Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Milieu ° Behoud van vogelstand ° Richtlijn 79/409 ° Werkingssfeer ° Soorten die op Europese grondgebied van Gemeenschap natuurlijk in wild levend voorkomen ° In gevangenschap geboren en opgekweekte vogels ° Daarvan uitgesloten ° Bevoegdheid van Lid-Staten
(Richtlijn 79/409 van de Raad)
Samenvatting
Richtlijn 79/409 inzake het behoud van de vogelstand verplicht de Lid-Staten de verhandeling van vogels van een in haar bijlagen niet genoemde soort te verbieden voor zover het gaat om een soort die natuurlijk in het wild leeft op het Europese grondgebied van de Lid-Staten waarop het Verdrag van toepassing is, behoudens de door artikel 9 geboden afwijkingsmogelijkheid.
Aan deze verplichting tot bescherming wordt niet afgedaan door het feit dat de betrokken soort zijn natuurlijk leefgebied niet heeft op het grondgebied van de betrokken Lid-Staat. Gezien het belang van een volledige en doeltreffende bescherming van in het wild levende vogels binnen de gehele Gemeenschap, ongeacht hun verblijfplaats of trekroute, is iedere nationale wettelijke regeling die de bescherming van in het wild levende vogels doet afhangen van het begrip nationaal erfgoed, immers onverenigbaar met de richtlijn.
De richtlijn is daarentegen niet van toepassing op in gevangenschap geboren en opgekweekte vogels. Uitbreiding van de beschermingsregeling tot andere dan in hun natuurlijk milieu levende populaties dient de aan de richtlijn ten grondslag liggende milieudoelstelling immers niet. Aangezien de gemeenschapswetgever de verhandeling van dergelijke vogels niet heeft geregeld, blijven de Lid-Staten bevoegd om dienaangaande een regeling te treffen, onverminderd de toepasselijkheid van de artikelen 30 en volgende van het Verdrag op uit andere Lid-Staten ingevoerde produkten.
Partijen
In zaak C-149/94,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag van het Tribunal de grande instance de Caen (Frankrijk), in de aldaar dienende strafzaak tegen
D. Vergy,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PB 1979, L 103, blz. 1),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
samengesteld als volgt: J.-P. Puissochet, kamerpresident, J. C. Moitinho de Almeida en C. Gulmann (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: N. Fennelly
griffier: H. von Holstein, adjunct-griffier
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
° de Franse regering, vertegenwoordigd door C. de Salins, onderdirecteur bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en J.-L. Falconi, secretaris buitenlandse zaken bij dat ministerie, als gemachtigden,
° de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch hoofdadviseur R. Waegenbaur, en H. van der Woude, lid van haar juridische dienst, als gemachtigden,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van D. Vergy, vertegenwoordigd door J. Delom de Mezerac, advocaat te Caen, de Franse regering, vertegenwoordigd door J.-M. Belorgey, chargé de mission bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, en de Commissie, vertegenwoordigd door R. Waegenbaur en H. van der Woude, bijgestaan door S. Bouche, administrateur, als deskundige, ter terechtzitting van 14 september 1995,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 26 oktober 1995,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 22 maart 1994, ingekomen bij het Hof op 6 juni daaraanvolgend, heeft het Tribunal de grande instance de Caen krachtens artikel 177 EG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PB 1979, L 103, blz. 1; hierna: de "richtlijn").
2 Deze vragen zijn gerezen in een strafzaak tegen D. Vergy, die ervan wordt verdacht in 1992 te Landes-sur-Ajonc (Frankrijk) een levende vogel van een krachtens de Franse wettelijke regeling beschermde soort te koop te hebben aangeboden en te hebben verkocht.
3 Vaststaat, dat de betrokken vogel in gevangenschap was geboren en opgekweekt.
4 Voor het Tribunal de grande instance de Caen stelde Vergy, dat de Franse regeling niet van toepassing was op dergelijke vogels en dat, indien dat wel het geval was, zij in strijd was met de richtlijn.
