Conclusie van de advocaat generaal
1 Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 13 maart 1995, heeft de Italiaanse Republiek krachtens artikel 173 EG-Verdrag om gedeeltelijke nietigverklaring verzocht van beschikking 94/871/EG van de Commissie van 21 december 1994 betreffende de goedkeuring van de rekeningen die de Lid-Staten voor het begrotingsjaar 1991 hebben ingediend in verband met de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven.(1) De Italiaanse Republiek vorderde deze gedeeltelijke nietigverklaring omdat de Commissie in voormelde beschikking de erkenning heeft geweigerd van een bedrag van 103 161 493 560 LIT, dat overeenkomt met de uitgaven voor de opkoop van individuele referentiehoeveelheden in het kader van de tenuitvoerlegging door de Italiaanse autoriteiten van een communautair programma voor de herstructurering van de melkproduktie.
2 Met het oog op de nietigverklaring van beschikking 94/871 draagt de Italiaanse Republiek de volgende middelen voor: ontbreken van motivering, misbruik van bevoegdheid, schending van de artikelen 1, 3 en 5 van verordening (EEG) nr. 729/70(2) en van artikel 8 van verordening (EEG) nr. 1723/72(3), alsook schending van de regeling voor de melksector [artikel 4 van verordening (EEG) nr. 857/84(4), zoals gewijzigd, en verordening (EEG) nr. 1546/88(5)].
Alvorens in te gaan op de met het oog op de gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking 94/871 door de Italiaanse Republiek aangevoerde middelen, zij herinnerd aan de toepasselijke verordeningen.
Toepasselijke verordeningen
3 Verordening (EEG) nr. 856/84(6) heeft de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten gewijzigd door met ingang van 2 april 1984 een regeling inzake de extra heffing in te voeren. Dit mechanisme van controle van de melkproduktie werkte als volgt:
- Voor de gehele Gemeenschap werd een totale hoeveelheid vastgesteld, die de garantiedrempel vormde voor de melkproduktie.
- Deze hoeveelheid werd over de Lid-Staten verdeeld op basis van de hoeveelheden melk die in het kalenderjaar 1981 op hun grondgebied zijn geleverd, verhoogd met 1 %, behalve de voor de communautaire reserve bestemde hoeveelheid, die werd aangelegd om te voorzien in de specifieke behoeften van verschillende Lid-Staten en van sommige producenten.
- Op zijn beurt verdeelde iedere Lid-Staat zijn gegarandeerde hoeveelheid over zijn producenten door hun een individuele referentiehoeveelheid (het "melkquotum") toe te kennen.
- Bij overschrijding van de referentiehoeveelheid waren de producenten verplicht een extra heffing te betalen die bestemd was voor de financiering van de kosten voor de afzet van deze overschotten. Afhankelijk van de door elke Lid-Staat gemaakte keuze, moest de heffing worden betaald door de producent (formule A) of de koper van de melk (formule B), die de kosten aan de producent mocht doorberekenen. De Italiaanse Republiek koos voor formule A.
4 De algemene regels voor de toepassing van deze regeling inzake de extra heffing zijn door de Raad vastgesteld bij verordening nr. 857/84. Krachtens deze verordening kunnen de Lid-Staten uitgaan van 1981, 1982 of 1983 als referentieperiode voor de berekening van de individuele quota van de producenten, en kunnen zij bovendien een nationale reserve van referentiehoeveelheden aanleggen om het hoofd te bieden aan bijzondere situaties van sommige van hun producenten.
5 Deze regeling inzake de extra heffing ging in op 1 april 1984 en gold in beginsel voor een periode van vijf jaar; zij is verlengd tot het jaar 2000. De aanvankelijk voorziene maatregelen waren ontoereikend om vraag en aanbod van melk en zuivelprodukten met elkaar in evenwicht te brengen. Ter versterking van deze regeling hebben de gemeenschapsinstanties dus nieuwe maatregelen genomen zoals tijdelijke verlagingen en opschortingen van gegarandeerde totale hoeveelheden melk of de toekenning van een vergoeding voor de beëindiging van de produktie.
6 Volgens artikel 4, lid 1, van verordening nr. 857/84 kunnen de Lid-Staten de betaling van vergoedingen aan producenten die hun produktie staken, hanteren als een maatregel ter herstructurering van de melkproduktie. De gemeenschapsinstellingen hebben dit soort maatregel ook gebruikt als een instrument ter verlaging van de produktie.
7 In 1990 wijzigde de Raad verordening nr. 857/84 bij wege van verordening (EEG) nr. 1183/90(7), teneinde een programma voor de herstructurering van de kleine bedrijven in te stellen. De toepassingsmodaliteiten van dit programma zijn vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 2138/90 van de Commissie(8), tot wijziging van verordening nr. 1546/88.
8 Het bij verordening nr. 1183/90 ingestelde programma voor de herstructurering van de melkproduktie strekte ertoe aan de kleine bedrijven aanvullende referentiehoeveelheden toe te kennen, teneinde een produktiepeil te verschaffen dat beter aan de eisen van de markt voldoet. Concreet konden de producenten met een individuele referentiehoeveelheid van minder dan 60 000 kg of 100 000 kg in bergstreken, aan het begin van het zevende tijdvak van twaalf maanden van toepassing van de regeling inzake de extra heffing, aanvullende referentiehoeveelheden krijgen. Deze producenten moesten zowel voor hun individuele basisreferentiehoeveelheden als voor de in het kader van het herstructureringsprogramma verkregen aanvullende referentiehoeveelheden afzien van verzoeken om in aanmerking te komen voor een programma voor de beëindiging van de melkproduktie.
9 Gezien de in de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten bij wege van de regeling inzake de extra heffing ingevoerde strikte controle op de produktie, konden de referentiehoeveelheden die nodig zijn voor het programma voor de herstructurering van de produktie, niet worden verkregen door een verhoging van de door de Gemeenschap gegarandeerde totale hoeveelheid, en evenmin door een verhoging van de aan iedere Lid-Staat toegekende referentiehoeveelheden. Daarom stelde verordening nr. 1183/90 een nieuw communautair financieringsprogramma voor de beëindiging van de melkproduktie in, teneinde de referentiehoeveelheden vrij te maken die nodig zijn voor de toepassing van het programma voor de herstructurering van de produktie van de kleine bedrijven.
De Gemeenschap verbond zich ertoe de vrijmaking van de quota ten belope van 500 000 ton te financieren, welke hoeveelheid de Commissie over de verschillende Lid-Staten heeft verdeeld op basis van de door de producenten ingediende aanvragen. Italië kreeg 164 100 ton. Binnen deze perken kregen de producenten die zich vóór 1 november 1990 ertoe verbonden hun melkproduktie vóór 1 april 1991 volledig en definitief te staken, een vergoeding van 36 ECU per 100 kg melk of melkequivalent, die vóór 1 juli 1991 in een keer werd uitgekeerd.
10 Wat de financiering door de Gemeenschap betreft van de uitgaven van het programma voor de herstructurering van de melkproduktie zij eraan herinnerd, dat volgens de artikelen 2 en 3 van verordening nr. 729/70 de afdeling "Garantie" van het EOGFL de restituties bij uitvoer naar derde landen en de interventies ter regulering van de landbouwmarkten financiert overeenkomstig de communautaire voorschriften in het kader van de gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten. A contrario volgt daaruit dat de afdeling "Garantie" van het EOGFL de ter regulering van de landbouwmarkten vastgestelde interventiemaatregelen niet financiert wanneer zij niet in overeenstemming zijn met de gemeenschapsregeling.
