CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
M. B. ELMER
van 14 september 1995 ( *1 )
1.
Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van liet Hof op 16 september 1994, heeft de Commissie het Hof verzocht vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door niet binnen de gestelde termijn de nodige bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 91/685/EEG van de Raad van 11 december 1991 tot wijziging van richtlijn 80/217/EEG tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van klassieke varkenspest ( 1 ), en aan richtlijn 91/688/EEG van de Raad van 11 december 1991 tot wijziging van richtlijn 72/462/EEG inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesprodukten uit derde landen. ( 2 )
2.
Ingevolge artikel 2 van elk van de genoemde richtlijnen moesten de Lid-Staten de nodige bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 1 juli 1992 aan de richtlijnen te voldoen.
Daar de Italiaanse Republiek de Commissie bij het verstrijken van deze termijn niet had meegedeeld, dat de richtlijnen waren omgezet, leidde de Commissie bij aanmaningsbrief van 14 oktober 1992 een nietnakomingsprocedure op grond van artikel 169 van het Verdrag in. Toen de Italiaanse Republiek deze brief niet beantwoordde, bracht de Commissie op 11 mei 1993 haar met redenen omkleed advies uit. Toen de Italiaanse regering hierop evenmin antwoordde, heeft de Commissie de onderhavige procedure ingeleid.
3.
De Italiaanse regering betwist niet, dat zij genoemde richtlijnen in Italiaans recht moest omzetten en dat zij heeft nagelaten, dat binnen de in de richtlijnen gestelde termijnen te doen.
In haar verweerschrift heeft zij evenwel te kennen gegeven, dat richtlijn 91/688 is omgezet bij ministerieel besluit van 26 juli 1994 ( 3 ), en dat richtlijn 91/685 krachtens de legge comunitaria 1993 zal worden omgezet bij een wet waarvan het ontwerp reeds voor advies aan de Consiglio di Stato is toegezonden.
Dienovereenkomstig heeft zij geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het beroep, voor zover dit betrekking heeft op richtlijn 91/688, en heeft zij de Commissie verzocht, afstand te doen van haar beroep voor zover dit de niet-omzetting van richtlijn 91/685 betreft.
4.
Aangezien richtlijn 91/688 bij ministerieel besluit van 26 juli 1994 is omgezet, heeft de Commissie in repliek afstand gedaan van haar beroep voor zover dit betrekking heeft op de niet-omzetting van richtlijn 91/688, maar heeft zij haar beroep gehandhaafd voor zover zij Italië de niet-omzetting van richtlijn 91/685 verwijt.
5.
Volgens vaste rechtspraak van het Hof kan een Lid-Staat zich niet ten exceptieve beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties om de niet-naleving van krachtens het gemeenschapsrecht op hem rustende verplichtingen te rechtvaardigen. ( 4 )
Nu de Italiaanse Republiek niet betwist, dat richtlijn 91/685 bij ommekomst van de in artikel 2 van de richtlijn gestelde termijn niet ín nationaal recht was omgezet, kan alleen maar overeenkomstig de vordering van de Commissie worden vastgesteld, dat de Italiaanse Republiek de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
6.
De Commissie vordert verwijzing van de Italiaanse Republiek in de kosten, daaronder begrepen de op het onderdeel van het beroep betreffende de omzetting van richtlijn 91/688 gevallen kosten.
Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen, voor zover dit is gevorderd. Volgens artikel 69, lid 5, wordt de partij die afstand doet van instantie, in de kosten verwezen, doch kan op verzoek van de partij die afstand doet, de wederpartij in de kosten worden veroordeeld, indien dit op grond van de houding van deze partij gerechtvaardigd is.
Daar de Italiaanse regering had nagelaten, de Commissie onverwijld in kennis te stellen van de omzetting van richtlijn 91/688 in Italiaans recht, in juli 1994, had het verzoekschrift van de Commissie van 16 september 1994 mede betrekking op deze richtlijn. Eerst in haar verweerschrift heeft de Italiaanse regering meegedeeld, dat de richtlijn reeds was omgezet, waarna de Commissie van dit onderdeel van het beroep afstand heeft gedaan. Dat de Commissie een procedure heeft ingeleid wegens de niet-omzetting van richtlijn 91/688 en vervolgens op dit punt afstand heeft gedaan van instantie, is derhalve enkel en alleen aan de houding van de Italiaanse regering te wijten. Ik ben het derhalve met de Commissie eens, dat de Italiaanse Republiek ook in de op dit onderdeel van het beroep gevallen kosten moet worden verwezen.
Conclusie
7.
Mitsdien geef ik tiet Hof in overweging, voor recht te verklaren:
„1)
Door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen te nemen om te voldoen aan richtlijn 91/685/EEG van de Raad van 11 december 1991 tot wijziging van richtlijn 80/217/EEG tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van klassieke varkenspest, is de Italiaanse Republiek de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
De Italiaanse Republiek wordt in de kosten verwezen.”
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Deens.
( 1 ) PB 1991, L 377, blz. 1.
( 2 ) PB 1991, L 377, blz. 18.
( 3 ) Gepubliceerd in de Gazzetta ufficiale della Repubblica italiana nr. 217 van 16.9.1994.
( 4 ) Zie laatstelijk arrest van 6 april 1995, zaak C-147/94, Commissie/Spanje, Jurispr. 1995, blz. I-10I5.
Full & Egal Universal Law Academy