Conclusie van de advocaat generaal
++++
1 Met het onderhavige beroep krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek haar verplichting niet is nagekomen om richtlijn 92/33/EEG van de Raad van 28 april 1992 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad(1), en richtlijn 92/34/EEG van de Raad van 28 april 1992 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt(2) (hierna: "de richtlijnen") in nationaal recht om te zetten.
2 Artikel 25, lid 1, van richtlijn 92/33 luidt als volgt:
"1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 1992 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten."
Artikel 26, lid 1, van richtlijn 92/34 bepaalt:
"1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 1992 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten."
3 Na het verstrijken van genoemde termijnen zond de Commissie de Italiaanse regering op 12 maart 1993 een aanmaningsbrief, waarin zij haar aandacht vestigde op het feit, dat zij tot dan toe niet van maatregelen tot omzetting van de richtlijnen in nationaal recht op de hoogte was gebracht en dienaangaande ook niet over andere informatie beschikte, en haar verzocht binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van de brief haar opmerkingen mee te delen.
4 Op 1 juni 1994 bracht de Commissie een met redenen omkleed advies uit waarin zij de Italiaanse Republiek verzocht, binnen twee maanden na ontvangst ervan de nodige maatregelen te nemen om aan de richtlijnen te voldoen.
5 Bij brief van de permanente vertegenwoordiging van de Italiaanse Republiek bij de Europese Unie, gedateerd 20 september 1994, deelden de Italiaanse autoriteiten de Commissie mee, dat de procedure om aan de twee richtlijnen uitvoering te geven, aan de gang was.
6 Op 4 april 1995 heeft de Commissie bij ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift het onderhavige beroep ingesteld.
7 In haar verweerschrift ontkent de Italiaanse Republiek niet, dat zij de nodige maatregelen tot omzetting van de richtlijnen in nationaal recht niet in werking heeft doen treden. Zij voert enkel aan, dat de omzetting van de richtlijnen in de vorm van een verordening is voorzien in artikel 4 van wet nr. 146/94 (communautaire wet voor 1993) en dat het Ministerie van Landbouw, Voedselvoorziening en Bosbouw reeds een verordening tot toepassing van de twee richtlijnen voorbereidt en voor advies aan de Consiglio di Stato heeft voorgelegd. De aanpassing van het Italiaanse recht aan de eisen van het gemeenschapsrecht zal dus niet op zich laten wachten. Daarom ook zal de verordening, zodra zij in de Gazzetta Ufficiale is bekendgemaakt, naar behoren aan de Commissie worden meegedeeld, om een einde te maken aan de onderhavige procedure.
8 Volgens vaste rechtspraak kan een Lid-Staat zich niet ten exceptieve beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door het EG-Verdrag en de gemeenschapsrichtlijnen voorgeschreven verplichtingen of termijnen.(3)
9 Uit het voorgaande volgt, dat aangezien de Italiaanse Republiek de richtlijnen niet in nationaal recht heeft omgezet, de in dit verband door de Commissie aangevoerde niet-nakoming gegrond is.
10 In het verzoekschrift is ook sprake van een niet-nakoming die erin bestaat, de maatregelen tot omzetting van de richtlijnen niet aan de Commissie te hebben meegedeeld. Zelfs indien het verzoekschrift aldus zou kunnen worden uitgelegd, dat ook om vaststelling van deze laatste niet-nakoming wordt verzocht, zou het onderzoek van deze vraag overbodig zijn, aangezien de Italiaanse Republiek in ieder geval de nodige maatregelen niet binnen de gestelde termijn heeft vastgesteld.(4)
Conclusie
11 Mitsdien geef ik het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om richtlijn 92/33/EEG van de Raad van 28 april 1992 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, en richtlijn 92/34/EEG van de Raad van 28 april 1992 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, in nationaal recht om te zetten, de krachtens de artikelen 25, lid 1, en 26, lid 1 van die richtlijnen en het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) de Italiaanse Republiek in de kosten te verwijzen.
(1) - PB 1992, L 157, blz. 1.
(2) - PB 1992, L 157, blz. 10.
(3) - Zie arresten van 6 april 1995 (zaak C-147/94, Commissie/Spanje, Jurispr. 1995, blz. I-1015, r.o. 5) en 6 juli 1995 (zaak C-259/94, Commissie/Griekenland, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, r.o. 15).
(4) - Zie inzonderheid arrest van 18 mei 1994 (zaak C-303/93, Commissie/Italië, Jurispr. 1994, blz. I-1901, r.o. 6), arrest van 23 maart 1995 (zaak C-365/93, Commissie/Griekenland, Jurispr. 1995, blz. I-499, r.o. 12) en voornoemd arrest van 6 april 1994, Commissie/Spanje, r.o. 7.
Full & Egal Universal Law Academy