5 Van oordeel dat uitlegging van de richtlijn noodzakelijk is om in de strafzaak uitspraak te kunnen doen, heeft de nationale rechter de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:
"1) Moet richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979, met name de artikelen 1, 2, 5 en 6 daarvan, aldus worden uitgelegd, dat zij de Lid-Staten toestaat een regeling in te voeren die de verhandeling beperkt of verbiedt van vogels van een soort die in de bijlagen bij die richtlijn niet wordt genoemd?
2) Is het voor het antwoord op die vraag van belang, dat bedoelde vogels in gevangenschap zijn geboren en opgekweekt en dat bedoelde soort zijn natuurlijk leefgebied niet heeft in het betrokken land?"
6 Vooraf zij opgemerkt, dat de vogel waarvan in het hoofdgeding sprake is, in de verwijzingsbeschikking een "Canadese zwarte gans" ("bernache noir du Canada") wordt genoemd. In de vogeltaxonomie komt evenwel geen soort met die naam voor. Hoewel het aannemelijk lijkt dat, zoals Vergy ter terechtzitting heeft gesteld, de verkochte vogel een Canadese dwerggans (Branta canadensis minima) was, is het bepalen van de soort een feitenkwestie die tot de bevoegdheid van de nationale rechter behoort.
De eerste vraag
7 Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of de richtlijn in de weg staat aan een nationale regeling die de verhandeling beperkt of verbiedt van vogels van een soort die in de bijlagen bij de richtlijn niet wordt genoemd.
8 Dienaangaande zij eraan herinnerd, dat artikel 1, lid 1, van de richtlijn bepaalt: "Deze richtlijn heeft betrekking op de instandhouding van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de Lid-Staten waarop het Verdrag van toepassing is. Zij betreft de bescherming, het beheer en de regulering van deze soorten en stelt regels voor de exploitatie daarvan." Volgens artikel 6 van de richtlijn, dat de kern van de onderhavige zaak vormt, dienen de Lid-Staten een algemeen verbod te stellen op de verhandeling van alle in artikel 1 bedoelde vogelsoorten, onverminderd de uitzonderingen waarin onder bepaalde voorwaarden voor de in bijlage III bedoelde soorten is voorzien. Voorts bepaalt artikel 9 van de richtlijn, dat om de aldaar genoemde redenen van artikel 6 mag worden afgeweken.
9 Zoals het Hof in het arrest van 8 juli 1987 (zaak 247/85, Commissie/België, Jurispr. 1987, blz. 3029, r.o. 6 en 7) overwoog, volgt uit deze bepalingen, dat de Lid-Staten een algemeen verbod moeten stellen op de verhandeling van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de Lid-Staten waarop het Verdrag van toepassing is, behoudens de uitzonderingen waarin onder bepaalde voorwaarden voor de in bijlage III bedoelde soorten is voorzien en de door artikel 9 geboden afwijkingsmogelijkheid.
10 Mitsdien moet op de eerste vraag worden geantwoord, dat de richtlijn de Lid-Staten verplicht de verhandeling van vogels van een in haar bijlagen niet genoemde soort te verbieden voor zover het gaat om een soort die natuurlijk in het wild leeft op het Europese grondgebied van de Lid-Staten waarop het Verdrag van toepassing is, behoudens de door artikel 9 geboden afwijkingsmogelijkheid.
De tweede vraag
11 Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen, of de richtlijn ook van toepassing is op in gevangenschap geboren en opgekweekte vogels en of zij een Lid-Staat verplicht, een op het Europese grondgebied van de Lid-Staten waarop het Verdrag van toepassing is, natuurlijk in het wild levende vogelsoort ook te beschermen als die soort zijn natuurlijk leefgebied niet heeft in de betrokken Lid-Staat.
Het eerste deel van de vraag
12 Wat de in gevangenschap geboren en opgekweekte vogels betreft, stellen de Commissie, de Franse regering en Vergy, zakelijk weergegeven, dat de richtlijn de bescherming van vogelpopulaties in hun natuurlijk milieu beoogt, en dat de uitbreiding van de beschermingsregeling tot in gevangenschap geboren en opgekweekte vogels van in het wild levende soorten niet in overeenstemming is met deze doelstelling.
13 Deze argumenten moeten worden aanvaard. Zoals de advocaat-generaal in punt 31 van zijn conclusie opmerkt, draagt een dergelijke uitbreiding van de beschermingsregeling niet bij tot het behoud van het natuurlijk milieu als bedoeld in de tweede overweging van de considerans van de richtlijn, noch tot de bescherming op lange termijn en het beheer van de natuurlijke bronnen als integrerend deel van het erfgoed van de Europese volkeren, waarvan sprake is in de achtste overweging.
14 Voor zoveel nodig zij daaraan toegevoegd, dat aangezien de gemeenschapswetgever de verhandeling van in gevangenschap geboren en opgekweekte vogels van in het wild levende soorten niet heeft geregeld, de Lid-Staten bevoegd blijven om dienaangaande een regeling te treffen, onverminderd de toepasselijkheid van de artikelen 30 en volgende van het EG-Verdrag op uit andere Lid-Staten ingevoerde produkten.
15 Mitsdien moet op het eerste deel van de tweede vraag van de nationale rechter worden geantwoord, dat de richtlijn niet van toepassing is op in gevangenschap geboren en opgekweekte vogels.
Het tweede deel van de vraag
16 Met betrekking tot het tweede deel van de tweede prejudiciële vraag stellen de Commissie, de Franse regering en Vergy, dat elke Lid-Staat de bescherming waarin de richtlijn voorziet, moet uitbreiden tot soorten die niet natuurlijk of gewoonlijk op zijn grondgebied voorkomen, maar die in het wild leven op het Europese grondgebied van een andere Lid-Staat.
17 Dienaangaande zij eraan herinnerd dat, gelijk het Hof in het arrest van 27 april 1988 (zaak 252/85, Commissie/Frankrijk, Jurispr. 1988, blz. 2243, r.o. 15) heeft beklemtoond, gezien het belang van een volledige en doeltreffende bescherming van in het wild levende vogels binnen de gehele Gemeenschap, ongeacht hun verblijfplaats of trekroute, iedere nationale wettelijke regeling die de bescherming van in het wild levende vogels doet afhangen van het begrip nationaal erfgoed, onverenigbaar is met de richtlijn.
18 Mitsdien moet op het tweede deel van de tweede vraag worden geantwoord, dat de richtlijn een Lid-Staat verplicht een op het Europese grondgebied van de Lid-Staten waarop het Verdrag van toepassing is, in het wild levende vogelsoort ook te beschermen als die soort zijn natuurlijk leefgebied niet heeft in de betrokken Lid-Staat.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
19 De kosten door de Franse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
uitspraak doende op de door het Tribunal de grande instance de Caen bij beschikking van 22 maart 1994 gestelde vragen, verklaart voor recht:
1) Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand, verplicht de Lid-Staten de verhandeling van vogels van een in haar bijlagen niet genoemde soort te verbieden voor zover het gaat om een soort die natuurlijk in het wild leeft op het Europese grondgebied van de Lid-Staten waarop het Verdrag van toepassing is, behoudens de door artikel 9 geboden afwijkingsmogelijkheid.
2) Deze richtlijn is niet van toepassing op in gevangenschap geboren en opgekweekte vogels.
3) Deze richtlijn verplicht een Lid-Staat een op het Europese grondgebied van de Lid-Staten waarop het Verdrag van toepassing is, in het wild levende vogelsoort ook te beschermen als die soort zijn natuurlijk leefgebied niet heeft in de betrokken Lid-Staat.
Full & Egal Universal Law Academy