Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Lid-Staten ° Verplichtingen ° Uitvoering van richtlijnen ° Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-239/94,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door T. F. Cusack, juridisch adviseur, en D. McIntyre, nationaal ambtenaar ter beschikking gesteld van de juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Ierland, vertegenwoordigd door M. A. Buckley, Chief State Solicitor, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Ierse ambassade, Route d' Arlon 28,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat Ierland, door, primair, niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 91/263/EEG van de Raad van 29 april 1991 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en de onderlinge erkenning van de conformiteit van de apparatuur (PB 1991, L 128, blz. 1), en, subsidiair, de Commissie niet van dergelijke maatregelen in kennis te stellen, de krachtens de richtlijn, inzonderheid artikel 17, en artikel 189, derde alinea, EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: C. N. Kakouris, kamerpresident, G. Hirsch, G. F. Mancini (rapporteur), F. A. Schockweiler en P. J. G. Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal: C. O. Lenz
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 7 december 1995,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 30 augustus 1994, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen dat Ierland, door, primair, niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 91/263/EEG van de Raad van 29 april 1991 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en de onderlinge erkenning van de conformiteit van de apparatuur (PB 1991, L 128, blz. 1; hierna: "richtlijn"), en, subsidiair, de Commissie niet van dergelijke maatregelen in kennis te stellen, de krachtens de richtlijn, inzonderheid artikel 17, en artikel 189, derde alinea, EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Ingevolge artikel 17, lid 1, eerste alinea, van de richtlijn moesten de Lid-Staten enerzijds de nodige maatregelen treffen om uiterlijk op 6 november 1992 aan deze richtlijn te voldoen, en anderzijds de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 De Ierse regering betwist niet, dat de richtlijn niet binnen de gestelde termijn is omgezet. Zij voert echter aan, dat de ministeriële besluiten die ze moeten omzetten, in voorbereiding zijn.
4 Daar de omzetting van de richtlijn niet binnen de in artikel 17 hiervan gestelde termijn heeft plaatsgevonden, moet de dienaangaande door de Commissie gestelde niet-nakoming bewezen worden geacht.
5 Mitsdien moet worden vastgesteld dat Ierland, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan de richtlijn te voldoen, de krachtens artikel 17 van de richtlijn en artikel 189, derde alinea, EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
6 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien Ierland in het ongelijk is gesteld, dient het in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 91/263/EEG van de Raad van 29 april 1991 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en de onderlinge erkenning van de conformiteit van de apparatuur, is Ierland de krachtens artikel 17 van de richtlijn en artikel 189, derde alinea, EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Ierland wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy