Samenvatting
Trefwoorden
Beroep tot nietigverklaring - Beroep van steenkoolproducent tegen stilzwijgende negatieve beschikking van Commissie na aanmaning overeenkomstig artikel 35 EGKS-Verdrag - Beschikking die wordt geacht voort te vloeien uit nalaten van Commissie om klacht inzake inbreuken op mededingingsregels van EGKS-Verdrag door genoemde producent voetstoots af te wijzen - Rechtens kennelijk ongegrond beroep
(EGKS-Verdrag, art. 4, sub d, 35, 65 en 66, lid 7)
Samenvatting
Als rechtens kennelijk ongegrond moet worden verworpen het beroep van een steenkoolproducent tegen een stilzwijgende negatieve beschikking van de Commissie, die wordt geacht voort te vloeien uit het feit dat de Commissie, na een aanmaning overeenkomstig artikel 35 EGKS-Verdrag, niet voetstoots een klacht heeft afgewezen inzake inbreuken op de artikelen 4, sub d, 65 en 66, lid 7, EGKS-Verdrag, welke door die steenkoolproducent zouden zijn begaan.
Wanneer bij haar een klacht is ingediend, is de Commissie immers niet enkel niet verplicht ze zonder voorafgaand onderzoek af te wijzen, maar is zij juist gehouden een onderzoek in te stellen. De verplichting van de Commissie de door een klager te harer kennis gebrachte gegevens feitelijk en rechtens zorgvuldig te onderzoeken, teneinde te beoordelen of uit die gegevens blijkt van een gedraging die de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt vervalst, moet in het bijzonder in acht worden genomen in het kader van het EGKS-Verdrag, waar de Commissie bij uitsluiting bevoegd is.
Zou de Commissie na dat onderzoek besluiten de klacht af te wijzen, dan dient zij overigens in elk geval de feiten en overwegingen uiteen te zetten die haar tot haar besluit hebben gebracht, waarna de eventuele wettigheidstoetsing zal bestaan in een onderzoek of dat besluit niet op materieel onjuiste feiten berust dan wel ongeldig is wegens verkeerde toepassing van het recht, een kennelijke beoordelingsfout of misbruik van bevoegdheid of procedure.
Full & Egal Universal Law Academy