Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Trefwoorden
++++
Procedure ° Kosten ° Begroting ° Invorderbare kosten ° Begrip ° In aanmerking te nemen factoren
(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 91, sub b, en 92, lid 1)
Samenvatting
Omdat een tariefregeling in het gemeenschapsrecht ontbreekt, moet de gemeenschapsrechter, wanneer hij met toepassing van artikel 92, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering over de kosten beslist, de gegevens van de zaak vrijelijk beoordelen, daarbij rekening houdend met het onderwerp en de aard van het geschil, het belang ervan vanuit het oogpunt van het gemeenschapsrecht, de moeilijkheid van de zaak, de hoeveelheid werk die de gemachtigden of de raadslieden aan de contentieuze procedure kunnen hebben gehad, en het economisch belang van het geschil voor de partijen, zonder daarbij acht te slaan op nationale tarieven voor advocatenhonoraria of op een eventuele overeenkomst dienaangaande tussen de betrokken partij en haar gemachtigden of raadslieden.
Aangezien het Gerecht bij de vaststelling van de invorderbare kosten rekening houdt met alle omstandigheden van de zaak tot aan het tijdstip van deze vaststelling, behoeft niet afzonderlijk te worden beslist over de kosten die door partijen zijn gemaakt in verband met de procedure tot vaststelling van de kosten.
Partijen
In zaak T-2/93 (92),
Société anonyme à participation ouvrière Compagnie nationale Air France, vennootschap naar Frans recht, gevestigd te Parijs, vertegenwoordigd door E. Marissens, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van L. Dupong, advocaat aldaar, Rue des Bains 14 A,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door F. E. Gonzáles Díaz, lid van haar juridische dienst, en G. de Bergues, nationaal ambtenaar gedetacheerd bij de Commissie, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G. Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
ondersteund door
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, vertegenwoordigd door J. D. Colahan, van het Treasury Solicitor' s Department, als gemachtigde, en C. Vajda, Barrister bij de Balie van Engeland en Wales, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter ambassade van het Verenigd Koninkrijk, Boulevard Roosevelt 14,
TAT SA, vennootschap naar Frans recht, gevestigd te Tours (Frankrijk), vertegenwoordigd door A. Winckler, advocaat te Parijs, en R. Subiotto, Solicitor, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van Elvinger en Hoss, advocaten aldaar, Côte d' Eich 15,
en
British Airways plc, vennootschap naar Engels recht, gevestigd te Hounslow (Verenigd Koninkrijk), vertegenwoordigd door W. Allen en J. E. Flynn, Solicitors, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van Loesch en Wolter, advocaten aldaar, Rue Goethe 11,
interveniënten,
betreffende een verzoek om vaststelling van de door verzoekster aan interveniënte TAT SA te vergoeden kosten naar aanleiding van het arrest van het Gerecht van 19 mei 1994 in zaak T-2/93, Air France, Jurispr. 1994, blz. II-323,
geeft
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Tweede kamer ° uitgebreid),
samengesteld als volgt: B. Vesterdorf, kamerpresident, D. P. M. Barrington, A. Saggio, H. Kirschner en A. Kalogeropoulos, rechters,
griffier: H. Jung
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
Het procesverloop
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Gerecht op 5 januari 1993, heeft de Société anonyme à participation ouvrière Compagnie nationale Air France (hierna: "Air France") krachtens artikel 173 EEG-Verdrag beroep ingesteld strekkende tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 27 november 1992 (IV/M. 259 ° British Airways/TAT; hierna de "beschikking") inzake een procedure op grond van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (gerectificeerde versie gepubliceerd in PB 1990, L 257, blz. 13; hierna: de "verordening"). De betrokken concentratie betrof de verwerving door British Airways van 49,9 % van het kapitaal van TAT European Airlines, terwijl de resterende 50,1 % van het kapitaal in het bezit bleef van TAT SA (hierna: "TAT").
2 Bij beschikking van 15 juli 1993 heeft het Gerecht het Verenigd Koninkrijk, British Airways en TAT toegestaan om in deze zaak te interveniëren ter ondersteuning van de conclusies van verweerster.
3 Op rapport van de rechter-rapporteur heeft het Gerecht besloten zonder instructie tot de mondelinge behandeling over te gaan.
4 Partijen zijn in hun pleidooien en antwoorden op vragen van het Gerecht gehoord ter terechtzitting van 23 februari 1994.
5 Bij arrest van 19 mei 1994 heeft het Gerecht het beroep verworpen, met verwijzing van Air France in haar eigen kosten en in die van onder meer interveniënte TAT.
