Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Lid-Staten ° Verplichtingen ° Uitvoering van richtlijnen ° Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-257/94,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur E. de March als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door U. Leanza, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door M. Fiorilli, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 91/685/EEG van de Raad van 11 december 1991 tot wijziging van richtlijn 80/217/EEG tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van klassieke varkenspest (PB 1991, L 377, blz. 1), en richtlijn 91/688/EEG van de Raad van 11 december 1991 tot wijziging van richtlijn 72/462/EEG inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesprodukten uit derde landen (PB 1991, L 377, blz. 18),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: C. N. Kakouris, kamerpresident, F. A. Schockweiler, P. J. G. Kapteyn, J. L. Murray en H. Ragnemalm (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: M. B. Elmer
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 14 september 1995,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 16 september 1994, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 91/685/EEG van de Raad van 11 december 1991 tot wijziging van richtlijn 80/217/EEG tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van klassieke varkenspest (PB 1991, L 377, blz. 1), en richtlijn 91/688/EEG van de Raad van 11 december 1991 tot wijziging van richtlijn 72/462/EEG inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesprodukten uit derde landen (PB 1991, L 377, blz. 18).
2 Ingevolge de artikelen 2 van de richtlijnen 91/685 en 91/688 moesten de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 1 juli 1992 aan deze richtlijnen te voldoen en moesten zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 In haar verweerschrift heeft de Italiaanse regering mededeling gedaan van het ministerieel besluit van 26 juli 1994, bekendgemaakt in de Gazzetta ufficiale della Repubblica italiana nr. 217 van 16 september 1994, dat de omzetting van richtlijn 91/688 moet verzekeren.
4 In repliek heeft de Commissie van de vaststelling van die maatregelen akte genomen. Na te hebben geconstateerd dat richtlijn 91/688 correct in Italiaans recht was omgezet, heeft zij dit onderdeel van het beroep ingetrokken. Zij heeft haar beroep evenwel gehandhaafd voor zover het betrekking heeft op richtlijn 91/685.
5 De Italiaanse Republiek betwist niet, dat richtlijn 91/685 niet binnen de gestelde termijn is omgezet, doch voert aan, dat de omzettingsregeling in voorbereiding is.
6 Aangezien de omzetting van richtlijn 91/685 niet binnen de in artikel 2 van deze richtlijn gestelde termijn tot stand is gekomen, is het beroep van de Commissie wat dit onderdeel betreft gegrond.
7 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 91/685, de krachtens artikel 2 van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
8 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen.
9 Volgens artikel 69, lid 5, wordt de partij die afstand doet van instantie, in de kosten verwezen, tenzij die afstand op grond van de houding van de wederpartij gerechtvaardigd lijkt.
10 De Commissie heeft afstand gedaan van bepaalde in haar verzoekschrift opgenomen grieven omdat de Italiaanse Republiek, na de instelling van het beroep, mededeling heeft gedaan van de maatregelen tot omzetting in het nationale recht van richtlijn 91/688.
11 Hieruit volgt, dat de gedeeltelijke afstand van de Commissie gerechtvaardigd is op grond van de houding van de Italiaanse Republiek, die bovendien voor het overige in het ongelijk is gesteld.
12 Bijgevolg moet de Italiaanse Republiek in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 91/685/EEG van de Raad van 11 december 1991 tot wijziging van richtlijn 80/217/EEG tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van klassieke varkenspest, is de Italiaanse Republiek de krachtens artikel 2 van richtlijn 91/685 op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy