Conclusie van de advocaat generaal
1 Bij artikel 1, lid 2, respectievelijk artikel 2 van de verordeningen (EG) nr. 2791/94(1) en nr. 510/95(2) van de Commissie (hierna: "Debbie-verordeningen") zijn aan de marktdeelnemers die de producenten uit de EG en de ACS(3) groeperen of rechtstreeks vertegenwoordigen wier bananenproductie in september 1994 schade heeft geleden als gevolg van de tropische storm Debbie, invoervergunningen verleend voor in totaal 98 900 ton bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen.
2 In de onderhavige zaken vorderen het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland nietigverklaring van die bepalingen, met name op grond dat verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad van 13 februari 1993 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen(4) (hierna: "basisverordening") de Commissie geen voldoende rechtsgrondslag bood om die bepalingen van de Debbie-verordeningen vast te stellen.
De relevante bepalingen en de feiten
3 Vóór de inwerkingtreding van de basisverordening op 1 juli 1993 golden er in de Lid-Staten verschillende nationale regelingen. Die regelingen kunnen worden onderverdeeld in twee groepen. In de eerste groep, die onder meer Frankrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk omvatte, genoten de in eigen land of in de ACS-landen geproduceerde bananen een voorkeursbehandeling, terwijl de andere groep, die onder meer Duitsland, België en Nederland omvatte, open regelingen kenden, in die zin dat Latijnsamerikaanse bananen er zonder kwantitatieve beperkingen konden worden ingevoerd.(5)
4 De basisverordening is vastgesteld onder verwijzing naar het Verdrag, inzonderheid de artikelen 42 en 43 daarvan betreffende het uitstippelen van de hoofdlijnen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Volgens artikel 39, lid 1, heeft het landbouwbeleid onder meer tot doel
"(...)
b) (...) de landbouwbevolking een redelijke levensstandaard te verzekeren, met name door de verhoging van het hoofdelijk inkomen van hen die in de landbouw werkzaam zijn,
c) de markten te stabiliseren,
d) de voorziening veilig te stellen,
e) redelijke prijzen bij de levering aan verbruikers te verzekeren."
5 De considerans van de basisverordening bevat onder meer de navolgende overwegingen:
"Overwegende dat deze gemeenschappelijke marktordening het mogelijk moet maken om, zonder te tornen aan de communautaire preferentie en de internationale verplichtingen van de Gemeenschap, op de markt van de Gemeenschap tegen voor zowel de telers als de consumenten redelijke prijzen bananen af te zetten uit de Gemeenschap en uit de ACS-Staten, die traditionele leveranciers zijn van de Gemeenschap, waarbij de invoer uit de andere aan de Gemeenschap leverende derde landen niet mag worden geschaad, terwijl de producenten een behoorlijk inkomen wordt verschaft [derde overweging].
Overwegende dat de vooruitzichten ten aanzien van produktie en verbruik in de Gemeenschap moeten worden geëvalueerd in een elk jaar op te stellen geraamde balans; dat deze balans in de loop van het jaar moet kunnen worden herzien op grond van, met name, bijzondere klimaatomstandigheden [negende overweging].
Overwegende dat met het oog op een bevredigende afzet van in de Gemeenschap geoogste bananen alsmede van onder de Overeenkomsten van Lomé vallende produkten van oorsprong uit de ACS-Staten, waarbij de traditionele handelsstromen zoveel mogelijk worden gehandhaafd, dient te worden voorzien in de jaarlijkse opening van een tariefcontingent; dat in het kader van dit contingent de invoer van bananen uit derde landen onderworpen wordt aan een douanerecht van 100 ecu per ton(6), dat overeenkomt met het thans toegepaste douanerecht, en dat voor de niet-traditionele invoer van bananen uit de ACS een nulrecht geldt, conform de bovenvermelde overeenkomsten; dat er bepalingen moeten worden vastgesteld om de grootte van het contingent te kunnen wijzigen ten einde rekening te houden met de in de geraamde balans geconstateerde ontwikkeling van het verbruik in de Gemeenschap [tiende overweging].
Overwegende dat over de buiten het tariefcontingent vallende invoer een recht moet worden geheven dat voldoende hoog is om de communautaire produktie en de traditionele ACS-hoeveelheden onder aanvaardbare voorwaarden te kunnen afzetten(7) [elfde overweging].
Overwegende dat, om de huidige commerciële betrekkingen niet te verstoren en tegelijk een zekere ontwikkeling van de afzetstructuren mogelijk te maken, de invoercertificaten voor elke marktdeelnemer - die voor elk van bovenvermelde categorieën anders zijn - dienen te worden afgegeven op basis van de gemiddelde hoeveelheid bananen die de betrokken marktdeelnemer gedurende de voorgaande drie jaren waarover statistische gegevens bekend zijn, in de handel heeft gebracht" (veertiende overweging).
6 Titel III van de basisverordening bevat bepalingen over compenserende steun voor de communautaire produktie. Volgens artikel 12, lid 2, kan er maximaal voor 854 000 ton (nettogewicht) EG-bananen compenserende steun worden toegekend. Deze hoeveelheid wordt als volgt over de produktiegebieden van de Gemeenschap verdeeld:
1) 420 000 ton voor de Canarische eilanden, 2) 150 000 ton voor Guadeloupe, 3) 219 000 ton voor Martinique, 4) 50 000 ton voor Madeira, de Azoren en Algarve, 5) 15 000 ton voor Kreta en Lakonië.
De compenserende steun wordt berekend aan de hand van het verschil tussen een forfaitaire referentieopbrengst en de gemiddelde produktieopbrengst in het betrokken jaar.
7 Titel IV bevat de regeling voor het handelsverkeer met derde landen. In artikel 15 (15 bis sedert de wijziging bij verordening nr. 3290/94) worden de "traditionele ACS-bananen" omschreven onder verwijzing naar de in de bijlage bij de verordening vastgestelde hoeveelheden bananen die over bepaalde ACS-landen zijn verdeeld. Hieruit blijkt, dat de totale hoeveelheid 857 700 ton bedraagt en dat aan Santa Lucia en Dominica respectievelijk 127 000 ton en 71 000 ton zijn toegewezen. "Niet-traditionele ACS-bananen" zijn volgens dit artikel bananen die uit een ACS-land zijn ingevoerd boven de in de bijlage voor het betrokken land vastgestelde hoeveelheid, of die zijn ingevoerd uit ACS-landen die in de bijlage niet worden genoemd. "Bananen uit derde landen" worden omschreven als bananen die zijn ingevoerd uit andere derde landen dan de ACS-staten, hetgeen in de praktijk wil zeggen de landen uit Latijns-Amerika die bananen produceren.
8 De basisverordening bevat verder de navolgende relevante bepalingen:
"Artikel 16
1. Ieder jaar wordt een geraamde balans opgesteld van de produktie en het verbruik in de Gemeenschap en van de invoer en uitvoer.
2. Deze geraamde balans wordt opgesteld aan de hand van:
- de beschikbare gegevens over de in het afgelopen jaar in de Gemeenschap afgezette hoeveelheden bananen, gespecificeerd naar oorsprong,
- prognoses inzake de eigen bananenproduktie en de afzet daarvan in de Gemeenschap,
- ramingen van de invoer van traditionele ACS-bananen,
- ramingen van het verbruik die met name gebaseerd zijn op de recente verbruikstendensen en op de ontwikkeling van de marktprijzen.
