Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Beroep wegens niet-nakoming - Bewijs van niet-nakoming - Bewijslast rustend op Commissie
(EG-Verdrag, art. 169)
Samenvatting
In het kader van een procedure wegens niet-nakoming krachtens artikel 169 van het Verdrag staat het aan de Commissie, de verweten niet-nakoming te bewijzen.
Partijen
In zaak C-160/94,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch hoofdadviseur R. B. Wainwright en B. Rodríguez Galindo, lid van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van diezelfde dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
ondersteund door
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, vertegenwoordigd door L. Nicoll, van het Treasury Solicitor's Department, als gemachtigde, bijgestaan door D. Anderson, Barrister, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Britse ambassade, Boulevard Roosevelt 14,
interveniënt,
tegen
Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door A. J. Navarro González, directeur-generaal van de dienst institutionele en communautaire geschillen, en G. Calvo Díaz, abogado del Estado, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Spaanse ambassade, Boulevard Emmanuel Servais 4-6,
verweerder,
ondersteund door
Franse Republiek, vertegenwoordigd door C. de Salins, onderdirecteur bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en J.-M. Belorgey, chargé de mission bij diezelfde directie, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Franse ambassade, Boulevard Joseph II 8 B,
en
Ierland, vertegenwoordigd door M. A. Buckley, Chief State Solicitor, als gemachtigde, bijgestaan door J. D. Cooke, SC, en J. Payne, Barrister, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Ierse ambassade, Route d'Arlon 28,
interveniënten,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje, door zich de exclusieve invoer- en uitvoerrechten voor elektriciteit voor te behouden, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens de artikelen 30, 34 en 37 EG-Verdrag en artikel 48 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB 1985, L 302, blz. 21),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: G. C. Rodríguez Iglesias, president, C. Gulmann, H. Ragnemalm en M. Wathelet, kamerpresidenten, G. F. Mancini, J. C. Moitinho de Almeida, P. J. G. Kapteyn, J. L. Murray, D. A. O. Edward (rapporteur), J.-P. Puissochet, G. Hirsch, P. Jann en L. Sevón, rechters,
advocaat-generaal: G. Cosmas
griffiers: H. von Holstein, adjunct-griffier D. Louterman-Hubeau, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 7 mei 1996, waar de Commissie was vertegenwoordigd door R. B. Wainwright en F. Castillo de la Torre, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde; het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland door N. Green, Barrister; het Koninkrijk Spanje door G. Calvo Díaz; de Franse Republiek door M. Perrin de Brichambaut, directeur bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, en J.-M. Belorgey, en Ierland door P. Gallagher, SC, en J. Payne,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 26 november 1996,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 15 juni 1994, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje, door zich de exclusieve invoer- en uitvoerrechten voor elektriciteit voor te behouden, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens de artikelen 30, 34 en 37 EG-Verdrag en artikel 48 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB 1985, L 302, blz. 23; hierna: "Toetredingsakte").
2 In Spanje bepaalt artikel 1, lid 1, van wet nr. 49/84 van 26 december 1984 betreffende de gecentraliseerde exploitatie van het nationale elektriciteitsstelsel (BOE nr. 312 van 29 december 1984; hierna: "wet van 1984"):
"De gecentraliseerde exploitatie van het nationale elektriciteitsstelsel via hoogspanningsnetten is een openbare dienst van de staat, die tot doel heeft het stelsel overeenkomstig de in artikel 2 van deze wet genoemde functies en werkzaamheden te optimaliseren. Deze openbare dienst wordt beheerd door een staatsonderneming, overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbepalingen ervan."
3 Artikel 2, lid 1, van de wet van 1984 beschrijft de functies en werkzaamheden van die openbare dienst, waaronder met name:
"(...)
e) het verzekeren van de exploitatie en het onderhoud (...) van alle onderdelen van het internationale koppelnet (...);
(...)
i) het verwezenlijken van de internationale transacties die dienstig worden geacht ter verzekering van de elektriciteitsvoorziening, ter verlaging van de binnenlandse productiekosten, of om, in het nationaal belang, aan elke onderneming haar aandeel in die internationale transacties toe te wijzen en toe te zien op de uitvoering hiervan;
(...)"
