Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Trefwoorden
++++
Kort geding ° Opschorting van tenuitvoerlegging ° Gehele of gedeeltelijke opschorting van tenuitvoerlegging van beschikking waarbij concentratie van ondernemingen voorwaardelijk wordt toegestaan ° Voorwaarden ° Ernstige en onherstelbare schade ° Afweging van alle betrokken belangen ° Risico dat onnodig onherstelbare situatie wordt geschapen, dat interventie van rechter in kort geding rechtvaardigt
(EEG-Verdrag, art. 185; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 104, lid 2)
Samenvatting
In het kader van het onderzoek van een verzoek dat de tenuitvoerlegging van een beschikking van de Commissie inzake concentratie van ondernemingen wordt opgeschort, voor zover zij ondernemingen die partij zijn bij de concentratie, voorschrijft zich terug te trekken uit een distributieonderneming waarin zij vennoot zijn met andere ondernemingen van dezelfde sector, welk verzoek door een van deze laatste is gedaan, moet worden geoordeeld, dat de wettigheid van de beschikking, voor zover deze de rechten van derden die noch bij de concentratie noch bij de procedure voor de Commissie partij zijn, sterk schaadt, zo ingewikkelde problemen doet rijzen, dat de rechter in kort geding niet de afwezigheid van fumus boni juris kan vaststellen.
Wat de dreigende ernstige en onherstelbare schade betreft, het bestaan hiervan kan niet worden ontkend wanneer enerzijds uit de aan de rechter verstrekte gegevens blijkt, dat de bij de beschikking voorgeschreven terugtrekking in de praktijk de ontbinding van de vennootschap betekent, aangezien de andere vennoten niet over reële mogelijkheden beschikken om een dergelijke ontbinding te voorkomen ingeval twee vennoten die partij zijn bij de concentratie, zich terugtrekken, en anderzijds niet kan worden betwist, dat de ontbinding van een vennootschap zowel voor haarzelf als voor haar vennoten ernstige en onherroepelijke schade oplevert. Dit is in het bijzonder het geval wanneer die vennoten via die vennootschap toegang hebben tot de internationale markten waar de distributie van een belangrijk gedeelte van hun produkten plaatsvindt, en na een eventuele nietigverklaring van de beschikking met misschien onoverkomelijke moeilijkheden te kampen zouden krijgen om op die markten de plaats terug te krijgen die zij er vóór de ontbinding van de vennootschap innamen.
Wanneer bij afweging van alle betrokken belangen het belang van de Commissie bij het herstel van een daadwerkelijke mededinging op de markt wordt geconfronteerd met dit risico voor de belangen van de verzoeker, lijkt dat belang niet in gevaar te worden gebracht door een tijdelijke schorsing van de in geding zijnde voorwaarde. Een dergelijke schorsing kan de ondernemingen die partij zijn bij de concentratie, overigens geen schade toebrengen, aangezien zij vrij blijven zich onmiddellijk uit de vennootschap terug te trekken of de beslissing ten gronde af te wachten.
Partijen
In zaak T-88/94 R,
Société commerciale des potasses et de l' azote, vennootschap naar Frans recht, gevestigd te Mulhouse (Frankrijk), en
Entreprise minière et chimique, Franse openbare instelling, gevestigd te Parijs,
vertegenwoordigd door C. Price, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van L. Dupong, advocaat aldaar, Rue des Bains 14 A,
verzoeksters,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door B.-J. Drijber, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, bijgestaan door J. Bourgeois, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G. Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende in de eerste plaats een verzoek tot gedeeltelijke opschorting van de tenuitvoerlegging van de beschikking van de Commissie van 14 december 1993 inzake een procedure op grond van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad (zaak IV/M.308 ° Kali+Salz/MdK/Treuhand) en, in de tweede plaats, een verzoek tot schorsing van de procedure die door de Commissie is ingeleid op grond van verordening nr. 17 van de Raad van 6 februari 1962, eerste verordening over de toepassing van de artikelen 85 en 86 van het EEG-Verdrag, in zaak IV/34.774 ° Potacan,
geeft
DE PRESIDENT VAN HET GERECHT
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
De feiten en het procesverloop
1 Bij op 28 februari 1994 ter griffie van het Gerecht ingeschreven verzoekschrift hebben de Société commerciale des potasses et de l' azote (hierna: "SCPA") en de Entreprise minière et chimique (hierna: "EMC") krachtens artikel 173, vierde alinea, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (hierna: "EG-Verdrag") beroep ingesteld tot gedeeltelijke nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 14 december 1993 inzake een procedure op grond van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 (zaak IV/M.308 ° Kali+Salz/MdK/Treuhand).