3. Zo nodig kan de balans in de loop van het verkoopseizoen worden herzien, met name om rekening te houden met de gevolgen van uitzonderlijke omstandigheden die van invloed zijn op de voorwaarden voor produktie of invoer. In dat geval wordt het in artikel 18 bedoelde tariefcontingent aangepast volgens de procedure van artikel 27.
(...)
Artikel 18
1. Voor elk jaar wordt een tariefcontingent van 2,2 miljoen(8) ton nettogewicht geopend voor de invoer van bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen.
(...)
Wanneer de communautaire vraag die is bepaald op basis van de in artikel 16 bedoelde geraamde balans, stijgt, wordt de grootte van het contingent dienovereenkomstig verhoogd volgens de procedure van artikel 27. Indien daartoe aanleiding bestaat, vindt deze herziening plaats vóór 30 november voorafgaand aan het betrokken verkoopseizoen.
(...)
Artikel 19
1. Het tariefcontingent wordt met ingang van 1 juli 1993 geopend ten belope van:
a) 66,5 % voor de categorie marktdeelnemers die bananen uit derde landen en/of niet-traditionele ACS-bananen hebben afgezet;
b) 30 % voor de categorie marktdeelnemers die bananen uit de Gemeenschap en/of traditionele ACS-bananen hebben afgezet;
c) 3,5 % voor de categorie in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemers die vanaf 1992 zijn begonnen andere bananen dan bananen uit de Gemeenschap en/of traditionele ACS-bananen af te zetten.
(...)
2. Op basis van berekeningen die afzonderlijk zijn uitgevoerd voor elk van de categorieën marktdeelnemers bedoeld in lid 1, onder a) en onder b), ontvangt elke marktdeelnemer invoercertificaten op basis van de gemiddelde hoeveelheden bananen die hij in de laatste drie jaren waarover gegevens beschikbaar zijn, heeft verkocht. Bij de hoeveelheden die in aanmerking moeten worden genomen met betrekking tot de in lid 1, onder a), genoemde marktdeelnemers, gaat het om de verkoop van bananen uit derde landen en/of niet-traditionele ACS-bananen. In het geval van de in lid 1, onder b), genoemde marktdeelnemers gaat het om de verkoop van traditionele ACS-bananen en/of communautaire bananen. (...)
(...)
4. Indien het tariefcontingent wordt verhoogd, wordt de beschikbare extra-hoeveelheid overeenkomstig de bepalingen van de voorgaande leden aan de marktdeelnemers van de in lid 1 bedoelde categorieën toegekend.
Artikel 20
Volgens de procedure van artikel 27 stelt de Commissie de in artikel 16 bedoelde geraamde balans vast en herziet zij deze.
Volgens dezelfde procedure stelt de Commissie bepalingen ter uitvoering van de onderhavige titel vast. Deze bepalingen kunnen met name betrekking hebben op:
- de aanvullende maatregelen voor de afgifte van de certificaten, de geldigheidsduur daarvan, de voorwaarden voor de overdraagbaarheid, en de regeling voor de nodige zekerheidstellingen; deze bepalingen kunnen tevens de vaststelling van een bezinningsperiode omvatten;
- de frequentie van de afgifte van de certificaten;
- de in artikel 19, lid 1, tweede alinea, bedoelde minimumhoeveelheid afgezette bananen;
- de maatregelen die de herkomst en de oorsprong waarborgen van de bananen die worden ingevoerd in het kader van het in artikel 18, lid 1, bedoelde tariefcontingent;
- de maatregelen die nodig zijn voor de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomsten die de Gemeenschap heeft gesloten in overeenstemming met artikel 228 van het Verdrag.
Titel V Algemene bepalingen
(...)
Artikel 26
1. Er wordt een Comité van beheer voor bananen, hierna $het Comité' te noemen, ingesteld, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en dat onder voorzitterschap staat van een vertegenwoordiger van de Commissie.
(...)
Artikel 27
1. In de gevallen waarin wordt verwezen naar de in dit artikel omschreven procedure, leidt de voorzitter deze procedure bij het Comité in, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat.
2. De vertegenwoordiger van de Commissie dient een ontwerp in van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt over deze maatregelen advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de aan een onderzoek onderworpen vraagstukken. Het Comité spreekt zich uit met de in artikel 148, lid 2, van het Verdrag aangegeven meerderheid.
3. De Commissie stelt maatregelen vast die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien deze maatregelen echter niet in overeenstemming zijn met het door het Comité uitgebrachte advies, worden zij door de Commissie onverwijld ter kennis van de Raad gebracht. In dat geval kan de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten, tot ten hoogste een maand na deze kennisgeving uitstellen.
De Raad kan binnen een maand met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen.
(...)
Artikel 30
Indien vanaf juli 1993 specifieke maatregelen nodig zijn om de overgang van de vóór de inwerkingtreding van deze verordening bestaande regelingen naar de regeling in het kader van deze verordening te vergemakkelijken, en met name om ernstige moeilijkheden te overwinnen, stelt de Commissie volgens de procedure van artikel 27 alle nodig geachte overgangsmaatregelen vast."
9 Bij verordening (EEG) nr. 1442/93 van de Commissie van 10 juni 1993 houdende bepalingen ter toepassing van de regeling voor de invoer van bananen in de Gemeenschap(9), zijn nadere bepalingen voor de invoer binnen het tariefcontingent en voor de invoer van traditionele ACS-bananen vastgesteld.
10 Uit beschikking 94/654/EG van de Commissie van 29 september 1994 tot vaststelling voor de Gemeenschap van de geraamde balans van produktie en verbruik, en van invoer en uitvoer van bananen voor 1994(10), blijkt, dat volgens artikel 16 van de basisverordening elk jaar een geraamde balans moet worden opgesteld, die vooral ten doel heeft, prognoses inzake de produktie en het verbruik van bananen in de Gemeenschap en inzake de invoer van traditionele ACS-bananen te maken, en op basis daarvan de verdere invoerbehoefte van de Gemeenschap en de passende omvang van het tariefcontingent te bepalen. Verder blijkt daaruit, dat deze balans zo spoedig mogelijk overeenkomstig artikel 16, lid 3, van de basisverordening moet worden herzien om rekening te houden met de gevolgen van de tropische storm Debbie, en dat deze balans slechts kan worden herzien op basis van een definitief overzicht van de toestand, dat nu nog niet beschikbaar is. Volgens de bijlage bij de beschikking wordt de EG-produktie geraamd op 643 000 ton, de invoer van traditionele ACS-bananen op 666 000 ton en het tariefcontingent op 2 118 000 ton.
11 Op 16 november 1994 stelde de Commissie onder verwijzing naar de basisverordening, inzonderheid de artikelen 16, lid 3, 20 en 30 daarvan, de eerste Debbie-verordening vast. De considerans van deze verordening bevat onder meer de navolgende overwegingen:
"Overwegende dat de tropische storm Debbie van 10 september 1994 zeer grote schade heeft aangericht in de bananenplantages van de communautaire regio's Martinique en Guadeloupe en in de ACS-Staten Santa Lucia en Dominica; dat de consequenties van deze uitzonderlijke omstandigheden voor de produktie van de betrokken regio's zich tot in juli 1995 zullen doen gevoelen en de invoer in de Gemeenschap en de voorziening van de communautaire markt in het vierde kwartaal van 1994 aanzienlijk zullen beïnvloeden; dat de marktprijzen in sommige regio's van de Gemeenschap daardoor aanzienlijk dreigen te stijgen [tweede overweging].
