CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
A. LA PERGOLA
van 20 juni 1996 ( *1 )
1.
Bij een op 16 maart 1995 ingesteld beroep verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen, dat het Koninkrijk Spanje de krachtens het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen door niet binnen de gestelde termijn de maatregelen te treffen die nodig zijn om te voldoen aan
—
richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk ( 1 );
—
richtlijn 89/654/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor arbeidsplaatsen (eerste bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG) ( 2 );
—
richtlijn 89/655/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het gebruik door werknemers van arbeidsmiddelen op de arbeidsplaats (tweede bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG) ( 3 );
—
richtlijn 89/656/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor het gebruik op het werk van persoonlijke beschermingsmiddelen door de werknemers (derde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG) ( 4 );
—
richtlijn 90/269/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende de minimum veiligheids- en gezondheidsvoorschriften voor het manueel hanteren van lasten met gevaar voor met name rugletsel voor de werknemers (vierde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG) ( 5 );
—
richtlijn 90/270/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur (vijfde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG) ( 6 );
—
richtlijn 90/394/EEG van de Raad van 28 juni 1990 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG). ( 7 )
2.
In de loop van de procedure deelde het Koninkrijk Spanje mee, dat het richtlijn 89/391 inmiddels had omgezet. De Commissie nam akte van deze omzetting en deelde het Hof daarop mee, dat zij overeenkomstig artikel 78 van het Reglement voor de procesvoering afstand van instantie deed voor het onderdeel van haar beroep betreffende de gestelde schending van richtlijn 89/381.
3.
Er behoeft derhalve slechts op te worden gewezen, dat het Koninkrijk Spanje de hem verweten inbreuk betreffende de niet-omzetting van de richtlijnen 89/654, 89/655, 89/656, 90/269, 90/270 en 90/394 niet betwist. In zijn opmerkingen beklemtoont het enkel, dat de maatregelen om het nationale recht aan deze richtlijnen aan te passen eerlang zullen worden getroffen. Volgens de rechtspraak van het Hof ( 8 ) is dit evenwel geen verschoningsgrond voor de niet-nakoming.
Conclusie
4.
Mitsdien geef ik het Hof in overweging, de vordering betreffende schending van de richtlijnen 89/654/EEG, 89/655/EEG, 89/656/EEG, 90/269/EEG, 90/270/EEG en 90/394/EEG toe te wijzen en het Koninkrijk Spanje overeenkomstig artikel 69, leden 2 en 5, van het Reglement voor de procesvoering in de kosten te verwijzen.
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Italiaans.
( 1 ) PB 1989, L 183, blz. 1.
( 2 ) PB 1989, L 393, blz. 1.
( 3 ) PB 1989, L 393, blz. 13.
( 4 ) PB 1989, L 393, blz. 18.
( 5 ) PB 1990, L 156, blz. 9.
( 6 ) PB 1990, L 156, blz. 14.
( 7 ) PB 1990, L 196, blz. 1.
( 8 ) Zie ex mullis het arrest van 6 april 1995, zaak C-147/49, Commissie/Spanje, Jurispr. 1995, blz. I-1015.
Full & Egal Universal Law Academy