Conclusie van de advocaat generaal
1 Krachtens artikel 177, derde alinea, EG-Verdrag heeft het Supremo Tribunal Administrativo het Hof een aantal prejudiciële vragen gesteld betreffende de tariefindeling van een soort kaas. Die vragen bleken noodzakelijk ter beslechting van een bij hem aanhangig geding.
I - Wettelijk kader
2 Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 bevat regels met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.(1) Het tweede deel van bijlage I van die verordening, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 3174/88 van de Commissie van 21 september 1988(2), bevat de tabel van de rechten. Afdeling I, hoofdstuk 4, dat onder meer melk en zuivelproducten betreft, bepaalt het volgende:
"GN-Code Omschrijving
0406 Kaas en wrongel:
(...)
0406 20 - Kaas van alle soorten, geraspt of in poeder:
0406 20 10 - - Glaris kruidkaas (...)
0406 20 90 - - andere
(...)
0406 90 - andere kaas:
0406 90 11 - - bestemd voor verwerking
(...)"(3)
3 Met het oog op de uniforme toepassing van de gecombineerde nomenclatuur bij de indeling van goederen heeft de Commissie een aantal toelichtingen gepubliceerd. Volgens de toelichting van 1989 omvat postonderverdeling 0406 20 10 geraspte kaas, gewoonlijk gebruikt bij de bereiding van spijzen. Hij wordt verkregen uit harde kaas (bijvoorbeeld grana, parmigiano reggiano, emmentaler, reggianito, sbrinz, asiago, pecorino, enz.), waaraan na het raspen het water gedeeltelijk is onttrokken teneinde een zo lang mogelijke houdbaarheid te verzekeren.
4 In 1990 publiceerde de Commissie nieuwe toelichtingen(4) met betrekking tot de genoemde postonderverdelingen; zij luiden als volgt:
"0406 20 10
en Kaas van alle soorten, geraspt of in poeder
0406 20 90
Punt 1 wordt door de volgende tekst vervangen:
$1. Geraspte kaas, gewoonlijk gebruikt als smaakstof of voor andere doeleinden in de levensmiddelenindustrie. Hij wordt meestal verkregen uit harde kaas (bijvoorbeeld Grana, Parmigiano Reggiano, Emmentaler, Reggianito, Sbrinz, Asiago, Pecorino, enzovoort). Aan deze kaas is het water gedeeltelijk onttrokken teneinde een zo lang mogelijke houdbaarheid te verzekeren.
Kaas die na het raspen geheel of gedeeltelijk klonterig is geworden, valt eveneens onder deze onderverdelingen.'"
5 Vervolgens stelde de Commissie verordening (EEG) nr. 316/91 van 7 februari 1991 vast, houdende indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur.(5) De bijlage bij de verordening luidt als volgt:
Omschrijving van de goederen
(1)
Indeling GN-code
(2)
Motivering
(3)
1. Geraspte kaas die als gevolg van het hoge vochtgehalte en de omstandigheden waaronder hij werd vervoerd of verpakt (verpakking onder gedeeltelijk vacuüm) geheel of gedeeltelijk klonterig is geworden
0406 20 90
De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, alsmede de tekst van de GN-codes 0406, 0406 20 en
0406 20 90
6 Bijlage I bij verordening nr. 2658/87, zoals gewijzigd bij verordening nr. 3174/88, bevat in het eerste deel, titel I, sub A, de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur. Zij luiden als volgt:
"Voor de indeling van de goederen in de gecombineerde nomenclatuur gelden de volgende bepalingen:
1. De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen op de hoofdstukken en - voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen - de navolgende regels.
2. a) De vermelding van een goed in een post heeft eveneens betrekking op dat goed in niet-complete of in niet-afgewerkte staat, voor zover dit de essentiële kenmerken van het complete of het afgewerkte goed vertoont. Deze vermelding heeft eveneens betrekking op een compleet of een afgewerkt goed of een op grond van de voorgaande volzin als zodanig aan te merken goed, indien het wordt aangeboden in gedemonteerde of in niet-gemonteerde staat.
b) (...)
