Conclusie van de advocaat generaal
++++
1 In de onderhavige niet-nakomingsprocedure verwijt de Commissie het Koninkrijk België dat het, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn voor het volgen van richtlijn 91/263/EEG van de Raad van 29 april 1991 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende eindapparatuur voor de telecommunicatie en de onderlinge erkenning van de conformiteit van de apparatuur(1), de krachtens artikel 189, derde alinea, EG-Verdrag en artikel 17 van genoemde richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen. Subsidiair verzoekt zij het Hof vast te stellen, dat het Koninkrijk België de krachtens genoemde bepalingen op hem rustende verplichtingen in ieder geval niet is nagekomen door de Commissie niet onverwijld in kennis te stellen van de betrokken maatregelen.
2 Ingevolge artikel 17 van richtlijn 91/263 treffen de Lid-Staten de nodige maatregelen om uiterlijk op 6 november 1992 aan de richtlijn te voldoen en stellen zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
3 Het Koninkrijk België betwist de hem verweten niet-nakoming niet. Het wijst er enkel op, dat het de nodige bepalingen ter omzetting van de richtlijn heeft opgesteld. Deze ontwerpen waren op het relevante tijdstip - te weten bij het verstrijken van de termijn van twee maanden die het Koninkrijk België in het met redenen omkleed advies van de Commissie van 7 februari 1974 had gekregen - evenwel nog niet goedgekeurd door de bevoegde instanties, en voor zover kan worden nagegaan, is dit nog steeds niet het geval.
4 In deze omstandigheden kan ik het Hof slechts in overweging geven de hoofdvordering van Commissie toe te wijzen en het Koninkrijk België in de kosten te verwijzen.
(1) - PB 1991, L 128, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy