Conclusie van de advocaat generaal
A - De feiten
1 Met het onderhavige beroep komt de Portugese Republiek op tegen de verlaging met 20 % van de compensatiebedragen voor de Portugese producenten van zonnebloemen. Deze verlaging vloeit voort uit verordening (EG) nr. 307/95 van de Commissie van 14 februari 1995 tot vaststelling van gecorrigeerde definitieve regionale referentiebedragen voor producenten van sojabonen, kool- en raapzaad en zonnebloemzaad voor het verkoopseizoen 1994/1995(1) (hierna: "verordening nr. 307/95"). Uit bijlage I bij deze verordening blijkt, dat de Commissie heeft vastgesteld dat het gegarandeerde maximumareaal voor de productie van zonnebloemen in Portugal met 20 % was overschreden. Om die reden verlaagde de Commissie de definitieve regionale referentiebedragen, en dus ook de compensatiebedragen, met 20 %.
2 Het in de bijlage bij de verordening vermelde, voor Portugal vastgestelde gegarandeerde maximumareaal vloeit voort uit de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen(2) (hierna: "Toetredingsakte"). Gezien het bijzondere belang van de zonnebloemteelt in Portugal is in de Toetredingsakte in een bijzondere regeling voor Portugal voorzien. Artikel 294 van de Toetredingsakte bepaalt:
"Gedurende de verkoopseizoenen 1986/1987 tot en met 1994/1995 worden voor in Portugal geproduceerd kool-, raap- en zonnebloemzaad specifieke garantiedrempels vastgesteld.
Voor het verkoopseizoen 1986/1987 worden deze drempels vastgesteld op:
- 1 000 ton voor kool- en raapzaad,
- 48 000 ton voor zonnebloemzaad.
Voor de volgende verkoopseizoenen worden deze specifieke garantiedrempels vastgesteld aan de hand van criteria die vergelijkbaar zijn met de criteria die worden aangehouden voor de vaststelling van de garantiedrempels in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling.
Indien een specifieke garantiedrempel wordt overschreden, worden medeverantwoordelijkheidsboetes toegepast volgens soortgelijke regels als die welke in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling worden toegepast en met hetzelfde plafond."
Voor de verkoopseizoenen 1990/1991 en 1991/1992 zijn de voor Portugal overeenkomstig artikel 294 bepaalde drempels opgetrokken tot 90 000 ton.
3 In het kader van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn de gegarandeerde maximumhoeveelheden bij verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen(3) vervangen door gegarandeerde maximumarealen. Bij artikel 1 is ten behoeve van de producenten van akkerbouwgewassen een stelsel van compensatiebedragen ingesteld. Krachtens artikel 2 kunnen de producenten deze compensatiebedragen aanvragen; het bedrag ervan wordt per hectare vastgesteld en naar regio gedifferentieerd.
4 Ingevolge artikel 2, lid 5, wordt het compensatiebedrag op twee verschillende manieren toegekend: in het kader van een algemene regeling, die voor alle landbouwers geldt, of in het kader van een vereenvoudigde regeling, die voor kleine producenten geldt. Producenten die het compensatiebedrag aanvragen in het kader van de algemene regeling, verbinden zich ertoe een deel van hun areaal uit productie te nemen en ontvangen een compensatie hiervoor.
5 Indien nu een regionaal basisareaal is bepaald, en het totaal van de individuele arealen waarvoor een beroep op steun wordt gedaan, het regionale basisareaal overschrijdt, dan wordt ingevolge artikel 2, lid 6, het areaal dat per producent voor steun in aanmerking komt proportioneel verlaagd gedurende hetzelfde verkoopseizoen. In het volgende verkoopseizoen zijn producenten die onder de algemene regeling vallen, verplicht zonder compensatie een bijkomend gedeelte van hun grond uit productie te nemen. Het percentage voor laatstbedoeld gedeelte is gelijk aan het percentage waarmee het regionale basisareaal is overschreden. Deze maatregel staat los van de algemene braakleggingsverplichting waarvoor de producenten, de kleine producenten uitgezonderd, een compensatiebedrag ontvangen. Zulks is geregeld in artikel 7. Ingevolge deze bepaling geldt de braakleggingsverplichting voor elke producent die in het kader van een algemene regeling compensatiebedragen aanvraagt. Voor het verkoopseizoen 1993/1994 werd het braakleggingspercentage op 15 % bepaald, en moest op de uit productie genomen grond een wisselbouwsysteem worden toegepast.
6 In artikel 5 van de verordening is de wijze van berekening van het compensatiebedrag voor oliehoudende zaden in detail beschreven. Ook hier geldt voor Spanje en Portugal een bijzondere regeling. Artikel 5, lid 2, luidt als volgt:
"Voor Spanje en Portugal wordt een nationaal verwacht referentiebedrag voor producenten van zonnebloemzaad genomen als uitgangspunt voor de regionalisatie in die Lid-Staten. Het bedrag voor Portugal wordt vastgesteld op 272 ECU per hectare (...)
Tot het einde van het verkoopseizoen 1994/1995 wordt het compensatiebedrag voor niet bedrijfsmatige producenten van zonnebloemzaad in Spanje en Portugal door de Commissie vastgesteld op zodanige wijze dat eventuele distorsie ten gevolge van overgangsmaatregelen voor producenten van zonnebloemzaad in deze Lid-Staten wordt vermeden."
7 Het areaal van 122 000 ha dat in de bestreden verordening van de Commissie is vermeld, en dat door Portugal zou zijn overschreden, berust op een Akkoord tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten in het kader van het GATT, het zogenoemde Akkoord van Blair House.
8 Dat Akkoord was noodzakelijk geworden, nu een panel van het GATT tot de bevinding was gekomen, dat de tariefconcessies die de Gemeenschap in 1962 aan de Verenigde Staten had toegekend, door de communautaire steunregeling voor oliehoudende zaden waren uitgehold.(4) Punt 4 van dit Akkoord bepaalt:
"De EG zal voor de producenten die profiteren van de regeling inzake gewasgebonden betalingen voor oliehoudende zaden, een afzonderlijk basisareaal (ABA) invoeren, waarbij de volgende beginselen in acht zullen worden genomen:
- deze maatregel wordt geleidelijk ten uitvoer gelegd en geldt voor de gewassen die worden verbouwd om te worden geoogst in 1994 en de volgende jaren,
- gelet op de Toetredingsverdragen, begint de volledige tenuitvoerlegging voor Spanje en Portugal in 1995/1996."
In punt 5 wordt het afzonderlijk basisareaal (hierna: "ABA") gedefinieerd als volgt:
"- er wordt een EG-basisareaal voor oliehoudende zaden vastgesteld waarvoor gewasgebonden betalingen voor oliehoudende zaden worden gedaan (de betrokken cijfers voor de EG-12 zijn opgenomen in de bijlage);
- voor een bepaald verkoopseizoen wordt het geldende basisareaal voor oliehoudende zaden van de EG-12 verminderd in overeenstemming met het door de Raad vastgestelde jaarlijkse braakleggingspercentage voor akkerbouwgewassen. In geen enkel jaar mag de vermindering echter minder dan 10 (tien) % van het basisareaal bedragen".
9 Ingevolge punt 6 van het Akkoord van Blair House gelden voor de compensatiebedragen voor oliehoudende zaden bijkomende regels:
"- voor elk procent waarmee het areaal waarvoor gewasgebonden betalingen voor oliehoudende zaden worden gedaan het EG-basisareaal voor oliehoudende zaden (verminderd overeenkomstig punt 5) overschrijdt, worden de compensatiebedragen die aan de producenten van oliehoudende zaden worden betaald, met 1 % verlaagd;
- dergelijke verlagingen van compensatiebedragen voor een areaal dat groter is dan het ABA, worden steeds toegepast in hetzelfde verkoopseizoen;
- bovendien wordt de procentuele verlaging die voor de aanpassing van het compensatiebedrag is toegepast, overgedragen naar het volgende verkoopseizoen;
- is echter in enig jaar geen verlaging van het compensatiebedrag vereist (dit wil zeggen dat het beteelde areaal gelijk is aan of kleiner is dan het ABA, na de vermindering overeenkomstig punt 5), dan kan het compensatiebedrag in dat jaar weer op het niveau van het basisreferentiebedrag worden gebracht;
- verdere aanpassingen van het compensatiebedrag vinden plaats op de hierboven beschreven wijze".
10 In de bijlage bij het Akkoord van Blair House zijn per land en per product en aantal basisarealen vastgesteld, waaronder voor Portugal een areaal van 122 000 ha voor zonnebloemzaad. Voor een beter begrip van mijn betoog hierna geef ik hier de volledige bijlage bij het Akkoord weer.
BIJLAGE
Regeling inzake het afzonderlijke basisareaal voor oliehoudende zaden van de EG-12 (1)
(Sojabonen, kool- en raapzaad en zonnebloemzaad)
Land/Soort oliehoudend zaad
Referentiejaar (2)
1994/1995
1995/1996
en de volgende jaren (3
Hectare
SPANJE
zonnebloemzaad
PORTUGAL
zonnebloemzaad
EG-12
alle betrokken soorten (exclusief de bovenvermelde oppervlakten)
Totaal
1 411 000
122 000
3 966 000
--
--
--
--
5 128 000
(1) De cijfers moeten worden verlaagd in overeenstemming met het jaarlijkse braakleggingspercentage voor akkerbouwgewassen.
(2) Met 1994/1995 wordt het verkoopseizoen van de EG bedoeld, d.w.z. dat het gaat om de (in de winter of het voorjaar ingezaaide) oliehoudende zaden die zullen worden geoogst in 1994.
(3) Overeengekomen wordt dat, indien een nieuwe Lid-Staat tot de EG toetreedt, deze overeenkomst zal worden gewijzigd om rekening te houden met een uitbreiding van het afzonderlijke basisareaal met een oppervlakte die niet groter is dan het gemiddelde produktieareaal van het toetredende land in de drie jaren die onmiddellijk aan de toetreding zijn voorafgegaan.
11 Het Akkoord van Blair House is in de communautaire rechtsorde ten uitvoer gelegd bij verordening (EG) nr. 232/94 van de Raad.(5) Bij deze verordening zijn de navolgende punten toegevoegd aan artikel 5, lid 1, van verordening nr. 1765/92:
"e) met ingang van het verkoopseizoen 1994/1995 worden voor gewasgebonden betalingen voor oliehoudende zaden gegarandeerde maximumarealen vastgesteld. Deze arealen zijn gelijk aan de in bijlage IV vastgestelde oppervlakten, verminderd met het voor het betrokken verkoopseizoen geldende percentage voor de braak met wisselbouw, doch met ten minste 10 %. Bij overschrijding van gegarandeerde maximumarealen na de toepassing van artikel 2, lid 6, eerste streepje, verlaagt de Commissie de definitieve regionale referentiebedragen voor oliehoudende zaden overeenkomstig het bepaalde onder f) en g);
f) als in een bepaald jaar de oppervlakte oliehoudende zaden waarvan reeds is bepaald dat ze voor compensatiebedragen in aanmerking komt, groter is dan het gegarandeerde maximumareaal, verlaagt de Commissie de definitieve regionale referentiebedragen voor dat jaar met 1 % per procentpunt waarmee het gegarandeerde maximumareaal overschreden is. Met ingang van het verkoopseizoen 1994/1995 gelden bijzondere regels wanneer de overschrijding van het gegarandeerde maximumareaal een bepaald percentage overschrijdt. Zolang het drempelpercentage niet overschreden wordt, is de verlaging van de definitieve regionale referentiebedragen in alle Lid-Staten gelijk. Bij overschrijding van het drempelpercentage worden extra verlagingen toegepast in die Lid-Staten die de nationale referentiearealen bedoeld in bijlage V, verminderd met het onder e) bedoelde percentage, overschreden hebben. De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 38 van verordening nr. 136/66/EEG, de hoogte en de verdeling van de toe te passen verlagingen vast, en zorgt er daarbij met name voor dat de gewogen gemiddelde verlaging voor de Gemeenschap als geheel overeenkomt met het percentage waarmee het gegarandeerde maximumareaal overschreden is;
g) de onder f) bedoelde drempel is 0 % (...)".
12 De sub e hierboven vermelde bijlage IV is opgesteld als volgt:
BIJLAGE IV In aanmerking te nemen oppervlakte voor de berekening van de gegarandeerde maximumarealen voor oliehoudende zaden (in hectare)
Lid-Staat/soort oliehoudend zaad
1994/1995
1995/1996
en volgende verkoopseizoenen
Spanje, zonnebloemzaad
Portugal, zonnebloemzaad
EG-12, alle betrokken soorten (uitgezonderd de bovenvermelde oppervlakten)
Totaal
1 411 000
122 000
3 966 000
--
--
--
--
5 128 000
Ook hier is het maximumareaal voor zonnebloemen voor Portugal bepaald op 122 000 ha.
13 Ten slotte zijn in bijlage V de nationale referentiearealen bepaald, bijvoorbeeld voor Portugal 122 000 ha voor zonnebloemen.
14 Luidens bijlage I, punt II, bij de bestreden verordening nr. 307/95 bleken na toepassing van artikel 2, lid 6, van verordening nr. 1765/92 de oppervlakten akkerland waarvoor specifieke compensatiebedragen voor oliehoudende zaden waren betaald, de gegarandeerde maximumarealen met de volgende percentages te overschrijden:
- EG-12 met uitzondering van Spaans en Portugees zonnebloemzaad: 9 %,
- Spanje, zonnebloemzaad: 4 %,
- Portugal, zonnebloemzaad: 20 %.
Bijgevolg verlaagde de Commissie, zoals blijkt uit de bijlage bij de verordening, de definitieve regionale referentiebedragen voor producenten van zonnebloemzaad in Portugal met 20 %.
15 De Portugese Republiek komt op tegen deze verlaging. Haars inziens is verordening nr. 307/95 nietig, omdat zij in strijd is met verordening nr. 1765/92 van de Raad, zoals gewijzigd bij verordening nr. 232/94. Tegelijkertijd werpt de Portugese Republiek krachtens artikel 184 EG-Verdrag de onwettigheid op van verordeningen nrs. 1765/92 en 232/94 van de Raad, voor het geval dat de verordening van de Commissie alleen maar de tenuitvoerlegging van de bepalingen van die verordeningen zou inhouden.
16 De Portugese Republiek concludeert dat het den Hove behage:
a) nietig te verklaren verordening (EG) nr. 307/95 van de Commissie van 14 februari 1995 tot vaststelling van gecorrigeerde definitieve regionale referentiebedragen voor producenten van sojabonen, kool- en raapzaad en zonnebloemzaad voor het verkoopseizoen 1994/1995;
b) de Commissie in de kosten te verwijzen.
