Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1. Landbouw ° Gemeenschappelijke ordening der markten ° Op basis van groenten en fruit verwerkte produkten ° Produktiesteun voor op basis van tomaten verwerkte produkten ° Maximale hoeveelheden die recht op steun verlenen, uitgedrukt in verse tomaten en uitgesplitst naar categorie van verwerkte produkten ° Verdeling over verwerkende bedrijven ° Overheveling door onderneming van verse tomaten van categorie "tomaten zonder schil" naar andere categorie ° Invloed op hoeveelheden die in aanmerking worden genomen bij verdeling voor volgend verkoopseizoen
(Verordening nr. 668/93 van de Raad, art. 1, lid 2)
2. Landbouw ° Gemeenschappelijke ordening der markten ° Discriminatie tussen producenten of verbruikers ° Produktiesteun voor op basis van tomaten verwerkte produkten ° Verdeling over verwerkende bedrijven van naar categorie van verwerkte produkten uitgesplitste maximale hoeveelheden die recht op steun verlenen ° Beperking van mogelijkheden van overheveling van ene naar andere categorie ° Geen discriminatie
(EG-Verdrag, art. 40, lid 3, tweede alinea; verordening nr. 668/93 van de Raad, art. 1, lid 2)
Samenvatting
1. Artikel 1, lid 2, van verordening nr. 668/93 betreffende de beperking van de produktiesteun voor verwerkte produkten op basis van tomaten moet aldus worden uitgelegd, dat wanneer een verwerkend bedrijf in de loop van een verkoopseizoen een hoeveelheid verse tomaten van de categorie "tomaten zonder schil" naar de categorie "tomatenconcentraat" of "andere produkten op basis van tomaten" overhevelt, voor het volgend verkoopseizoen alleen de door dat bedrijf daadwerkelijk in elke categorie geproduceerde hoeveelheden, rekening houdend met die overheveling, in aanmerking worden genomen voor de verdeling van de maximale hoeveelheden over de verwerkende bedrijven door de betrokken Lid-Staat.
Alleen deze uitlegging, waarin rekening wordt gehouden met het feit dat de overhevelingsmogelijkheden uitsluitend zijn ingegeven door het vereiste van een soepel beheer op het niveau van de bedrijven, zodat deze onder meer op eventuele wijzigingen van de vraag kunnen reageren, is overigens verenigbaar met het voornaamste doel van de regeling, namelijk het voorkomen van overproduktie in de sector.
2. Het feit dat artikel 1, lid 2, van verordening nr. 668/93 betreffende de beperking van de produktiesteun voor verwerkte produkten op basis van tomaten de verwerkende bedrijven niet de mogelijkheid biedt een gedeelte van de quota "tomatenconcentraat" of "andere produkten" over te hevelen naar de quota "tomaten zonder schil", terwijl dat in omgekeerde richting wel kan, levert geen bij artikel 40, lid 3, tweede alinea, van het Verdrag verboden discriminatie tussen producenten op.
Deze beperking van de mogelijkheid van overheveling is immers objectief te verklaren, doordat voor de bereiding van tomaten zonder schil tomaten van hoge kwaliteit en in perfecte staat moeten worden gebruikt, terwijl bij de bereiding van tomatenconcentraat en andere produkten ook tomaten van mindere kwaliteit kunnen worden gebruikt. Bovendien verlenen de overhevelingsmogelijkheden de producenten van tomaten zonder schil niet een onevenredig voordeel, daar hun quota afhankelijk zijn van de tijdens de referentieperiode daadwerkelijk geproduceerde hoeveelheden, en hun quotum "tomaten zonder schil", indien zij tomaten overhevelen naar de hoeveelheden "tomatenconcentraat" of "andere produkten", voor het volgende verkoopseizoen evenredig wordt verlaagd, tenzij de gemeenschapsinstellingen besluiten het nationale quotum te verhogen.