Overwegende dat in artikel 16, lid 3, van verordening (EEG) nr. 404/93 is bepaald dat de geraamde balans van de produktie en het verbruik in de Gemeenschap, zo nodig, kan worden herzien, met name om rekening te houden met de gevolgen van uitzonderlijke omstandigheden die van invloed zijn op de produktie of de invoervoorwaarden, en dat het tariefcontingent in zulk een geval wordt aangepast [derde overweging].
Overwegende dat die aanpassing van het tariefcontingent het mogelijk moet maken om enerzijds de markt van de Gemeenschap tot eind 1994 voldoende te bevoorraden, en anderzijds de marktdeelnemers te helpen die de bananenproducenten welke schade hebben geleden, groeperen of rechtstreeks vertegenwoordigen, en, als geen passende maatregelen worden genomen, hun traditionele afzet op de markt van de Gemeenschap blijvend dreigen te verliezen [vierde overweging].
Overwegende dat de te nemen maatregelen specifieke overgangsmaatregelen in de zin van artikel 30 van verordening (EEG) nr. 404/93 moeten zijn; dat, vóór de inwerkingtreding van de nieuwe gemeenschappelijke marktordening op 1 juli 1993, in bestaande nationale marktordeningen regelingen waren opgenomen om noodgevallen of uitzonderlijke omstandigheden als de storm Debbie te ondervangen, de voorziening van de markt, door aankoop bij andere leveranciers, veilig te stellen en tegelijkertijd de belangen van de door uitzonderlijke gebeurtenissen getroffen marktdeelnemers te vrijwaren [vijfde overweging].
(...) dat de marktdeelnemers die schade hebben geleden doordat zij de markt van de Gemeenschap niet van bananen van oorsprong uit de getroffen produktieregio's hebben kunnen voorzien, op grond van die maatregelen moeten worden gemachtigd om, als compensatie, bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen in te voeren; dat bovendien moet worden bepaald dat de op grond van deze maatregelen op de markt van de Gemeenschap afgezette hoeveelheden, te zijner tijd in aanmerking zullen worden genomen voor de vaststelling van de referentiehoeveelheden van de betrokken marktdeelnemers in het kader van de tariefcontingenten voor de komende jaren; dat deze maatregelen slechts mogen gelden voor marktdeelnemers die werkelijk schade hebben geleden, zonder dat deze kon worden goedgemaakt, en dat de door de regeling geboden compensatie evenredig moet zijn aan de geleden schade" [zevende overweging].
Artikel 1, lid 1, van de verordening bepaalt, dat het tariefcontingent voor 1994 van 2 118 000 ton op 2 171 400 ton wordt gebracht. Deze extra-hoeveelheid van 53 400 ton wordt volgens artikel 1, lid 2, toegewezen aan de marktdeelnemers die de markt van de Gemeenschap bevoorraden met bananen uit Martinique (30 000 ton), uit Guadeloupe (5 900 ton), uit Santa Lucia (14 800 ton) en uit Dominica (2 700 ton).
Volgens artikel 2, lid 1, worden de in artikel 1 bedoelde hoeveelheden toegewezen aan marktdeelnemers die
"- de bananenproducenten die als gevolg van de storm $Debbie' schade hebben geleden, groeperen of rechtstreeks vertegenwoordigen,
- en, in het laatste kwartaal van 1994, als gevolg van de door de storm Debbie veroorzaakte schade, de markt van de Gemeenschap niet, voor eigen rekening, kunnen voorzien van bananen van oorsprong uit de in artikel 1, lid 2, genoemde regio's of staten."
12 Op 18 november 1994 paste de Commissie de geraamde balans voor 1994 aan overeenkomstig het in de eerste Debbie-verordening(11) bepaalde. De geraamde balans voor de EG-produktie en de invoer van traditionele ACS-bananen werd daarbij op 607 100 respectievelijk 648 500 ton bepaald.
13 Bij verordening nr. 3290/94(12) werden wegens de verbintenissen die de Gemeenschap in het kader van de Uruguay-Ronde was aangegaan, een aantal wijzigingen aangebracht in de basisverordening.
14 Ten vervolge op verordening nr. 3290/94 stelde de Commissie bij verordening (EG) nr. 478/95 (hierna: "verordening nr. 478/95") een aantal aanvullende en wijzigende uitvoeringsbepalingen vast.(13) Volgens artikel 1, lid 1, wordt aan bepaalde in bijlage I vermelde, bananenproducerende landen een specifiek aandeel van het tariefcontingent toegewezen.(14) Aan de Dominicaanse Republiek, Belize, Ivoorkust, Kameroen en andere ACS-staten tezamen is een totale hoeveelheid van 90 000 ton niet-traditionele ACS-bananen toegewezen. Artikel 1, lid 2, bepaalt: "Indien het tariefcontingent op grond van het bepaalde in artikel 18, lid 1, van verordening (EEG) nr. 404/93 wordt vergroot, worden de aan de [in verordening nr. 478/95 genoemde landen] toegewezen hoeveelheden (...) vergroot."
In artikel 2, lid 1, wordt bepaald, dat indien een bananen leverend land wegens overmacht de hem toegewezen hoeveelheid of een deel daarvan niet naar de Gemeenschap kan uitvoeren, het op de markt van de Gemeenschap producten mag aanvoeren die van oorsprong zijn uit een van de landen waaraan eveneens een specifiek aandeel is toegewezen.
15 Bij verordening nr. 510/95(15), de tweede Debbie-verordening, werd het tariefcontingent voor 1995 van 2 200 000 ton opgetrokken tot 2 245 500 ton. Deze extra-hoeveelheid van 45 500 ton werd toegewezen aan de marktdeelnemers die de markt van de Gemeenschap bevoorraden met bananen uit Martinique (28 000 ton), uit Guadeloupe (3 600 ton) en uit Santa Lucia en Dominica (13 900 ton). Deze verordening, die gold voor het eerste kwartaal van 1995, is voor het overige identiek aan de eerste Debbie-verordening.
16 Op 6 april 1995 diende de Commissie een voorstel tot wijziging van de basisverordening in, waarbij uitdrukkelijk werd voorzien in de mogelijkheid om af te wijken van de verdeelsleutel van artikel 19 om het hoofd te bieden aan situaties van overmacht.(16) Het voorstel van de Commissie is nog niet goedgekeurd.
Conclusies van partijen
17 Bij op 16 januari 1995 (zaak C-9/95) respectievelijk 2 februari 1995 (zaak C-23/95) ingediende verzoekschriften hebben het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland verzocht om nietigverklaring van artikel 1, lid 2, en artikel 2 van de eerste Debbie-verordening. Bij een op 17 mei 1995 (zaak C-156/95) ingediend verzoekschrift heeft het Koninkrijk België tevens verzocht om nietigverklaring van artikel 1, lid 2, en artikel 2 van de tweede Debbie-verordening.
