te onderzoeken met het oog op de financiering door de Gemeenschap.
55 Ten slotte moet worden opgemerkt, dat verzoekster niet kan staven dat zij rechtstreeks door de in geding zijnde beschikking wordt geraakt, met een beroep op het feit dat in de commerciële contracten een opschortende voorwaarde voorkomt, volgens welke de uitvoering van het contract en de betaling van de prijs afhankelijk zijn van de erkenning van de Commissie dat aan de voorwaarden voor uitbetaling van de communautaire lening is voldaan. Een dergelijke voorwaarde is immers een verband dat de partijen bij een overeenkomst wensen te leggen tussen de overeenkomst die zij sluiten en een toekomstige onzekere gebeurtenis, die enkel indien zij intreedt hun overeenkomst bindende werking zal verlenen. Het Gerecht is van oordeel, dat de ontvankelijkheid van een beroep krachtens artikel 173, vierde alinea, van het Verdrag niet afhankelijk kan worden gemaakt van de wil van partijen. Dientengevolge moet verzoeksters argument worden afgewezen.
56 Ten slotte is het Gerecht van oordeel dat het door verzoekster ingeroepen gewettigd vertrouwen, waar zij mocht verwachten dat de wijziging van de contracten door de Commissie geldig zou worden verklaard, de zaak ten gronde betreft en dus geen wijziging brengt in de beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep.
57 Gezien het voorgaande, acht het Gerecht verzoekster niet rechtstreeks geraakt in de zin van artikel 173, vierde alinea, van het Verdrag door de tot de VEB gerichte beschikking van de Commissie van 1 april 1993. Mitsdien moet het tegen deze beschikking ingestelde beroep tot nietigverklaring niet-ontvankelijk worden verklaard.
De vordering tot herstel van verzoekster in haar rechten jegens een derde
58 Verzoekster heeft een vordering ingediend, "strekkende tot herstel van Compagnie Continentale in haar rechten om van Crédit Lyonnais het saldo (van het verschil tussen de prijs van de contracten van 27 november 1992 en de nieuwe prijzen volgens de overeenkomsten van 23 februari 1993) betaald te krijgen over de vanaf 28 februari 1993 geleverde partijen tarwe".
59 Het Gerecht herinnert eraan, dat de gemeenschapsrechter zich in het kader van een beroep tot nietigverklaring op grond van artikel 173 van het Verdrag beperkt tot het toezicht op de wettigheid van de bestreden handeling. Bijgevolg valt de vordering van verzoekster tot herstel in haar rechten buiten de door het Verdrag aan de gemeenschapsrechter in het kader van een beroep tot nietigverklaring verleende bevoegdheid en moet deze derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.
60 Gelet op deze overwegingen, en zonder dat het middel betreffende de te late instelling van het beroep behoeft te worden onderzocht, moet het beroep in zijn geheel niet-ontvankelijk worden verklaard.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
61 Volgens artikel 87, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, indien zulks is gevorderd. Aangezien verzoekster in het ongelijk is gesteld, dient zij, gelet op de conclusies van de Commissie, in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Derde kamer),
rechtdoende:
1) Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
2) Verwijst verzoekster in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy