Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Toetreding van nieuwe Lid-Staten tot de Gemeenschappen ° Spanje ° Bepalingen van Protocol nr. 2 betreffende binnenkomst in douanegebied van Gemeenschap van goederen van oorsprong uit Canarische Eilanden ° Vrijstelling van douanerechten als bedoeld in artikel 2 van Protocol ° Werkingssfeer ° Variabel element van belasting betreffende verwerkte landbouwprodukten ° Daarvan uitgesloten
(Toetredingsakte van 1985, Protocol nr. 2, art. 1, leden 1-3, en 2; verordeningen van de Raad nr. 3033/80, art. 5, en nr. 2144/87, art. 1, lid 2, sub d)
Samenvatting
Tijdens de periode waarin Protocol nr. 2 van de Toetredingsakte van Spanje en Portugal op de Canarische Eilanden van toepassing was, gold voor het variabele element van de belasting betreffende verwerkte landbouwprodukten, als bedoeld in artikel 5 van verordening nr. 3033/80 tot vaststelling van de handelsregeling die van toepassing is op bepaalde goederen, verkregen door verwerking van landbouwprodukten, de algemene regeling van artikel 1, leden 1 tot en met 3, van dit Protocol, volgens welke goederen van oorsprong uit de Canarische Eilanden die in het douanegebied van de Gemeenschap worden gebracht, zijn onderworpen aan de communautaire douanewetgeving met betrekking tot het handelsverkeer met derde landen, en niet de in artikel 2 van het Protocol geregelde vrijstelling van douanerechten voor produkten van oorsprong uit de Canarische Eilanden, wanneer zij in het vrije verkeer worden gebracht in het gedeelte van Spanje dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap.
Het begrip "douanerechten", dat wordt gebruikt om de uitzondering op voormelde algemene regel af te bakenen, moet immers strikt worden uitgelegd, met inachtneming van artikel 1, lid 2, sub d, van verordening nr. 2144/87 inzake de douaneschuld. Uit de tekst van deze bepaling blijkt, dat de douanerechten een deelverzameling zijn van de verzameling "invoerrechten", de algemenere term die tevens "landbouwheffingen" omvat en andere belastingen bij invoer, vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de specifieke regelingen die van toepassing zijn op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen.
Partijen
In zaak C-300/94,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag van het Tribunal Superior de Justicia de Andalucía (Spanje), in het aldaar aanhangig geding tussen
Tirma SA
en
Administración General del Estado,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van verordening (EEG) nr. 3033/80 van de Raad van 11 november 1980 tot vaststelling van de handelsregeling die van toepassing is op bepaalde goederen, verkregen door verwerking van landbouwprodukten (PB 1980, L 323, blz 1), wat betreft het variabele element van de belasting op door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
samengesteld als volgt: D. A. O. Edward (rapporteur), kamerpresident, P. Jann en M. Wathelet, rechters,
advocaat-generaal: N. Fennelly
griffier: R. Grass
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
° de Spaanse regering, vertegenwoordigd door A. J. Navarro González, directeur-generaal Cooerdinatie communautaire juridische en institutionele aangelegenheden, en M. Bravo-Ferrer Delgado, abogado del Estado, als gemachtigden,
° de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur J. L. Iglesias Buhigues en door B. Rodríguez Galindo, lid van haar juridische dienst, als gemachtigden,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 14 december 1995,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 23 september 1994, ingekomen bij het Hof op 9 november daaraanvolgend, heeft het Tribunal Superior de Justicia de Andalucía krachtens artikel 177 EG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van verordening (EEG) nr. 3033/80 van de Raad van 11 november 1980 tot vaststelling van de handelsregeling die van toepassing is op bepaalde goederen, verkregen door verwerking van landbouwprodukten (PB 1980, L 323, blz 1), wat betreft het variabele element van de belasting op door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen.
2 Die vraag is gerezen in een geding tussen Tirma SA (hierna: "Tirma") en de douaneadministratie te Cádiz over de betaling van het variabele element van de bij verordening nr. 3033/80 vastgestelde douanerechten.
3 Volgens artikel 5, lid 1, van verordening nr. 3033/80 wordt op de invoer in de Gemeenschap van door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen een belasting geheven die bestaat uit een ad valoremrecht, dat het vaste element van deze belasting vormt, en een variabel element, dat tot doel heeft, voor de hoeveelheden basisprodukten die worden geacht bij de vervaardiging van de goederen te zijn verwerkt, de invloed van het verschil tussen de prijzen van bedoelde produkten in de Gemeenschap en de prijzen bij invoer uit derde landen te dekken, wanneer de totale kosten van vorenbedoelde hoeveelheden basisprodukten hoger liggen in de Gemeenschap.
4 Artikel 1, lid 3, van Protocol nr. 2 bij de Toetredingsakte van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek (PB 1985, L 302, blz. 400; hierna "Protocol") bepaalt, dat, behoudens andersluidende bepalingen in dit Protocol, de besluiten van de instellingen van de Gemeenschap op het gebied van de douanewetgeving voor het handelsverkeer met derde landen onder dezelfde voorwaarden van toepassing zijn op het handelsverkeer tussen het douanegebied van de Gemeenschap en de Canarische Eilanden. Artikel 1, lid 5, bevat een identiek voorschrift voor de produkten die onder bijlage II van het EEG-Verdrag vallen, behoudens andersluidende bepalingen in de Toetredingsakte, met inbegrip van het Protocol.
5 Ingevolge artikel 2, leden 1 en 2, van het Protocol zijn de produkten van oorsprong uit de Canarische Eilanden vrijgesteld van douanerechten, wanneer zij in het vrije verkeer worden gebracht in het gedeelte van Spanje dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap.
6 Artikel 1, lid 2, sub d, van verordening (EEG) nr. 2144/87 van de Raad van 13 juli 1987 inzake de douaneschuld (PB 1987, L 201, blz. 15), thans vervangen door artikel 4, punt 10, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB 1992, L 302, blz. 1), bepaalt dat rechten bij invoer bestaan uit "de douanerechten en heffingen van gelijke werking, alsmede de landbouwheffingen en andere belastingen bij invoer, vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de specifieke regelingen die van toepassing zijn op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen".
7 In 1989 voerde Tirma bepaalde partijen "caramelos" (snoepjes) uit de Canarische Eilanden in met de bedoeling deze op het douanegebied van de Gemeenschap in het vrije verkeer te brengen. In verband hiermee vorderde de douaneadministratie te Cádiz van haar betaling van het variabele element van de rechten, zoals dat was vastgesteld bij verordening nr. 3033/80.
8 Tegen de door de douaneadministratie uitgevoerde berekeningen diende Tirma administratieve klachten in, die bij vier uitspraken van het Tribunal Económico Administrativo Regional de Andalucía van 2 en 12 december 1991 werden verworpen. Het Tribunal was van oordeel, dat het variabele element van de douanerechten voor verwerkte landbouwprodukten vergelijkbaar was met de compenserende bedragen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, zodat op de invoer van snoepjes uit de Canarische Eilanden op het douanegebied van de Gemeenschap de bepalingen van artikel 5, lid 1, van verordening nr. 3033/80 van toepassing waren.
9 Tirma stond op het standpunt, dat op het intracommunautaire handelsverkeer van de Canarische Eilanden het beginsel van vrij verkeer toepassing vond, behoudens de in de artikelen 1 en 2 van het Protocol voorziene uitzonderingen, die geen betrekking hadden op verwerkte landbouwprodukten, aangezien deze niet voorkwamen in bijlage II bij het Verdrag. Derhalve stelde Tirma tegen deze uitspraken administratief beroep in bij het Tribunal Superior de Justicia de Andalucía.
10 Van oordeel, dat het geding een probleem van uitlegging van het gemeenschapsrecht deed rijzen, heeft de verwijzende rechter de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag:
"Is op het bij de verordeningen (EEG) nrs. 3033/80, 3034/80 en 3035/80 geregelde variabele element van de douanerechten betreffende verwerkte landbouwprodukten, de regeling van artikel 1, lid 5, van Protocol nr. 2 bij de Toetredingsakte van Spanje en Portugal van toepassing, hoewel deze produkten niet onder bijlage II bij het Verdrag vallen, of geldt daarvoor de vrijstelling van artikel 2 van Protocol nr. 2 bij de Toetredingsakte, dan wel moet, wanneer deze produkten noch onder het ene noch onder het andere geval vallen, op het handelsverkeer in verwerkte landbouwprodukten tussen de Canarische Eilanden en het douanegebied van de Gemeenschap het algemene beginsel van vrij verkeer van goederen worden toegepast?"
11 Vooraf zij opgemerkt, dat tot de inwerkingtreding op 1 juli 1991 van verordening (EEG) nr. 1911/91 van de Raad van 26 juni 1991 betreffende de toepassing van de bepalingen van het gemeenschapsrecht op de Canarische Eilanden (PB 1991, L 171, blz. 1), deze eilanden geen deel uitmaakten van het douanegebied van de Gemeenschap, zodat daarop het Protocol van toepassing was.
12 Voorts komen, zoals de advocaat-generaal in de punten 2 en 5 van zijn conclusie heeft opgemerkt, de betrokken snoepjes, die zijn te beschouwen als suikerwerk zonder cacao, niet voor op de lijst van onder bijlage II bij het Verdrag vallende produkten, waarnaar artikel 1, lid 5, van het Protocol verwijst.
13 Verder bepaalt artikel 1, leden 1, 2 en 3, van het Protocol, dat, behoudens andersluidende bepalingen in dit Protocol, alle goederen van oorsprong uit de Canarische Eilanden op het tijdstip van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap zijn onderworpen aan de communautaire douanewetgeving met betrekking tot het handelsverkeer met derde landen, en dus aan verordening nr. 3033/80 tot vaststelling van de handelsregeling die van toepassing is op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen.
14 Als "andersluidende bepaling in dit Protocol" voorziet artikel 2, leden 1 en 2, van het Protocol evenwel in een vrijstelling van "douanerechten" voor produkten van oorsprong uit de Canarische Eilanden, wanneer zij in het vrije verkeer worden gebracht in het gedeelte van Spanje dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap.
15 Het begrip "douanerechten", waarop de uitzondering op de algemene regel van artikel 1, leden 1, 2 en 3, van het Protocol betrekking heeft, moet strikt worden uitgelegd, met inachtneming van artikel 1, lid 2, sub d, van verordening nr. 2144/87. Uit de tekst van deze bepaling blijkt duidelijk, dat de "douanerechten" een deelverzameling zijn van de verzameling "invoerrechten", de meer algemene term die tevens "landbouwheffingen" omvat en andere belastingen bij invoer, vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de specifieke regelingen die van toepassing zijn op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen.
16 Bovendien heeft het in artikel 5 van verordening nr. 3033/80 voorziene variabele element tot doel "voor de hoeveelheden basisprodukten die worden geacht bij de vervaardiging daarvan te zijn verwerkt, de invloed van het verschil tussen de prijzen van bedoelde produkten in de Gemeenschap en de prijzen bij invoer uit derde landen te dekken, wanneer de totale kosten van vorenbedoelde hoeveelheden basisprodukten hoger liggen in de Gemeenschap".
17 Dit variabele element is dus vergelijkbaar met de landbouwheffingen van artikel 1, lid 2, sub d, van verordening nr. 2144/87, die, evenals andere verordeningen van eerdere datum, tot doel heeft op dit gebied de markten te stabiliseren (zie daartoe arrest van 22 januari 1976, zaak 60/75, Russo, Jurispr. 1976, blz. 45).
18 Bijgevolg omvat de in artikel 2, leden 1 en 2, van het Protocol geregelde vrijstelling van "douanerechten" niet het variabele belastingelement als bedoeld in artikel 5 van verordening nr. 3033/80.
19 Derhalve dient op de vraag van het Tribunal Superior de Justicia de Andalucía te worden geantwoord, dat voor het variabele element van de belasting betreffende verwerkte landbouwprodukten als bedoeld in artikel 5 van verordening nr. 3033/80, de regeling van artikel 1, leden 1 tot en met 3, van het Protocol en niet de in artikel 2 van dit Protocol geregelde vrijstelling geldt.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
20 De kosten door de Spaanse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
uitspraak doende op de door het Tribunal Superior de Justicia de Andalucía bij beschikking van 23 september 1994 gestelde vraag, verklaart voor recht:
Voor het variabele element van de belasting betreffende verwerkte landbouwprodukten als bedoeld in artikel 5 van verordening (EEG) nr. 3033/80 van de Raad van 11 november 1980 tot vaststelling van de handelsregeling die van toepassing is op bepaalde goederen, verkregen door verwerking van landbouwprodukten, geldt de regeling van artikel 1, leden 1 tot en met 3, van Protocol nr. 2 bij de Toetredingsakte van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek, en niet de in artikel 2 van dit Protocol geregelde vrijstelling.
Full & Egal Universal Law Academy