6 Bij brief van 1 juni 1994 aan Air France verzocht het advocatenkantoor dat TAT vertegenwoordigde, Air France om betaling van een totaalbedrag van 328 000 FF. Dit bedrag bestond uit onkosten (telefoongesprekken, telefaxen, overlegging van documenten, fotokopieën, porti, reis- en verblijfkosten) ten bedrage van 19 908 FF en honoraria ten bedrage van 308 092 FF.
7 Onder deze omstandigheden heeft Air France het Gerecht bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie op 4 juli 1994, verzocht het bedrag van de invorderbare kosten van TAT vast te stellen op 65 600 FF.
8 Op 5 september 1994 heeft TAT haar opmerkingen over het verzoek om vaststelling van de kosten ingediend. De overige partijen hebben geen opmerkingen ingediend.
Ten gronde
9 Tot staving van haar verzoek om vaststelling van de kosten voert Air France de volgende argumenten aan:
° wat de ontvankelijkheid van het beroep betreft, heeft TAT in haar memorie in interventie slechts verwezen naar Amerikaanse rechtspraak en daarvan enkel de inhoud gekopieerd;
° wat de grond van de zaak betreft, heeft TAT zich beperkt tot het overnemen van het standpunt van de Commissie;
° tijdens de mondelinge behandeling heeft TAT zuiver politieke opmerkingen gemaakt die niet ter zake deden, omdat zij enkel over staatssteun gingen;
° onder die omstandigheden was het niet noodzakelijk dat TAT door twee advocaten werd vertegenwoordigd.
10 Air France stelt ook nog, dat het bedrag van de onkosten, in verhouding tot dat wat voor de interventie van TAT objectief noodzakelijk was, eveneens verbazingwekkend is.
11 In antwoord op de argumenten van Air France geeft TAT harerzijds een korte uiteenzetting van de inhoud van haar memorie in interventie en van de door haar tijdens de mondelinge behandeling gemaakte opmerkingen. TAT betwist de beweringen van Air France, dat zij niet ter zake deden. Volgens haar bewijst het onderhavige verzoek van Air France nogmaals, dat zij zich wil blijven verzetten tegen de gevolgen van het geldende recht en van de beslissingen van de gemeenschapsrechter.
12 Met betrekking tot de inhoud van haar memorie in interventie beklemtoont TAT bovendien, dat het probleem van de ontvankelijkheid van door derden-concurrenten ingestelde beroepen tegen beschikkingen van de Commissie op het gebied van concentraties nieuw was en bestudering van het Amerikaanse recht op dit punt dan ook op zijn plaats was.
13 Omtrent de omvang van het werk stelt TAT, dat de zaak een diepgaand onderzoek in de juridische en economische literatuur, bestudering van alle elementen van het dossier en constante cooerdinatie en vergaderingen met de Commissie en British Airways noodzakelijk had gemaakt. Onder die omstandigheden was het gerechtvaardigd geweest, dat TAT zich zowel door een partner van een advocatenkantoor als, tegen een lager tarief, door een medewerker van hem had laten vertegenwoordigen, zodat het werk doelmatiger verliep. Bovendien bedraagt het door het advocatenkantoor gedeclareerde totale aantal uren voor de voorbereiding van de memorie in interventie en de vertegenwoordiging van TAT ter terechtzitting omstreeks 168 uur.
14 Verder stelt TAT, dat de economische belangen die voor haar op het spel stonden, hoge honoraria rechtvaardigen. In dit verband verwijst zij naar de in Duitsland vastgestelde tarieven voor de honoraria van advocaten; toepassing daarvan zouden hebben geleid tot veel hogere honoraria dan door de advocaten van TAT worden verlangd.
15 Ten slotte herinnert TAT eraan, dat de in rekening gebrachte onkosten de kosten vertegenwoordigen die in het kader van de interventie zijn gemaakt. Concluderend verzoekt zij het Gerecht om het bedrag van de kosten vast te stellen overeenkomstig de bedragen genoemd in de aan Air France gerichte brief van 1 juni 1994 van het advocatenkantoor dat TAT heeft vertegenwoordigd.