4 Bij koninklijk besluit nr. 91/85 van 23 januari 1985 (BOE nr. 24 van 28 januari 1985; hierna: "koninklijk besluit van 1985"), vastgesteld krachtens de wet van 1984, zijn die functies en werkzaamheden opgedragen aan een staatsonderneming met de naam Red Eléctrica de España SA (hierna: "Redesa").
5 Van mening dat uit genoemde bepalingen van de Spaanse wetgeving, in hun onderlinge samenhang gelezen, volgt, dat zij uitsluitende rechten voor de invoer en uitvoer van elektriciteit verlenen aan de staat, die ze via Redesa uitoefent, en dat die rechten in strijd zijn met de artikelen 30, 34 en 37 van het Verdrag en met artikel 48 van de Toetredingsakte, heeft de Commissie tegen het Koninkrijk Spanje de procedure van artikel 169 van het Verdrag ingeleid.
6 Artikel 48 van de Toetredingsakte bepaalt:
"1. Onverminderd de leden 2 en 3 past het Koninkrijk Spanje vanaf 1 januari 1986 zijn nationale monopolies van commerciële aard, als bedoeld in artikel 37, lid 1, van het EEG-Verdrag, waarbij, in voorkomend geval, rekening wordt gehouden met artikel 90, lid 2, van het EEG-Verdrag, geleidelijk aan, in dier voege dat uiterlijk op 31 december 1991 elke discriminatie tussen onderdanen van de Lid-Staten, wat de voorwaarden van de voorziening en afzet betreft, is uitgesloten.
(...)
2. Met ingang van 1 januari 1986 schaft het Koninkrijk Spanje alle exclusieve rechten tot uitvoer af.
(...)"
7 Artikel 48, lid 3, van de Toetredingsakte is niet op elektriciteit van toepassing.
8 Bij twee beschikkingen van 14 december 1994 heeft de president van het Hof de Franse Republiek en Ierland toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van het Koninkrijk Spanje; bij beschikking van dezelfde dag heeft hij het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie.
9 Tot staving van haar beroep stelt de Commissie, dat de wet van 1984, tezamen met het koninklijk besluit van 1985, een stelsel in het leven roept, waarin enkel de staat via zijn eigen onderneming Redesa elektriciteit mag invoeren en uitvoeren. Zij betoogt, dat die exclusieve rechten in strijd zijn met artikel 30 respectievelijk artikel 34 van het Verdrag, alsmede met artikel 37, voor Spanje van toepassing verklaard bij artikel 48 van de Toetredingsakte, en dat zij niet uit hoofde van artikel 30 of artikel 90, lid 2, van het Verdrag kunnen worden gerechtvaardigd.
10 Om te beginnen ontkent de Spaanse regering, dat de wet van 1984 en het koninklijk besluit van 1985 Redesa exclusieve invoer- en uitvoerrechten voor elektriciteit verlenen.
11 Dienaangaande preciseert zij, dat de elektriciteitsvoorziening bij een koninklijk besluit van 1924 tot een openbare dienst is verklaard, maar zonder dat de verschillende voorzieningsactiviteiten, zoals de productie, het transport en de distributie, onder de uitsluitende bevoegdheid van de staat vallen.
12 Vervolgens wijst zij erop, dat de wet van 1984 juist is vastgesteld om een oplossing te vinden voor de problemen die door het bestaan van een groot aantal productie- en distributieondernemingen werden veroorzaakt, met name ten aanzien van de zekerheid van de voorziening en het optreden van grote, kostbare overschotten. Uit de toelichting bij de wet en uit de titel en de bepalingen ervan, met name artikel 1, lid 1, blijkt evenwel, dat de wet niet strekt tot invoering van een enkele exploitatie van alle voorzieningsactiviteiten, maar tot een permanente bundeling van de exploitatie van de verschillende elektriciteitsondernemingen op basis van economische doelmatigheidscriteria en met inachtneming van de eigendomsrechten van de ondernemingen en de vrijheid van beheer van hun installaties. Redesa is dus slechts belast met de gecentraliseerde exploitatie van het nationale elektriciteitsstelsel via het transportnet.
13 Ten slotte betoogt de Spaanse regering, dat bij artikel 2, lid 1, sub i, van de wet van 1984 op zich geen exclusief recht op internationale transacties is ingesteld, maar dat Redesa enkel de mogelijkheid heeft tot dergelijke transacties over te gaan wanneer - en uitsluitend wanneer - aan de uitdrukkelijk in die bepaling genoemde voorwaarden van algemeen belang is voldaan.
