Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Procedure - Indiening van vordering bij Hof op basis van arbitragebeding - Bevoegdheid van Hof om kennis te nemen van vordering in reconventie - Voorwaarden
(EGKS-Verdrag, art. 42; EG-Verdrag, art. 181; EGA-Verdrag, art. 153)
Samenvatting
Wanneer zij op een arbitragebeding is gebaseerd, vormt de bevoegdheid van het Hof een afwijking van het gemene recht en moet zij derhalve restrictief worden uitgelegd. Het Hof kan dus enkel kennis nemen van vorderingen uit een door de Gemeenschap gesloten overeenkomst waarin een arbitragebeding voorkomt, of van vorderingen die rechtstreeks verband houden met de verbintenissen uit die overeenkomst.
Wanneer de overeenkomst bepaalt, dat indien na de voltooiing van de werkzaamheden geen bevredigende demonstratie van een software plaatsvindt, de Commissie de volledige of gedeeltelijke terugbetaling van de reeds betaalde bedragen, vermeerderd met rente, kan vorderen, voldoet een vordering in reconventie strekkende tot de terugbetaling van voorschotten, aan deze voorwaarde.
Partijen
In zaak C-114/94,
Intelligente systemen, Database toepassingen, Elektronische diensten BV (IDE), vennootschap naar Nederlands recht, gevestigd te Maassluis, vertegenwoordigd door J. A. M. van de Sande, advocaat te Rotterdam, Wijnhaven 102,
verzoekster en verweerster in reconventie,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door A. C. Jessen en M. van der Woude, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster en verzoekster in reconventie,
betreffende, enerzijds, een vordering tot betaling van het saldo van het maximum- subsidiebedrag voorzien in de tussen partijen gesloten overeenkomst, alsmede een vordering tot schadevergoeding, en, anderzijds, een reconventionele vordering tot terugbetaling van de door de Commissie betaalde voorschotten,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Tweede kamer),
samengesteld als volgt: G. F. Mancini, kamerpresident, G. Hirsch en R. Schintgen (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: G. Cosmas
griffier: H. A. Ruehl, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 25 januari 1996,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 28 maart 1996,
gezien de beschikking tot heropening van de mondelinge behandeling van 12 september 1996,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 16 januari 1997,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 15 april 1994, heeft Intelligente systemen, Database toepassingen, Elektronische diensten BV (hierna: "IDE"), vennootschap naar Nederlands recht, krachtens de artikelen 42 EGKS-Verdrag, 181 EG-Verdrag en 153 EGA-Verdrag beroep ingesteld tot veroordeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen tot betaling van een bedrag van 376 500 ECU, zijnde het saldo van de maximale gemeenschapssubsidie voorzien in de op 31 januari 1990 met deze instelling gesloten overeenkomst, benevens 37 650 ECU voor buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente vanaf 31 mei 1993, alsmede tot vergoeding van de door IDE geleden schade als gevolg van de onrechtmatige gedraging van de Commissie bij de uitvoering van het contract.
2 In haar verweerschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 7 juli 1994, heeft de Commissie in reconventie gevorderd IDE te veroordelen tot betaling van een bedrag van 533 456 ECU, zijnde het totaal van de ingevolge genoemde overeenkomst door haar betaalde voorschotten, vermeerderd met rente op de voet van 7,97 % 's jaars.
De overeenkomst in geding
3 Op 31 januari 1990 sloot de Commissie met IDE een overeenkomst voor de ontwikkeling door laatstgenoemde van computerprogrammatuur overeenkomstig de in de technische bijlage van de overeenkomst opgenomen specificaties. Dit project, "Domain Independent Intelligent Information and Services Network Interface" genaamd (hierna: "Disnet-project"), beoogde de ontwikkeling van een computerprogramma bestaande uit een intelligente interface waarmee op gebruikersvriendelijke en uniforme wijze verschillende informatiebronnen konden worden geraadpleegd, alsook een netwerk om onderling verbonden elektronische informatiebronnen toegankelijk te maken.
4 Bij die overeenkomst verbond IDE zich ertoe, dat programma (de "toolbox") te ontwikkelen in samenwerking met het Nederlandse onderzoeksinstituut TNO en de Universiteit van Amsterdam. De aanpassing van het programma aan de specifieke eisen van de informatiebronnen en de opbouw van het netwerk zou gebeuren door een twaalftal ondernemingen uit verschillende Lid-Staten, voornamelijk eigenaren van databanken betreffende landbouwactiviteiten. IDE was ook verantwoordelijk voor de cooerdinatie tussen de deelnemende ondernemingen. Volgens de Commissie vertegenwoordigde de ontwikkeling van de toolbox ongeveer een derde van het totale budget van het project en was de rest van het budget bestemd voor de ontwikkeling van het netwerk en voor de toepassingen. Technisch kon met de ontwikkeling van het netwerk en met de toepassingen pas worden begonnen wanneer de eigenaren van de databanken over een operationele versie van de toolbox zouden beschikken.
5 Volgens artikel 2 van de overeenkomst moest het Disnet-project binnen 30 maanden na de aanvangsdatum verwezenlijkt zijn.
6 Artikel 3.1 van de overeenkomst legde IDE de verplichting op, de Commissie elk halfjaar een verslag betreffende de voortgang van de werkzaamheden en de bereikte resultaten voor te leggen, tezamen met een staat van de in de voorgaande periode gedane uitgaven. Na de voltooiing van het project moest IDE volgens artikel 3.2 de goede werking ervan demonstreren in de gebouwen van de Commissie te Luxemburg of in een andere door de Commissie goedgekeurde lokatie. Artikel 3.3 verplichtte IDE om binnen twee maanden na de voltooiing van het in de technische bijlage omschreven werkprogramma de Commissie een eindverslag en een complete staat van uitgaven met bewijsstukken over te leggen.
7 In artikel 4 van de overeenkomst werden de totale kosten van het project geraamd op 2 349 400 ECU. De maximale financiële ondersteuning van de Gemeenschap zou 909 900 ECU ofwel 38,74 % van de totale kosten bedragen.
8 Volgens artikel 5.1 van de overeenkomst zou de Gemeenschap binnen twee maanden na het begin van het project aan IDE een voorschot van 15 % van de maximumbijdrage (ofwel 136 458 ECU) betalen. Vervolgens zou de betaling geschieden in periodieke tranches op basis van de staten van uitgaven en na goedkeuring door de Commissie van de voortgangsverslagen. De uitbetaalde tranches waren enkel voorschotten, in afwachting van de aanvaarding door de Commissie van het in de technische bijlage omschreven eindproduct. Een bedrag van 20 % van de totale subsidie zou worden ingehouden totdat de Commissie het product en alle verslagen en uitgaven had goedgekeurd. Artikel 5.2 stond de Commissie toe om, na IDE daarvan in kennis te hebben gesteld, de betalingen op te schorten of te wijzigen indien verificaties onregelmatigheden aan het licht brachten, in het bijzonder wanneer het werk niet volgens het in de technische bijlage omschreven programma verliep of wanneer de gedeclareerde uitgaven niet overeenkwamen met het verrichte werk dan wel fundamenteel afweken van de geraamde kosten. Indien na de voltooiing van de werkzaamheden geen bevredigende demonstratie van het eindproduct plaatsvond, kon de Commissie volgens artikel 5.3 de volledige of gedeeltelijke terugbetaling van de reeds betaalde bedragen vorderen, vermeerderd met rente vanaf één maand nadat de terugbetaling was gevorderd. Het rentepercentage zou dan overeenkomen met het gemiddelde, verhoogd met 2 %, van de interbancaire rente voor ECU's gedurende de drie maanden vóór de eerste dag van de maand waarin de terugbetaling was gevorderd.
9 Artikel 6.1 bepaalde, dat IDE de financiële en technische verantwoordelijkheid voor het project droeg. Indien andere ondernemingen bij de uitvoering ervan betrokken waren, was IDE verantwoordelijk voor de verdeling van de communautaire subsidie aan die ondernemingen naar evenredigheid van hun deelneming. Artikel 6.2 stond onderaanbesteding van werkzaamheden toe, mits de desbetreffende ontwerp-contracten door de Commissie waren goedgekeurd. Volgens artikel 6.3 moest IDE de Commissie in kennis stellen van elk voorval dat de juiste uitvoering van de overeenkomst zou kunnen verhinderen. Artikel 6.4 legde IDE de verplichting op, de Commissie desgevraagd onverwijld de stukken te overhandigen die voor een technische en financiële controle op de uitvoering van het werkprogramma noodzakelijk waren. Een dergelijke controle kon eventueel ter plaatse worden verricht.
10 Volgens artikel 8 van de overeenkomst droeg IDE de uitsluitende aansprakelijkheid voor alle schade die zij bij de uitvoering van de overeenkomst zou lijden of aan derden zou toebrengen.
11 Artikel 9 stond de partijen toe, de overeenkomst te wijzigen of aan te vullen.
12 Artikel 10 bepaalde, dat indien IDE een of meer van haar contractuele verplichtingen niet nakwam, de Commissie haar bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst daarop kon wijzen. Indien IDE binnen een maand na die kennisgeving haar verplichtingen niet alsnog nakwam, kon de Commissie de overeenkomst zonder verdere formaliteiten beëindigen. De overeenkomst kon ook worden beëindigd indien IDE ter verkrijging van de subsidie valse verklaringen had afgelegd en daarvoor verantwoordelijk kon worden gehouden. In beide gevallen moest IDE de ontvangen subsidie, vermeerderd met de in artikel 5.3 genoemde rente, onverwijld aan de Commissie terugbetalen.