2 In hun beroepen concluderen verzoeksters dat het het Gerecht behage:
° artikel 1 van de beschikking gedeeltelijk nietig te verklaren voor zover de concentratie verenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard, mits aan de in overweging 63 van deze beschikking vermelde voorwaarden wordt voldaan;
° de beschikking gedeeltelijk nietig te verklaren, voor zover daarin de in overweging 65 van de beschikking genoemde toezegging is aanvaard, waarbij Kali und Salz AG (hierna: "K+S") heeft toegezegd, voor 30 juni 1994 de structuur van de vennootschap Potacan te wijzigen.
3 Bij op dezelfde dag ter griffie van het Gerecht ingeschreven afzonderlijke akte hebben verzoeksters krachtens de artikelen 185 en 186 EG-Verdrag eveneens ingediend:
° een verzoek tot opschorting van de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking, voor zover K+S daarin de verplichting wordt opgelegd om, in de eerste plaats, haar aandelen te verkopen en/of zich uit Kali-Export GmbH (hierna: "Kali-Export") terug te trekken en, in de tweede plaats, de contractuele betrekkingen op het gebied van de distributie met SCPA op te zeggen;
° een verzoek dat de schorsing van de door de Commissie in zaak IV/34.774 ° Potacan ingeleide procedure wordt gelast.
4 De Commissie heeft op 23 maart 1994 haar schriftelijke opmerkingen betreffende het onderhavige verzoek in kort geding ingediend. Partijen zijn op 18 april 1994 in hun mondelinge verklaringen gehoord.
5 Bij beschikking van 10 mei 1994 (zaak T-88/94 R, Société commerciale des potasses et de l' azote en Entreprise minière et chimique, Jurispr. 1994, blz. II-263) heeft de president van het Gerecht partijen gelast, binnen een termijn van twee weken de relevante inlichtingen te verstrekken op grond waarvan het kan nagaan of en in welke mate de toezegging van K+S en de gemeenschappelijke onderneming, waarin de "kali"- en "steenzout"-activiteiten van K+S en de Mitteldeutsche Kali AG (hierna: "MdK") zijn ondergebracht, om zich uit Kali-Export terug te trekken, de ontbinding van deze laatste impliceert. Bij dezelfde beschikking heeft de president van het Gerecht gelast dat de tenuitvoerlegging van artikel 1 van de beschikking van de Commissie van 14 december 1993, voor zover zij de ontbinding van Kali-Export zou kunnen impliceren, wordt opgeschort tot de datum van de eindbeschikking in de procedure in kort geding, en heeft hij het verzoek in kort geding voor het overige afgewezen.
6 Bij op respectievelijk 20 mei en 26 mei 1994 ter griffie van het Gerecht ingeschreven brieven hebben de Commissie en verzoeksters het Gerecht de hun gevraagde inlichtingen verstrekt. In het bijzonder hebben zij de statuten van Kali-Export neergelegd, alsmede een aantal brieven, gewisseld tussen K+S enerzijds en SCPA en de andere vennoot van Kali-Export, de Spaanse onderneming Comercial de Potasas SA (hierna: "Coposa"), anderzijds.
7 Artikel XII van de statuten van Kali-Export luidt als volgt:
"Aufloesung und Liquidation der Gesellschaft
(1) Die Gesellschaft wird ausser aus den im Gesetz bestimmten Gruenden auch durch Kuendigung durch einen der Gesellschafter aufgeloest.
(2) Die Kuendigung ist jeweils zum Ende eines Geschaeftsjahres unter Einhaltung einer sechsmonatigen Kuendigungsfrist durch eingeschriebenen Brief an die Geschaeftsfuehrung zu erklaeren.
(3) Der (die) ordentliche(n) oder stellvertretende(n) Geschaeftsfuehrer ist (sind) verpflichtet, unverzueglich alle anderen Gesellschafter von der Aufkuendigung zu verstaendigen.
