Conclusie van de advocaat generaal
++++
1. Bij op 15 februari 1994 ter griffie van het Hof ingeschreven verzoekschrift heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen, dat het Koninkrijk België, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden die nodig zijn voor het volgen van richtlijn 91/687/EEG van de Raad van 11 december 1991 tot wijziging van de richtlijnen 64/432/EEG, 72/461/EEG en 80/215/EEG ten aanzien van bepaalde maatregelen in verband met de varkenspest(1), en van richtlijn 91/688/EEG van de Raad van 11 december 1991 tot wijziging van richtlijn 72/462/EEG inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesprodukten uit derde landen(2), en/of door die bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens het voorlaatste artikel van die richtlijnen en de artikelen 5 en 189 EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2. Onbetwist is, dat voormelde richtlijnen uiterlijk op 1 juli 1992 in Belgisch recht moesten zijn omgezet.(3)
3. De niet-nakomingsprocedure is op 14 oktober 1992 ingeleid, en zowel de schriftelijke aanmaning als het met redenen omkleed advies van de Commissie aan de Belgische regering zijn onbeantwoord gebleven. Bovendien is de Commissie geen informatie meegedeeld die erop zou kunnen wijzen, dat de nodige maatregelen zijn genomen om de betrokken richtlijnen in Belgisch recht om te zetten.
4. In haar verweerschrift ontkent de Belgische regering de niet-nakoming niet, en beperkt zij zich tot de mededeling, dat de besluiten tot omzetting van de richtlijnen thans in behandeling zijn, en dat het Hof van de inwerkingtreding ervan in kennis zal worden gesteld.
5. Het is vaste rechtspraak van het Hof, dat een Lid-Staat zich niet kan beroepen op bepalingen, praktijken of omstandigheden in zijn nationale rechtsorde, ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van uit het gemeenschapsrecht voortvloeiende verplichtingen.(4)
6. De door de Commissie aan het Koninkrijk België verweten niet-nakoming, die overigens door verweerder niet wordt betwist, staat dus vast.
7. Mitsdien geef ik het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden die nodig zijn voor het volgen van richtlijn 91/687/EEG van de Raad van 11 december 1991 tot wijziging van de richtlijnen 64/432/EEG, 72/461/EEG en 80/215/EEG ten aanzien van bepaalde maatregelen in verband met de varkenspest, en van richtlijn 91/688/EEG van de Raad van 11 december 1991 tot wijziging van richtlijn 72/462/EEG inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesprodukten uit derde landen, en/of door die bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens het voorlaatste artikel van die richtlijnen en de artikelen 5 en 189 EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) het Koninkrijk België te verwijzen in de kosten van de procedure.
(*) Oorspronkelijke taal: Frans.
(1) ° PB 1991, L 377, blz. 16.
(2) ° PB 1991, L 377, blz. 18.
(3) ° Artikel 4, eerste alinea, van richtlijn 91/687, en artikel 2, tweede alinea, van richtlijn 91/688.
(4) ° Arrest van 18 mei 1994, zaak C-303/93, Commissie/Italië, Jurispr. 1994, blz. I-1901.
Full & Egal Universal Law Academy