13 Artikel 14 bepaalde, dat de bijlagen deel uitmaakten van de overeenkomst. Bijlage I bevatte de technische omschrijving van het project en bijlage III betrof de staten van uitgaven.
14 Volgens artikel 16 werd de overeenkomst beheerst door Luxemburgs recht en was het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen bij uitsluiting bevoegd van eventuele geschillen tussen partijen kennis te nemen.
De feiten van de zaak
15 Blijkens het dossier was de aanvangsdatum van het Disnet-project bepaald op 15 maart 1990. Volgens het bepaalde in de overeenkomst had het werk dus op 15 september 1992 voltooid moeten zijn.
16 Luidens het eerste halfjaarlijks verslag verliep het technisch programma volgens schema. Naar zeggen van de Commissie bestond er echter wel enige onrust bij de partners van IDE, daar de samenstelling van het consortium voortdurend wisselde en IDE de communautaire subsidie waarop elk van de bij het project betrokken ondernemingen recht had, niet uitbetaalde.
17 Na een in oktober 1991 verricht onderzoek stelde een door de Commissie aangewezen deskundige in zijn rapport van 3 december 1991 vast, dat het project niet overeenkomstig de specificaties van de overeenkomst werd uitgevoerd, en gaf hij de Commissie het advies, haar financiële steun op te schorten.
18 In mei 1992 gaf de Commissie opdracht tot een financiële controle van het project. Uit het accountantsrapport van 22 juni 1992 bleek, dat IDE zonder voorafgaande toestemming van de Commissie werk had uitbesteed aan Hongaarse ondernemingen. Het rapport, dat betrekking had op de eerste achttien maanden van het project, bracht ook een ondeugdelijke boekhouding en onbetrouwbare uitgavendeclaraties aan het licht. De experts stelden daarom voor, de door IDE gedeclareerde uitgaven met 34 % te verminderen.
19 In maart en april 1992 ontbood de Commissie IDE naar Luxemburg om die problemen te bespreken. Naar aanleiding van die bijeenkomst werd de technische bijlage van de overeenkomst herzien. In haar correspondentie met IDE wees de Commissie bovendien op de wisselende samenstelling van het consortium, op de vertragingen bij de aflevering van bepaalde producten en op technische tekortkomingen.
20 Op 12 februari 1993 kwamen IDE en de Commissie overeen, de looptijd van de overeenkomst met zes maanden te verlengen tot 15 maart 1993.
21 Op 11 maart 1993 ontving de Commissie van IDE drie diskettes met het opschrift "Disnet final beta release 3", tezamen met andere documenten.
22 In een brief van 30 april 1993 stelde de Commissie vast, dat dat product niet aan de specificaties van de technische bijlage voldeed. Voorts wees zij erop, dat de steeds wisselende partners van IDE nog altijd geen subsidiebetalingen van haar hadden ontvangen, en verklaarde zij geen prijs te stellen op een demonstratie van het eindproduct. Bij wege van minnelijke schikking stelde de Commissie voor, haar subsidie te beperken tot 75 % van het in de overeenkomst bepaalde maximumbedrag (ofwel 682 425 ECU) en de binnen die limiet nog verschuldigde bedragen (te weten 148 969 ECU) slechts uit te betalen indien IDE het eindrapport en de definitieve staat van uitgaven zou indienen en zou aantonen dat zij aan al haar contractuele en financiële verplichtingen jegens al haar huidige en vroegere partners had voldaan. IDE wees dat voorstel op 31 mei 1993 van de hand.
23 Bij brief van 17 juni 1993 nodigde de Commissie IDE op basis van de contractsbepalingen uit, de goede werking van haar product voor een beoordelingscomité te demonstreren. IDE bleek niet erg gelukkig met dat besluit, omdat de Commissie aanvankelijk te kennen had gegeven, dat zij geen prijs stelde op een demonstratie van de resultaten van het Disnet-project.
24 Het beoordelingscomité bestond uit twee ambtenaren van de Commissie die niet bij het Disnet-project betrokken waren geweest, en een deskundige. Daarnaast waren er twee waarnemers, één namens de Commissie en één namens IDE.
25 De demonstratie vond plaats op 20 juli 1993. Zij betrof de versie van het computerprogramma dat op 11 maart 1993 aan de Commissie was gezonden; blijkens het verslag van het beoordelingscomité van 30 juli 1993, opgesteld door de twee ambtenaren van de Commissie, werd echter ook een latere versie getoond, die IDE na afloop van de overeenkomst had voltooid.
26 Volgens dat verslag en volgens dat van de door de Commissie aangewezen waarnemer van 2 augustus 1993 vertoonden beide versies van het door IDE gepresenteerde computerprogramma gebreken: de toolbox voldeed slechts voor 50 à 75 % aan de specificaties van de technische bijlage en het netwerkgedeelte van het Disnet-project ontbrak. Het derde lid van het beoordelingscomité stemde in met de conclusies van het verslag van 30 juli 1993. De namens IDE aanwezige waarnemer heeft geen verslag ingediend.
27 Op 7 september 1993 zond de Commissie het verslag van het beoordelingscomité aan IDE. In de begeleidende brief gaf zij te kennen, dat IDE niet had voldaan aan haar verplichtingen betreffende de technische specificaties van het project, dat het op 17 mei 1993 ontvangen eindrapport onbevredigend was, dat de staat van uitgaven over het vijfde halfjaar niet in overeenstemming was met de overeenkomst en dat zij geen staat van uitgaven had ontvangen over het zesde halfjaar noch de documenten die nodig waren om de totale kosten van het project te kunnen bepalen. De Commissie wees er voorts op, dat zij niets meer zou betalen en voornemens was de reeds betaalde bedragen terug te vorderen.
28 Op 15 en 27 september 1993 deelde IDE de Commissie haar bezwaren over het verslag van het beoordelingscomité mee. Daarbij wees zij erop, dat de demonstratie in bijzonder moeilijke omstandigheden had plaatsgevonden, en betwistte zij een aantal van de technische beoordelingen in dat verslag.
29 Bij brief van 29 juni 1994 verlangde de Commissie van IDE terugbetaling van 533 456 ECU, welk bedrag overeenkwam met de tot januari 1993 uitbetaalde subsidies.
Het beroep van IDE
30 Tot staving van haar beroep stelt IDE, zakelijk weergegeven, dat zij heeft voldaan aan haar verplichting een computerprogramma te ontwikkelen overeenkomstig de specificaties van de technische bijlage van de overeenkomst, en dat zij overigens geen enkele bepaling daarvan heeft geschonden. Anderzijds heeft de Commissie, door te weigeren haar de voorziene maximale communautaire subsidie volledig te betalen, de contractsbepalingen geschonden en haar aanzienlijke schade berokkend, met name tot uiting komende in zo ernstige liquiditeitsproblemen, dat zij een bedrijfspand en bedrijfsauto's onder de prijs heeft moeten verkopen en personeel heeft moeten ontslaan, met het gevolg dat haar bedrijfsactiviteiten stagneerden en haar reputatie is geschaad.
31 De Commissie concludeert tot verwerping van het beroep, op grond dat IDE niet enkel een product heeft geleverd dat niet aan de overeengekomen specificaties voldeed, zoals blijkt uit de conclusies van het verslag van het beoordelingscomité, maar ook de artikelen 3.3, 6.1, 6.2 en 6.3 van de overeenkomst heeft geschonden door na te laten de Commissie een volledig eindverslag en een staat van uitgaven met bewijsstukken te zenden, door niet tijdig een operationele versie van het Disnet-programma te bezorgen aan de overige deelnemers aan het project, die daardoor niet in staat waren hun eigen werkzaamheden te beginnen, door de Commissie niet in te lichten omtrent de voortdurende wijzigingen in de samenstelling van het consortium, door na te laten de aan haar partners verschuldigde communautaire subsidiebedragen te betalen, en door zonder voorafgaande toestemming van de Commissie bepaalde onder de overeenkomst vallende werkzaamheden uit te besteden aan derden. Voorts is de Commissie ingevolge artikel 8 van de overeenkomst niet aansprakelijk voor de door IDE gestelde schade, waarvoor deze overigens geen enkel bewijs heeft geleverd.
De conformiteit van het door IDE geleverde product
32 Wat de vraag betreft, of het product dat IDE bij afloop van de tussen partijen overeengekomen termijn heeft geleverd, aan de contractsbepalingen voldeed, zij eraan herinnerd, dat verzoekster zich volgens artikel 1 van de overeenkomst ertoe had verbonden, het in de technische bijlage nader omschreven product te ontwikkelen.
33 Als tegenprestatie verbond de Commissie zich ertoe, IDE een bepaald bedrag te betalen als subsidie voor de uitvoering door die vennootschap van een werk bestaande in het ontwikkelen van het computerprogramma Disnet.
34 Om de Commissie in staat te stellen tijdens de uitvoering van de overeenkomst te verifiëren, of de medecontractant het werk correct uitvoerde en of het project overeenkomstig het in de technische bijlage beschreven programma vorderde, had IDE bepaalde bijkomende contractuele verplichtingen, ertoe strekkende dat de Commissie op de hoogte zou worden gehouden van de voortgang van de werkzaamheden, de gedane uitgaven, alsmede van alles wat van invloed kon zijn op het resultaat van het project. Zo moest IDE de Commissie met name periodieke voortgangsverslagen en staten van uitgaven over de voorafgaande periode voorleggen, de ontwerp-onderaanbestedingsovereenkomsten door de Commissie laten goedkeuren en deze instelling op de hoogte houden van elk voorval dat de goede uitvoering van de overeenkomst in gevaar kon brengen.
35 Na de voltooiing van het werk moest IDE volgens artikel 3.2 van de overeenkomst het product demonstreren, om aan te tonen dat het project tot een goed einde was gebracht.
36 In deze overeenkomst was IDE's hoofdverbintenis dus een resultaatsverbintenis, namelijk het ontwikkelen van een product met de in de overeenkomst en haar technische bijlage gespecificeerde kenmerken.
37 Meer bepaald blijkt uit deze documenten, dat IDE zich ertoe heeft verbonden, binnen de overeengekomen termijn een computerprogramma te ontwikkelen dat, zoals reeds in de titel van het project wordt gepreciseerd, moet bestaan in een intelligente interface waarmee op gebruikersvriendelijke en uniforme wijze verschillende informatiebronnen kunnen worden geraadpleegd, en in een netwerk voor de toegang tot onderling verbonden elektronische informatiebronnen.
38 Zowel volgens de oorspronkelijke versie van de technische bijlage bij de overeenkomst als volgens de in 1992 bij schriftelijke overeenkomst tussen partijen gewijzigde versie daarvan, die beide ingevolge artikel 14 deel uitmaken van die overeenkomst, omvat het door IDE te leveren eindproduct twee onderdelen, te weten enerzijds de toolbox van het Disnet-programma, bestaande in de ontwikkeling van de interface die moet kunnen werken onder DOS, Windows 3 en Unix, en anderzijds het netwerk dat tot stand moet worden gebracht door de aanpassing van dat programma aan de specifieke eisen van de betrokken informatiebronnen, alsmede de op basis van de Disnet-interface door een aantal deelnemers aan het project te ontwikkelen toepassingen. Ingevolge de overeenkomst draagt IDE de technische en financiële verantwoordelijkheid voor het project en moet zij de werkzaamheden van de deelnemers cooerdineren.
39 Volgens de technische bijlage verbond IDE zich tot de ontwikkeling van een "marktrijp" product, waarmee wordt bedoeld, zoals de advocaat-generaal in de punten 89 tot en met 91 van zijn conclusie opmerkt, een product met zodanige eigenschappen, dat het technisch afgewerkt is en voldoende aantrekkelijk om commercieel te worden geëxploiteerd.
40 Uit een vergelijking van de oorspronkelijke versie van de technische bijlage, volgens welke een "natuurlijke-taalcomponent" met een beperkte syntaxis en woordenschat als extra zou worden aangeboden, en de gewijzigde versie van de schriftelijke overeenkomst tussen partijen, waarin de woorden "als extra" en de desbetreffende toelichting zijn verdwenen, blijkt, dat het eindproduct een dergelijke "natuurlijke-taalcomponent" moest omvatten.
41 De twee ambtenaren van de Commissie die aanwezig waren bij de demonstratie van het door IDE geleverde product, stelden evenwel in hun op 30 juli 1993 ingediend verslag vast, dat het product niet voldeed aan alle specificaties van de technische bijlage. Zo beantwoordde de toolbox van het programma slechts voor 50 à 75 % aan de verlangde technische kenmerken. Hij voldeed immers slechts aan een klein aantal van de doelstellingen van de overeenkomst, in het bijzonder wat de theoretische grondslag en de "natuurlijke-taalcomponent" van de interface betreft, en was derhalve geen afgewerkt en marktrijp product, aangezien het niet stabiel was en verdere verbetering behoefde. Bovendien ontbraken het netwerkgedeelte van het project en de specifieke toepassingen. In het verslag wordt beklemtoond, dat die vaststellingen zowel golden voor de door IDE op 11 maart 1993 geleverde versie van het product als voor een eveneens gedemonstreerde latere versie, die IDE na afloop van de overeenkomst had voltooid.
42 Het derde lid van het beoordelingscomité keurde deze conclusies van het verslag goed, naar blijkt uit een brief, op 30 juli 1993 door de twee andere leden van dat comité gericht aan de met de supervisie van het Disnet-project belaste ambtenaar van de Commissie en door IDE als bijlage bij haar verzoekschrift overgelegd.
43 In zijn op 2 augustus 1993 ingediend verslag formuleerde de waarnemer die door de Commissie was aangewezen om de demonstratie bij te wonen, soortgelijke kritiek op het door IDE geleverde product.
44 De waarnemer die de demonstratie voor IDE bijwoonde, heeft daarentegen geen verslag uitgebracht.
45 IDE trekt allereerst de onafhankelijkheid en de objectiviteit van het beoordelingscomité in twijfel, aangezien het door de Commissie was aangewezen en bestond uit twee van haar ambtenaren, alsmede een door de Commissie betaalde deskundige. IDE verlangt daarom een nieuw deskundigenonderzoek.
46 Dienaangaande moet in de eerste plaats worden opgemerkt, dat de overeenkomst niet bepaalt, voor welk orgaan de goede werking van het eindproduct moest worden gedemonstreerd.
47 Bij het sluiten van de overeenkomst met de Commissie heeft IDE evenwel noodzakelijkerwijs het beginsel van een demonstratie van het product aanvaard, die volgens artikel 3.2 moest plaatsvinden in de gebouwen van de Commissie te Luxemburg of in een andere door de Commissie goedgekeurde lokatie, en heeft zij er aldus mee ingestemd, dat de Commissie zou beoordelen of het product aan de eisen van de overeenkomst voldeed.
48 Ook al had de Commissie alle leden van het beoordelingscomité aangewezen - hetgeen tussen partijen omstreden is -, IDE kan haar om die reden niet verwijten haar contractuele verbintenissen niet te zijn nagekomen, aangezien geen enkele contractsbepaling dit punt regelt.
49 In de tweede plaats staat vast, dat de twee ambtenaren van de Commissie niet bekend waren met het Disnet-project voordat zij als lid van het beoordelingscomité werden aangewezen.
50 In de derde plaats heeft IDE uitdrukkelijk erkend, dat zij akkoord was gegaan met de samenstelling van het beoordelingscomité.
51 Ten slotte moet worden vastgesteld, dat naast de drie leden van dat comité, twee waarnemers, één namens de Commissie en één namens IDE, de demonstratie hebben bijgewoond. De conclusies van het verslag van de waarnemer van de Commissie bevestigden volledig die van het verslag van het beoordelingscomité, terwijl IDE's waarnemer geen verslag heeft uitgebracht.
52 IDE heeft zich in casu dus vrijwillig onderworpen aan het oordeel van het beoordelingscomité en heeft anderzijds niet aangetoond, dat de leden van dit comité partijdig waren.
53 Onder deze omstandigheden acht het Hof zich voldoende voorgelicht door de in het dossier opgenomen beoordelingen van de deskundigen die de demonstratie van het Disnet-programma hebben bijgewoond, zodat IDE's verzoek om een nieuw deskundigenonderzoek moet worden afgewezen.
54 Vervolgens stelt IDE, dat de demonstratie van haar product onder uiterst ongunstige omstandigheden is verlopen, hetgeen de negatieve conclusies van het beoordelingscomité zou verklaren.
55 Dit argument kan niet slagen.
56 Immers, IDE heeft zich in casu ertoe verbonden, een demonstratie te geven om aan te tonen dat het project tot een goed einde was gebracht.
57 Blijkens een bij het verzoekschrift gevoegde brief van 12 juli 1993 heeft IDE's advocaat voorgesteld, deze demonstratie te Luxemburg te geven op een welbepaalde lokatie, waar zijns inziens de juiste infrastructuur aanwezig was. IDE vroeg voorts, dat een persoon van haar keuze als onafhankelijk deskundige bij de demonstratie aanwezig zou zijn. De Commissie aanvaardde deze voorstellen op 14 juli 1993.
58 Blijkens een brief van de Commissie van 16 juli 1993 zijn bijzondere technische faciliteiten ter beschikking van IDE gesteld om haar product succesvol te kunnen demonstreren.
59 In casu staat vast, dat IDE de dag vóór de demonstratie het Disnet-programma heeft kunnen installeren en testen en dat zij zich op 20 juli 1993 bereid heeft verklaard om de demonstratie te geven, die nagenoeg vijf uur duurde.
60 Volgens het verslag van het beoordelingscomité deden zich aan het begin van de demonstratie bepaalde technische problemen voor, doch ging IDE ermee akkoord de demonstratie voort te zetten. Volgens het verslag waren deze technische problemen niet, zoals IDE stelt, te wijten aan de demonstratieruimte of aan tekortkomingen van het beschikbare Unix-net, maar aan de ongeschiktheid van het door IDE geleverde product. In weerwil van deze problemen was de demonstratie volgens het comité niettemin betrouwbaar.
61 Ten slotte blijkt uit het beoordelingsverslag, dat de demonstratie niet alleen betrekking had op het product dat IDE had geleverd bij de afloop van de overeenkomst, waarvan de aanvankelijk bedongen looptijd overigens met zes maanden was verlengd, maar ook op een herziene versie van het Disnet-programma, die IDE na de afloop van de aldus verlengde overeenkomst had ontwikkeld. Het beoordelingscomité stelde evenwel vast, dat geen van beide versies aan de contractsvoorwaarden voldeed.