3. Indien goederen (...) vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten, geschiedt de indeling als volgt:
a) De post met de meest specifieke omschrijving heeft voorrang boven posten met een meer algemene strekking (...)
b) (...)
c) In gevallen waarin de indeling aan de hand van het bepaalde onder 3a en 3b niet mogelijk is, wordt van de verschillende in aanmerking komende posten, de post toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst.
(...)
6. Voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post, zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van die onderverdelingen en de aanvullende aantekeningen, alsmede $mutatis mutandis' de vorenstaande regels, met dien verstande dat uitsluitend onderverdelingen van gelijke rangorde met elkaar kunnen worden vergeleken. Voor de toepassing van deze regel en voor zover niet anders is bepaald, zijn de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken eveneens van toepassing."
7 Uit deze regels, uitgelegd in samenhang met de andere uitleggingsregels, volgt dat postonderverdeling 0406 20 "kaas van alle soorten, geraspt of in poeder" omvat, die meestal wordt verkregen uit harde kaas, zoals de kazen die bij wijze van voorbeeld in de gecombineerde nomenclatuur zijn genoemd (bijvoorbeeld parmigiano reggiano, emmentaler, enz.), en die gewoonlijk als smaakstof worden gebruikt. Uit die regels volgt eveneens, dat postonderverdeling 0406 90 11 andere kaas omvat, dat wil zeggen andere kaas dan die welke in de vier overige onderverdelingen van tariefpost 0406 (kaas en wrongel) is genoemd en is "bestemd voor verwerking". Onder verwerking, dat een juridisch begrip in ruime zin is, verstaat men de vervaardiging (productie) van een nieuw product na verwerking of bewerking van de grondstof.
II - De feiten
8 Met formulier nr. 14595 van 20 maart 1989 van het douanekantoor te Lissabon (Delegaçâo Aduaneira de Xabregas van de l'Alfândega de Lisboa) voerde de vennootschap Fábrica de Queijo ERU Portuguesa, Ld.° (hierna: "ERU") in Portugal 1 110 dozen in met uit Nederland afkomstige kaas, die was verpakt in plastic zakken van elk ongeveer 15 kg.
9 Bij invoer zag de verpakte kaas er uit als een pasta of een compacte massa. Na te zijn uitgepakt en aan de buitenlucht te zijn blootgesteld, viel de kaas echter uiteen in onregelmatige korrels.
10 Op de factuur van de exporteur werd de kaas omschreven als geraspte kaas ("grated cheese"). Volgens ERU viel hij onder postonderverdeling 0406 20 90 "kaas van alle soorten geraspt of in poeder", met uitzondering van Glaris kruidkaas.
11 De controleur, de inspecteur en het college van inspecteurs, alsmede het Tribunal Técnico Aduaneiro de Primeira Instância deelden de ingevoerde kaas in onder post 0406 90 11, die van toepassing is op "andere kaas bestemd voor verwerking".
12 ERU stelde tegen het vonnis van het Tribunal Técnico Aduaneiro de Primeira Instância beroep in bij het Tribunal Técnico Aduaneiro de Segunda Instância, die de in eerste aanleg vastgestelde indeling bij arrest handhaafde.
13 Laatstgenoemd Tribunal concludeerde namelijk, dat het betrokken product, op de factuur omschreven als geraspte kaas ("grated cheese"), in feite een kaaspasta was in compacte blokken met onregelmatig oppervlak, die elk 15 kg wogen en in plastic waren verpakt. Aangezien postonderverdeling 0406 20 "kaas van alle soorten, geraspt of in poeder" betreft, dat wil zeggen kaas in kleine korrels of vermalen, was kaas in andere vorm (bijvoorbeeld in blokjes) - a contrario - op grond van de algemene regels 1 tot en met 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur van deze postonderverdeling uitgesloten.(6)
14 Bovendien stelde het Tribunal vast, dat de in 1990 bekendgemaakte toelichting op de gecombineerde nomenclatuur met betrekking tot postonderverdelingen 0406 20 10 en 0406 20 90, weinig van de eerdere toelichting verschilde.
15 Op grond van die overwegingen was het van oordeel, dat de betrokken kaas niet aan de gestelde voorwaarden voldeed, omdat hij in blokken was verpakt, dat wil zeggen in een vorm waardoor hij niet geschikt was voor rechtstreekse verkoop aan de consument, bovendien een hoog vochtgehalte bezat, en bij blootstelling aan de buitenlucht in onregelmatige korrels uiteenviel. Volgens het Tribunal leek die kaas op een product dat nog geen eindproduct was of nog moest worden verwerkt, en dat dus onder post 0406 90 11 moest worden ingedeeld.
16 ERU stelde tegen dit arrest van het Tribunal Técnico Aduaneiro de Segunda Instância beroep in bij het Tribunal Tributario de Segunda Instância. Tegen het arrest van laatstgenoemd Tribunal ging ERU in cassatie bij het Supremo Tribunal Administrativo.
III - De prejudiciële vragen
17 Twijfelend over de uitlegging van enkele bepalingen van het gemeenschapsrecht die het geschil beheersen, heeft het Supremo Tribunal Administrativo bij arrest van 25 januari 1995 het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:
"Gelet op het feit dat de Portugese douane op 20 maart 1989 met het oog op de inklaring of voor andere douanedoeleinden in het bezit was van uit een andere Lid-Staat afkomstige kaas, die door de exporteur werd aangeduid als geraspte kaas ($grated cheese'), die was vermalen en een industriële behandeling had ondergaan waarbij de zuurstof met het oog op een grotere houdbaarheid van de kaas was vervangen door een ingespoten oplossing van nitrogeen/002, die vervolgens in plastic zakken was verpakt en geperst, elk met een gewicht van ongeveer 15 kg, die een hoog vochtigheidsgehalte had en er uitzag als een pasta of een compacte massa en die na te zijn uitgepakt en aan de lucht te zijn blootgesteld, in onregelmatige korrels uiteenviel,
1) Moet, gelet op verordening (EEG) nr. 316/91 van de Commissie van 7 februari 1991, bedoelde kaas worden ingedeeld onder post 0406 20 90 als $kaas van alle soorten, geraspt of in poeder', of onder post 0406 90 11 als $kaas bestemd voor verwerking'?
2) Is bovengenoemde verordening een uitleggingsverordening en daarom met terugwerkende kracht van toepassing op de invoer van bedoelde kaas?
3) In geval van een ontkennend antwoord op een van beide vragen, moeten dan in casu de Toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Gemeenschappen, zoals bekendgemaakt in Publikatieblad 1990, C 263, blz. 10, in aanmerking worden genomen of de daaraan voorafgaande toelichtingen?
4) In het ene of in het andere geval, onder welke van beide genoemde posten moet bedoelde kaas worden ingedeeld?"(7)
IV - Antwoorden op de prejudiciële vragen
18 Om redenen van coherentie lijkt het mij gewenst de vragen in drieën te onderzoeken, en wel eerst de tweede vraag, daarna de derde en ten slotte de eerste en de vierde vraag tezamen.
A - De tweede prejudiciële vraag
19 Met zijn tweede vraag wenst de nationale rechter van het Hof te vernemen, of een verordening van de Commissie, in casu verordening nr. 316/91, met terugwerkende kracht kan worden toegepast als uitleggingsverordening, dat wil zeggen op situaties die vóór de bekendmaking ervan plaatsvonden.
20 Dienaangaande wijst ERU op artikel 9 van verordening nr. 2658/87, sub e, waarin wordt bepaald, dat "wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur, ter aanpassing aan de gevolgen van ontwikkelingen op technologisch of handelsgebied, of ter aanpassing aan andere teksten ter verduidelijking van teksten" door de Commissie worden vastgesteld, en ook op artikel 10, lid 2, van dezelfde verordening, krachtens hetwelk de door de Commissie genomen maatregelen onmiddellijk toepasselijk zijn. Haars inziens bevat artikel 10 het beginsel van integratie van de te interpreteren norm in de reeds geïnterpreteerde norm, waaruit zij afleidt, dat de uitleggingsregels van de gecombineerde nomenclatuur ook dadelijk kunnen worden toegepast op de bij de inwerkingtreding ervan aanhangige geschillen.