Voorwerp van het geschil
11 Blijkens het syntheseverslag van de Commissie over het begrotingsjaar 1991(9) kocht Italië in het kader van het bij verordening nr. 1183/90 ingestelde programma 163 592 ton aan quota op voor een totaal bedrag van 103 161 493 560 LIT. In dit verslag heeft de Commissie geweigerd deze uitgaven voor haar rekening te nemen op grond dat "Italië de regeling inzake de melkquota toen niet toepaste, en met name aan de producenten geen referentiehoeveelheden had toegekend, wat zin zou hebben gegeven aan het opkoopprogramma, en Italië bovendien de betrokken hoeveelheden nooit heeft herverdeeld over de in artikel 3 van verordening (EEG) nr. 857/84 bedoelde producenten".(10)
Bij beschikking 94/871 betreffende de goedkeuring van de rekeningen van het EOGFL voor het begrotingsjaar 1991 is de gemeenschapsfinanciering van het door de Italiaanse Republiek toegepaste herstructureringsprogramma definitief geweigerd.
12 In het kader van het onderhavige beroep tot gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking 94/871 betwist de Italiaanse regering de twee argumenten van de Commissie om de kosten van het programma voor de herstructurering van de melkproduktie niet ten laste van het EOGFL te brengen, namelijk dat de regeling inzake de extra heffing in Italië niet is toegepast, en dat de herverdeling van de vrijgemaakte hoeveelheden achterwege is gebleven.
De niet-toepassing door de Italiaanse Republiek van de regeling inzake de extra heffing
13 De invoering van de extra heffing in Italië verliep geleidelijk en niet bepaald vlot.(11) Tussen 1984, het jaar waarin het mechanisme inzake de controle van de melkproduktie is ingevoerd, en 1989 heeft de Italiaanse Republiek namelijk geen enkele actie ondernomen om de regeling inzake de extra heffing op haar grondgebied toe te passen, welke niet-nakoming aanleiding gaf tot een arrest van het Hof.(12)
De eerste poging om dit mechanisme toe te passen vond plaats tijdens het verkoopseizoen 1989/1990, toen een globale hoeveelheid werd toegewezen aan de nationale vereniging van melkproducenten (Unalat) en individuele hoeveelheden aan de zelfstandige producenten. Blijkens de controles van de Commissie bleef de toepassing van de regeling inzake de extra heffing tot het verkoopseizoen 1992/1993 evenwel chaotisch, zoals de Italiaanse regering zelf toegeeft. De individuele referentiehoeveelheden waren in de praktijk nog niet over de individuele producenten verdeeld, de Italiaanse autoriteiten oefenden geen enkele controle uit op de inning van de extra heffing bij overschrijding van de produktie, de cijfers van de melkproduktie waren nog niet betrouwbaar, enzovoort.
14 Voor de financiering door het EOGFL van de uitgaven naar aanleiding van het programma voor de herstructurering van de melkproduktie is volgens de Italiaanse regering irrelevant, dat de regeling inzake de extra heffing tijdens de geldigheidsperiode van dit programma (jaren 1990 en 1991) niet is toegepast. Tot staving van dit argument betoogt de Italiaanse regering, dat de Commissie op het tijdstip van de toepassing van het herstructureringsprogramma niet de vraag van de eventuele onwettigheid van de houding van de Italiaanse Republiek heeft opgeworpen, aangezien zij de quota die dit land kon opkopen (164 000 ton) vaststelde en zich er niet tegen verzette, dat de Italiaanse Republiek de gemeenschapsfinanciering met nationale middelen aanvulde teneinde een gunstig gevolg te kunnen geven aan alle ingediende verzoeken om definitieve beëindiging van de produktie, voor een totaal van 592 167 ton.
De gevolgen van de onjuiste toepassing van de regeling inzake de extra heffing in Italië zijn bovendien gecompenseerd door de verhoging van de aan die staat toegewezen totale hoeveelheid en door de aanzienlijke financiële correctie naar aanleiding van de in 1994 in het kader van de Raad gesloten politieke overeenkomst.(13) De Italiaanse regering acht het derhalve onbillijk en onevenredig andere negatieve gevolgen aan deze niet-nakoming te verbinden.