18 De regeringen van het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland betogen, dat artikel 16, lid 3, artikel 20, noch artikel 30 van de basisverordening, waarop de Debbie-verordeningen volgens hun bewoordingen zijn gebaseerd, een voldoende rechtsgrondslag vormt. De Duitse regering stelt verder, dat de Debbie-verordeningen niet voldoende zijn gemotiveerd.
19 De Commissie, ondersteund door de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk, concludeert tot verwerping van het beroep.
Artikel 20 juncto artikel 16, lid 3, van de basisverordening
20 De Belgische en de Duitse regering voeren aan, dat artikel 16, lid 3, van de basisverordening geen grondslag biedt om af te wijken van de verdeelsleutel van artikel 19, lid 4, juncto lid 1, volgens welke in geval van verhoging van het tariefcontingent 66,5 % van die verhoging wordt toegewezen aan de marktdeelnemers van categorie A, 30 % aan de marktdeelnemers van categorie B en 3,5 % aan de marktdeelnemers van categorie C. Waar in artikel 16, lid 3, de term "aanpassen" wordt gebruikt en niet "verhogen" zoals in de artikelen 18 en 19, is dit omdat het tariefcontingent zowel kan worden verhoogd als verlaagd. Wanneer het tariefcontingent wordt verlaagd, is de verdeling reeds gebeurd. Daarom behoeft in artikel 19, lid 4, niet te worden gesproken van verlaging. Het gaat hier dus niet om verduidelijking of aanvulling van de bepalingen van artikel 20 van de basisverordening. De in verordening nr. 478/95 vervatte herverdeling over de bananenproducerende landen is niet ter zake dienend, omdat die regeling geen afwijking van de verdeelsleutel van de basisverordening impliceert.
21 De Commissie en het Verenigd Koninkrijk betogen, dat de Debbie-verordeningen hun grondslag vinden in artikel 16, lid 3, en artikel 20, van de basisverordening. Artikel 19, lid 4, van de basisverordening heeft enkel betrekking op een verhoging van het tariefcontingent als gevolg van een stijging van de vraag als bedoeld in artikel 18, lid 1. Artikel 16, lid 3, betreft een andere situatie, namelijk aanpassing van het contingent wegens uitzonderlijke omstandigheden. Die bepaling laat het aan de Commissie over, volgens de comitéprocedure van artikel 27 een verdeling te maken die rekening houdt met de concrete omstandigheden. Een verdeling van de in de Debbie-verordeningen vastgestelde hoeveelheden volgens de verdeelsleutel van artikel 19, lid 1, van de basisverordening zou onbillijke resultaten opleveren. De producenten die schade hebben geleden, en de met hen verbonden importeurs kunnen hun leveranties, en derhalve hun gewone handelsbetrekkingen, slechts in stand houden wanneer zij een hoeveelheid gespecificeerde bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen toegewezen krijgen. Voorts zouden de importeurs die geen schade hebben geleden als gevolg van de tropische storm Debbie, een ongerechtvaardigd voordeel krijgen. Een verminderde invoer of afzet zou de referentiehoeveelheden van de betrokken marktdeelnemers ongunstig beïnvloeden, en die zouden de drie daaraanvolgende jaren minder invoercertificaten voor bananen uit derde landen krijgen.
22 Ter inleiding van mijn conclusie wijs ik erop, dat het Hof laatstelijk in zijn arrest van 17 oktober 1995 in zaak C-478/93, Nederland/Commissie(17), heeft vastgesteld, dat "(...) de Commissie als enige in staat is, de ontwikkeling van de landbouwmarkten voortdurend en oplettend te volgen en de spoedmaatregelen te treffen die de situatie vereist, [zodat] de Raad genoopt [kan] zijn, de Commissie op dit gebied een ruime beoordelings- en handelingsbevoegdheid te laten. De grenzen van die bevoegdheid moeten dan ook met name worden bepaald aan de hand van de algemene hoofddoelen van de marktordening (...) Zo heeft het Hof geoordeeld, dat de Commissie op het gebied van de landbouw bevoegd is alle maatregelen te treffen die nodig of doelmatig zijn voor de uitvoering van de basisverordening, voor zover zij niet in strijd zijn met de basisverordening of de toepassingsvoorschriften van de Raad (...)"
23 Volgens artikel 20 van de basisverordening is de Commissie bevoegd uitvoeringsbepalingen vast te stellen die "met name" betrekking hebben op de regeling inzake de afgifte van certificaten. Zoals uit de term "met name" blijkt, is de bevoegdheid van de Commissie evenwel niet daartoe beperkt. Derhalve dient te worden nagegaan, of uit de bewoordingen en het doel van de basisverordening volgt, dat elke verhoging van het in artikel 18, lid 1, bepaalde tariefcontingent volgens de verdeelsleutel van artikel 19, lid 1, moet worden verdeeld, dan wel of de term "aanpassen" in artikel 16, lid 3, de Commissie machtigt het extra contingent over bepaalde marktdeelnemers te verdelen, zoals in casu is gebeurd.
24 De mogelijkheid van onbeperkte invoer van bananen uit derde landen, de bananen die het meest concurrentie aandoen, zou de verkoop van de in de EG geproduceerde bananen en van de traditionele ACS-bananen bemoeilijken. Om die reden gaat de basisverordening uit van een quotasysteem, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen drie bevoorradingsbronnen:
1) EG-bananen 2) traditionele ACS-bananen en 3) bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen.
25 Ten belope van nader vastgestelde hoeveelheden genieten de eerste twee categorieën een voorkeursbehandeling. Enerzijds wordt compenserende steun toegekend voor het in de handel brengen van 854 000 ton EG-bananen, anderzijds kunnen er zonder betaling van douanerechten en zonder de mogelijkheid om invoercertificaten voor bananen uit derde landen te gebruiken, 857 700 ton ACS-bananen (zogenoemde traditionele ACS-bananen) worden ingevoerd. Verder wordt elk jaar een tariefcontingent voor de invoer van bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen geopend. Over de invoer boven dat contingent wordt een invoerrecht van 750 ECU per ton voor niet-traditionele ACS-bananen en van 850 ECU per ton voor bananen uit derde landen geheven. De hoogte van het invoerrecht zorgt ervoor, dat de EG-bananen en de traditionele ACS-bananen de concurrentie aankunnen en derhalve kunnen worden afgezet.
26 Om het totale aanbod en verbruik in evenwicht te houden bepaalt artikel 16, lid 1, dat elk jaar een geraamde balans wordt opgesteld. Op basis van die geraamde balans wordt krachtens artikel 18, lid 1, beoordeeld, of het algemene tariefcontingent van 2 miljoen ton voor bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen het jaar daarop zal worden verhoogd. Uit beschikking 94/654 blijkt, dat de balans vooral ten doel heeft prognoses inzake de productie en het verbruik van bananen in de Gemeenschap en inzake de invoer van traditionele ACS-bananen op te stellen, en op basis daarvan de behoefte van de Gemeenschap aan invoer van bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen en de passende omvang van het tariefcontingent te bepalen.
