CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
F. G. JACOBS
van 4 mei 1995 ( *1 )
1.
De Commissie heeft overeenkomstig artikel 169 van het Verdrag het Hof verzocht vast te stellen, dat de Helleense Republiek de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen of mede te delen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 90/219/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde microorganismen ( 1 ) en aan richtlijn 90/220/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu. ( 2 )
2.
Richtlijn 90/219 is door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 130 S van het Verdrag. Zij stelt gemeenschappelijke maatregelen vast voor het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen met het oog op de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu. Artikel 22 van de richtlijn bepaalt:
„De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 23 oktober 1991 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.”
3.
Richtlijn 90/220 is door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 100 A van het Verdrag. Artikel 1, lid 1, bepaalt:
„Het doel van deze richtlijn is de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Lid-Staten en de bescherming van de volksgezondheid en het milieu:
—
bij de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu,
—
bij het in de handel brengen van produkten die uit genetisch gemodificeerde organismen bestaan of deze bevatten, en die bestemd zijn om daarna doelbewust in het milieu te worden geïntroduceerd.”
Volgens artikel 23 dienden de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden om vóór 23 oktober 1991 aan deze richtlijn te voldoen en stellen zij de Commissie onverwijld in kennis van alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die zij voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn hebben aangenomen.
4.
Bij brief van 20 mei 1992 wees de Commissie de Griekse regering erop, dat de termijn voor de uitvoering van beide richtlijnen verstreken was en dat zij over geen gegevens beschikte, waaruit zij kon afleiden dat de Helleense Republiek de richtlijnen in nationaal recht had omgezet. De Commissie verzocht de Griekse regering haar, indien zij van mening was dat haar wettelijke regeling ter zake volledig aan de vereisten van de richtlijnen voldeed, van alle uitvoeringsbepalingen in kennis te stellen.
5.
Bij brief van 14 september 1992 deelde de Griekse regering de Commissie mee, dat de procedure tot uitvoering van de richtlijnen aan de gang was. Omdat de Griekse regering geen nadere gegevens had verstrekt, bracht de Commissie op 25 mei 1993 een met redenen omkleed advies uit, waarin zij verklaarde dat de Helleense Republiek de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet was nagekomen, door richtlijn 90/219 en richtlijn 90/220 niet binnen de gestelde termijn in nationaal recht om te zetten. Zij maande de Helleense Republiek aan, binnen twee maanden na de betekening van het met redenen omkleed advies de nodige maatregelen vast te stellen. Toen een antwoord uitbleef, informeerde de Commissie op 18 mei 1994 tijdens een ontmoeting met de bevoegde Griekse autoriteiten naar de uitvoering van de richtlijnen. Deze verklaarden dat de vereiste maatregelen in behandeling waren. Op 15 juni 1994 stelde de Commissie het onderhavige beroep in.
6.
In haar verweerschrift zette de Griekse regering uiteen, dat de maatregelen tot omzetting van de richtlijnen 90/219 en 90/220 in behandeling waren. Wat meer bepaald richtlijn 90/220 betreft, zou volgens de bevoegde Ministeries van Milieuzaken en van Landbouw de procedure tot vaststelling van de uitvoeringsmaatregelen eind 1994 worden afgerond. Wat richtlijn 90/219 betreft, preciseerde de Griekse regering, dat een voorontwerp van presidentieel besluit was uitgewerkt, doch dat gezien de bijzondere aard van de materie van de richtlijn, een aantal instanties over dit voorontwerp dienden te worden geraadpleegd, zoals de Ministeries van Milieuzaken, Volksgezondheid, Arbeid en Industrie, zodat geen datum van definitieve vaststelling in het vooruitzicht kon worden gesteld.
7.
In haar dupliek verklaarde de Griekse regering, dat een commissie van vertegenwoordigers van de bevoegde ministeries en van wetenschappelijke organisaties was belast met het opstellen van twee ministeriële besluiten ter uitvoering van de richtlijnen. De ontwerpen van de twee besluiten zijn in bijlage bij de dupliek gevoegd.
8.
De Griekse regering betwist dus niet, dat de richtlijnen niet tijdig zijn omgezet. Volgens de rechtspraak van het Hof kan een Lid-Staat zich niet beroepen op nationale bepalingen, praktijken of toestanden ter rechtvaardiging van de niet-eerbiediging van verplichtingen en termijnen die in communautaire rechtsnormen besloten liggen. ( 3 ) Door niet tijdig de vereiste omzettingsmaatregelen vast te stellen is de Helleense Republiek dus haar verplichtingen krachtens het Verdrag niet nagekomen. Nu de vereiste omzettingsmaatregelen achterwege zijn gebleven, behoeft niet te worden vastgesteld, dat de Helleense Republiek de maatregelen niet ter kennis van de Commissie heeft gebracht. ( 4 )
Conclusie
9.
Mitsdien geef ik het Hof in overweging
1)
vast te stellen, dat de Helleense Republiek de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen of mede te delen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 90/219 van de Raad inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen, en aan richtlijn 90/220 van de Raad inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu;
2)
de Helleense Republiek in de kosten te venvijzen.
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Engels.
( 1 ) PB 1990, L 117, blz. 1.
( 2 ) PB 1990, L 117, blz. 15.
( 3 ) Arresten van 12 december 1990 (zaak C-263/88, Commissie/Frankrijk, Jurispr. 1990, blz. I-4611, r. o. 7) en 3 oktober 1984 (zaak 254/83, Commissie/Italië, Jurispr. 1984, blz. 3395, r. o. 5).
( 4 ) Arrest van 23 maart 1995 (zaak C-365/93, Commissie/Griekenland, Jurispr. 1995, blz. I-499, r. o. 12).
Full & Egal Universal Law Academy