(4) Binnen sechzig Tagen nach Erhalt einer Kuendigung ist die Aufloesung und Liquidation der Gesellschaft zu beschliessen, falls nicht die uebrigen Gesellschafter innerhalb derselben Frist von sechzig Tagen die Fortsetzung der Gesellschaft unter UEbernahme des Geschaeftsanteiles des aufkuendigenden Gesellschafters im Verhaeltnis ihrer uebernommenen Stammeinlagen beschliessen.
(5) Zur Fortsetzung der Gesellschaft und UEbernahme des Geschaeftsanteiles sind nur jene Gesellschafter verpflichtet, die fuer die Fortsetzung gestimmt haben. Die anderen Gesellschafter werden als der Kuendigung beigetreten angesehen. Ihre Geschaeftsanteile sind ebenfalls von den fortsetzenden Gesellschaftern anteilsmaessig zu uebernehmen.
(6) Der Preis fuer die abgetretenen Geschaeftsanteile entspricht dem Buchwerte auf Grund der Jahresbilanz am Ende der Kuendigungsfrist und ist binnen sechs Monaten ab Ablauf der Kuendigungsfrist zur Zahlung faellig.
(...)"
["Ontbinding en liquidatie van de vennootschap
(1) De vennootschap wordt behalve op de in de wet bepaalde gronden ook ontbonden door opzegging door een van de vennoten.
(2) De opzegging moet in elk geval met ingang van het einde van een boekjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden per aangetekende brief aan de bedrijfsleiding worden gedaan.
(3) De bedrijfsleider(s) of zijn plaatsvervanger(s) is (zijn) verplicht onverwijld alle andere vennoten van de opzegging in kennis te stellen.
(4) Binnen 60 dagen na ontvangst van een opzegging moet worden beslist tot ontbinding en liquidatie van de vennootschap, tenzij de overige vennoten binnen dezelfde termijn van 60 dagen besluiten de vennootschap voort te zetten en de aandelen van de opzeggende vennoot naar evenredigheid van hun eigen aandelen overnemen.
(5) Alleen de vennoten die vóór de voortzetting hebben gestemd, zijn verplicht de vennootschap voort te zetten en de aandelen over te nemen. De andere vennoten worden geacht zich bij de opzegging te hebben aangesloten. Hun aandelen moeten ook door de voortzettende vennoten naar evenredigheid worden overgenomen.
(6) De prijs van de over te dragen aandelen is gelijk aan de boekwaarde op basis van de aan het eind van de opzeggingstermijn opgestelde jaarbalans en is betaalbaar binnen zes maanden na het verstrijken van de opzeggingstermijn.
(...)"]
8 Bij brieven van 16 februari 1994 bood K+S haar aandelen in Kali-Export aan SCPA en Coposa ten verkoop aan. Daar noch SCPA noch Coposa dit aanbod aannam, deelde K+S bij brief van 24 maart 1994 Kali-Export mee, dat zij de vennootschap overeenkomstig artikel XII van haar statuten per 30 april 1995 ten laatste opzegde.
9 Na kennis te hebben genomen van de door partijen ter uitvoering van zijn voornoemde beschikking van 10 mei 1994 verstrekte inlichtingen, acht de rechter in kort geding zich voldoende voorgelicht om zich te kunnen uitspreken over de gegrondheid van het verzoek in kort geding. Voor een uiteenzetting van de feiten van het geding, alsmede de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar voornoemde beschikking van de president van het Gerecht van 10 mei 1994. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van de rechter in kort geding.
In rechte
10 Krachtens de artikelen 185 en 186 EG-Verdrag, juncto artikel 4 van besluit 88/591/EGKS, EEG, Euratom tot instelling van een Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen (PB 1988, L 319, blz. 1), zoals gewijzigd bij besluit 93/350/Euratom, EGKS, EEG van de Raad van 8 juni 1993 (PB 1993, L 144, blz. 21), kan het Gerecht, indien het van oordeel is dat de omstandigheden zulks vereisen, opschorting van de uitvoering van de bestreden handeling of de noodzakelijke voorlopige maatregelen gelasten.
11 Volgens artikel 104, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht moeten verzoeken tot verkrijging van voorlopige maatregelen, bedoeld in de artikelen 185 en 186 EG-Verdrag, een duidelijke omschrijving van de omstandigheden waaruit het spoedeisend karakter van het verzoek blijkt, bevatten, alsmede de middelen, zowel feitelijk als rechtens, op grond waarvan de voorlopige maatregel waartoe wordt geconcludeerd, aanvankelijk gerechtvaardigd voorkomt. De gevraagde maatregelen moeten een voorlopig karakter hebben, in die zin dat zij niet vooruit mogen lopen op de beslissing in de hoofdzaak (zie beschikking van de president van het Gerecht van 6 juli 1993, zaak T-12/93 R, CCE Vittel en CE Pierval, Jurispr. 1993, blz. II-785).