62 Onder deze omstandigheden moet de demonstratie van het Disnet-project worden geacht regelmatig te zijn verlopen.
63 IDE stelt ten slotte, dat het door de Commissie ter beschikking gestelde budget ontoereikend was om het overeengekomen project tot een goed einde te brengen, met name rekening houdend met bepaalde bijkomende werkzaamheden die niet in de oorspronkelijke overeenkomst waren voorzien, zoals de "natuurlijke-taalcomponent", en dat het Disnet-programma thans een commercieel succes op de markt is.
64 Deze argumenten kunnen evenmin worden aanvaard.
65 In de eerste plaats immers is de tussen partijen gesloten overeenkomst een subsidie-overeenkomst, waarbij de Gemeenschap een maximale financiële bijdrage ten belope van 38,74 % van de werkelijke kosten van het door IDE tezamen met haar partners te leveren werk - door partijen geraamd op in totaal 2 349 400 ECU - voor haar rekening neemt.
66 Volgens de overeenkomst draagt IDE de financiële en technische verantwoordelijkheid voor het project en is zij belast met de cooerdinatie van de werkzaamheden van de deelnemers. Het product dat zij zich verbond te ontwikkelen, blijft eigendom van het door haar geleide consortium.
67 Tijdens de uitvoering van de overeenkomst zijn partijen voorts overeenkomstig artikel 9 schriftelijk overeengekomen de modaliteiten ervan te wijzigen: naast de verlenging van de overeenkomst met zes maanden kwamen zij overeen, dat het eindproduct een "natuurlijke-taalcomponent" met een beperkte syntaxis en woordenschat zou omvatten, welke functie in de oorspronkelijke versie van de technische bijlage slechts als extra was voorzien.
68 Onder deze omstandigheden kan IDE de Commissie niet verwijten, haar een ontoereikend budget ter beschikking te hebben gesteld. Zij is immers vrijwillig aan een project begonnen waarvoor zij volledig verantwoordelijk was, en wist welk bedrag aan subsidie zij van de Gemeenschap kon verwachten.
69 In de tweede plaats moet worden vastgesteld, dat het in casu enkel gaat om de vraag, of IDE vóór de tussen partijen overeengekomen afloop van de overeenkomst een product heeft ontwikkeld dat aan de technische specificaties voldeed, zodat IDE's stelling omtrent het succes dat Disnet thans zou kennen, hoe dan ook irrelevant is.
70 Gelet op het voorgaande moet worden geconcludeerd, dat IDE de ingevolge de overeenkomst op haar rustende hoofdverplichting niet is nagekomen in zoverre het op 11 maart 1993 geleverde computerprogramma niet aan de technische specificaties van de overeenkomst voldeed, en dat de ter rechtvaardiging van deze niet-nakoming aangevoerde redenen niet kunnen worden aanvaard.
71 Bijgevolg kan IDE niet verlangen, dat de Commissie de bij de overeenkomst voorziene maximale communautaire subsidie volledig uitbetaalt.
72 Onder deze omstandigheden behoeft geen uitspraak te worden gedaan over de vraag of IDE, zoals de Commissie stelt, nog andere, bijkomende contractuele verplichtingen niet is nagekomen.
73 De vordering tot veroordeling van de Commissie tot betaling van een bedrag van 37 650 ECU voor buitengerechtelijke kosten moet worden verworpen, nu IDE niet heeft aangetoond deze kosten daadwerkelijk wegens onrechtmatig handelen van de Commissie te hebben gemaakt.
De vergoeding van de schade die IDE stelt te hebben geleden
74 Het beroep van IDE strekt voorts tot vergoeding van de schade die zij zou hebben geleden doordat de Commissie, in strijd met haar contractuele verplichtingen, heeft geweigerd het volle bedrag van de voorziene maximale communautaire subsidie aan haar uit te betalen.
75 Een dergelijke vordering uit contractuele aansprakelijkheid kan slechts slagen indien aan drie voorwaarden is voldaan. IDE moet allereerst bewijzen, dat de Commissie haar contractuele verplichtingen niet is nagekomen, vervolgens, dat zij schade heeft geleden, en ten slotte, dat er een causaal verband bestaat tussen de gedraging van de Commissie en die schade.
76 IDE heeft evenwel niet bewezen, dat de Commissie de krachtens de overeenkomst op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen. Het is integendeel duidelijk, dat de reden van de weigering van de Commissie om het saldo van de communautaire subsidie uit te betalen, deze is, dat het door IDE ontwikkelde product niet voldeed aan de specificaties van de overeenkomst.