14 Daartegenover stelt de Commissie, dat uit artikel 2, lid 1, sub e en sub i, van de wet van 1984 duidelijk volgt, dat Redesa exclusieve invoer- en uitvoerrechten bezit, ook al worden die rechten daarin niet uitdrukkelijk genoemd. Verder beklemtoont zij, dat het Koninkrijk Spanje geen enkel voorbeeld heeft gegeven waaruit blijkt, dat internationale transacties als bedoeld sub i, door andere ondernemingen dan Redesa zijn verricht.
15 De tegenwerping van de Commissie kan echter niet worden aanvaard.
16 Er moet namelijk worden vastgesteld, dat de Commissie in haar beroep het Koninkrijk Spanje verwijt, bij de wet van 1984 juncto het koninklijk besluit van 1985 een wettelijk monopolie ten gunste van de staat op de invoer en uitvoer van elektriciteit te hebben ingesteld, dat de staat via Redesa uitoefent.
17 De Commissie, die in het kader van een niet-nakomingsprocedure in de zin van artikel 169 van het Verdrag de realiteit van de gestelde niet-nakoming dient te bewijzen, heeft niet aangetoond, dat er in Spanje wettelijke bepalingen bestaan die dergelijke exclusieve rechten aan Redesa toekennen.
18 In de eerste plaats immers is Redesa volgens de bewoordingen van de bepalingen waarop de Commissie zich beroept, enkel belast met de gecentraliseerde exploitatie van het nationale elektriciteitsstelsel via hoogspanningsnetten. Gelet op de context van en de toelichting bij de wet van 1984, zoals door de Spaanse regering beschreven zonder op tegenspraak van de Commissie te zijn gestuit, is onder gecentraliseerde exploitatie de coördinatie te verstaan van de activiteiten van de verschillende productie- en distributiebedrijven die bij de stroomvoorziening van het land betrokken zijn, en niet de concentratie van die activiteiten in handen van één enkele onderneming.
19 Daarbij kan geen tegenargument worden gevonden in de omstandigheid, dat Redesa volgens artikel 2, lid 1, sub e, van de wet van 1984 belast is met het verzekeren van de exploitatie van alle onderdelen van het internationale koppelnet. Die exploitatie sluit immers niet uit, dat andere ondernemingen dan Redesa toegang kunnen krijgen tot het door Redesa beheerde transportnet, waaronder de onderdelen van het internationale koppelnet, met het oog op het invoeren en uitvoeren van elektriciteit.
20 In de tweede plaats moet worden vastgesteld, dat waar artikel 2, lid 1, sub i, van de wet van 1984 bepaalt, dat Redesa onder bepaalde voorwaarden aan elke onderneming haar aandeel in internationale transacties toewijst, deze bepaling noodzakelijkerwijs impliceert, dat die ondernemingen aan die transacties kunnen deelnemen, en niet uitsluit, dat zij er vrij toe kunnen overgaan wanneer niet aan die voorwaarden is voldaan.
21 Ten slotte, nu de Commissie in haar beroep enkel opkomt tegen het bestaan van het wettelijk monopolie op de invoer en uitvoer van elektriciteit zoals dat uit de gewraakte wettelijke regeling zou voortvloeien, treft haar argument dat het Koninkrijk Spanje geen enkel geval heeft genoemd van een andere onderneming dan Redesa die zich feitelijk met de invoer en uitvoer van elektriciteit zou hebben beziggehouden, geen doel.
22 Mitsdien moet het beroep van de Commissie worden verworpen zonder dat de andere middelen en argumenten van partijen behoeven te worden onderzocht.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
23 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dat is gevorderd. Aangezien de Commissie in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen. Volgens artikel 69, lid 4, van dat Reglement dragen de Lid-Staten en de instellingen die in het geding zijn tussengekomen, hun eigen kosten.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende:
1) Verwerpt het beroep.
2) Verwijst de Commissie van de Europese Gemeenschappen in de kosten.
3) Verstaat dat het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Franse Republiek en Ierland, interveniënten, hun eigen kosten zullen dragen.
Full & Egal Universal Law Academy