15 Deze argumenten van de Italiaanse regering kunnen mijns inziens niet slagen.
16 De regeling inzake de extra heffing is een door de gemeenschapsinstellingen ingesteld mechanisme om de in het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten bestaande produktieoverschotten te controleren. Zoals hierboven uiteengezet zijn de basiselementen van deze regeling de volgende: gegarandeerde totale hoeveelheid op gemeenschapsniveau, een maximumhoeveelheid voor elke Lid-Staat, individuele referentiehoeveelheden voor elke producent, inning van een extra heffing bij quotumoverschrijding.
Deze basisstructuur van de regeling inzake de extra heffing is aangevuld met een reeks extra maatregelen om de werking ervan te versoepelen en de controle op de produktie te versterken. Logischerwijs hebben deze extra maatregelen slechts zin en kunnen zij slechts het gewenste effect sorteren indien de basiselementen van het mechanisme in de praktijk zijn omgezet.
17 Het bij verordening nr. 1183/90 ingestelde programma voor de herstructurering van de melkproduktie strekt ertoe de effecten van de regeling inzake de extra heffing voor kleine producenten te verzachten. Voor de toepassing van deze maatregel is dus vereist dat de basiselementen van deze regeling worden toegepast. Een Lid-Staat, in casu Italië, die de regeling inzake de extra heffing niet correct toepaste, en zelfs heeft nagelaten de individuele referentiehoeveelheden over de producenten te verdelen, kan dus geen aanvullende maatregel toepassen die van deze regeling deel uitmaakt, zoals het programma voor de herstructurering van de produktie. Zoals de Commissie in haar verweerschrift opmerkt, ware het bovendien een ongerechtvaardigde verspilling van gemeenschapsmiddelen indien aan producenten vergoedingen werden betaald voor het vrijmaken van hun quota wanneer deze niet bij voorbaat over hen zijn verdeeld en niet worden aangewend voor de beperking van de melkproduktie.
18 Aanvankelijk verzette de Commissie zich niet tegen de toepassing door de Italiaanse autoriteiten van het programma voor de herstructurering van de produktie, omdat zij niet alle vereiste controles had verricht om na te gaan of de Italiaanse Republiek de basiselementen van de regeling inzake de extra heffing correct toepaste. Zodra de vereiste controles zijn verricht, is de vroeger door de Commissie aangenomen houding evenwel geenszins een beletsel om een uitgave niet ten laste van het EOGFL te brengen, indien uit deze controles blijkt, dat de gemeenschapsbepalingen niet zijn nageleefd.
19 Zoals de Commissie ten slotte in dupliek opmerkt, is het in 1994 dank zij de politieke overeenkomst in de Raad gevonden compromis omtrent de door de Italiaanse Republiek niet geïnde extra heffing (negatieve uitgave) niet van invloed op de eventuele erkenning van een positieve uitgave zoals die welke voortvloeit uit het opkopen van quota in het kader van het programma voor de herstructurering van de produktie.
De omstandigheid dat de Italiaanse Republiek de vrijgemaakte hoeveelheden niet over andere producenten heeft herverdeeld
20 De Italiaanse Republiek erkent uitdrukkelijk, dat zij de via de betaling van vergoedingen voor de definitieve beëindiging van de produktie vrijgemaakte hoeveelheden niet heeft herverdeeld. Krachtens verordening nr. 2138/90 moesten de Lid-Staten deze vrijgemaakte hoeveelheden vóór 1 juni 1991 herverdelen.
21 Het achterwege blijven van de herverdeling van de hoeveelheden is volgens de Italiaanse Republiek voor de Commissie geen voldoende reden om in het kader van de goedkeuring van de rekeningen van het EOGFL de financiering te weigeren van het bedrag van 103 161 493 560 LIT, dat de Italiaanse Republiek heeft betaald aan de producenten die op grond van het herstructureringsprogamma van verordening nr. 1183/90 hun produktie hebben gestaakt. De Italiaanse autoriteiten hebben de eerste maatregel van dit programma uitgevoerd, dat wil zeggen het vrijmaken van quota door vergoedingen te betalen voor de definitieve beëindiging van de produktie, doch blijven in gebreke wat het tweede onderdeel van dit programma betreft, te weten de herverdeling van deze quota over de kleine producenten. Ter rechtvaardiging van deze houding voert de Italiaanse regering drie redenen aan.
22 In de eerste plaats bevordert verordening nr. 1183/90 weliswaar de onmiddellijke herverdeling van de vrijgemaakte hoeveelheden, doch deze wordt niet als essentieel beschouwd, aangezien hoeveelheden die volgens de criteria van de verordening niet kunnen worden herverdeeld, in de nationale reserve kunnen blijven.
23 In de tweede plaats liet de zorgwekkende situatie van de Italiaanse zuivelsector geen herverdeling van de quota toe. In 1991 overschreed de melkproduktie ruimschoots de aan Italië toegewezen hoeveelheid en de herverdeling van de in het kader van het herstructureringsprogramma vrijgemaakte hoeveelheden had deze feitelijke toestand nog verergerd. Daarom hebben de Italiaanse autoriteiten deze maatregel opgeschort in afwachting van de effectieve toepassing van de regeling inzake de extra heffing. Volgens de Italiaanse regering strookt deze handelwijze met het doel van deze regeling, te meer daar de vergoedingen zijn betaald aan producenten die daadwerkelijk hun produktie hebben gestaakt.
24 Ten slotte heeft de Commissie de Italiaanse Republiek later toelating verleend om de herverdeling over kleine producenten op te schorten van hoeveelheden die waren vrijgemaakt ingevolge een bij verordeningen (EEG) nrs. 1637/91(14) en 3950/92(15) vastgesteld later programma voor beëindiging van de produktie.
25 Het betoog van de Italiaanse regering tot staving van haar zienswijze kan niet slagen.
26 Het programma van verordening nr. 1183/90 voor de herstructurering van de produktie strekt niet tot verlaging van de melkproduktie, doch tot verbetering van de produktiestructuren van de kleine bedrijven. Daarom behelsde dit programma een mechanisme voor het vrijmaken van quota, betaling van vergoedingen voor de definitieve beëindiging van de produktie, en herverdeling van de verkregen hoeveelheden binnen een bepaalde termijn over de kleine producenten. Vaststaat, dat met de financiering van de beëindiging van de produktie alleen werd beoogd de aanvullende hoeveelheden te verkrijgen die de kleine producenten nodig hadden, aangezien de gegarandeerde totale hoeveelheid vanwege de bij de regeling inzake de extra heffing opgelegde strikte produktiebeperking niet kon worden verhoogd. De herverdeling van de quota is het hoofddoel van het herstructureringsprogramma, en de financiering van de beëindiging van de produktie is het middel ter verwezenlijking van dat doel.
27 Bij andere in het kader van de regeling inzake de extra heffing vastgestelde gemeenschapsverordeningen zijn programma's voor de beëindiging van de produktie vastgesteld die uitsluitend de verlaging van de melkproduktie tot doel hebben. Zulks is evenwel niet het geval met het bij verordening nr. 1183/90 ingevoerde herstructureringsprogramma, dat in beginsel een neutrale werking op de melkproduktie heeft.
28 Gelet op een en ander, moet mijns inziens worden gesteld, dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de vastgestelde termijn de vooraf vrijgemaakte quota te herverdelen, artikel 3 quater van verordening nr. 857/84 en artikel 3 ter van verordening nr. 1546/88 heeft geschonden.
29 Het chaotische karakter van de toepassing van de regeling inzake de extra heffing in Italië, waardoor de door de gemeenschapsautoriteiten aan deze Lid-Staat toegewezen maximumhoeveelheid voor de melkproduktie in 1991 ruimschoots werd overschreden, mocht voor de Italiaanse autoriteiten geen voorwendsel zijn om eenzijdig de herverdeling op te schorten van de hoeveelheden die krachtens het bij verordening nr. 1183/90 vastgestelde programma voor de herstructurering van de melkproduktie waren vrijgemaakt. De Italiaanse autoriteiten hadden hoe dan ook aan de Commissie de ernst van de problemen van de zuivelsector op hun grondgebied moeten uitleggen en om opschorting van de herverdeling van de vrijgemaakte hoeveelheden moeten verzoeken, aangezien de Commissie daarvoor in verordening nr. 2138/90 een termijn had gesteld. De Commissie stond deze opschorting namelijk wel toe in het kader van latere programma's voor de herstructurering van de melkproduktie.