27 In artikel 18, lid 1, laatste alinea, wordt bepaald, dat wanneer de vraag in de Gemeenschap die is bepaald op basis van de in artikel 16 bedoelde geraamde balans, stijgt, de grootte van het contingent dienovereenkomstig wordt verhoogd volgens de procedure van artikel 27. Als daartoe aanleiding bestaat, gebeurt deze herziening vóór 30 november voorafgaande aan het betrokken verkoopseizoen. Verder bepaalt artikel 19, lid 4, dat indien het tariefcontingent wordt verhoogd, de beschikbare extra-hoeveelheid overeenkomstig de bepalingen van de leden 2 en 3 aan de marktdeelnemers van de in lid 1 bedoelde categorieën wordt toegekend.
28 Volgens artikel 16, lid 3, kan de balans, zo nodig, in de loop van het verkoopseizoen worden herzien, met name om rekening te houden met de gevolgen van uitzonderlijke omstandigheden die van invloed zijn op de voorwaarden voor productie of invoer. In dat geval wordt het in artikel 18 bedoelde tariefcontingent aangepast volgens de comitéprocedure van artikel 27.
29 De vraag is dus, of het woord "aanpassen" aldus kan worden uitgelegd, dat de extra-hoeveelheid bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen die wegens uitzonderlijke omstandigheden binnen het tariefcontingent in de Gemeenschap mag worden ingevoerd, niet dient te worden beschouwd als een volgens de regel van artikel 19, lid 4, te verdelen verhoging.
30 De artikelen 16, lid 3, 18 en 19 van de basisverordening zijn op verschillende punten onduidelijk geformuleerd, hetgeen een juiste uitlegging van de tekst bemoeilijkt. Is bijvoorbeeld de term verkoopseizoen in artikel 18, lid 1, hetzelfde als of iets anders dan een kalenderjaar, gelet op het feit dat bananen het hele jaar door worden geoogst, maar bijzonder intensief in de periode van oktober tot en december en in februari en maart?(18) Is de term "tariefcontingent" in artikel 16, lid 3, hetzelfde als de term "contingent" in artikel 18, lid 1, laatste alinea, en verwijzen de leden 1 en 4 van artikel 19, die betrekking hebben op de verdeling van het "tariefcontingent", naar een van die bepalingen, naar beide bepalingen of naar geen van beide? Wat ueberhaupt te denken van de omstandigheid, dat er in de basisverordening sprake is van voorafgaande geraamde balans en van herziening van de geraamde balans, terwijl uit de beschikkingen 94/654 en 95/407(19) van de Commissie blijkt, dat kennelijk wordt aanvaard dat de geraamde balans niet vooraf wordt opgesteld, maar daarentegen aan het einde van het kalenderjaar? Ten slotte rijst de vraag, of artikel 16, lid 3, ook aanpassing naar beneden toestaat, zodat het tariefcontingent minder dan 2 miljoen ton kan bedragen, dan wel of uit artikel 18, lid 1, volgt, dat dit een vast minimum is, en dat de fluctuatie waartoe de in artikel 16 bedoelde geraamde balans kan leiden, steeds een verhoging is. In artikel 18, lid 1, is in elk geval geen sprake van vermindering van het contingent naar aanleiding van de geraamde balans.
31 De omstandigheid dat in artikel 16, lid 3, het woord "aanpassen" wordt gebruikt en niet het woord "verhogen" zoals in de artikelen 18, lid 1, en 19, lid 4, wijst er mijns inziens evenwel met enige waarschijnlijk op, dat artikel 16, lid 3, een zelfstandige bepaling is die geen noodzakelijke band heeft met de artikelen 18, lid 1, en 19. Laatstgenoemde bepalingen passen mijns inziens best bij hetgeen kan worden aangemerkt als de normale toestand, waarin bij de jaarlijkse vaststelling van het contingent op grond van gekende en normale marktomstandigheden te verwachten valt, dat het tariefcontingent van 2 miljoen ton niet zal volstaan om te voldoen aan de in de Gemeenschap bestaande vraag naar bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen. Een dergelijke verhoging moet aan de hand van artikel 19, lid 4, worden verdeeld volgens de verdeelsleutel van artikel 19. Voor deze opvatting pleit ook, dat het niet, zoals in artikel 18, lid 1, gaat om een verhoging van het "contingent", maar dat het in artikel 16, lid 3, gaat om een aanpassing van het "tariefcontingent", en dat artikel 18, waarbij artikel 19 aansluit, dat "tariefcontingent" omschrijft, zodat moet worden aangenomen, dat de hele inhoud van de artikelen 18 en 19 kan "worden aangepast" volgens artikel 16, lid 3.
32 Artikel 16, lid 3, ziet daarentegen blijkens zijn bewoordingen op elke noodzakelijke herziening van de geraamde balans en op aanpassing van het tariefcontingent. Het is niet beperkt tot het geval van uitzonderlijke omstandigheden, maar ziet ook op gewone wijzigingen in het verbruik en op wijzigingen in de verwachte oogst ten gevolge van normale weersomstandigheden. Volgens het systeem van de basisverordening dienen de vraag en het totale aanbod zo goed mogelijk op elkaar te worden afgestemd. De bepaling ziet volgens haar bewoordingen dus op een aantal verschillende situaties, die zowel aan de vraag- als aan de aanbodzijde als normaal of uitzonderlijk kunnen worden aangemerkt. Eén ding staat evenwel vast: het in de verordening neergelegde systeem van per land vastgestelde vaste quota voor de produktiesteun voor EG-bananen en voor de invoer van traditionele ACS-bananen impliceert, dat een vermindering van het aanbod van EG-bananen en traditionele ACS-bananen noodzakelijkerwijs moet worden opgevuld met een verhoging van de hoeveelheid bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen.
33 Indien artikel 16, lid 3, aldus een aantal verschillende situaties kan omvatten, is het mijns inziens logisch, aan te nemen dat de gemeenschapswetgever het aan de Commissie heeft willen overlaten om in het kader van een comitéprocedure de nodige aanpassingen te verrichten tegen de achtergrond van de concrete omstandigheden. Zoals hierna zal blijken, is een dergelijke uitlegging niet alleen in overeenstemming met het doel van de verordening, maar ook met het gemeenschapsrechtelijke beginsel van gelijke behandeling, volgens hetwelk vergelijkbare situaties vergelijkbaar en verschillende situaties verschillend dienen te worden behandeld.(20)
34 Een verdeling volgens artikel 19 is logisch wanneer het verbruik in de Gemeenschap stijgt. Een dergelijk voordeel dient alle marktdeelnemers ten goede te komen, hetgeen wordt gegarandeerd door toepassing van de verdeelsleutel van artikel 19.
35 Wanneer bepaalde marktdeelnemers schade lijden als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden, ligt de zaak evenwel totaal anders. Aan elk van de ACS-landen die traditioneel bananen produceren, is een vast quotum toegekend. Indien een land zijn quotum niet kan leveren, kan dit niet zomaar worden aangevuld met bananen uit derde landen of niet-traditionele ACS-bananen uit een ander bananen producerend land. Bovendien kan het voor een marktdeelnemer die zijn traditionele leveringen van EG-bananen of traditionele ACS-bananen verliest, moeilijk zijn deze te vervangen door andere leveringen van EG-bananen en traditionele ACS-bananen. De totale hoeveelheid EG-bananen en traditionele ACS-bananen kan immers zonder beperking worden afgezet, en een producent van dergelijke bananen zal wellicht eerst zijn traditionele afzetkanalen bevoorraden vooraleer een eenmalige levering te verrichten aan een met een concurrerende producent verbonden marktdeelnemer die schade heeft geleden als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden. In feite zijn de marktdeelnemers die schade hebben geleden, dus aangewezen op het aankopen van bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen. Dat kunnen zij in de praktijk evenwel slechts doen wanneer zij met hun schade overeenkomende invoercertificaten krijgen.