16 Vooraf zij eraan herinnerd, dat aangezien een tariefregeling in het gemeenschapsrecht ontbreekt, het Gerecht de gegevens van de zaak vrijelijk moet beoordelen, daarbij rekening houdend met het onderwerp en de aard van het geschil, het belang ervan vanuit het oogpunt van het gemeenschapsrecht, de moeilijkheid van de zaak, de hoeveelheid werk die de gemachtigden of de raadslieden aan de contentieuze procedure kunnen hebben gehad, en het economisch belang van het geschil voor de partijen; en daarbij kan het geen acht slaan op nationale tarieven voor advocatenhonoraria of op een eventuele overeenkomst dienaangaande tussen de betrokken partij en haar gemachtigden of raadslieden. Dit is vaste rechtspraak (zie beschikking Hof van 26 november 1985, zaak 318/82, Leeuwarder Papierwarenfabriek, Jurispr. 1985, blz. 3727, en beschikking Gerecht van 25 februari 1992, gevoegde zaken T-18/89 en T-24/89, Tagaras, Jurispr. 1992, blz. II-153, r.o. 13).
17 In casu stelt het Gerecht vast, dat de zaak bestudering van economische zowel als juridische vraagstukken alsmede onderzoek van complexe feiten noodzakelijk maakte. De aard van het geschil rechtvaardigde dus, dat TAT werd vertegenwoordigd door zowel een partner van een advocatenkantoor als door een medewerker van hem. Hetzelfde geldt eveneens voor de vertegenwoordiging van TAT tijdens de mondelinge behandeling.
18 Wat de inhoud van de memorie in interventie van TAT betreft, stelt het Gerecht vast, dat TAT zich tot staving van haar stelling dat het beroep niet-ontvankelijk zou zijn, niet enkel op de Amerikaanse rechtspraak heeft beroepen, zoals Air France betoogt. In dit verband is het Gerecht overigens van mening, dat de korte analyse van het Amerikaanse recht in de memorie wel degelijk nuttig was in de omstandigheden van het geval.
19 Hoewel zij zich in de memorie in interventie vooral heeft beziggehouden met de vraag of het beroep ontvankelijk was, heeft TAT eveneens eigen relevante opmerkingen over de grond van de zaak gemaakt, die afweken van die in de memories van de Commissie.
20 Verder stelt het Gerecht nog vast, dat de beweringen van Air France over het verloop van de mondelinge behandeling onjuist zijn. Enkele opmerkingen van TAT tijdens de mondelinge behandeling kunnen inderdaad als "politieke" opmerkingen worden aangemerkt, maar zij vormden slechts een gedeelte van haar betoog.
21 Ten slotte is er naar het oordeel van het Gerecht geen aanleiding om het bedrag van de kosten zoals vermeld in de eerdergenoemde brief van de advocaten van TAT van 1 juni 1994 te verminderen, aangezien deze in verhouding tot de aard van het geschil redelijk lijken.
22 Ook al kunnen de concrete bezwaren van Air France tegen het bedrag van de kosten waarvan TAT vergoeding verlangt, niet worden aanvaard, dit neemt niet weg dat zoals reeds gezegd, het Gerecht, het bedrag van de honoraria die een partij aan zijn eigen advocaten verschuldigd is en die op de in de kosten verwezen partij kunnen worden verhaald, naar eigen inzicht dient vast te stellen.
23 In dit verband is het Gerecht van oordeel, dat zowel de aard van het geschil als het economische belang ervan voor partijen hoge honoraria rechtvaardigen.
24 Met betrekking tot het belang van de zaak vanuit het oogpunt van het gemeenschapsrecht, de moeilijkheid van de zaak en de hoeveelheid werk die de advocaten van TAT aan de contentieuze procedure kunnen hebben gehad, stelt het Gerecht vast, dat TAT zich blijkens de inhoud van haar memorie in interventie grotendeels heeft geconcentreerd op het probleem van de ontvankelijkheid van door derden-concurrenten ingestelde beroepen tegen beschikkingen van de Commissie ter zake van concentraties van ondernemingen. Dit probleem vergde omvangrijk onderzoek door de advocaten van TAT.
25 Gelet op het voorgaande dient het totale bedrag van de door Air France aan TAT te vergoeden kosten, daaronder begrepen de kosten van de advocaten van TAT, op 220 000 FF te worden gesteld.
26 Aangezien het Gerecht bij de vaststelling van de invorderbare kosten rekening heeft gehouden met alle omstandigheden van de zaak tot aan het tijdstip van deze vaststelling, behoeft niet afzonderlijk te worden beslist over de door partijen in verband met de onderhavige accessoire procedure gemaakte kosten.
Dictum
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Tweede kamer ° uitgebreid),
beschikt:
Het totale bedrag van de door verzoekster aan interveniënte TAT te vergoeden kosten wordt gesteld op 220 000 FF.
Luxemburg, 8 maart 1995.
Full & Egal Universal Law Academy