17 De Commissie concludeert dat het den Hove behage:
a) het beroep ongegrond te verklaren;
b) de Portugese Republiek in de kosten te verwijzen.
De Raad heeft geïntervenieerd aan de zijde van de Commissie en concludeert tot afwijzing van de exceptie van onwettigheid.
B - Standpuntbepaling
I - De berekening van de overschrijding van het gegarandeerde maximumareaal
18 Volgens de Portugese Republiek heeft de Commissie in haar verordening nr. 307/95 de bijzondere regeling voor Portugal niet geëerbiedigd. Dienaangaande verwijst de Portugese regering naar de berekening van de gestelde overschrijding van het gegarandeerde maximumareaal. Bij die berekening heeft de Commissie het voor Portugal vastgestelde areaal van 122 000 ha verlaagd overeenkomstig artikel 5, lid 1, sub e, van verordening nr. 1765/92. Krachtens die bepaling worden de voor de teelt van oliehoudende zaden vastgestelde gegarandeerde maximumarealen verminderd met het percentage voor de braak met wisselbouw.(6) Ingevolge artikel 7, lid 1, tweede zin, bedraagt de met ingang van de zaaiperiode voor het verkoopseizoen 1993/1994 toegepaste braakleggingsverplichting 15 %. Dat houdt in, dat de Commissie haar berekening heeft gebaseerd op een oppervlakte van 122 000 ha, verminderd met 15 %. Vervolgens concludeerde zij, dat Portugal het areaal met 20 % had overschreden.
1. De verlaging van het aan Portugal toegekende areaal
19 Volgens de Portugese regering levert de verlaging van het voor Portugal vastgestelde areaal als zodanig reeds een eerste berekeningsfout op. De Portugese regering verwijst naar de bijzondere regeling die in de Toetredingsakte voor Portugal is voorzien. Zij heeft onweersproken gesteld, dat die regeling ten doel had te voorkomen, dat de daling van de institutionele prijzen, en dus van de steun in de betrokken sector, nadelige gevolgen voor Portugal had. Krachtens deze bijzondere regeling was in een eerste fase voor Portugal een specifieke garantiedrempel voor zonnebloemzaad vastgesteld. Die drempel moest worden gehandhaafd tot aan het einde van de overgangsperiode, dat wil zeggen tot aan het einde van het verkoopseizoen 1994/1995. Volgens de Portugese regering mag vóór het einde van de overgangsperiode niet aan die bijzondere regeling worden geraakt. Die regeling is nageleefd bij de overschakeling van gegarandeerde maximumhoeveelheden naar gegarandeerde maximumarealen, die heeft plaatsgevonden in het kader van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Immers, in de in het kader van die hervorming vastgestelde verordening nr. 1765/92 van de Raad is voor de producenten van zonnebloemzaad in Portugal(7) een specifiek referentiebedrag vastgesteld.
20 Voorts betoogt verzoekster, dat deze bijzondere status van Portugal ook in het Akkoord van Blair House is gerespecteerd. Dienaangaande verwijst zij naar punt 4, tweede streepje, van het Memorandum van Overeenstemming betreffende oliehoudende zaden(8), volgens welke bepaling, gezien de toetredingsverdragen, de volledige tenuitvoerlegging van het afzonderlijk basisareaal voor Portugal slechts in 1995/1996 begint. Bovendien blijkt uit de bijlage bij het Memorandum van Overeenstemming, dat ook hier Portugal een bijzondere status geniet, daar voor zonnebloemzaad een afzonderlijk areaal is bepaald, bedragende 122 000 ha voor het jaar 1994/1995.(9) Volgens de Portugese regering blijkt uit de bijlage bovendien, dat dit areaal onaantastbaar is, dat wil zeggen dat het niet aan de braakleggingsverplichting is onderworpen. Krachtens punt 5, tweede streepje, van het Memorandum van Overeenstemming wordt het basisareaal voor oliehoudende zaden van de EG-12 verminderd in overeenstemming met het braakleggingspercentage. Zoals uit de bijlage bij het Memorandum van Overeenstemming blijkt, betreft deze verlaging de oppervlakte die is vermeld in de linkerkolom voor de "EG-12 - alle betrokken soorten (exclusief de bovenvermelde oppervlakten)", zijnde 3 966 000 ha.(10) Aangezien Portugal geen andere oliehoudende zaden produceert en over een speciaal voor haar vastgesteld areaal voor zonnebloemzaad beschikt, dat juist niet onder de EG-12 valt, geldt voor dit afzonderlijk areaal van 122 000 ha dan ook geen braakleggingsverplichting.
21 Deze situatie is ook gerespecteerd, toen het Akkoord bij verordening nr. 232/94 ten uitvoer werd gelegd: in bijlage IV bij die verordening is andermaal een afzonderlijk areaal voor Portugal vastgesteld, namelijk 122 000 ha voor het verkoopseizoen 1994/1995.(11) Aangezien Portugal pas vanaf het verkoopseizoen 1995/1996 in het communautaire areaal wordt opgenomen (wat blijkt uit de bijlagen bij het Memorandum van Overeenstemming en verordening nr. 232/94)(12), is Portugal ook vanaf dat ogenblik aan de braakleggingsverplichting onderworpen. Tot dan, dat wil zeggen tot aan het einde van de overgangsperiode, geldt voor Portugal een onaantastbare bijzondere regeling. Dit is ook in overeenstemming met de regeling in punt 4, tweede streepje, van het Memorandum van Overeenstemming betreffende oliehoudende zaden, krachtens welk de volledige tenuitvoerlegging voor Portugal pas in 1995/1996 begint.(13)
22 Derhalve is de Portugese Republiek ervan overtuigd, dat de braakleggingsverplichting niet van toepassing is op het areaal van 122 000 ha. Haars inziens heeft de Commissie dit areaal dus ten onrechte met 15 % verlaagd, zodat ook de daaruit voortvloeiende overschrijding met 20 % in strijd is met het Akkoord van Blair House, de Toetredingsakte en met meer in het bijzonder verordeningen nrs. 1765/92 en 232/94. Verordening nr. 307/95 verdraagt zich dus niet met voornoemde verordeningen van de Raad.
23 De Commissie is - mijns inziens terecht - een andere mening toegedaan. Haars inziens valt het voor Portugal vastgestelde areaal van 122 000 ha ook onder de braakleggingsverplichting. Dat volgt zowel uit verordening nr. 1765/92, zoals gewijzigd bij verordening nr. 232/94, als uit het Akkoord van Blair House.
24 De Commissie betwist weliswaar niet dat in de Toetredingsakte een bijzondere regeling voor Portugal is opgenomen, doch verwijst naar de derde en de vierde alinea van artikel 294 van de Toetredingsakte, krachtens welke de betrokken specifieke garantiedrempels voor de volgende verkoopseizoenen worden vastgesteld aan de hand van criteria die vergelijkbaar zijn met de criteria die worden aangehouden voor de vaststelling van de garantiedrempels in de overige Lid-Staten van de Gemeenschap.(14) Op basis van die bepalingen is de drempel voor het verkoopseizoen 1986/1987 vastgesteld op 48 000 ton; volgens de Commissie is die drempel voor de verkoopseizoenen 1990/1991 en 1991/1992 opgetrokken tot 90 000 ton. Bovendien zijn de gegarandeerde maximumhoeveelheden omgezet in gegarandeerde maximumarealen. Artikel 294, vierde alinea, bepaalt, dat zelfs op de specifieke garantiedrempel medeverantwoordelijkheidsboetes worden toegepast volgens de regels die in de Gemeenschap worden toegepast.(15)
25 Op zijn minst volgt daaruit, dat de in artikel 294 vastgestelde specifieke garantiedrempel niet onaantastbaar is. Anders gezegd, al blijft de bijzondere regeling voor Portugal gerespecteerd, dat neemt niet weg, dat de daarin bepaalde hoeveelheden, respectievelijk arealen kunnen worden gewijzigd.(16)
26 Ook uit het Akkoord van Blair House blijkt mijns inziens niet, dat de daarin voor Portugal bepaalde maximumarealen niet aan de braakleggingsverplichting zijn onderworpen. Ingevolge punt 5, tweede streepje, van het Memorandum van Overeenstemming wordt voor een bepaald verkoopseizoen het geldende basisareaal voor oliehoudende zaden van de EG-12 verminderd in overeenstemming met het jaarlijkse braakleggingspercentage.(17) Anders dan de Portugese regering denkt, wordt daarmee niet alleen gedoeld op het voor het verkoopseizoen 1994/1995 vastgestelde areaal voor de "EG-12 - alle betrokken soorten (exclusief de bovenvermelde oppervlakten)", namelijk 3 966 000 ha, maar op het totale areaal voor de "EG-12", zoals dat in de bijlage is vermeld, dat wil zeggen op de som van de drie bijzondere arealen die in de eerste kolom van de bijlage zijn vermeld.(18) Ook de titel van de bijlage wijst daarop: "Regeling inzake het afzonderlijke basisareaal voor oliehoudende zaden van de EG-12". Overeenkomstig punt 5, tweede streepje, van het Memorandum van Overeenstemming is het basisareaal voor oliehoudende zaden aan de braakleggingsverplichting onderworpen. Zoals uit wat daarna tussen haakjes staat blijkt, betreft het areaal sojabonen, kool- en raapzaad en zonnebloemzaad, dus ook Portugees zonnebloemzaad. Eén areaal betreft zonnebloemzaad in Spanje, een ander zonnebloemzaad in Portugal en het derde de overige oliehoudende zaden in de EG-12. Voor het verkoopseizoen 1995/1996 daarentegen is voor de gehele Gemeenschap slechts een afzonderlijk basisareaal voor oliehoudende zaden vastgesteld. Dat betekent echter niet, dat in het verkoopseizoen 1994/1995 slechts bepaalde gedeelten van de arealen aan de braakleggingsverplichting zijn onderworpen.
27 Dit strookt ook met de zin en het doel van het Akkoord van Blair House. Dit Akkoord had ten doel, de communautaire steun voor oliehoudende zaden te verminderen. Aangezien deze steun aan de arealen is gerelateerd, kan deze vermindering door middel van de vaststelling, respectievelijk de eventuele verkleining van de betrokken arealen worden gerealiseerd. Dat betekent, dat het areaal waarvoor nog steun mag worden uitgekeerd voor de gehele Gemeenschap wordt vastgesteld. Dat is het referentieareaal. Voor de verkoopseizoenen vanaf 1995/1996 wordt één areaal bepaald, terwijl voor het verkoopseizoen 1994/1995 de som van de individuele arealen, dus ieder afzonderlijk areaal, wordt gekort. Alleen op die wijze kan het doel van het Akkoord - de vaststelling en de vermindering van de arealen waarvoor steun wordt uitgekeerd - worden bereikt.
28 De bijlage bij het Memorandum van Overeenstemming bevat bovendien nog een andere aanwijzing, dat ook het aan Portugal toegekende areaal van 122 000 ha aan de braakleggingsverplichting is onderworpen, namelijk de voetnoot ter verduidelijking van de titel van de bijlage. In die voetnoot wordt gezegd, dat de vermelde arealen in overeenstemming met het jaarlijkse braakleggingspercentage voor akkerbouwgewassen moeten worden verlaagd. Mijns inziens blijkt daaruit duidelijk, dat alle in deze bijlage vermelde arealen, dus ook het areaal voor Portugal, moeten worden verlaagd.
29 Dit is evenmin in strijd met de regeling in punt 4 van het Memorandum van Overeenstemming, krachtens welk de volledige tenuitvoerlegging voor Portugal pas in 1995/1996 begint.(19) De Portugese regering betoogt, dat indien ook het aan Portugal toegekende areaal reeds vanaf 1994/1995 aan de braakleggingsverplichting onderworpen is, er vanaf 1995/1996 voor Portugal niets zal veranderen. Dat komt erop neer, dat in dat geval de regeling van het Akkoord van Blair House reeds vanaf het verkoopseizoen 1994/1995 volledig ten uitvoer zou zijn gelegd wat Portugal betreft.
30 Mijns inziens gaat dat argument niet op. Integendeel, tot aan het einde van het verkoopseizoen 1994/1995 is gerespecteerd, dat Portugal het voordeel van een bijzondere regeling in de vorm van een afzonderlijk vastgesteld areaal blijft behouden. Zoals ik reeds heb gezegd, is in de Toetredingsakte niets anders voorzien. Ook in de Toetredingsakte ging het erom, voor Portugal een specifieke drempel vast te leggen, die echter volgens bepaalde criteria kon worden verhoogd en eventueel ook verlaagd. In casu gaat het precies om hetzelfde: het beginsel dat voor Portugal een afzonderlijk areaal wordt vastgesteld, blijft gerespecteerd. Dit areaal wordt alleen maar met een bepaald percentage verkleind. Zulks houdt geen schending van de Toetredingsakte in. De bijzondere regeling voor Portugal blijft gerespecteerd, en er is dus geen sprake van schending van de Toetredingsakte. Pas vanaf het verkoopseizoen 1995/1996 wordt de regeling in Portugal dan volledig ten uitvoer gelegd, dat wil zeggen dat Portugal vanaf dan in het voor de gehele Gemeenschap vastgestelde areaal wordt opgenomen.
31 Evenmin blijkt uit verordening nr. 1765/92 van de Raad, zoals gewijzigd bij verordening nr. 232/94, dat het voor Portugal vastgestelde areaal niet aan de braakleggingsverplichting is onderworpen. In de tiende overweging van de considerans van verordening nr. 1765/92 wordt weliswaar gezegd, dat regels moeten worden vastgesteld om rekening te houden met de bijzondere situatie in Spanje en Portugal, met inbegrip van het verschillende tempo van integratie als vastgelegd in de Toetredingsakte van 1985, doch uit het bij verordening nr. 232/94 ingevoegde artikel 5, lid 1, sub e(20), blijkt dat ook voor het Portugese areaal een braakleggingsverplichting geldt. Ingevolge die bepaling zijn de gegarandeerde maximumhoeveelheden gelijk aan de in bijlage IV vastgestelde oppervlakten, verminderd met het voor het betrokken verkoopseizoen geldende percentage voor de braak met wisselbouw. Daaruit volgt mijns inziens overduidelijk, dat het in de bijlage IV aan Portugal toegekende areaal van 122 000 ha met het overeenstemmende braakleggingspercentage moet worden verminderd. Verordening nr. 232/94 van de Raad houdt dus een correcte omzetting in van de regeling van het Akkoord van Blair House, zij het niet op de wijze zoals de Portugese Republiek - ten onrechte - wenst.
32 Bij de berekening van de overschrijding van het gegarandeerde maximumareaal heeft de Commissie de in de verordening van de Raad en in het Akkoord van Blair House neergelegde regeling dus correct toegepast.
33 Dit wordt door de Portugese Republiek ook in zoverre bestreden, dat zij stelt, dat de Commissie in haar verordening verder is gegaan dan wat in het Akkoord van Blair House is voorzien, daar zij in plaats van de in dat Akkoord voorziene 10 % een braakleggingspercentage van 15 % heeft toegepast. Dit middel faalt, daar zowel in het Memorandum van Overeenstemming als in verordening nr. 232/94 is bepaald, dat de arealen moeten worden verminderd in overeenstemming met het door de Raad vastgestelde jaarlijkse braakleggingspercentage, en minstens met 10 %.(21) Ingevolge artikel 7, lid 1, van verordening nr. 1765/92(22) bedraagt de met ingang van de zaaiperiode voor het verkoopseizoen 1993/1994 toegepaste braakleggingsverplichting 15 %. Dit percentage heeft de Commissie toegepast. Alleen indien het door de Raad vastgestelde braakleggingspercentage minder dan 10 % bedraagt, moet het percentage van 10 % worden toegepast. Bijgevolg heeft de Commissie met haar verordening nr. 307/95 verordening nr. 1765/92 van de Raad niet geschonden.
34 Derhalve kan, wat de toepassing van braakleggingsverplichting betreft, de onwettigheid van verordening nr. 307/95 niet worden vastgesteld.
2. Bijtelling van het areaal van de kleine producenten bij het beteelde areaal van Portugal
35 Voor het geval dat het Hof van oordeel zou zijn dat het aan Portugal toegekende areaal toch aan de braakleggingsverplichting onderworpen is, stelt de Portugese regering, dat er in de berekening van de overschrijding van het gegarandeerde maximumareaal nog een andere vergissing is geslopen. Haars inziens mocht de Commissie het door de kleine producenten beteelde areaal niet in het totale areaal van Portugal opnemen. Verzoekster heeft onweersproken uiteengezet, dat de kleine producenten in Portugal tijdens het verkoopseizoen 1994/1995 21 397 ha hebben beteeld. Indien men dat bedrag aftrekt van het totale areaal dat volgens de Commissie beteeld is, dan blijkt dat de onder de algemene regeling vallende professionele producenten 103 875 ha hebben beteeld. Daarmee hebben zij het geoorloofde areaal van 103 700 ha (122 000 ha min 15 %) nauwelijks overschreden. Uitgaande van die berekening zouden de referentiebedragen voor Portugal dus niet moeten worden verlaagd.
36 Tot staving van haar betoog verwijst de Portugese Republiek naar het onderscheid dat in verordening nr. 1765/92 wordt gemaakt tussen kleine producenten, die aan een vereenvoudigde regeling onderworpen zijn, en alle overige producenten, voor wie een algemene regeling geldt.(23) Alleen de onder de algemene regeling vallende producenten zouden aan de braakleggingsverplichting onderworpen zijn.(24) De kleine producenten, die niet onder de braakleggingsverplichting vallen, ontvangen in ruil voor die vrijstelling een kleiner compensatiebedrag. De Portugese Republiek is van oordeel dat dit onderscheid ook bij de toepassing van het Akkoord van Blair House moet worden gerespecteerd. Bijgevolg mag het door de kleine producenten beteelde areaal bij de berekening van de overschrijding van het gegarandeerde maximumareaal niet in aanmerking worden genomen.
37 Mijns inziens kan die redenering niet worden gevolgd. Het onderscheid tussen kleine producenten en andere producenten in verordening nr. 1765/92 betreft om te beginnen de verschillende wijze van toekenning van het compensatiebedrag. Voor compensatiebedragen voor kleine producenten geldt een vereenvoudigde regeling. De voor alle andere producenten geldende algemene regeling houdt mede de verplichting in een bepaald gedeelte van het areaal uit productie te nemen, waarvoor zij andermaal een compensatiebedrag ontvangen.(25) Het is evenwel een feit, dat beide - zowel de kleine producenten als de overige - een compensatiebedrag ontvangen, zij het van verschillende omvang. In het kader van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van het Akkoord van Blair House is dat van belang. Het doel van dat Akkoord was, de communautaire steunregeling voor oliehoudende zaden aldus te wijzigen, dat de uitholling van de aan de Verenigde Staten toegekende tariefconcessies ongedaan werd gemaakt. Dat betekent, dat de steun voor oliehoudende zaden moest worden verlaagd, en de compensatiebedragen zijn aan het areaal gerelateerd. Krachtens punt 4 van het Memorandum van Overeenstemming(26) is voor de producenten, die aan het areaal gekoppelde compensatiebedragen ontvangen, een afzonderlijk basisareaal ingevoerd, dat ingevolge punt 5 van het Memorandum(27) wordt verlaagd, en bij niet-naleving daarvan wordt in voorkomend geval de sanctie van punt 6(28) toegepast. Daaruit volgt, dat het basisareaal dat is toegekend aan producenten die compensatiebedragen ontvangen, wordt verlaagd. Aangezien deze compensatiebedragen aan het areaal zijn gerelateerd, worden daardoor de compensatiebedragen zelf verlaagd. Daarbij is geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende producenten. Het enige doorslaggevende criterium is, dat zij aan het areaal gerelateerde compensatiebedragen ontvangen. Bijgevolg valt niet in te zien, waarom met de kleine producenten, die, zoals uit artikel 2, punt 5, in artikel 5, lid 2, tweede alinea, van verordening nr. 1765/92 blijkt, eveneens compensatiebedragen ontvangen, geen rekening zou moeten worden gehouden bij de berekening van de overschrijding van het gegarandeerde maximumareaal. Indien met de door deze kleine producenten beteelde arealen bij de berekening van de overschrijding geen rekening zou worden gehouden, dan zouden de in het Akkoord van Blair House vastgestelde arealen nog steeds ad libitum kunnen worden overschreden, met als gevolg dat het doel van het Akkoord niet kan worden bereikt.
38 Verordening nr. 1765/92 leidt overigens tot dezelfde conclusie, daar de nieuw ingevoegde punten sub e en f(29) van artikel 5, lid 1, op dit punt de bepalingen van het Akkoord van Blair House overnemen.
3. De verlaging van het areaal van de kleine producenten
39 Subsidiair wijst verzoekster nog op een andere vergissing in de berekening van de overschrijding van het gegarandeerde maximumareaal. Haars inziens behoort met het door de kleine producenten, die ingevolge verordening nr. 1765/92 van de braakleggingsverplichting zijn vrijgesteld, beteelde areaal geen rekening te worden gehouden ter zake van de vermindering met 15 % van het totale gegarandeerde maximumareaal. Anders gezegd, alvorens het areaal van 122 000 ha met 15 % wordt gekort, moet eerst het door de kleine producenten beteelde areaal in mindering worden gebracht. De kleine producenten zouden tijdens het verkoopseizoen 1994/1995 21 397 ha hebben beteeld. Trekt men dat cijfer af van het areaal van 122 000 ha, dan bedraagt de te verlagen oppervlakte 100 603 ha. Na toepassing van de vermindering met 15 % blijft daarvan 85 513 ha over. Dit areaal, vermeerderd met het door de kleine producenten beteelde areaal, geeft het areaal dat in het verkoopseizoen 1994/1995 mocht worden beteeld. In totaal gaat het dus om 106 910 ha. Gaat men bij de berekening van dit areaal uit, dan blijkt dat Portugal het niet met 20 %, doch slechts met 17 % heeft overschreden.
40 Verzoekster verdedigt deze berekeningswijze door erop te wijzen, dat krachtens verordening nr. 1765/92 de kleine producenten uitdrukkelijk van de braakleggingsverplichting zijn vrijgesteld. Zo de Commissie in haar berekening ook de door de kleine producenten beteelde arealen aan de braakleggingsverplichting onderwerpt, schendt zij volgens de Portugese Republiek verordening nr. 1765/92 van de Raad.
41 Zoals ik reeds heb gezegd, dient het in de verordening gemaakte onderscheid tussen de kleine producenten en de overige producenten de bepaling van verschillende wijzen van toekenning van de compensatiebedragen. Artikel 8, lid 1, van verordening nr. 1765/92 bevat een bijkomende aanwijzing in die zin. In die bepaling wordt immers gezegd, dat de kleine producenten aanspraak kunnen maken op het compensatiebedrag in het kader van de vereenvoudigde regeling.(30) Het Hof van Justitie legt deze bepaling aldus uit, dat de kleine producenten voor de uitkering van de compensatiebedragen ook voor de algemene regeling kunnen opteren.(31) Dat betekent, dat de kleine producenten niet per se van de braakleggingsverplichting zijn vrijgesteld. Wat daarentegen van belang is, is dat alle producenten, zowel de kleine als de andere, compensatiebedragen ontvangen. Voor de overige producenten vereist de verordening bovendien, dat zij een bepaald percentage van hun areaal uit productie nemen. Ook voor deze braaklegging ontvangen zij een compensatiebedrag.(32) De braaklegging moet gepaard gaan met wisselbouw. De kleine producenten ontvangen dus een lager compensatiebedrag dan de overige producenten; deze laatsten dienen evenwel de braaklegging met wisselbouw toe te passen. De overige producenten wordt dus geen bijkomende verplichting opgelegd waarvoor zij geen compensatie zouden ontvangen.
42 De verlaging van het basisareaal die in het kader van het Akkoord van Blair House moet worden gerealiseerd, is evenwel geen braaklegging in de zin van de hierboven geschetste regeling. Alleen het verminderingspercentage is gelijk aan het braakleggingspercentage van verordening nr. 1765/92. Zoals ik reeds verschillende keren heb gezegd, wordt met de vermindering van het Akkoord van Blair House een algemene steunverlaging beoogd door het basisareaal te verkleinen. Anders gezegd, de communautaire steun in zijn geheel moet worden gekort. Vanuit dit oogpunt bezien, valt niet te begrijpen, waarom alleen het areaal van de overige producenten zou moeten worden verkleind. Dat zou tot gevolg hebben, dat ook alleen maar de aan deze producenten uitgekeerde steun wordt gekort, terwijl de kleine producenten hoge steunbedragen blijven ontvangen; zulks is des te minder begrijpelijk, nu - zoals hierboven reeds gezegd - de kleine producenten ook in de regeling van verordening nr. 1765/92 niet worden bevoordeeld.
43 Voorts zijn de kleine producenten zelfs in de regeling van verordening nr. 1765/92 niet in alle gevallen vrijgesteld van een verlaging van hun areaal. Om te beginnen wil ik hier wijzen op de mogelijkheid die de kleine producenten hebben om tussen de algemene en de vereenvoudigde regeling te kiezen. Voorts bepaalt artikel 2, lid 6(33), dat indien het totaal van de individuele arealen waarvoor een beroep op steun wordt gedaan, groter is dan het regionale basisareaal, het areaal dat per producent voor steun in aanmerking komt, proportioneel wordt verkleind. Dat betekent, dat in een dergelijk geval ook het areaal van de kleine producenten dienovereenkomstig wordt verlaagd.
44 Bijgevolg zie ik niet in, in hoeverre de Commissie met haar verordening nr. 307/95 verordening nr. 1765/92 van de Raad, zoals gewijzigd bij verordening nr. 232/94, zou hebben geschonden.
4. De in het kader van de middelen en argumenten betreffende de berekening van de overschrijding van het gegarandeerde maximumareaal opgeworpen exceptie van onwettigheid
45 Voor het geval dat het Hof tot de conclusie zou komen, dat de verordening van de Commissie zich met de bepalingen van de verordeningen van de Raad verdraagt, beroept de Portugese regering zich krachtens artikel 184 op de onwettigheid van de verordeningen nrs. 1765/92 en 232/94 van de Raad, op grond dat deze in strijd zijn met het Akkoord van Blair House en de Toetredingsakte. Dit laatste, dus de schending van de Toetredingsakte, heeft de Portugese Republiek evenwel pas in repliek aangevoerd.
46 Volgens de Raad gaat het hier om een nieuw middel dat in de loop van het geding is voorgedragen, wat ingevolge artikel 42, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof ongeoorloofd is. Bovendien stelt de Raad, dat schending van het Akkoord van Blair House niet kan worden aangevoerd, daar dit Akkoord geen rechtstreekse werking in het gemeenschapsrecht heeft, doch eerst bij verordening ten uitvoer moet worden gelegd.
47 Volgens de Commissie is het in casu in geen geval mogelijk tegen de verordening van de Raad op te komen, daar de in artikel 173, vijfde alinea, van het Verdrag bepaalde termijn is verstreken.
48 De exceptie van onwettigheid is een bijzonder middel.(34) Met betrekking tot verzoeksters exceptie van onwettigheid tegen de verordeningen van de Raad kan niet volledig worden uitgesloten, dat verzoekster zich tot staving van het beroep tegen verordening nr. 307/95 op de onwettigheid van de verordeningen van de Raad beroept. Anderzijds zou aanvaarding van die exceptie van onwettigheid in casu omzeiling van de beroepstermijn van artikel 173, vijfde alinea, van het Verdrag tot gevolg hebben. Bovendien kan volgens de Raad geen schending van het Akkoord van Blair House worden aangevoerd, daar dit geen rechtstreekse werking heeft. Verzoekster is het daarmee niet eens. Haars inziens is de rechtstreekse werking van het Akkoord niet van doorslaggevend belang en gaat het er daarentegen om vast te stellen, of een gemeenschapsregeling zich al dan niet met dat Akkoord verdraagt.
49 Dienaangaande kan gelet op het voorgaande worden geconcludeerd, dat een schending van het Akkoord van Blair House in geen geval een rol speelt. Uit de overwegingen met betrekking tot de door verzoekster subsidiair aangevoerde middelen en argumenten blijkt overigens, dat de verordeningen van de Raad volstrekt verenigbaar zijn met het Akkoord van Blair House. Zoals de Commissie terecht opmerkt, zij er bovendien op gewezen, dat noch het Akkoord van Blair House, noch verordening nr. 232/94 van de Raad een onderscheid maakt tussen de kleine producenten en de overige producenten. Het is daarentegen het totale areaal van 122 000 ha dat aan de verlaging met 15 % is onderworpen. Ook vanuit dit oogpunt bezien, is het Akkoord van Blair House niet geschonden. Hetzelfde geldt voor de Toetredingsakte. Schending van de Toetredingsakte is pas in repliek aangevoerd, wat echter volgens artikel 42, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof slechts mogelijk is, wanneer aan zeer precieze voorwaarden is voldaan, namelijk wanneer het middel steunt op gegevens, hetzij rechtens of feitelijk, waarvan eerst in de loop van de behandeling is gebleken. Ik zie evenwel geen enkele reden waarom verzoekster pas in repliek schending van de Toetredingsakte heeft kunnen aanvoeren.
50 Bijgevolg concludeer ik, dat bij de berekening van de overschrijding van het gegarandeerde maximumareaal noch de verordeningen van de Raad, noch het Akkoord van Blair House, noch de Toetredingsakte zijn geschonden.
II - De uitsluiting van Portugal van de compensatie voor de overschrijding van het gegarandeerde maximumareaal door middel van overdracht van het niet gebruikte gegarandeerde maximumareaal
51 Verzoekster beroept zich niet alleen op berekeningsfouten, maar bovendien op de in artikel 5, lid 1, sub f, van verordening nr. 1765/92 bedoelde procedure.(35) In de laatste zin van die bepaling staat met betrekking tot de toepassing van de verlagingen van de referentiebedragen in de verschillende Lid-Staten te lezen, dat de Commissie de hoogte en de verdeling van de toe te passen verlagingen vaststelt en er daarbij met name voor zorgt dat de gewogen gemiddelde verlaging voor de Gemeenschap als geheel overeenkomt met het percentage waarmee het gegarandeerde maximumareaal is overschreden. De wijze waarop die gewogen gemiddelde verlaging moet worden toegepast en de redenering die daaraan ten grondslag ligt, blijken uit de derde overweging van de considerans van verordening nr. 307/95, die luidt als volgt:
"Overwegende dat, wat het gegarandeerde maximumareaal voor andere teelten dan de zonnebloemzaadteelt in Spanje en Portugal betreft, voor Lid-Staten met een zeer gering nationaal referentieareaal, waar dit areaal met een hoog percentage maar slechts een gering aantal hectare is overschreden, de toe te passen steun niet al te sterk mag worden gekort; dat bepaalde niet toegewezen oppervlakten van dit gegarandeerde maximumareaal(36) tijdelijk aan het nationale referentieareaal van deze Lid-Staten mogen worden toegevoegd teneinde hun aandeel in de totale overschrijding van het GMA te verminderen."
52 Zoals uit dit citaat blijkt, zijn Spanje en Portugal, wat de productie van zonnebloemzaad betreft, van dit compensatiesysteem uitgesloten. In punt II.3 van bijlage I bij verordening nr. 307/95 is bepaald, dat een deel van de niet-toegewezen oppervlakten van het gegarandeerde maximumareaal voor andere teelten in de EG-12 dan de zonnebloemzaadteelt in Spanje en Portugal tijdelijk is toegevoegd aan het nationale referentieareaal van Spanje en Ierland, teneinde het aandeel van deze landen in de totale overschrijding van het gegarandeerde maximumareaal te verminderen. Een ander deel is aan het Verenigd Koninkrijk overgedragen, bijvoorbeeld aan Ierland 554 ha en aan het Verenigd Koninkrijk 4 240 ha.
1. Discriminatie van de Portugese producenten
53 Volgens verzoekster wordt Portugal ten onrechte van dit compensatiesysteem uitgesloten. Haars inziens is een en ander in strijd met het beginsel van gelijke behandeling. Zo Portugal - volgens verzoekster ten onrechte - ter zake van de berekening van de verlaging van de referentiebedragen niet anders wordt behandeld dan de overige Lid-Staten, bestaat er ook geen reden om Portugal van het voordeel van die compensatieprocedure uit te sluiten.
54 Zoals reeds gezegd wordt de Portugese Republiek in het verkoopseizoen 1994/1995 weliswaar nog niet op dezelfde wijze als de overige Lid-Staten behandeld, daar haar zoals voorheen een afzonderlijk gegarandeerd maximumareaal is toegekend. Dat neemt evenwel niet weg, dat op het eerste gezicht niet valt in te zien waarom de Portugese Republiek, of het haar toegekende areaal, dat kleiner is dan bijvoorbeeld het areaal dat als nationaal referentieareaal aan het Verenigd Koninkrijk is toegekend(37), niet voor de compensatieprocedure in aanmerking zou komen, zulks des te meer, nu bij de berekening van de overschrijding steeds is uitgegaan van het totaal van de voor het verkoopseizoen 1994/1995 vastgestelde arealen. Steeds is uitgegaan van de gedachte, dat het voor de gehele Gemeenschap vastgestelde areaal als referentie geldt, ook al is dit areaal in verschillende kleinere arealen onderverdeeld. Voor de compensatie tussen de verschillende arealen wordt echter elk areaal afzonderlijk in aanmerking genomen.
55 De Commissie rechtvaardigt dat door erop te wijzen, dat Spanje en Portugal ingevolge de Toetredingsakte nog steeds een bijzondere regeling genieten, krachtens welke deze Lid-Staten een eigen areaal is toegekend. Haars inziens is geen compensatie mogelijk tussen deze bijzondere regeling of bijzondere arealen enerzijds, en de andere voor de Lid-Staten vastgestelde arealen anderzijds.
56 Dit alles verklaart nog niet helemaal, waarom een gedeelte van de voor de overige Lid-Staten voorziene, doch niet verdeelde arealen niet aan Portugal kan worden toegekend. Zo bezien, kan men van discriminatie van de Portugese producenten spreken. Discriminatie veronderstelt evenwel, dat producenten die zich in dezelfde situatie bevinden, ongelijk worden behandeld. De Commissie betwist, dat de Portugese producenten zich in dezelfde situatie bevinden als de overige producenten van de Gemeenschap, daar voor de Portugese producenten een bijzondere regeling blijft gelden.
57 Ten bewijze van deze verschillende situatie van Portugese en andere producenten verwijst de Commissie naar de regeling die vóór verordening nr. 1765/92 gold. Die regeling voorzag namelijk in gegarandeerde maximumhoeveelheden voor zonnebloemzaad, waarvan overschrijding tot een verlaging van de steun met een bepaald bedrag leidde.(38) Deze verlaging gold in beginsel voor alle Lid-Staten. De Commissie merkt evenwel op, dat deze verlagingen niet van toepassing waren op de Portugese Republiek, wegens de bijzondere situatie van deze laatste ingevolge de Toetredingsakte. In de overige Lid-Staten is de steun dus aanzienlijk verlaagd, terwijl op Portugal geen verlaging werd toegepast.
58 Verzoekster ontkent niet, dat anders dan bij de overige Lid-Staten het geval was, de steun voor Portugal niet is verlaagd. Haars inziens is dat toe te schrijven aan het feit dat alle overige Lid-Staten hun maximumhoeveelheden hadden overschreden, terwijl de Portugese Republiek daarentegen de haar toegekende maximumhoeveelheid had gerespecteerd.
59 Uit het betoog van de Commissie alsmede uit de relevante verordeningen blijkt, dat vanaf het ogenblik waarop de voor de Gemeenschap vastgestelde maximumhoeveelheid werd overschreden, de steun voor alle Lid-Staten werd gekort. Dat wil zeggen, dat normaliter de steun voor Portugal ook dan zou zijn verlaagd, indien die Lid-Staat de hem toegewezen maximumhoeveelheid had gerespecteerd. Het bijzondere kenmerk van de regeling voor de Portugese Republiek was juist, dat haar een eigen areaal was toegekend, waarvoor zij zelf verantwoordelijk was. Bijgevolg werd de steun pas verlaagd, indien de Portugese Republiek haar eigen areaal overschreed. De Portugese Republiek zegt overigens hetzelfde, namelijk dat de steun niet is verlaagd, omdat zij de haar toegekende maximumhoeveelheid niet heeft overschreden. Juist hierin nu is de bijzondere behandeling gelegen, die uit de Toetredingsakte voortvloeit en die berustte op het feit dat de aan Portugal toegekende maximumhoeveelheid afzonderlijk werd beschouwd ten opzichte van de andere maximumhoeveelheden. Nu deze afzonderlijke inaanmerkingneming van de arealen is ingevoerd, in die zin dat de Portugese Republiek voor haar eigen areaal verantwoordelijk is, moet zij dan ook door de Commissie consequent worden geëerbiedigd. Dat betekent, dat aan die scheiding niet alleen de hand moet worden gehouden wanneer zij Portugal een voordeel oplevert. Ook in geval van overschrijding is de Portugese Republiek dus ten volle verantwoordelijk voor haar areaal.
60 Uit het voorgaande volgt, dat Portugal zich niet in een situatie bevindt die vergelijkbaar is met die van de overige producenten van de Gemeenschap, zodat een ongelijke behandeling geen discriminatie oplevert.
2. Schending van verordening nr. 1765/92
61 Verzoekster betoogt bovendien, dat verordening nr. 307/95 in strijd is met artikel 5, lid 1, sub f, van verordening nr. 1765/92, zoals gewijzigd bij verordening nr. 232/94. In casu is deze schending evenwel niet evident, daar de gedetailleerde regels voor de compensatie van nationale arealen met het niet-toegekende communautaire areaal pas in verordening nr. 307/95 zijn neergelegd. Verordening nr. 1765/92 spreekt slechts in het algemeen van een gewogen gemiddelde verlaging.
3. De in het kader van de middelen en argumenten betreffende de uitsluiting van Portugal van de mogelijkheid van compensatie voor overschrijding van het gegarandeerde maximumareaal opgeworpen exceptie van onwettigheid
62 Voor het geval dat de verordening van de Commissie verenigbaar wordt geacht met verordening nr. 1765/92 van de Raad, heeft verzoekster in repliek een exceptie van onwettigheid opgeworpen tegen verordening nr. 1765/92, op grond dat deze verordening in strijd is met het Akkoord van Blair House en met het non-discriminatiebeginsel, waaruit ook de onwettigheid van verordening nr. 307/95 zou volgen.
63 Hier wordt de onwettigheid van de verordening van de Raad als een bijzonder beroepsmiddel aangevoerd. Ook hier echter zou de ontvankelijkheid van de exceptie van onwettigheid tot omzeiling van de beroepstermijn van artikel 173, vijfde alinea, van het Verdrag lijden. Los van de vraag of het hoe dan ook nog mogelijk is om via artikel 184 tegen de verordening van de Raad op te komen, rijst bovendien de vraag, of een dergelijke exceptie van onwettigheid pas in repliek kan worden opgeworpen. Gaat men uit van het beginsel dat een dergelijke exceptie slechts een bijzonder beroepsmiddel is, dan blijft de vraag of, gezien artikel 42, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof, dit middel nog in de loop van het geding kan worden aangevoerd. Immers, volgens voormeld artikel mogen nieuwe middelen in de loop van het geding niet worden voorgedragen, tenzij aan bepaalde precieze voorwaarden is voldaan. In casu nu steunt het middel niet op gegevens, hetzij rechtens of feitelijk, waarvan eerst in de loop van de handeling is gebleken.
64 Bovendien moet worden vastgesteld, dat de verordeningen van de Raad niet in strijd zijn met het non-discriminatiebeginsel en het Akkoord van Blair House. Van schending van het non-discriminatiebeginsel is, zoals reeds aangetoond, geen sprake. Het Akkoord van Blair House, waarin het uitsluitend om de overschrijding van het totale areaal van de Europese Gemeenschap gaat, biedt de mogelijkheid om de individuele regionale arealen onderling te verdelen. Uit deze mogelijkheid alleen kan evenwel niet worden afgeleid, dat de compensatie op een bepaalde wijze moet geschieden. Ook hier is er dus geen sprake van schending van het Akkoord van Blair House.
C - Conclusie
65 Derhalve geef ik in overweging:
1) het beroep te verwerpen;
2) de Portugese Republiek in de kosten te verwijzen.
(1) - PB 1995, L 36, blz. 2.
(2) - PB 1985, L 302, blz. 23.
(3) - PB 1992, L 181, blz. 12.
(4) - Besluit 93/355/EEG van de Raad van 8 juni 1993 inzake de sluiting van een Memorandum van Overeenstemming betreffende bepaalde oliehoudende zaden tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika in het kader van de GATT (PB 1993, L 147, blz. 25), eerste overweging van de considerans.
(5) - Verordening van 24 januari 1994 tot wijziging van verordening nr. 1765/92 (PB 1994, L 30, blz. 7).
(6) - Artikel 5, lid 1, sub e (zie punt 11 hierboven).
(7) - Artikel 5, lid 2 (zie punt 6 hierboven).
(8) - Zie hierboven, punt 8.
(9) - Zie hierboven, punt 10.
(10) - Zie hierboven, punt 10.
(11) - Zie hierboven, punt 12.
(12) - Zie hierboven, punten 10 en 12.
(13) - Zie hierboven, punt 8.
(14) - Zie hierboven, punt 2.
(15) - Zie hierboven, punt 2.
(16) - Zie hierboven, punt 2, derde en vierde alinea.
(17) - Zie hierboven, punt 8.
(18) - Zie hierboven, punt 10.
(19) - Zie hierboven, punt 8.
(20) - Zie hierboven, punt 11.
(21) - Punt 5, tweede streepje, van het Memorandum van Overeenstemming betreffende oliehoudende zaden, en artikel 5, lid 1, sub e, van verordening nr. 1765/92, zoals gewijzigd bij verordening nr. 232/94.
(22) - PB 1992, L 181, blz. 12.
(23) - Artikel 2, lid 5 (zie hierboven, punt 4).
(24) - Artikel 2, lid 5, tweede zin, en artikel 7, lid 1 (zie punten 4 en 33 hierboven).
(25) - Artikel 2, lid 5, tweede zin.
(26) - Zie hierboven, punt 8.
(27) - Zie hierboven, punt 8.
(28) - Zie hierboven, punt 9.
(29) - Zie hierboven, punt 11.
(30) - PB 1992, L 181, blz. 12 (cursivering van mij).
(31) - Arrest van 14 juli 1994 (zaak C-353/92, Griekenland/Raad, Jurispr. 1994, blz. I-3411, r.o. 9).
(32) - Artikel 2, lid 5, van verordening nr. 1765/92.
(33) - Zie hierboven, punt 5.
(34) - Conclusie van advocaat-generaal Reischl van 24 januari 1979 bij zaak 92/78 (Simmenthal, Jurispr. 1979, blz. 813).
(35) - Zie hierboven, punt 11.
(36) - Cursivering van mij.
(37) - Bijlage V bij verordening nr. 232/94.
(38) - Artikel 1, sub 4, van verordening (EEG) nr. 1454/86 van de Raad van 13 mei 1986 tot wijziging van verordening nr. 136/66/EEG houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (PB 1986, L 133, blz. 8), en artikel 1, sub 8, van verordening (EEG) nr. 1915/87 van de Raad van 2 juli 1987 tot wijziging van verordening nr. 136/66/EEG houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (PB 1987, L 183, blz. 7).
Full & Egal Universal Law Academy