Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Trefwoorden
++++
Procedure ° Bevoegdheidsverdeling tussen Hof en Gerecht van eerste aanleg ° Bij Gerecht aanhangig beroep krachtens artikel 173, vierde alinea, EG-Verdrag, ingesteld door natuurlijk of rechtspersoon en betreffende toepassing van regels inzake steunmaatregelen van staten ° Bij Hof aanhangig beroep tot nietigverklaring van dezelfde handeling, doch ingesteld door Lid-Staat ° Belang, voor goede rechtsbedeling, van kennisneming door Hof van argumenten van natuurlijke of rechtspersoon ° Onbevoegdverklaring van Gerecht
(' s Hofs Statuut-EG, art. 47, derde alinea)
Partijen
In zaak T-488/93,
Hanseatische Industrie-Beteiligungen GmbH, vennootschap naar Duits recht, gevestigd te Bremen (Duitsland), vertegenwoordigd door G. Wiedemann en J.-P. Hix, advocaten te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van G. Harles, advocaat aldaar, Rue Mathias Hardt 8-10,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door B. Smulders en J. Gruenwald, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G. Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van beschikking 93/412/EEG van de Commissie van 6 april 1993 betreffende door de Duitse regering aan Hibeg en door Hibeg via Krupp GmbH aan Bremer Vulkan AG verleende steun ter vergemakkelijking van de verkoop van Krupp Atlas Elektronik GmbH door Krupp GmbH aan Bremer Vulkan AG (PB 1993, L 185, blz. 43),
geeft
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vierde kamer ° uitgebreid),
samengesteld als volgt: K. Lenaerts, kamerpresident, R. Schintgen, C. P. Briët, R. García-Valdecasas en C. W. Bellamy, rechters,
griffier: H. Jung
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij op 28 juni 1993 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de vennootschap Hanseatische Industrie-Beteiligungen (hierna: "Hibeg") beroep ingesteld tegen de Commissie (zaak C-335/93) tot nietigverklaring van beschikking 93/412/EEG van de Commissie van 6 april 1993 betreffende door de Duitse regering aan Hibeg en door Hibeg via Krupp GmbH aan Bremer Vulkan AG verleende steun ter vergemakkelijking van de verkoop van Krupp Atlas Elektronik GmbH door Krupp GmbH aan Bremer Vulkan AG (PB 1993, L 185, blz. 43). Volgens artikel 4 van de beschikking is deze gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.
2 Bij op 25 juni 1993 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft Duitsland beroep ingesteld tegen de Commissie tot nietigverklaring van diezelfde beschikking (zaak C-329/93).
3 Bij op 1 juli 1993 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft Bremer Vulkan Verbund AG (hierna: "Bremer Vulkan") beroep ingesteld tegen de Commissie tot nietigverklaring van diezelfde beschikking (zaak C-339/93).
4 Bij beschikkingen van 27 september 1993 heeft het Hof de zaken C-335/93 en C-339/93 naar het Gerecht verwezen met toepassing van artikel 4 van besluit 93/350/Euratom, EGKS, EEG van de Raad van 8 juni 1993 tot wijziging van besluit 88/591/EGKS, EEG, Euratom van 24 oktober 1988 tot instelling van een Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen (PB 1993, L 144, blz. 21). De zaken C-335/93 en C-339/93 zijn respectievelijk ingeschreven onder de nummers T-488/93 en T-490/93.
5 In haar op 8 september 1993 ter griffie van het Hof neergelegd verweerschrift heeft de Commissie gevorderd, dat de door het Hof naar het Gerecht te verwijzen zaken C-335/93 en C-339/93 door het Gerecht opnieuw naar het Hof zouden worden verwezen, zodat dit overeenkomstig artikel 47, derde alinea, tweede zin, van 's Hofs Statuut-EEG (hierna: het "Statuut") op de drie verzoeken een beslissing kan geven. Hiertoe voert de Commissie aan, dat de zaken hetzelfde voorwerp hebben en dat het hoofdberoep dat van Duitsland is, terwijl de beroepen van Hibeg en Bremer Vulkan in werkelijkheid interventies zijn ter ondersteuning van Duitsland.