36 Indien een wegens uitzonderlijke omstandigheden toegekend extra contingent volgens de verdeelsleutel van artikel 19 zou worden verdeeld, zouden de marktdeelnemers die schade hebben geleden, slechts een gering aandeel van de totale extra-hoeveelheid krijgen, zodat zij van de markt zullen worden gedrukt door andere marktdeelnemers die geen schade hebben geleden en die in dat geval op de enkele grond van uitzonderlijke omstandigheden die hen niet hebben geraakt, een groter contingent zouden krijgen. De schade voor de getroffen marktdeelnemers zou zelfs niet beperkt blijven tot het ene jaar waarin de natuurramp zich heeft voorgedaan. De betrokkenen zouden ook de drie daaraanvolgende jaren minder invoercertificaten krijgen, daar de verdeling van invoercertificaten voor bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen volgens artikel 19, lid 2, van de basisverordening gebeurt op basis van de gemiddelde hoeveelheid EG-bananen en traditionele ACS-bananen die hij de laatste drie jaar op de markt heeft gebracht.
37 Omgekeerd zal toepassing van de verdeelsleutel van artikel 19 van de basisverordening in het geval van uitzonderlijke omstandigheden tot gevolg hebben, dat de importeurs van bananen uit derde landen en van niet-traditionele ACS-bananen die zelf geen schade hebben geleden als gevolg van deze uitzonderlijke omstandigheden, een volstrekt onvoorzien voordeel krijgen ten koste van de producenten uit de EG en de ACS die heel toevallig schade hebben geleden als gevolg van een natuurramp waartegen zij zich in het geheel niet konden verzekeren.
38 Dat een dergelijk resultaat onaanvaardbaar is, blijkt duidelijk uit de omstandigheid, dat verordening nr. 3290/94 van de Raad en verordening nr. 478/95 van de Commissie een bepaling bevatten, volgens welke bananenproducerende derde landen met een specifiek quotum die door overmacht worden getroffen, hun quotum mogen aanvullen met bananen uit andere derde landen waaraan eveneens een quotum is toegewezen. Volgens de door het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland voorgestane uitlegging zouden producenten uit de EG en de ACS die door overmacht zijn getroffen en geen andere mogelijkheid hebben dan de verloren gegane oogst te vervangen door bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen, daartoe evenwel niet de mogelijkheid hebben. Soortgelijke situaties, namelijk situaties waarin het eigen quotum niet met eigen productie kan worden opgevuld als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden, zouden bij een dergelijke uitlegging verschillend worden behandeld.
39 Dit kan worden geïllustreerd met een voorbeeld dat is gebaseerd op de feiten van de onderhavige zaak. Indien de Commissie in de Debbie-verordeningen de verdeelsleutel van artikel 19, lid 1, van de basisverordening zou hebben toegepast, zou dit tot gevolg hebben gehad, dat de 98 900 ton bananen uit derde landen en niet-traditionele ACS-bananen die het totale aanbod in overeenstemming dienden te brengen met de vraag, aldus zou zijn verdeeld, dat slechts 29 670 ton zouden zijn verdeeld over alle marktdeelnemers die traditioneel EG-bananen en traditionele ACS-bananen op de markt brengen. Onder deze laatsten zouden de marktdeelnemers die werkelijk schade hebben geleden als gevolg van de uitzonderlijke omstandigheden, slechts een zeer onbeduidende compensatie hebben gekregen voor de verloren hoeveelheden en in feite niet in staat zijn gesteld deze hoeveelheden door andere bananen te vervangen, terwijl andere marktdeelnemers, namelijk de importeurs van bananen uit derde landen, op kosten van eerstgenoemden een onvoorzien voordeel zouden hebben gekregen in de vorm van extra invoercertificaten voor het grootste deel van genoemde 98 900 ton.
40 Om een dergelijke situatie te voorkomen en te beletten, dat de getroffen marktdeelnemers de volgende drie jaar een geringere referentiehoeveelheid krijgen, wees de Commissie, zoals bekend, de extra-hoeveelheid toe aan de marktdeelnemers die door de storm Debbie waren getroffen. De Debbie-verordeningen zijn aldus opgezet, dat de extra-hoeveelheden rechtstreeks ten goede komen aan de producenten, daar de hoeveelheden worden toegewezen aan de producentenverenigingen of aan de marktdeelnemers die de producenten rechtstreeks vertegenwoordigen. Daardoor wordt gegarandeerd, dat het economische voordeel feitelijk toekomt aan de producenten, zoals ook is gebeurd in verordening nr. 478/95.
41 Blijkens de derde overweging van de considerans van de basisverordening is het voornaamste doel van de gemeenschappelijke marktordening, naast het tot stand brengen van de interne markt, het creëren van de mogelijkheid om bananen uit de Gemeenschap en uit de ACS-staten, die de traditionele leveranciers zijn, tegen zowel voor de producenten als voor de consumenten redelijke prijzen op de gemeenschappelijke markt af te zetten, waarbij de invoer van bananen van oorsprong uit andere derde landen niet mag worden geschaad, terwijl de producenten een behoorlijk inkomen wordt verschaft. Het systeem van de basisverordening dient te verzekeren, dat deze producenten zich na de opheffing van de nationale marktordeningen op de markt kunnen handhaven. Dit wordt nagestreefd door middel van het toekennen van compenserende steun, het verlenen van vrijstelling van douanerechten en het beperken van de invoer uit derde landen. Deze doelstellingen weerspiegelen artikel 39, lid 1, sub b tot en met e, van het Verdrag, volgens hetwelk aan de producenten een redelijke levensstandaard moet worden verzekerd, aan de verbruikers redelijke prijzen moeten worden verzekerd en de markten dienen te worden gestabiliseerd.
42 Gelet op het voorgaande kan niet worden aangenomen, dat de gemeenschapswetgever de bedoeling zou hebben gehad, een regeling in te voeren, volgens welke door uitzonderlijke omstandigheden getroffen producenten van EG-bananen en traditionele ACS-bananen als gevolg van het systeem van de verordening in de situatie zouden komen te verkeren, dat zij niet de hoeveelheden bananen kunnen kopen die zij nodig hebben om hun traditionele afnemers te bevoorraden. Zoals uit de veertiende overweging van de considerans van de basisverordening blijkt, beoogde de gemeenschapswetgever daarentegen een systeem in te voeren dat de bestaande commerciële betrekkingen niet zou verstoren.
43 Ten slotte wil ik erop wijzen, dat mijns inziens voor de uitlegging van artikel 16, lid 3, en artikel 20, niets kan noch dient te worden afgeleid uit de omstandigheid, dat de Commissie op 6 april 1995 een voorstel heeft ingediend om in de basisverordening uitdrukkelijk te voorzien in de mogelijkheid van afwijking van de verdeelsleutel van artikel 19. De wens van de Commissie om klaarheid te scheppen en rechtsonzekerheid ten nadele van de burgers te vermijden, mag er niet toe leiden, dat daaraan gevolgtrekkingen worden verbonden voor de uitlegging van de basisverordening. De Commissie heeft immers met de Debbie-verordeningen aangegeven, hoe zijzelf de betrokken bepalingen uitlegt.
44 Mitsdien ben ik van mening, dat artikel 20 juncto artikel 16, lid 3, van de basisverordening de Commissie voldoende rechtsgrondslag bood voor de vaststelling van de Debbie-verordeningen.
Artikel 30 van de basisverordening
45 Daar de Debbie-verordeningen mijns inziens hun rechtsgrondslag vinden in artikel 16, lid 3, en artikel 20, van de basisverordening is er an sich geen grond om te onderzoeken, of zij ook hun rechtsgrondslag kunnen vinden in artikel 30. Dat artikel bepaalt, dat indien vanaf juli 1993 specifieke maatregelen nodig zijn om de overgang van de vóór de inwerkingtreding van de basisverordening bestaande regelingen naar de regeling in het kader van deze verordening te vergemakkelijken, de Commissie volgens de procedure van artikel 27 alle overgangsmaatregelen treft die nodig zijn om ernstige moeilijkheden te overwinnen. Daar de Commissie in de Debbie-verordeningen evenwel ook naar dit artikel heeft verwezen, wil ik toch enkele opmerkingen maken over deze kwestie.
46 De Duitse en de Belgische regering betogen, dat artikel 30 van de basisverordening, betreffende overgangsmaatregelen, niet van toepassing is. Het probleem dat de Commissie met de Debbie-verordeningen heeft trachten op te lossen, was veroorzaakt door een natuurramp en hield geen verband met de overgang van de nationale marktordeningen naar de gemeenschappelijke marktordening.
47 De Commissie, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk betogen evenwel, dat het hier gaat om een overgangsmaatregel als bedoeld in artikel 30 van de basisverordening. De nationale marktordeningen in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk bevatten eertijds een bepaling die het importeurs wier normale bevoorrading als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden schade had geleden, mogelijk maakte, Latijnsamerikaanse bananen in te voeren ter vervanging van de verloren hoeveelheden. De Debbie-verordeningen, die soortgelijke regels bevatten, vergemakkelijken derhalve de overgang van de nationale regelingen. De Commissie kan krachtens artikel 30 van de basisverordening overgangsmaatregelen uitvaardigen totdat de basisverordening wordt aangevuld met bijzondere bepalingen betreffende de gevolgen van uitzonderlijke omstandigheden.
48 In mijn conclusie van 9 juli 1996 in zaak C-68/95, T. Port, heb ik artikel 30 grondig geanalyseerd. Zoals ik in punt 27 van die conclusie heb gezegd, mag geredelijk worden aangenomen, dat maatregelen die de overgang kunnen vergemakkelijken, bijvoorbeeld en misschien vooral bestaan in regels voor de beantwoording van de vraag, hoe na de inwerkingtreding van de basisverordening moet worden omgesprongen met fenomenen die op de een of de andere wijze verband houden met de periode vóór de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen. Derhalve mag worden aangenomen, dat als overgangsmaatregelen in de zin van die bepaling kunnen worden aangemerkt, regels betreffende de bijzondere behandeling van marktdeelnemers die vóór de vaststelling van de nieuwe regels handelingen hebben gesteld of achterwege hebben gelaten waarvan zij niet konden voorzien of dienden te voorzien, welke gevolgen die handelingen of dat nalaten zou hebben na de inwerkingtreding van de nieuwe regels.
49 De storm Debbie teisterde Martinique, Guadeloupe, Santa Lucia en Dominica op 10 september 1994, dus na de inwerkingtreding van de gemeenschappelijke marktordening. Het gaat hier dus niet om feitelijke omstandigheden uit de periode vóór de inwerkingtreding van de gemeenschappelijke marktordening die bij de marktordening zijn onderworpen aan een regeling die de betrokkenen op dat tijdstip niet konden voorzien.
50 Bovendien kunnen tropische stormen in beginsel op om het even welk ogenblik voorkomen. De moeilijkheden waarvoor de door een dergelijke storm getroffen producenten worden geplaatst, kunnen derhalve tijdens de hele geldigheidsduur van de basisverordening ontstaan.
51 Verder zie ik moeilijk in, hoe een overgangsprobleem kan worden gezien in de omstandigheid, dat er vóór de inwerkingtreding van de basisverordening in bepaalde Lid-Staten nationale regelingen bestonden die de gevolgen van tropische stormen beoogden op te vangen, terwijl dergelijke regelingen na de inwerkingtreding van de nieuwe marktordening niet bestonden, alleen al omdat, zoals hierboven is uiteengezet, de artikelen 16, lid 3, en 20, voldoende rechtsgrondslag boden voor de vaststelling van dergelijke bepalingen. Dan blijft nog de vraag, of artikel 30 de Commissie tot een bepaald tijdstip na de inwerkingtreding van de nieuwe marktordening, bijvoorbeeld tot na de behandeling door het Parlement en de Raad van het in artikel 32, eerste en tweede alinea, bedoelde verslag, machtigt af te wijken van de gewone bepalingen van de basisverordening; zie hierover punt 28 van mijn reeds genoemde conclusie in de zaak T. Port.
52 Zelfs al zou een dergelijke machtiging opportuun kunnen zijn, toch dient erop te worden gewezen, dat aanvaarding van de stelling, dat artikel 30 een dergelijke machtiging verleent, bijzonder vergaande gevolgen zou hebben, ook voor de uitlegging van overgangsbepalingen op andere gebieden. Wanneer de ontstane omstandigheden niet het minste verband houden met de overgang van de vroegere nationale marktordeningen naar de nieuwe gemeenschappelijke marktordening, zou het aanvaarden van een dergelijke machtiging - zonder uitdrukkelijk aanknopingspunt in de basisverordening - de Commissie de mogelijkheid bieden af te wijken van nagenoeg om het even welke bepaling van de basisverordening. Derhalve ben ik van mening, dat de Commissie artikel 30 van de basisverordening in de Debbie-verordeningen ten onrechte als rechtsgrondslag heeft genoemd, doch ik wijs erop, dat dit niet tot de gevraagde nietigverklaring van de artikelen 1, lid 2, en 2, van de Debbie-verordeningen kan leiden, omdat, zoals hierboven is uiteengezet, dient te worden aangenomen, dat zij voldoende rechtsgrondslag vinden in de artikelen 16, lid 3, en 20, van de basisverordening.
Het middel inzake ontoereikende motivering
53 De Duitse regering betoogt, dat de Debbie-verordeningen ontoereikend zijn gemotiveerd. Zo blijkt uit die verordeningen niet, welke schade de storm in feite heeft veroorzaakt, zodat niet kan worden vastgesteld, of er sprake is van overcompensatie.
54 De Commissie betoogt, dat de Debbie-verordeningen alle relevante gegevens bevatten en dat de Commissie niet verplicht is alle aan een rechtshandeling ten grondslag liggende feitelijke omstandigheden te noemen.
55 Om te beginnen wijs ik erop, dat volgens de rechtspraak van het Hof de door artikel 190 van het Verdrag geëiste motivering de aan de betrokken rechtshandeling ten grondslag liggende redenering klaar en ondubbelzinnig tot uiting moet doen komen, zodat de belanghebbenden de rechtvaardigingsgronden ervan kunnen kennen en hun rechten kunnen verdedigen en het Hof in staat wordt gesteld zijn toezicht uit te oefenen.(21) Het is evenwel niet noodzakelijk, dat alle gegevens die feitelijk of rechtens relevant zijn, in de motivering worden vermeld, daar de beoordeling dient te gebeuren in de context waarin de rechtshandeling tot stand is gekomen en de motivering ook dient te worden afgestemd op de praktische mogelijkheden, op de technische omstandigheden en op de termijn waarbinnen zij tot stand moest komen.(22)
56 De rechtvaardigingsgronden voor de Debbie-verordeningen worden duidelijk geformuleerd in de tweede overweging van de considerans, waarin de oorzaak van de schade, het tijdstip en de plaats worden genoemd. Verder blijkt uit de vierde overweging van de considerans, dat de verhoging van het contingent de bevoorrading van de Gemeenschap met bananen moet verzekeren. Bij verordening nr. 2791/94 is het tariefcontingent derhalve van 2 118 000 ton, het cijfer dat wordt genoemd in de in beschikking 94/654 vervatte geraamde balans, opgetrokken tot 2 171 400 ton, en bij verordening nr. 510/95 van 2 200 000 ton tot 2 245 000 ton. De extra-hoeveelheid van 98 900 ton wordt uitsluitend verdeeld onder de bananenproducerende landen die werden getroffen. Mijns inziens valt moeilijk in te zien, hoe de Commissie een uitvoeriger motivering had kunnen geven zonder dat de verordeningen hun karakter van rechtshandeling zouden verliezen. Indien de Duitse regering twijfels had omtrent de in de verordeningen genoemde hoeveelheden, had zij de Commissie kunnen verzoeken om mededeling van de grondslag van de berekeningen die in de verordeningen tot uitdrukking kwamen, en het daarna als het ware zelf kunnen narekenen. Het middel inzake ontoereikende motivering is mijns inziens derhalve ongegrond.
Kosten
57 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen voor zover dit is gevorderd. Aangezien de Commissie een dergelijke vordering heeft geformuleerd, geef ik het Hof in overweging, het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland in de kosten van de zaak te verwijzen.
58 Volgens artikel 69, lid 4, van het Reglement voor de procesvoering dragen de Lid-Staten en de instellingen die in een geding zijn tussengekomen, hun eigen kosten. De Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk dienen derhalve hun eigen kosten te dragen.
Conclusie
59 Gelet op een ander geef ik het Hof in overweging:
1) het tegen de Commissie ingestelde beroep te verwerpen;
2) het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland in de kosten van de zaak te verwijzen;
te verstaan dat de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk hun eigen kosten dragen.
(1) - Verordening van 16 november 1994 betreffende de uitzonderlijke toewijzing, als gevolg van de storm Debbie, van een extra hoeveelheid bananen boven het tariefcontingent dat voor 1994 voor invoer is vastgesteld (PB 1994, L 296, blz. 33).
(2) - Verordening van 7 maart 1995 betreffende de uitzonderlijke toewijzing, als gevolg van de storm Debbie, van een extra hoeveelheid bananen boven het tariefcontingent dat voor het eerste kwartaal van 1995 voor invoer is vastgesteld (PB 1995, L 51, blz. 8).
(3) - "ACS" is de afkorting voor de landen in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan waarmee de Gemeenschap de Overeenkomsten van Lomé heeft gesloten.
(4) - PB 1993, L 47, blz. 1, zoals laatstelijk gewijzigd bij verordening (EG) nr. 3290/94 van de Raad van 22 december 1994 inzake de aanpassingen en de overgangsmaatregelen in de landbouwsector voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomsten in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguay-Ronde (PB 1994, L 349, blz. 105).
(5) - Zie de tweede overweging van de considerans van de basisverordening.
(6) - Bij verordening nr. 3290/94 (aangehaald in voetnoot 4) is het douanerecht op 75 ECU per ton bepaald.
(7) - Voor invoer buiten het contingent bedraagt het douanerecht volgens artikel 18, lid 2, van de basisverordening 750 ECU per ton voor niet-traditionele ACS-bananen en 850 ECU per ton voor bananen uit derde landen.
(8) - In de oorspronkelijke tekst van de basisverordening van 13 februari 1993 ging het om 2 miljoen ton.
(9) - PB 1993, L 142, blz. 6, zoals laatstelijk gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1409/96 van de Commissie van 19 juli 1996 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1442/93 houdende bepalingen ter toepassing van de regeling voor de invoer van bananen in de Gemeenschap, voor wat betreft de criteria voor de toelating van marktdeelnemers tot categorie C en een aantal data in verband met het beheer van de tariefcontingenten (PB 1996, L 181, blz. 13).
(10) - PB 1994, L 254, blz. 90.
(11) - Beschikking 94/752/EG van de Commissie van 18 november 1994 tot wijziging van beschikking 94/654/EG tot vaststelling voor de Gemeenschap van de geraamde balans van produktie en verbruik, en van invoer en uitvoer van bananen voor 1994 (PB 1994, L 298, blz. 48).
(12) - Zie voetnoot 4.
(13) - Verordening van 1 maart 1995 tot vaststelling van aanvullende bepalingen voor de toepassing van verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad betreffende de regeling inzake het tariefcontingent voor de invoer van bananen in de Gemeenschap en tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1442/93 (PB 1995, L 49, blz. 13).
(14) - Aan Colombia is 21 % van het tariefcontingent toegewezen, aan Costa Rica 23,4 %, aan Nicaragua 3 % en aan Venezuela 2 %.
(15) - Zie voetnoot 2.
(16) - Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van de verordeningen (EEG) nr. 404/93 voor de sector bananen, verordening (EEG) nr. 1035/72 voor de sector groenten en fruit, en verordening (EEG) nr. 2658/87 inzake de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1995, C 136, blz. 18).
(17) - Jurispr. 1995, blz. I-3081, r.o. 30 en 31.
(18) - Meyers Enzyklopaedisches Lexikon, Bibliographisches Institut, Mannheim, 1971, deel 3, blz. 441.
(19) - Zie beschikking 95/407/EG van de Commissie van 6 oktober 1995 waarbij voor de Gemeenschap voor 1995 de geraamde balans van produktie, verbruik, invoer en uitvoer van bananen wordt vastgesteld (PB 1955, L 239, blz. 32).
(20) - Zie bijvoorbeeld arrest Hof van 14 februari 1995, zaak C-279/93, Schumacker, Jurispr. 1995, blz. I-225, r.o. 30.
(21) - Zie bijvoorbeeld arresten van 14 juli 1994, zaak C-353/92, Griekenland/Raad, Jurispr. 1994, blz. I-3411, r.o. 19, en 14 februari 1990, zaak C-350/88, Delacre, Jurispr. 1990, blz. I-395, r.o. 15.
(22) - Zie bijvoorbeeld het in voetnoot 21 genoemde arrest Delacre, r.o. 16, en de arresten van 25 oktober 1978, zaak 125/77, Royal Scholten-Honig, Jurispr. 1978, blz. 1991, r.o. 18-22; 23 februari 1978, zaak 92/77, An Bord Bainne, Jurispr. 1978, blz. 497, r.o. 36 en 37, en 1 december 1965, zaak 16/65, Schwarze, Jurispr. 1965, blz. 1104.
Full & Egal Universal Law Academy