30 Anderzijds was de bij verordening nr. 1183/90 voorziene mogelijkheid om vrijgemaakte hoeveelheden in de nationale reserve te laten, een uitzonderlijke mogelijkheid voor het geval niet alle quota konden worden herverdeeld. De Lid-Staten konden evenwel van deze uitzondering geen algemene regel maken, zoals Italië heeft gedaan.
31 Bovendien had de correcte toepassing van het programma voor de herstructurering van de produktie de kritieke situatie van de Italiaanse zuivelsector niet verergerd, aangezien het een volstrekt neutrale werking op het totaal volume van de melkproduktie had, daar alleen de vooraf vrijgemaakte hoeveelheden konden worden herverdeeld.
De goedkeuring van de rekeningen van het EOGFL
32 Uit voormelde overwegingen blijkt duidelijk, dat de Italiaanse Republiek een bedrag van 103 161 493 560 LIT aan vergoedingen heeft betaald aan producenten die hun produktie staakten, zonder dat aan de bij de relevante gemeenschapsregeling vastgestelde voorwaarden was voldaan. De regeling inzake de extra heffing waarop het betrokken programma voor de herstructurering van de produktie een aanvulling was, werd door de Italiaanse Republiek niet effectief toegepast. Bovendien hebben de Italiaanse autoriteiten, door de vrijgemaakte hoeveelheden niet binnen de gestelde termijn te herverdelen, evenmin de specifieke bepalingen van dit programma nageleefd.
33 Volgens vaste rechtspraak van het Hof(16) omtrent de beginselen inzake de goedkeuring van de rekeningen van het EOGFL, mag de Commissie ingevolge de artikelen 2 en 3 van verordening nr. 729/70 "slechts de bedragen die zijn betaald overeenkomstig de in de verschillende sectoren der landbouwprodukten opgestelde regels, ten laste van het EOGFL brengen. Zo de gemeenschapsregeling de betaling van steun slechts toestaat op voorwaarde dat aan bepaalde bewijs- of controleformaliteiten is voldaan, is steun die wordt betaald zonder dat aan deze voorwaarden is voldaan, niet in overeenstemming met het gemeenschapsrecht en kan de desbetreffende uitgave dus niet ten laste van het EOGFL worden gebracht."(17)
34 Deze strikte uitlegging van de voorwaarden waaronder uitgaven ten laste van het EOGFL kunnen worden gebracht, vloeit ook voort uit de doelstelling van verordening nr. 729/70. De gelijke behandeling van de ondernemingen der Lid-Staten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid verzet zich er immers tegen, dat de nationale autoriteiten van een Lid-Staat via een ruime uitlegging van bepaalde voorschriften de ondernemingen van deze staat bevoordelen ten koste van de ondernemingen van andere Lid-Staten waar een engere uitlegging wordt toegepast.(18)
35 Aangezien de Italiaanse Republiek niet heeft voldaan aan de voorwaarden van de verordeningen nrs. 1183/90 en 2138/90 voor de toepassing van het programma voor de herstructurering van de melkproduktie, heeft de Commissie krachtens de regels inzake de goedkeuring van de rekeningen van het EOGFL terecht geweigerd de financiering voor haar rekening te nemen van de 103 161 493 560 LIT die de Italiaanse Republiek had betaald aan de producenten die zich ertoe hadden verbonden hun melkproduktie definitief te beëindigen.
36 Mitsdien geef ik het Hof in overweging de tot staving van de gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking 94/871 door de Italiaanse Republiek voorgedragen middelen te verwerpen en haar krachtens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering in de kosten te verwijzen.
Conclusie
37 Gelet op een en ander geef ik het Hof in overweging:
1) het beroep te verwerpen;
2) de Italiaanse Republiek in de kosten te verwijzen.
