Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Landbouw ° Harmonisatie van wetgevingen ° Residuen van bestrijdingsmiddelen in en op produkten van plantaardige oorsprong ° Richtlijn 90/642 ° Niet van toepassing op residuen van chloorprofam en profam
(EG-Verdrag art. 30 en 36; richtlijn 90/642 van de Raad)
Samenvatting
Richtlijn 90/642 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op bepaalde produkten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit, staat niet in de weg aan een nationale wettelijke regeling waarbij, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 30 en 36 van het Verdrag, maximumgehalten aan residuen van chloorprofam en profam op aardappelen en controlevoorschriften voor de inachtneming van deze gehalten worden vastgesteld.
Aangezien deze richtlijn niet van toepassing is op de aan de orde zijnde residuen van plantenbeschermingsmiddelen, staat het aan de nationale wetgever, de maximumgehalten aan residuen van deze middelen en de desbetreffende controlevoorschriften vast te stellen.
Partijen
In de gevoegde zaken C-54/94 en C-74/94,
betreffende verzoeken aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de met de vooronderzoeken belaste rechter bij de Pretura circondariale di Macerata (Italië), in de aldaar dienende strafzaken tegen
U. Cacchiarelli en G. Stanghellini,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van richtlijn 90/642/EEG van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op bepaalde produkten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit (PB 1990, L 350, blz. 71),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: P. J. G. Kapteyn, kamerpresident, C. N. Kakouris (rapporteur) en J. L. Murray, rechters,
advocaat-generaal: C. O. Lenz
griffier: R. Grass
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
° de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur E. de March en door G. Berscheid, lid van haar juridische dienst, als gemachtigden,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 15 december 1994,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikkingen van 22 december 1993 en 13 januari 1994, ingekomen bij het Hof op respectievelijk 8 en 28 februari 1994, heeft de met de vooronderzoeken belaste rechter bij de Pretura circondariale di Macerata krachtens artikel 177 EG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van richtlijn 90/642/EEG van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op bepaalde produkten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit (PB 1990, L 350, blz. 71).
2 Deze vragen zijn gerezen in het kader van een onderzoek dat de bevoegde rechter heeft ingesteld met het oog op de eventuele strafvervolging van twee Italiaanse onderdanen, die worden beschuldigd van overtreding van de Italiaanse wettelijke regeling betreffende residuen van actieve bestanddelen van beschermingsmiddelen die op en in voor de voeding bestemde produkten mogen voorkomen. Deze regeling is vastgesteld ter omzetting in nationaal recht van de communautaire richtlijnen ter zake.
3 Blijkens de verwijzingsbeschikkingen brachten controles die de Unità Sanitaria in respectievelijk maart en april 1993 in de Italiaanse regio Marche verrichtte, in het ene geval aan het licht, dat monsters van diepgevroren gefrituurde aardappelen aanzienlijk grotere concentraties chloorprofam en profam bevatten dan de bij verordening van de minister van Volksgezondheid van 18 juli 1990 (Gazzetta ufficiale della Repubblica italiana, Supplemento ordinario nr. 202 van 30 augustus 1990) toegestane hoeveelheid. In het andere geval bleek uit controles van monsters van in het groot verkochte aardappelen, dat gehele aardappelen aanzienlijk meer chloorprofam bevatten dan was toegestaan, maar dat dit maximum bij geschilde aardappelen niet werd overschreden.
4 Daar hij betwijfelde, of de Italiaanse wettelijke regeling krachtens welke de litigieuze handelingen strafbaar waren, de communautaire richtlijnen ter zake naar behoren in nationaal recht omzette, heeft de verwijzende rechter de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen voorgelegd:
"1) Moet richtlijn 90/642/EEG van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op bepaalde produkten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit, aldus worden uitgelegd, dat zij mede betrekking heeft op de in geding zijnde onkruidbestrijdingsmiddelen?
2) Heeft de regering van de Italiaanse Republiek bij het decreet van de minister van Volksgezondheid van 23 december 1992 tot omzetting van genoemde richtlijn, gelet op de door haar verstrekte officiële uitlegging, in het nationale recht correct en nauwgezet uitvoering gegeven aan de richtlijn, voor zover deze betrekking heeft op de monsterneming en analyse bij aardappelen met het oog op het toezicht op de inachtneming van de maximumgehalten aan residuen van actieve bestanddelen van beschermingsmiddelen?"
5 Bij beschikking van 11 maart 1994 heeft de president van het Hof de twee zaken overeenkomstig artikel 43 van het Reglement voor de procesvoering voor de mondelinge behandeling en het arrest gevoegd.
De toepasselijke gemeenschapsregeling
6 Vooraf zij opgemerkt, dat de Raad om te beginnen op 23 november 1976 richtlijn 76/895/EEG betreffende de vaststelling van de maximale hoeveelheden residuen van bestrijdingsmiddelen in en op groenten en fruit (PB 1976, L 340, blz. 26), heeft vastgesteld. Volgens artikel 6, lid 1, van deze richtlijn moeten de Lid-Staten toezien op de inachtneming van de in deze verordening vastgestelde maximale hoeveelheden.
7 Naar luid van artikel 1 is deze richtlijn "van toepassing op de voor de voeding van mensen (...) bestemde produkten, die vallen onder de in bijlage I vermelde posten van het gemeenschappelijk douanetarief, voor zover op of in deze produkten residuen aanwezig zijn van de in bijlage II genoemde bestrijdingsmiddelen". Aardappelen worden evenwel niet vermeld in de in bijlage I vermelde posten van het gemeenschappelijk douanetarief. Verder vermeldde de oorspronkelijke bijlage II chloorprofam noch profam. Eerst bij richtlijn 82/528/EEG van de Raad van 19 juli 1982 (PB 1982, L 234, blz. 1), die is vastgesteld krachtens artikel 5 van richtlijn 76/895, werd het onkruidbestrijdingsmiddel chloorprofam opgenomen in bijlage II bij deze richtlijn.
8 In de tweede plaats heeft de Raad op 27 november 1990 richtlijn 90/642 vastgesteld. Ingevolge artikel 3, lid 2, dienen de Lid-Staten de inachtneming van de in deze richtlijn vastgestelde maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen te waarborgen.
9 Luidens artikel 1, lid 1, is deze richtlijn "van toepassing op de in kolom 1 van de bijlage vermelde produktgroepen (...)" en wordt "de lijst van de residuen van de betrokken bestrijdingsmiddelen en het overeenkomstige maximumgehalte aan residuen (...) vastgesteld door de Raad (...)" Hoewel aardappelen wel degelijk worden vermeld in de bijlage bij de richtlijn, vermeldt de in deze bepaling bedoelde lijst van bestrijdingsmiddelen, die eerst is vastgesteld bij richtlijn 93/58/EEG van de Raad van 29 juni 1993 (PB 1993, L 211, blz. 6), daarentegen chloorprofam noch profam.
10 Wat de verhouding tussen de twee richtlijnen betreft, blijkt uit de dertiende tot en met de zestiende overweging van de considerans en artikel 1 van richtlijn 90/642, dat deze richtlijn geen afbreuk doet aan richtlijn 76/895, maar deze, naarmate de in richtlijn 76/895 genoemde residuen van bestrijdingsmiddelen in richtlijn 90/642 worden overgenomen en verplichte maximumgehalten worden vastgesteld, geleidelijk dient te vervangen.
11 Uit het voorafgaande volgt derhalve, dat richtlijn 76/895 niet van toepassing is op de hoofdgedingen, aangezien aardappelen niet zijn opgenomen in bijlage I bij deze richtlijn. Dit is kennelijk de reden waarom de vragen van de verwijzende rechter deze richtlijn niet vermelden.
12 Voorts zij opgemerkt, dat richtlijn 90/642 in casu evenmin toepassing vindt. Ook al maakt de bijlage bij deze richtlijn melding van aardappelen, de bij voornoemde richtlijn 93/58 vastgestelde lijst vermeldt immers chloorprofam noch profam.
De prejudiciële vragen
13 Blijkens de verwijzingsbeschikkingen wenst de verwijzende rechter met zijn, gezamenlijk te behandelen, vragen in hoofdzaak te vernemen, of richtlijn 90/642 in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling waarbij maximumgehalten aan residuen van chloorprofam en profam op aardappelen worden vastgesteld en waarbij wordt bepaald, dat de noodzakelijke controles niet op de gehele aardappelen, maar op de geschilde aardappelen moeten worden verricht.
14 Uit vorenstaande overwegingen volgt, dat richtlijn 90/642 niet van toepassing is op de in de hoofdgedingen aan de orde zijnde residuen van plantenbeschermingsmiddelen. Bij gebreke van communautaire harmonisatie ter zake staat het derhalve aan de nationale wetgever, de maximumgehalten aan residuen van de betrokken middelen en de desbetreffende controlevoorschriften vast te stellen, waarbij hij wel het bepaalde in de artikelen 30 en 36 EG-Verdrag in acht moet nemen.
15 Mitsdien moet op de vragen van de verwijzende rechter worden geantwoord, dat richtlijn 90/642, in de versie die gold ten tijde van de feiten, niet in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling waarbij, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 30 en 36 EG-Verdrag, maximumgehalten aan residuen van chloorprofam en profam op aardappelen en controlevoorschriften voor de inachtneming van deze gehalten worden vastgesteld.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
16 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in de hoofdgedingen is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
uitspraak doende op de bij beschikkingen van 22 december 1993 en 13 januari 1994 door de met de vooronderzoeken belaste rechter bij de Pretura circondariale di Macerata gestelde vragen, verklaart voor recht:
Richtlijn 90/642/EEG van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op bepaalde produkten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit, staat niet in de weg aan een nationale wettelijke regeling waarbij, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 30 en 36 EG-Verdrag, maximumgehalten aan residuen van chloorprofam en profam op aardappelen en controlevoorschriften voor de inachtneming van deze gehalten worden vastgesteld.
Full & Egal Universal Law Academy