6 Bij op 19 november 1993 ter griffie ingeschreven memorie heeft ook Hibeg verzocht om verwijzing van zaak T-488/93 naar het Hof overeenkomstig artikel 47, derde alinea, tweede zin, van het Statuut, opdat het Hof de drie zaken kan voegen en op de beroepen tegelijk een beslissing kan geven. Bij memorie van 24 november 1994 heeft Hibeg haar verzoek tot verwijzing naar het Hof ingetrokken.
7 In haar repliek van 18 november 1993 heeft Bremer Vulkan geconcludeerd tot verwijzing van zaak T-490/93 door het Gerecht naar het Hof. Bij memorie van 22 november 1994 heeft zij dit verzoek ingetrokken.
8 Luidens artikel 47, derde alinea, van het Statuut, kan het Gerecht, wanneer bij het Hof en het Gerecht zaken aanhangig worden gemaakt die hetzelfde voorwerp hebben of dezelfde vraag van uitlegging dan wel de geldigheid van dezelfde handeling betreffen, de partijen gehoord, de behandeling schorsen totdat het Hof arrest heeft gewezen. Echter, wanneer het verzoeken tot nietigverklaring van dezelfde handeling betreft, kan het Gerecht zich ook onbevoegd verklaren, opdat het Hof een beslissing geeft over al die verzoeken.
9 Het Hof heeft de behandeling van zaak C-329/93 niet krachtens artikel 47, derde alinea, van het Statuut geschorst. Derhalve dient het Gerecht een beslissing te nemen over een eventuele schorsing van de behandeling van zaak T-488/93 of over eventuele verwijzing ervan naar het Hof.
10 Om te beginnen zij in herinnering gebracht, dat zowel verzoeksters Hibeg en Bremer Vulkan als de Commissie zich hebben uitgesproken voor verwijzing naar het Hof, opdat beide zaken aldaar tegelijk kunnen worden bepleit.
11 Vervolgens zij erop gewezen, dat de beroepen voor het Hof en het Gerecht de nietigverklaring van dezelfde handeling betreffen, namelijk beschikking 93/412 van 6 april 1993.
12 Omdat artikel 37, tweede alinea, van het Statuut het recht van tussenkomst in gedingen tussen Lid-Staten enerzijds en instellingen van de Gemeenschappen anderzijds aan natuurlijke of rechtspersonen ontzegt, kunnen dezen zich, in gedingen die hen aanbelangen, enkel gehoor verschaffen door, voor zover zij in hun beroep ontvankelijk zijn, zelf voor de bevoegde rechter beroep in te stellen.
13 Nu het Hof de behandeling van zaak C-329/93 niet heeft geschorst, vereist de goede rechtsbedeling, dat de rechterlijke instantie die bevoegd is om van het beroep van een Lid-Staat kennis te nemen, de verschillende argumenten en middelen in aanmerking kan nemen waarop natuurlijke of rechtspersonen hun beroep tot nietigverklaring van diezelfde handeling doen steunen.
14 Indien in dezen de behandeling voor het Gerecht enkel werd geschorst totdat het Hof arrest had gewezen, zou het Hof niet kunnen ingaan op de middelen en argumenten die verzoekster Hibeg in zaak T-488/93 tegen de litigieuze beschikking heeft aangevoerd.
15 Bijgevolg zijn er voor het Gerecht termen aanwezig om krachtens artikel 47, derde alinea, van het Statuut en artikel 80 van het Reglement voor de procesvoering zaak T-488/93 naar het Hof te verwijzen en het dossier aan het Hof door te zenden, opdat dit over de beroepen tot nietigverklaring kan beslissen.
Dictum
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vierde kamer ° uitgebreid)
beschikt:
1) Zaak T-488/93, Hanseatische Industrie-Beteiligungen GmbH/Commissie van de Europese Gemeenschappen, wordt verwezen naar het Hof, opdat dit op de beroepen tot nietigverklaring kan beslissen.
2) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.
Luxemburg, 23 februari 1995.
Full & Egal Universal Law Academy