De vraag of en in welke mate de door K+S en de gemeenschappelijke onderneming gedane toezegging om zich uit Kali-Export terug te trekken de ontbinding van deze laatste impliceert
Argumenten van partijen
12 In de opmerkingen die zij hebben neergelegd in antwoord op het verzoek om inlichtingen in de beschikking van de president van het Gerecht van 10 mei 1994 betoogden verzoeksters dat de uitvoering van de in overweging 63 van de beschikking van de Commissie opgenomen voorwaarde door K+S en de gemeenschappelijke onderneming volgens de statuten van Kali-Export noodzakelijkerwijze de ontbinding van deze laatste impliceert. Daar zij immers het hun door K+S en de gemeenschappelijke onderneming gedane aanbod om hun aandelen te verkopen, niet hebben aanvaard, worden de twee andere vennoten van Kali-Export, te weten SCPA en Coposa, geacht zich bij de opzegging te hebben aangesloten. Daar de vier vennoten gezamenlijk het gehele kapitaal van de vennootschap in handen hebben, dient deze onvermijdelijk te worden ontbonden en geliquideerd, daar er geen vennoot is, die de vennootschap kan voortzetten.
13 Verzoeksters wijzen er voorts op dat, zelfs gesteld dat SCPA de aandelen van K+S en de gemeenschappelijke onderneming had willen overnemen, zij de activiteiten van de vennootschap onmogelijk alleen had kunnen voortzetten, daar Coposa niet op dezelfde wijze heeft gereageerd. Hoe dan ook, om budgettaire en financiële redenen zou het in de praktijk onmogelijk zijn om Kali-Export na de terugtrekking van K+S en de gemeenschappelijke onderneming voort te zetten, daar deze laatsten ongeveer 76 % van de financiering van de vennootschap voor hun rekening nemen.
14 Verzoeksters betogen ten slotte dat, afgezien van de vier ondernemingen die thans vennoot van Kali-Export zijn, geen enkele andere potentiële kandidaat de plaats van K+S en de gemeenschappelijke onderneming zou kunnen innemen, daar de enige andere producent op de Europese kalimarkt ° Cleveland Potash Ltd (hierna: "Cleveland") ° zich in 1988 zelf uit Kali-Export heeft teruggetrokken om haar eigen exportbeleid te ontwikkelen.
15 De Commissie is van mening dat de ontbinding van Kali-Export niet kan worden beschouwd als een onvermijdelijk gevolg van de beslissing van een of meer van haar vennoten om zich terug te trekken. Volgens verweerster blijkt immers duidelijk uit artikel XII, lid 4, van de statuten van Kali-Export, dat in geval van terugtrekking van een of meer vennoten de andere vennoten de vennootschap kunnen voortzetten, door de aandelen over te nemen van de vennoten die hun terugtrekking hebben aangekondigd. In casu konden zowel SCPA als Coposa tot ongeveer 25 mei 1994 laten weten of zij van die mogelijkheid gebruik wensten te maken, hetgeen niet het geval lijkt te zijn geweest.
16 Hieruit volgt volgens de Commissie, dat de door haar aanvaarde toezegging weliswaar de woorden "und damit die Gesellschaft aufzuloesen" ("en aldus de vennootschap te ontbinden") bevat, maar dat in feite de terugtrekking van K+S en de gemeenschappelijke onderneming uit Kali-Export niet automatisch de ontbinding van deze laatste impliceert. Volgens de Commissie hebben de andere vennoten, waaronder verzoeksters, het lot van de vennootschap in handen, aangezien zij over middelen beschikken waarmee zij kunnen voorkomen dat de vennootschap wordt ontbonden. Daar er geen oorzakelijk verband bestaat tussen de voorwaarde inzake de terugtrekking van K+S en de gemeenschappelijke onderneming uit Kali-Export en de eventuele ontbinding van deze laatste, kan de in geding zijnde voorwaarde derhalve niet een dreigende ernstige en onherstelbare schade opleveren voor verzoeksters of voor Kali-Export, die overigens geen partij in de procedure is.
Beoordeling van de rechter in kort geding
17 Allereerst moet worden opgemerkt, dat artikel XII van de statuten van Kali-Export weliswaar in lid 1 bepaalt dat de vennootschap wordt ontbonden na opzegging door een van de vennoten, maar dat ditzelfde artikel XII in lid 4 bepaalt, dat de andere vennoten kunnen besluiten om de vennootschap voort te zetten, door de aandelen van de vennoot die de opzegging heeft gedaan, over te nemen.
18 Bijgevolg kan niet op het eerste gezicht worden geconcludeerd, dat de terugtrekking van een of meer vennoten uit Kali-Export noodzakelijkerwijs de ontbinding van deze laatste impliceert, daar de andere vennoten kunnen besluiten haar voort te zetten.
19 In de omstandigheden van de onderhavige zaak moet echter worden nagegaan, of een dergelijke mogelijkheid om de vennootschap voort te zetten werkelijk bestaat dan wel of deze mogelijkheid zuiver hypothetisch is, omdat de vennootschap noodzakelijkerwijs moet worden ontbonden.
20 Dienaangaande moet in de eerste plaats worden opgemerkt, dat K+S en de gemeenschappelijke onderneming gezamenlijk 50 % van de aandelen van Kali-Export bezitten. Volgens de aan het Gerecht verstrekte inlichtingen heeft geen van de twee andere vennoten, te weten SCPA en Coposa, die elk 25 % van de aandelen van Kali-Export bezitten, de aandelen van K+S en de gemeenschappelijke onderneming in de vennootschap willen kopen. Volgens artikel XII, lid 5, van de statuten van Kali-Export worden zij daarom geacht zich bij de opzegging te hebben aangesloten. Daar in deze omstandigheden geen vennoot in de vennootschap overblijft, zou deze laatste noodzakelijkerwijze worden ontbonden.
21 In de tweede plaats hebben SCPA en Coposa weliswaar de mogelijkheid om te besluiten de vennootschap voort te zetten, door de aandelen van K+S en de gemeenschappelijke onderneming over te nemen, maar dit neemt niet weg dat dit in casu een zuiver theoretische mogelijkheid lijkt te zijn. Zelfs indien SCPA had besloten aandelen over te nemen, zou Coposa, opdat de vennootschap kan blijven voortbestaan met meer dan een aandeelhouder, hetzelfde hebben moeten doen, hetgeen volgens de aan het Gerecht verstrekte inlichtingen niet het geval was, daar Coposa het aanbod van K+S en de gemeenschappelijke onderneming om hun aandelen te verkopen, niet heeft aangenomen.
22 In de derde plaats hebben verzoeksters inlichtingen verstrekt waaruit op het eerste gezicht lijkt te volgen dat de marktstructuur het andere partners zeer moeilijk, zo niet onmogelijk maakt om de plaats van K+S en de gemeenschappelijke onderneming binnen Kali-Export over te nemen. Behalve Coposa is er namelijk slechts één andere producent op de Europese kalimarkt, te weten Cleveland, die zich in 1988 zelf uit Kali-Export heeft teruggetrokken om haar eigen exportbeleid te ontwikkelen.
23 Ten slotte namen K+S en MdK volgens de door verzoeksters aan het Gerecht verstrekte inlichtingen in het op 30 april 1993 afgesloten boekjaar ongeveer 76 % van de financiering van de vennootschap voor hun rekening, hetgeen betekent dat zonder hun deelneming de functionering van Kali-Export ernstig gevaar zou lopen.
24 Uit al het voorgaande volgt, dat uit de door partijen verstrekte inlichtingen en stukken op het eerste gezicht blijkt, dat de terugtrekking van K+S en de gemeenschappelijke onderneming uit Kali-Export, die de Commissie als voorwaarde heeft gesteld voor de verklaring dat de concentratie verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt, in de praktijk de ontbinding van Kali-Export impliceert, daar de andere vennoten niet meer over reële mogelijkheden beschikken om na de terugtrekking van de twee belangrijkste vennoten een dergelijke ontbinding te voorkomen.