Partijen
In zaak C-56/94,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Tribunale di Piacenza (Italië), in het aldaar aanhangig geding tussen
SCAC Srl
en
Associazione dei Produttori Ortofrutticoli (ASIPO),
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging en de geldigheid van artikel 1, lid 2, van verordening (EEG) nr. 668/93 van de Raad van 17 maart 1993 betreffende de beperking van de produktiesteun voor verwerkte produkten op basis van tomaten (PB 1993, L 72, blz. 1),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: F. A. Schockweiler (rapporteur), kamerpresident, P. J. G. Kapteyn, G. F. Mancini, J. L. Murray en G. Hirsch, rechters,
advocaat-generaal: D. Ruiz-Jarabo Colomer
griffier: L. Hewlett, administrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
° SCAC Srl, vertegenwoordigd door F. Capelli, advocaat te Milaan, en L. Tassi, advocaat te Piacenza,
° ASIPO, vertegenwoordigd door F. Sicilia, advocaat te Parma,
° de Raad van de Europese Unie, vertegenwoordigd door zijn juridisch adviseur A. Brautigam en door A. Lucidi, lid van zijn juridische dienst, als gemachtigden,
° de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur E. de March als gemachtigde, bijgestaan door A. Dal Ferro, advocaat te Vicenza,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van SCAC Srl, vertegenwoordigd door F. Capelli, en de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door E. de March en A. Dal Ferro, ter terechtzitting van 16 maart 1995,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 6 april 1995,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 5 februari 1994, ingekomen bij het Hof op 9 februari daaraanvolgend, heeft het Tribunale di Piacenza krachtens artikel 177 EG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging en de geldigheid van artikel 1, lid 2, van verordening (EEG) nr. 668/93 van de Raad van 17 maart 1993 betreffende de beperking van de produktiesteun voor verwerkte produkten op basis van tomaten (PB 1993, L 72, blz. 1).
2 Deze vragen zijn gerezen in een geding tussen SCAC Srl (hierna: "SCAC") en Associazione dei Produttori Ortofrutticoli (hierna: "ASIPO") betreffende de uitvoering van een op 31 maart 1993 gesloten overeenkomst, waarbij ASIPO zich ertoe had verbonden, voor het verkoopseizoen 1993/1994 aan SCAC een hoeveelheid verse tomaten te leveren, bestemd voor verwerking tot andere conserven dan tomatenconcentraat en tomaten zonder schil. Deze hoeveelheid stemde overeen met het rekenkundig gemiddelde van de hoeveelheden van die produkten die SCAC tijdens de verkoopseizoenen 1990/1991 en 1991/1992 had geproduceerd.
3 Dit gemiddelde lag 622 400 kg hoger dan het quotum dat het Italiaanse Ministerie van Land- en Bosbouw bij nota nr. E-318 van 25 maart 1993 voor het verkoopseizoen 1993/1994 aan SCAC had toegewezen in het kader van de verdeling van de quota over de Italiaanse verwerkende bedrijven conform artikel 1, lid 2, van verordening nr. 668/93. In de betrokken overeenkomst was uitdrukkelijk vermeld, dat SCAC zich benadeeld achtte door de in die verordening neergelegde wijze van toewijzing van de quota, en dat zij een uitspraak van het Hof van Justitie over de geldigheid van de verordening afwachtte.
4 Bij de uitvoering van de overeenkomst voerde ASIPO haar leveringsverbintenis slechts uit voor een hoeveelheid die overeenkwam met het quotum dat in het ministeriële verdelingsplan was bepaald.
5 Op 6 december 1993 diende SCAC bij het Tribunale di Piacenza een verzoek om voorlopige maatregelen tegen ASIPO in. Enerzijds vorderde zij uitvoering van de op 31 maart 1993 met ASIPO gesloten overeenkomst; anderzijds verzocht zij dat het Hof van Justitie bij wege van een prejudiciële verwijzing zou worden gevraagd, de strekking van artikel 1, lid 2, van verordening nr. 668/93 uit te leggen en die bepaling aan het in artikel 40, lid 3, van het Verdrag neergelegde non-discriminatiebeginsel te toetsen.
6 Het Tribunale di Piacenza wees de vordering toe en gelastte ASIPO 622 400 kg verse tomaten aan SCAC te leveren; tegelijkertijd verzocht het het Hof om een prejudiciële beslissing over de navolgende vragen:
"1) Moet artikel 1, lid 2, van verordening (EEG) nr. 668/93 van de Raad aldus worden uitgelegd, dat wanneer een tomaten verwerkend bedrijf waaraan een bepaald quotum voor de produktie van tomaten zonder schil is toegekend, 25 % van de voor de produktie van 'tomaten zonder schil' bestemde tomaten naar de categorieën 'tomatenconcentraat' of 'andere produkten' overhevelt, het effect van die overheveling doorwerkt op de volgende verkoopseizoenen, zodat aan dat bedrijf in ieder geval het quotum verse tomaten bestemd voor verwerking tot tomaten zonder schil wordt toegewezen, dat het reeds voor het vorige verkoopseizoen had gekregen, evenwel vermeerderd met een quotum verse tomaten bestemd voor verwerking tot 'tomatenconcentraat' of 'andere produkten' naar rato van het percentage verse tomaten dat daadwerkelijk tot 'tomatenconcentraat' of 'andere produkten' is verwerkt op basis van vorenbedoelde overheveling van 25 % tijdens het vorige verkoopseizoen, met als gevolg een overeenkomstige evenredige verlaging van het percentage verse tomaten (bestemd voor 'tomatenconcentraat' of 'andere produkten' ) dat aan de andere verwerkende bedrijven worden toegekend?
2) Zo de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, is dan artikel 1, lid 2, van verordening (EEG) nr. 668/93 van de Raad van 17 maart 1993, dat door de in de eerste vraag beschreven wijze van toewijzing het quotum verse tomaten dat aan producenten van 'tomaten zonder schil' wordt toegekend, progressief laat stijgen ten nadele van producenten van 'tomatenconcentraat' of 'andere produkten' , onwettig wegens strijd met het in de communautaire rechtsorde, inzonderheid in artikel 40, lid 3, EEG-Verdrag, neergelegde discriminatieverbod, zulks gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 21 februari 1991 (gevoegde zaken C-143/88 en C-92/89, Zuckerfabrik), en op het feit dat serieuze twijfel over de geldigheid van die bepaling bestaat en verzoekster ernstige en onherstelbare schade dreigt te lijden?"
7 Vooraf zij opgemerkt, dat bij verordening (EEG) nr. 516/77 van de Raad van 14 maart 1977 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector van op basis van groenten en fruit verwerkte produkten (PB 1977, L 73, blz. 1), zoals gewijzigd, en bij verordening (EEG) nr. 426/86 van de Raad van 24 februari 1986 (PB 1986, L 49, blz. 1), waarbij verordening nr. 516/77 is vervangen, een regeling voor produktiesteun is ingevoerd, teneinde het verschil tussen de prijs van bepaalde produkten die zijn verwerkt op basis van binnen de Gemeenschap geoogste groenten en fruit, en de prijs van identieke, uit derde landen ingevoerde produkten te overbruggen.
8 In dit verband wijst de vierde overweging van verordening nr. 426/86 op een dubbele noodzaak: in de eerste plaats moeten de communautaire produkten competitiever worden gemaakt, dat wil zeggen dat zij tegen een lagere prijs moeten kunnen worden geproduceerd dan die welke het resultaat zou zijn als een lonende prijs aan de producenten van de verse produkten zou worden betaald; anderzijds moet een regelmatige bevoorrading van de verwerkende bedrijven worden gegarandeerd, door oplegging van een door de verwerkende bedrijven aan de producenten te betalen minimumprijs.
9 Ter voorkoming van een aanzienlijke uitbreiding van de produktie, waardoor de verwerkte produkten moeilijk kunnen worden afgezet, kan de Raad krachtens artikel 2, lid 3, van verordening nr. 426/86 de produktiesteun tot een bepaalde hoeveelheid beperken.
10 Met ingang van het verkoopseizoen 1993/1994 is deze beperking ingevoerd bij voormelde verordening nr. 668/93.
11 Deze verordening berust op twee principes.
12 Om te beginnen worden in artikel 1, lid 1, van verordening nr. 668/93 per producerende Lid-Staat de hoeveelheden uitgedrukt in ton verse tomaten vastgesteld, die voor steun in aanmerking komen, zulks per categorie van op basis van tomaten verwerkte produkten, namelijk "tomatenconcentraat", "tomaten zonder schil" en "andere produkten". Voor Italië werden die hoeveelheden als volgt onderverdeeld: "tomatenconcentraat": 1 655 000 ton; "conserven van hele tomaten zonder schil": 1 185 000 ton, en "andere produkten op basis van tomaten": 453 998 ton.
13 Vervolgens worden deze hoeveelheden volgens artikel 1, lid 2, eerste alinea, van verordening nr. 668/93 "door de Lid-Staten over de verwerkende bedrijven verdeeld naar rato van het gemiddelde van de reële produktie van elk bedrijf in de drie verkoopseizoenen die voorafgaan aan het verkoopseizoen waarvoor de steun wordt vastgesteld".
14 Verordening nr. 668/93 introduceert een flexibel quotabeheer, daar zij de betrokken bedrijven de mogelijkheid biedt, aan de staat toestemming te vragen om een quotum van de ene naar de andere voormelde categorie van op basis van verwerkte tomaten over te hevelen.
15 Daartoe bepaalt artikel 1, lid 2, tweede alinea:
"Op verzoek van het betrokken bedrijf staan de bevoegde instanties van de Lid-Staat toe dat hoeveelheden van de ene categorie naar de andere worden overgeheveld; daartoe bestaan drie mogelijkheden:
° overheveling van maximaal 25 % van de voor de produktie van tomaten zonder schil bestemde hoeveelheden verse tomaten naar de categorieën 'tomatenconcentraat' en 'andere produkten op basis van tomaten' ,
° overheveling van maximaal 5 % van de voor de produktie van tomatenconcentraat bestemde hoeveelheden verse tomaten naar de categorie 'andere produkten op basis van tomaten' ,
° overheveling van maximaal 5 % van de voor de produktie van andere produkten op basis van tomaten bestemde hoeveelheden verse tomaten naar de categorie 'tomatenconcentraat' ."
16 Artikel 1, lid 4, van verordening nr. 668/93 voegt daaraan toe:
"Indien de in lid 1 vastgestelde hoeveelheden niet volledig zijn toegewezen, worden de resterende hoeveelheden billijk verdeeld over de in lid 2 bedoelde verwerkende bedrijven, waarbij met name rekening wordt gehouden met bedrijven die nieuwe produktietechnologieën toepassen."
17 Ten slotte bepaalt artikel 2 van verordening nr. 668/93, dat voor de eerste drie verkoopseizoenen waarin deze verordening van toepassing is, de in het verkoopseizoen 1992/1993 geproduceerde hoeveelheden niet in aanmerking worden genomen voor het berekenen van het gemiddelde van de geproduceerde hoeveelheden.
18 De bepalingen tot toepassing van verordening nr. 668/93 zijn vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 1794/93 van de Commissie van 30 juni 1993 (PB 1993, L 163, blz. 23).
De eerste vraag
19 Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of artikel 1, lid 2, van verordening nr. 668/93 aldus moet worden uitgelegd, dat een verwerkend bedrijf, dat in de loop van een verkoopseizoen een hoeveelheid verse tomaten van de categorie "tomaten zonder schil" naar de categorie "tomatenconcentraat" of "andere produkten op basis van tomaten" overhevelt, voor het volgende verkoopseizoen recht heeft op het voor het vorige verkoopseizoen toegewezen quotum "tomaten zonder schil", vermeerderd met een quotum "tomatenconcentraat" of "andere produkten" naar rato van de daadwerkelijk geproduceerde hoeveelheden "tomatenconcentraat" of "andere produkten".
20 SCAC interpreteert voormelde bepaling in deze zin, doch zij stelt, dat die uitlegging het betrokken bedrijf bevoordeelt ten detrimente van verwerkende bedrijven die, doordat zij alleen "tomatenconcentraat" of "andere produkten" produceren, het hun toegewezen quotum elk verkoopseizoen geleidelijk zouden zien afnemen.
21 De premisse waarop de verwijzende rechter zijn eerste vraag baseert, blijkt onjuist. De door SCAC voorgestelde uitlegging van artikel 1, lid 2, tweede alinea, en de gevolgen die zij daaraan verbindt, zijn namelijk kennelijk verkeerd.
22 Artikel 1, lid 2, tweede alinea, moet in samenhang met de eerste alinea van dat lid worden gelezen. Ingevolge laatstgenoemde bepaling worden de aan de Lid-Staten toegewezen quota over de verwerkende bedrijven verdeeld naar rato van het gemiddelde van de reële produktie van elk bedrijf tijdens de referentieperiode.
23 Behoudens de bijzondere bepalingen van artikel 1, lid 3, van verordening nr. 668/93, betreffende de bedrijven die zijn begonnen te produceren, en de bepalingen van artikel 1, lid 4, betreffende het geval dat de voor de betrokken Lid-Staat vastgestelde hoeveelheid niet volledig is toegewezen, kunnen bijgevolg alleen de daadwerkelijk geproduceerde hoeveelheden als referentie dienen voor de toewijzing van quota in een bepaalde categorie van produkten. Dit betekent, dat de mogelijkheden van overheveling tussen de categorieën "tomatenconcentraat", "tomaten zonder schil" en "andere produkten" niet tot gevolg mogen hebben, dat de verwerkende bedrijven produktiesteun kunnen eisen voor grotere hoeveelheden dan in het verleden daadwerkelijk zijn verwerkt. Iedere andere uitlegging zou er overigens toe leiden, dat het voornaamste doel van de regeling, namelijk het voorkomen van overproduktie in de betrokken sector, wordt gedwarsboomd.
24 Zoals de Raad en de Commissie terecht opmerken, zijn de overhevelingsmogelijkheden uitsluitend ingegeven door het vereiste van een soepel beheer op het niveau van de bedrijven, zodat zij onder meer op eventuele wijzigingen van de vraag kunnen reageren.
25 Bijgevolg moet op de eerste vraag worden geantwoord, dat wanneer een verwerkend bedrijf in de loop van een verkoopseizoen een hoeveelheid verse tomaten van de categorie "tomaten zonder schil" naar de categorie "tomatenconcentraat" of "andere produkten op basis van tomaten" overhevelt, voor het volgend verkoopseizoen alleen de door dat bedrijf daadwerkelijk in elke categorie geproduceerde hoeveelheden, rekening houdend met die overheveling, in aanmerking worden genomen voor de verdeling van de maximale hoeveelheden over de verwerkende bedrijven door de betrokken Lid-Staat.
De tweede vraag
26 Gezien het antwoord op de eerste vraag, behoeft de tweede vraag, zoals die door de verwijzende rechter is geformuleerd, in beginsel niet te worden beantwoord. Teneinde het Tribunale di Piacenza evenwel een nuttig antwoord te geven, moet nog worden onderzocht, of het hierboven uitgelegde artikel 1, lid 2, van verordening nr. 668/93 zich verdraagt met het discriminatieverbod van artikel 40, lid 3, van het Verdrag.
27 Het is vaste rechtspraak van het Hof, dat dit discriminatieverbod slechts een specifieke toepassing van het algemene gelijkheidsbeginsel in het gemeenschapsrecht is, dat inhoudt dat, behoudens objectieve rechtvaardiging, vergelijkbare situaties niet verschillend en verschillende situaties niet gelijk mogen worden behandeld (zie in het bijzonder het arrest van 18 mei 1994, zaak C-309/94, Codorníu, Jurispr. 1994, blz. I-1853, r.o. 26).
28 De omstandigheid dat een in het kader van een gemeenschappelijke marktordening genomen maatregel verschillende gevolgen kan hebben voor bepaalde producenten, al naargelang hun individuele produktie, kan niet als een discriminatie worden beschouwd, wanneer die maatregel is gebaseerd op objectieve criteria, die zijn aangepast aan wat voor de algemene werking van de gemeenschappelijke marktordening vereist is (zie arrest van 19 maart 1992, zaak C-311/90, Hierl, Jurispr. 1992, blz. I-2061, r.o. 19).
29 Zoals reeds gezegd, wordt in casu door de beperking van de steun aan de produktie van op basis van tomaten verwerkte produkten, waar zij distorsies op de markten beoogt te voorkomen, één van de in artikel 39, lid 1, sub c, van het Verdrag bedoelde doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid nagestreefd. In dat verband wordt door de door artikel 1, lid 2, tweede alinea, van verordening nr. 668/93 geboden overhevelingsmogelijkheden een versoepeling van het beheer van de quota van de gemeenschappelijke marktordening ingevoerd.
30 Het feit dat verordening nr. 668/93 de bedrijven niet de mogelijkheid biedt een gedeelte van de quota "tomatenconcentraat" of "andere produkten" over te hevelen naar de quota "tomaten zonder schil", terwijl dat in omgekeerde richting wel kan, is objectief te verklaren, doordat voor de bereiding van tomaten zonder schil tomaten van hoge kwaliteit en in perfecte staat moeten worden gebruikt. Bij de bereiding van tomatenconcentraat en andere produkten daarentegen kunnen ook tomaten van mindere kwaliteit worden gebruikt, gelijk de Commissie heeft beklemtoond.
31 Zoals de advocaat-generaal in punt 17 van zijn conclusie opmerkt, verlenen de overhevelingsmogelijkheden de producenten van tomaten zonder schil bovendien niet een onevenredig voordeel, daar hun quota afhankelijk zijn van de tijdens de referentieperiode daadwerkelijk geproduceerde hoeveelheden, en hun quotum "tomaten zonder schil", indien zij tomaten overhevelen naar de hoeveelheden "tomatenconcentraat" of "andere produkten", voor het volgende verkoopseizoen evenredig wordt verlaagd, tenzij de gemeenschapsinstellingen besluiten het nationale quotum te verhogen.
32 Om deze redenen moet op de tweede vraag worden geantwoord, dat na onderzoek van artikel 1, lid 2, van verordening nr. 668/93 niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid ervan kunnen aantasten.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
33 De kosten door de Raad en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
uitspraak doende op de door het Tribunale di Piacenza bij beschikking van 5 februari 1994 gestelde vragen, verklaart voor recht:
1) Artikel 1, lid 2, van verordening (EEG) nr. 668/93 van de Raad van 17 maart 1993 betreffende de beperking van de produktiesteun voor verwerkte produkten op basis van tomaten moet aldus worden uitgelegd, dat wanneer een verwerkend bedrijf in de loop van een verkoopseizoen een hoeveelheid verse tomaten van de categorie "tomaten zonder schil" naar de categorie "tomatenconcentraat" of "andere produkten op basis van tomaten" overhevelt, voor het volgend verkoopseizoen alleen de door dat bedrijf daadwerkelijk in elke categorie geproduceerde hoeveelheden, rekening houdend met die overheveling, in aanmerking worden genomen voor de verdeling van de maximale hoeveelheden over de verwerkende bedrijven door de betrokken Lid-Staat.
2) Na onderzoek van artikel 1, lid 2, van verordening (EEG) nr. 668/93 is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid ervan kunnen aantasten.
Full & Egal Universal Law Academy