77 Voorts heeft IDE de schade die zij stelt te hebben geleden, niet bewezen.
78 Een en ander volstaat om IDE's vordering tot betaling van schadevergoeding als volstrekt ongegrond te beschouwen.
79 Gelet op het voorgaande moet het beroep van IDE in zijn geheel worden verworpen.
De vordering in reconventie van de Commissie
80 In reconventie vordert de Commissie overeenkomstig artikel 5, lid 3, van de overeenkomst de terugbetaling van alle voorschotten die zij tijdens de looptijd van de overeenkomst aan IDE heeft uitbetaald, vermeerderd met rente.
81 IDE concludeert tot verwerping van deze vordering wegens niet-ontvankelijkheid of althans omdat zij ongegrond is.
82 Met betrekking tot de ontvankelijkheid van de vordering in reconventie zij eraan herinnerd, dat volgens vaste rechtspraak 's Hofs bevoegdheid op grond van een arbitragebeding een afwijking vormt van het gemene recht en derhalve restrictief moet worden uitgelegd. Het Hof kan dus enkel kennis nemen van vorderingen uit een door de Gemeenschap gesloten overeenkomst waarin een arbitragebeding voorkomt, of van vorderingen die rechtstreeks verband houden met de verbintenissen uit die overeenkomst (arrest van 18 december 1986, zaak 426/85, Zoubek, Jurispr. 1986, blz. 4057, r.o. 11).
83 Aan die voorwaarde is in casu ontegenzeglijk voldaan, want artikel 5.3 van de overeenkomst bepaalt, dat indien na de voltooiing van de werkzaamheden geen bevredigende demonstratie van het eindproduct plaatsvindt, de Commissie de volledige of gedeeltelijke terugbetaling van de reeds betaalde bedragen, vermeerderd met rente, kan vorderen.
84 Wat de gegrondheid van de reconventionele vordering betreft, moet worden verwezen naar de termen van de tussen partijen gesloten overeenkomst.
85 Ingevolge artikel 1 heeft IDE zich ertoe verbonden, het in de bijlage nader beschreven product te ontwikkelen.
86 Na afloop van de overeenkomst moest IDE ingevolge artikel 3.2 een demonstratie geven om aan te tonen dat het project tot een goed einde was gebracht.
87 Volgens artikel 5.1 betaalt de Gemeenschap aan IDE een voorschot van 15 % van het maximale communautaire subsidiebedrag binnen twee maanden na de aanvang van het project. Vervolgens doet de Commissie tijdens de uitvoering van de overeenkomst periodieke betalingen. Al die betalingen worden uitdrukkelijk aangemerkt als voorschotten, in afwachting van de aanvaarding door de Commissie van het in de technische bijlage omschreven eindproduct.
88 Volgens artikel 5.3 kan de Commissie, indien geen demonstratie plaatsvindt waaruit blijkt dat het project tot een goed einde is gebracht, de volledige of gedeeltelijke terugbetaling vorderen van de voorschotten, vermeerderd met rente vanaf een maand nadat de Commissie de terugbetaling heeft gevorderd. Het toepasselijke rentepercentage wordt berekend aan de hand van het gemiddelde, verhoogd met 2 %, van de interbancaire rente voor ECU's, gedurende de drie maanden vóór de eerste dag van de maand waarin de terugbetaling is gevorderd.
89 In casu evenwel hebben de leden van het deskundigencomité dat de demonstratie van het door IDE geleverde computerprogramma beoordeelde, eenstemmig geconcludeerd, dat het product niet aan de specificaties van de overeenkomst voldeed.
90 In casu is dus voldaan aan alle voorwaarden waaronder de Commissie, op basis van artikel 5.3 van de overeenkomst, kan verlangen dat IDE alle aan haar betaalde voorschotten terugbetaalt.
91 Met toepassing van artikel 5.3 moet IDE derhalve worden veroordeeld tot terugbetaling aan de Commissie van het bedrag van 533 456 ECU, zijnde het totaal van de door de Commissie als communautaire subsidie aan haar betaalde voorschotten, vermeerderd met rente op de voet van 7,97 % 's jaars vanaf één maand na de datum waarop de Commissie de terugbetaling van de voorschotten heeft gevorderd, dat wil zeggen vanaf 29 juli 1994.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
92 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Daar IDE in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
rechtdoende:
1) Verwerpt het beroep van Intelligente systemen, Database toepassingen, Elektronische diensten BV (IDE).
2) Veroordeelt IDE tot terugbetaling aan de Commissie van het bedrag van 533 456 ECU, vermeerderd met rente op de voet van 7,97 % 's jaars vanaf 29 juli 1994.
3) Verwijst IDE in de kosten van het geding.
Full & Egal Universal Law Academy