25 Stellig is het juist, dat deze situatie is ontstaan op grond van de statuten van Kali-Export zelf. Verzoeksters zouden immers met dezelfde consequenties worden geconfronteerd, wanneer K+S en/of MdK onafhankelijk van de bestreden beschikking uit eigen vrije wil had(den) besloten, zich uit Kali-Export terug te trekken. Dit neemt evenwel niet weg ° ook al mag men niet uit het oog verliezen dat, zoals uit overweging 63 van de bestreden beschikking blijkt, het juist K+S en de gemeenschappelijke onderneming zijn die jegens de Commissie de toezegging hebben gedaan om zich uit Kali-Export terug te trekken ° dat de nakoming van deze voorwaarde door de bestreden beschikking wordt voorgeschreven.
26 Met inachtneming van deze overwegingen moet de rechter in kort geding nagaan, of in casu aan de voorwaarden is voldaan die rechtens gelden voor de voorlopige maatregelen waarom is verzocht.
De fumus boni juris
27 Verzoeksters betogen in hun beroep in de hoofdzaak, dat het stellen van de voorwaarde betreffende de terugtrekking van K+S en de gemeenschappelijke onderneming uit Kali-Export noodzakelijk noch geschikt is voor de handhaving van een daadwerkelijke mededinging in de zin van artikel 2, lid 2, van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (gerectificeerde versie gepubliceerd in PB 1990, L 257, blz. 13), daar de samenwerking binnen Kali-Export slechts de verkopen buiten de Europese Gemeenschap betreft en derhalve geen enkel effect kan hebben op het concurrentieel gedrag van haar vennoten binnen de Gemeenschap.
28 In het kader van het onderhavige kort geding kunnen deze factoren echter niet diepgaand worden onderzocht. Voorts kan niet worden uitgesloten, dat door de voorwaarde betreffende de terugtrekking van K+S en de gemeenschappelijke onderneming uit Kali-Export de rechten van derden kunnen worden geschaad, in casu die van de twee andere vennoten van Kali-Export, waaronder verzoekster SCPA, die geen partij bij de procedure voor de Commissie waren. De vraag of en in welke mate de Commissie in procedures inzake de controle op concentraties van ondernemingen lasten en verplichtingen kan opleggen die de rechten van derden die geen partij zijn in het geschil, sterk kunnen beïnvloeden, vereist evenwel een diepgaand onderzoek.
29 Zo gezien kan de rechter in kort geding niet oordelen, dat de door verzoekster aangevoerde middelen op het eerste gezicht elke grondslag ontberen, en daarmee concluderen dat het verzoek tot opschorting van de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking, voor zover daarin aan K+S de verplichting wordt opgelegd, haar aandelen te verkopen en/of zich uit Kali-Export terug te trekken, moet worden afgewezen (zie in het bijzonder de beschikking van de president van het Gerecht van 19 februari 1993, gevoegde zaken T-7/93 R en T-9/93 R, Langnese-Iglo en Schoeller, Jurispr. 1993, blz. II-131).
De dreigende ernstige en onherstelbare schade
30 Volgens vaste rechtspraak moet de spoedeisendheid van een verzoek in kort geding worden getoetst aan de vraag, of een voorlopige beslissing noodzakelijk is ter voorkoming van ernstige en onherstelbare schade voor de partij die om de voorlopige maatregel verzoekt. De partij die om opschorting van de tenuitvoerlegging verzoekt, dient aan te tonen dat zij niet op de uitspraak in de hoofdzaak kan wachten, zonder schade te lijden die ernstige en onherstelbare gevolgen voor haar zou hebben (zie de beschikking CCE Vittel en CE Pierval, reeds aangehaald).
31 In zijn beschikking van 10 mei 1994 heeft de president van het Gerecht gelast dat de tenuitvoerlegging van artikel 1 van de bestreden beschikking, voor zover deze de ontbinding van Kali-Export zou kunnen impliceren, wordt opgeschort tot de datum van de eindbeschikking in de procedure in kort geding, en het verzoek om voorlopige maatregelen voor het overige afgewezen. De onderhavige beschikking betreft dus enkel het verzoek dat het Gerecht de Commissie gelast de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking op te schorten, voor zover daarin K+S de verplichting wordt opgelegd, haar aandelen te verkopen en/of zich uit Kali-Export terug te trekken. Een dergelijke maatregel zou neerkomen op de opschorting van de tenuitvoerlegging van één van de door K+S en de gemeenschappelijke onderneming jegens de Commissie gedane toezeggingen en daarmee een situatie verlengen die volgens de bestreden beschikking de daadwerkelijke mededinging op de markt kan belemmeren.