(1) - PB 1994, L 352, blz. 82.
(2) - Verordening (EEG) nr. 729/70 van de Raad van 21 april 1970 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB 1970, L 94, blz. 13).
(3) - Verordening (EEG) nr. 1723/72 van de Commissie van 26 juli 1972 inzake de goedkeuring van de rekeningen betreffende het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie (PB 1972, L 186, blz. 1).
(4) - Verordening (EEG) nr. 857/84 van de Raad van 31 maart 1984 houdende algemene voorschriften voor de toepassing van de in artikel 5 quater van verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde heffing in de sector melk en zuivelprodukten (PB 1984, L 90, blz. 13).
(5) - Verordening (EEG) nr. 1546/88 van de Commissie van 3 juni 1988 tot vaststelling van de nadere voorschriften voor de toepassing van de bij artikel 5 quater van verordening (EEG) nr. 804/68 ingestelde extra heffing (PB 1988, L 139, blz. 12).
(6) - Verordening (EEG) nr. 856/84 van de Raad van 31 maart 1984 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 804/68 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (PB 1984, L 90, blz. 10).
(7) - Verordening (EEG) nr. 1183/90 van de Raad van 7 mei 1990 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 857/84 houdende algemene voorschriften voor de toepassing van de in artikel 5 quater van verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde heffing in de sector melk en zuivelprodukten (PB 1990, L 119, blz. 27).
(8) - Verordening (EEG) nr. 2138/90 van de Commissie van 25 juli 1990 houdende wijziging van verordening (EEG) nr. 1546/88 tot vaststelling van de nadere voorschriften voor de toepassing van de in artikel 5 quater van verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde extra heffing (PB 1990, L 195, blz. 23).
(9) - Syntheseverslag van 21 december 1994 betreffende de uitkomsten van controles met het oog op de goedkeuring van de rekeningen van het EOGFL, afdeling Garantie, over het begrotingsjaar 1991, document VI/320/94/FIN-NL.
(10) - Ibidem, blz. 42.
(11) - Zie in dit verband het Speciaal verslag nr. 4/93 van de Rekenkamer over de tenuitvoerlegging van het quotastelsel voor de beheersing van de melkproduktie vergezeld van het antwoord van de Commissie (PB 1994, C 12, blz. 1).
(12) - Arrest van 17 juni 1987 (zaak 394/85, Commissie/Italië, Jurispr. 1987, blz. 2741).
(13) - Zie in dit verband Y. Petit: "Organisations communes de marchés", Répertoire Dalloz de droit communautaire, 1995, blz. 12 en 13.
(14) - Verordening (EEG) nr. 1637/91 van de Raad van 13 juni 1991 tot vaststelling van een vergoeding met betrekking tot de verlaging van de in artikel 5 quater van verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde referentiehoeveelheden en van een vergoeding voor de definitieve beëindiging van de melkproduktie (PB 1991, L 150, blz. 30).
(15) - Verordening (EEG) nr. 3950/92 van de Raad van 28 december 1992 tot instelling van een extra heffing in de sector melk en zuivelprodukten (PB 1992, L 405, blz. 1).
(16) - Zie met name arresten van 7 februari 1979 (zaak 11/76, Nederland/Commissie, Jurispr. 1979, blz. 245, en gevoegde zaken 15/76 en 16/76, Frankrijk/Commissie, Jurispr. 1979, blz. 321); 25 februari 1988 (zaak 327/85, Nederland/Commissie, Jurispr. 1988, blz. 1065); 8 januari 1992 (zaak C-197/90, Italië/Commissie, Jurispr. 1992, blz. I-1), en 14 september 1995 (zaak C-49/94, Ierland/Commissie, Jurispr. 1995, blz. I-2683).
(17) - Arrest van 8 januari 1992, Italië/Commissie (aangehaald in voetnoot 16, r.o. 38).
(18) - Arrest van 7 februari 1979, Nederland/Commissie (aangehaald in voetnoot 16, r.o. 9.)
Full & Egal Universal Law Academy