Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Lid-Staten ° Verplichtingen ° Uitvoering van richtlijnen ° Niet betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-170/94,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Kontou-Durande, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G. Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Helleense Republiek, vertegenwoordigd door P. Mylonopoulos, juridisch medewerker bij de bijzondere dienst communautaire geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en door N. Dafniou, secretaris bij die dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Griekse ambassade, Val Sainte-Croix 117,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen, dat de Helleense Republiek de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen of mede te delen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 90/219/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen (PB 1990, L 117, blz. 1) en aan richtlijn 90/220/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (PB 1990, L 117, blz. 15),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: C. Gulmann, kamerpresident, P. Jann, J. C. Moitinho de Almeida, D. A. O. Edward en L. Sevón (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs
griffier: R. Grass
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 4 mei 1995,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 20 juni 1994, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen, dat de Helleense Republiek de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen of mede te delen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 90/219/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen (PB 1990, L 117, blz. 1) en aan richtlijn 90/220/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (PB 1990, L 117, blz. 15).
2 Ingevolge artikel 22 van richtlijn 90/219 moesten de Lid-Staten vóór 23 oktober 1991 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om aan deze richtlijn te voldoen. Ingevolge artikel 23 van richtlijn 90/220 dienden de omzettingsbepalingen vóór 23 oktober 1991 in werking te treden. Beide bepalingen schrijven voor, dat de Lid-Staten de Commissie onverwijld van de vastgestelde bepalingen in kennis stellen.
3 Omdat zij geen mededeling van de genomen omzettingsmaatregelen had ontvangen en niet over andere gegevens beschikte waaruit kon worden afgeleid, dat de Helleense Republiek aan haar verplichtingen had voldaan door binnen de gestelde termijn de nodige bepalingen in werking te doen treden, maande de Commissie conform artikel 169, eerste alinea, bij brief van 20 mei 1992 de Griekse regering aan binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen te maken. Bij brief van 14 september 1992 deelde de Helleense Republiek de Commissie mede, dat maatregelen tot omzetting van de richtlijnen werden voorbereid.
4 Op 25 mei 1993 richtte de Commissie een met redenen omkleed advies aan de Helleense Republiek, met het verzoek maatregelen te nemen om zich binnen twee maanden daarnaar te voegen. Dit advies bleef onbeantwoord. Later informeerde de Commissie tijdens een vergadering met de Helleense autoriteiten naar de stand van zaken, waarop haar werd meegedeeld, dat omzettingsmaatregelen werden uitgewerkt. Daarop heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
5 Onder verwijzing naar de artikelen 22 van richtlijn 90/219 en 23 van richtlijn 90/220, alsmede naar de artikelen 5, eerste alinea, en 189, derde alinea, van het Verdrag, betoogt de Commissie in haar verzoekschrift, dat de Griekse regering de nodige maatregelen behoorde vast te stellen om binnen de gestelde termijnen aan de richtlijnen te voldoen, wat zij verzuimd heeft, zodat zij haar verplichtingen niet is nagekomen.
6 De Helleense Republiek concludeert tot verwerping van het beroep, doch betwist niet, dat de richtlijnen niet tijdig zijn omgezet. In laatste instantie beperkte zij zich in haar dupliek tot de mededeling, dat de Griekse overheid een commissie van vertegenwoordigers van alle bevoegde autoriteiten en van wetenschappelijke kringen heeft belast met het opstellen van twee ontwerpen van ministerieel besluit ter uitvoering van de richtlijnen. Beide ontwerpen zijn bij haar memorie gevoegd.
7 De richtlijnen zijn niet tijdig omgezet, zodat de door de Commissie gelaakte niet-nakoming moet worden vastgesteld.
8 Door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 90/219 en richtlijn 90/220, is de Helleense Republiek dus de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
9 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen voor zover dit is gevorderd. Aangezien de Helleense Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen of mede te delen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 90/219/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen, en aan richtlijn 90/220/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu, is de Helleense Republiek de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy