CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
N. FENNELLY
van 1 februari 1996 ( *1 )
1.
De Commissie heeft overeenkomstig artikel 169 van het Verdrag de onderhavige nietnakomingsprocedure ingesteld. In haar verzoekschrift van 8 mei 1995, ingeschreven in het register van het Hof op 22 mei daaraanvolgend, betoogt zij, dat de Helleense Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991 (hierna: „richtlijn”) tot wijziging van richtlijn 75/442/EEG betreffende afvalstoffen ( 1 ), of de Commissie niet van de genomen omzettingsmaatregelen in kennis te stellen, de krachtens het Verdrag en de richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2.
Artikel 2, lidi, van de richtlijn bepaalt, dat de Lid-Staten de nodige maatregelen in werking doen treden om uiterlijk op 1 april 1993 aan deze richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen. Ingevolge artikel 2, lid 2, van de richtlijn zijn de Lid-Staten ook verplicht, de tekst van de voornaamste bepalingen van intern recht die zij op het onder de richtlijn vallende gebied hebben vastgesteld, ter kennis van de Commissie te brengen.
3.
Artikel 189 van het Verdrag verplicht de Lid-Staten, de nationale maatregelen te nemen die nodig zijn om de doeleinden van elke richtlijn te bereiken. Dit specifieke vereiste wordt versterkt door de algemene verplichting van de Lid-Staten ex artikel 5 van het Verdrag, „alle algemene of bijzondere maatregelen te treffen welke geschikt zijn om de nakoming van de uit dit Verdrag of uit handelingen van de instellingen der Gemeenschap voortvloeiende verplichtingen te verzekeren”.
4.
De Griekse regering heeft niet betwist, dat zij de richtlijn niet binnen de gestelde termijn — en zelfs in het geheel niet — heeft omgezet. Zij heeft zowel in haar verweerschrift van 20 juni 1995 als in haar conclusie van dupliek van 8 augustus 1995 betoogd, dat een ministerieel besluit dat, indien goedgekeurd, voor omzetting van de richtlijn zou zorgen, in een gevorderd stadium van voorbereiding verkeerde, en dat enkel de handtekening van de betrokken ministers nog ontbrak. De vertraging is volgens haar te wijten aan het feit, dat tegelijkertijd een algemene herziening van de nationale wetgeving inzake afvalstoffen plaatsvindt. Zoals de Commissie echter in haar conclusie van repliek van 3 juli 1995 terecht heeft betoogd, kan volgens vaste rechtspraak van het Hof een Lid-Staat zich ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door richtlijnen van de Gemeenschap voorgeschreven termijnen en verplichtingen, niet beroepen op praktische of andere moeilijkheden bij de omzetting van een richtlijn.
5.
Daar Griekenland niet de maatregelen heeft genomen die nodig zijn om de richtlijn om te zetten, en zo een einde te maken aan de inbreuk die de Commissie zowel in de precontentieuze fase als in haar verzoekschrift in de onderhavige zaak heeft omschreven, kan ik het Hof slechts in overweging geven, het verzoek van de Commissie toe te wijzen.
Conclusie
6.
Mitsdien geef ik het Hof in overweging:
1)
vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991 tot wijziging van richtlijn 75/442/EEG betreffende afvalstoffen, de krachtens artikel 189, derde alinea, van het Verdrag en artikel 2 van richtlijn 91/156 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2)
de Helleense Republiek in de kosten te verwijzen.
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Engels.
( 1 ) PB 1991, L 78, biz. 32, respectievelijk PB 1975, L 194, biz. 39.
Full & Egal Universal Law Academy