32 In een dergelijke situatie, feitelijk en rechtens, dient de rechter in kort geding het belang van een goede rechtsbedeling tegen de belangen van partijen, met inbegrip van het belang van de Commissie bij het herstel van een daadwerkelijke mededinging, af te wegen, zodat zowel de creatie van een onherstelbare situatie, als ernstige en onherstelbare schade voor de partijen in het geschil of het openbaar belang wordt voorkomen.
33 Niet kan worden betwist, dat de ontbinding van een vennootschap in beginsel voor haar ernstige en onherstelbare schade oplevert. Hetzelfde geldt voor haar vennoten, in het bijzonder wanneer een dergelijke vennootschap de distributie van een belangrijk gedeelte van hun produkten verzekert en het middel is waardoor zij deze op de internationale markt afzetten. De aantasting van het distributiestelsel dat reeds verscheidene jaren door de vennoten van Kali-Export, waaronder verzoekster SCPA, wordt gebruikt voor de verkoop van hun produkten op de internationale markten, kan de voorwaarden voor toegang tot die markten zodanig wijzigen, dat er ernstige redenen bestaan om aan te nemen dat het zeer moeilijk of zelfs onmogelijk zal zijn om deze later te herstellen, wanneer het beroep in de hoofdzaak gegrond zou worden verklaard (zie de beschikking Langnese-Iglo en Schoeller, reeds aangehaald).
34 Bij een opschorting van de tenuitvoerlegging van de door de bestreden beschikking gestelde voorwaarde inzake de terugtrekking van K+S en de gemeenschappelijke onderneming uit Kali-Export, lijden deze ondernemingen evenwel geen enkele schade. Zij zijn immers vrij, zich uit Kali-Export terug te trekken of in die vennootschap te blijven tot de uitspraak van het arrest van het Gerecht op verzoeksters' beroep. De opschorting van de tenuitvoerlegging van de bestreden voorwaarde zou dus enkel tot gevolg hebben, dat voor de verklaring dat de aangemelde concentratie verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt, voorlopig niet de voorwaarde inzake de terugtrekking van K+S en de gemeenschappelijke onderneming uit Kali-Export behoeft te worden nageleefd.
35 Het belang van de Commissie bij het herstel van een daadwerkelijke mededinging op de markt moet worden afgewogen tegen het belang van de twee vennoten van Kali-Export, onder wie verzoekster, die geen partij bij de concentratie zijn, bij het voorkomen van ernstige en onherstelbare schade, zoals die welke gepaard gaat met de ontbinding van Kali-Export als gevolg van de uitvoering van de door de bestreden beschikking opgelegde verplichting.
36 Anders dan de ontbinding van een vennootschap, die, zoals hiervoor opgemerkt, voor haar vennoten, in casu voor SCPA, het risico meebrengt dat de voorwaarden voor toegang tot de internationale markt zodanig zullen evolueren, dat er ernstige redenen bestaan om aan te nemen, dat het later, wanneer het beroep in de hoofdzaak gegrond wordt verklaard, zeer moeilijk of zelfs onmogelijk zal zijn om deze te herstellen, loopt het herstel van een daadwerkelijke mededinging in casu geen gevaar door een tijdelijke opschorting van de tenuitvoerlegging van de onderhavige door de bestreden beschikking opgelegde voorwaarde.
37 In deze omstandigheden en gelet op al het voorgaande, dient te worden gelast dat de tenuitvoerlegging van artikel 1 van de beschikking van de Commissie van 14 december 1993, voor zover K+S en de gemeenschappelijke onderneming daarin de verplichting wordt opgelegd om zich uit Kali-Export terug te trekken, wordt opgeschort tot de uitspraak van het Gerecht op het beroep in de hoofdzaak.
Dictum
DE PRESIDENT VAN HET GERECHT
beschikt:
1) De tenuitvoerlegging van artikel 1 van de beschikking van de Commissie van 14 december 1993 inzake een procedure op grond van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 (zaak IV/M.308 ° Kali+Salz/MdK/Treuhand) wordt, voor zover Kali und Salz en de gemeenschappelijke onderneming daarin de verplichting wordt opgelegd om zich uit Kali-Export terug te trekken, opgeschort tot de datum waarop het Gerecht uitspraak doet op het beroep in de hoofdzaak.
2) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.
Luxemburg, 15 juni 1994.
Full & Egal Universal Law Academy