21 In haar schriftelijke opmerkingen beklemtoont de Portugese regering, dat de gecombineerde nomenclatuur bij verordening nr. 316/91 is gewijzigd, teneinde haar aan de technologische ontwikkeling aan te passen. Bij aanpassingen aan de technologische ontwikkelingen kan het echter per definitie niet om een uitleggingstekst gaan. Er is dan sprake van een nieuwe tekst, die is bedoeld voor de gevallen waarin de eerdere tekst niet voorzag. Indien de gemeenschapswetgever zou willen, dat die nieuwe regeling ook van toepassing is op eerdere situaties, dat wil zeggen op die welke zich bij het begin van de innovatie voordeden, zou dat duidelijk uit de nieuwe tekst moeten blijken.
22 In dat verband moet ik erop wijzen, dat verordening nr. 316/91 de kenmerken heeft van een verordening die de indeling van goederen betreft. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is "een verordening waarin de voorwaarden voor indeling onder een post of postonderverdeling worden vastgesteld, (...) constitutief van aard en kan [zij] geen terugwerkende kracht hebben".(8) In het licht van die rechtspraak kan die verordening (nr. 316/91) mijns inziens geen terugwerkende kracht hebben.
23 Integendeel, in het belang van de rechtszekerheid en eenvoud van de controle moet concreet worden nagegaan, onder welke post of postonderverdeling het ingevoerde product kan worden ingedeeld, en zulks op basis van zijn objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals omschreven in de tekst van de tariefpost en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken.(9) Daaruit zou dan eventueel kunnen worden afgeleid, dat verordening nr. 316/91 niet meer bevat dan een bepaling die voortvloeit uit de reeds bestaande regeling, op grond waarvan de betrokken goederen, zelfs met voorbijgaan aan die verordening, hoe dan ook onder post 0406 20 90 zouden moeten worden ingedeeld.(10) In het kader van het antwoord op de eerste en de vierde vraag zal ik dit punt verder onderzoeken.
24 Op de tweede vraag moet dus worden geantwoord, dat verordening nr. 316/91 de voorwaarden voor indeling onder een post of postonderverdeling vaststelt en van constitutieve aard is. Bijgevolg kan zij niet met terugwerkende kracht worden toegepast en de nationale autoriteiten niet binden, want zij dienen over de tariefindeling van vóór haar inwerkingtreding ingevoerde goederen op basis van de objectieve kenmerken ervan te beslissen.
B - De derde prejudiciële vraag
25 Met zijn derde vraag wenst de nationale rechter te vernemen, of bij de tariefindeling van ingevoerde goederen rekening moet worden gehouden met nadien bekendgemaakte toelichtingen.
26 De nationale rechter wordt geconfronteerd met een probleem, omdat er tussen de toelichting van 1989 en die van 1990 verschillen met betrekking tot postonderverdeling 0406 20 90 bestaan.
27 Volgens 's Hofs rechtspraak vormen de aantekeningen op de hoofdstukken en de toelichtingen op de nomenclatuur bij de uitlegging van het gemeenschappelijk douanetarief "belangrijke middelen"(11) ter verzekering van een uniforme toepassing van het douanetarief, en kunnen zij derhalve als "waardevolle hulpmiddelen bij de uitlegging van het tarief"(12) worden beschouwd.
