Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Lid-Staten ° Verplichtingen ° Uitvoering van richtlijnen ° Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-94/94,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur J. L. Iglesias Buhigues als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G. Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door A. J. Navarro González, directeur-generaal Cooerdinatie juridische en institutionele aangelegenheden van de Europese Gemeenschappen, en M. Bravo-Ferrer Delgado, abogado del Estado, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Spaanse ambassade, Boulevard Emmanuel Servais 4-6,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en in werking te doen treden die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 90/167/EEG van de Raad van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking in de Gemeenschap (PB 1990, L 92, blz. 42), met uitzondering van de verplichtingen bedoeld in artikel 11, lid 2, van die richtlijn, en de Commissie daarvan niet in kennis te stellen, de krachtens het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: F. A. Schockweiler, kamerpresident, P. J. G. Kapteyn (rapporteur), G. F. Mancini, C. N. Kakouris en J. L. Murray, rechters,
advocaat-generaal: P. Léger
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 17 november 1994,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 18 maart 1994, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en in werking te doen treden die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 90/167/EEG van de Raad van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking in de Gemeenschap (PB 1990, L 92, blz. 42; hierna: "richtlijn"), met uitzondering van de verplichtingen bedoeld in artikel 11, lid 2, van die richtlijn, en door de Commissie daarvan niet in kennis te stellen, de krachtens het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Artikel 15 van de richtlijn bepaalt:
"De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om te voldoen:
° aan de eisen bedoeld in artikel 11, lid 2, op de datum waarop zij zullen moeten voldoen aan de communautaire voorschriften betreffende de bescherming van diervoeders tegen ziekteverwekkers, doch uiterlijk op 31 december 1992,
° vóór 1 oktober 1991, aan de andere bepalingen van deze richtlijn.
Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis."
3 De Commissie stelt, dat het Koninkrijk Spanje, door niet uiterlijk op 1 oktober 1991 de nodige bepalingen te hebben vastgesteld, de krachtens de artikel 5 en 189, derde alinea, EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
4 Het Koninkrijk Spanje betwist niet, dat de richtlijn niet binnen de gestelde termijn in nationaal recht is omgezet. Het voert evenwel aan, dat de voorbereiding van het ontwerp van het decreet waardoor uitvoering zal worden gegeven aan de richtlijn, reeds vergevorderd is.
5 Nu de richtlijn niet binnen de gestelde termijn in nationaal recht is omgezet, moet de dienaangaande door de Commissie gestelde niet-nakoming worden geacht vast te staan.
6 Mitsdien moet worden vastgesteld, dat het Koninkrijk Spanje, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 90/167/EEG van de Raad van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking in de Gemeenschap, met uitzondering van de verplichtingen bedoeld in artikel 11, lid 2, van de richtlijn, de krachtens het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
7 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien het Koninkrijk Spanje in het ongelijk is gesteld, moet het in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 90/167/EEG van de Raad van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking in de Gemeenschap, met uitzondering van de verplichtingen bedoeld in artikel 11, lid 2, van de richtlijn, is het Koninkrijk Spanje de krachtens het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Koninkrijk Spanje wordt verwezen in de kosten van de procedure.
Full & Egal Universal Law Academy