28 Voor de uitlegging van de posten en postonderverdelingen dient dus niet enkel rekening te worden gehouden met de bewoordingen en de systematiek van het gemeenschappelijk douanetarief, maar ook met die toelichtingen.(13) Die toelichtingen zijn evenwel rechtens niet bindend, zodat in voorkomend geval moet worden onderzocht, of de inhoud ervan in overeenstemming is met de bepalingen zelf van het gemeenschappelijk douanetarief en de draagwijdte ervan niet wijzigt.(14) Bovendien kunnen volgens 's Hofs rechtspraak, wanneer specifieke bepalingen van gemeenschapsrecht ontbreken, de toelichtingen van de Internationale Douaneraad als waardevolle middelen voor de uitlegging van het gemeenschappelijk douanetarief worden beschouwd.(15)
29 In casu ging het om uit Nederland ingevoerde Gouda-kaas die was geraspt en volgens een speciaal procédé verpakt. Gesteld dat uit de bewoordingen van de toelichting van 1989 voortvloeit, dat die geraspte kaas, die er bij invoer als een compacte massa uitzag, geen kaas is die onder tariefpost 0406 20 90 thuishoort, en daarom onder een andere tariefpost valt, terwijl uit de tekst van de tariefpost van het gemeenschappelijk douanetarief en de kenmerken van die kaas volgt, dat postonderverdeling 0406 20 90 wel de juiste is, dan zou dat betekenen, zoals ook de Commissie heeft beklemtoond, dat de toelichting de draagwijdte van de bepaling van het gemeenschappelijk douanetarief wijzigt, hetgeen volgens 's Hofs rechtspraak(16) niet is toegestaan.
30 Om preciezer te zijn, uit de goederenomschrijving blijkt, dat postonderverdeling 0406 20 90 kaas van alle soorten, geraspt of in poeder, met uitzondering van Glaris kruidkaas betreft. In de toelichting van 1989 stond dat postonderverdeling 0406 20 90 betrekking heeft op geraspte kaas, die gewoonlijk als smaakstof wordt gebruikt. Meestal wordt die kaas verkregen uit harde kaas (bijvoorbeeld grana, parmigiano reggiano, emmentaler, reggianito, sbrinz, asiago, pecorino, enz.), waaraan, na het raspen, het water gedeeltelijk is onttrokken teneinde een zo lang mogelijke houdbaarheid te verzekeren.
31 Het feit dat in de toelichting van 1989 sprake is van geraspte kaas verkregen uit harde kaas - waarvan enkele voorbeelden worden genoemd -, die volgens een bepaalde procédé is verpakt (nadat het water eraan is onttrokken) en gewoonlijk als smaakstof wordt gebruikt, duidt mijns inziens dan ook niet op uitsluiting van soortgelijke producten, verkregen uit een andere kaassoort, volgens een ander procédé verpakt en voor andere doeleinden bestemd (gebruik voor andere doeleinden in de levensmiddelenindustrie); voldoende is dat die producten de kenmerken van geraspte kaas hebben. De toelichting van 1989 bevatte ten aanzien van het betrokken ingevoerde product dus een lacune, die in de toelichting van 1990, die vollediger is, niet meer voorkomt.
32 De nationale rechter moet dus worden geantwoord, dat ook van na de feiten van de zaak daterende toelichtingen bij de tariefindeling van een ingevoerd product door de nationale autoriteiten in aanmerking kunnen worden genomen; voldoende is, dat uit het onderzoek van de objectieve kenmerken ervan blijkt, dat de draagwijdte van de toepasselijke bepalingen van het gemeenschappelijk douanetarief daardoor niet is gewijzigd.
C - De eerste en de vierde prejudiciële vraag
33 Met zijn eerste en vierde prejudiciële vraag wenst de nationale rechter te vernemen, of de gecombineerde nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief aldus moet worden uitgelegd, dat tariefpost 0406 20 90 van toepassing is op kaas met de in de verwijzingsbeschikking beschreven kenmerken, dan wel, bij een ontkennend antwoord, of de betrokken kaas onder postonderverdeling 0406 90 11 valt.
34 Volgens ERU is het onttrekken van water aan kaas een technisch procédé met het oog op de houdbaarheid van het product en geen noodzakelijke voorwaarde om de kenmerken van geraspte kaas te krijgen. Postonderverdeling 0406 20 90 noch de toelichting van 1989 sluiten een andere conserveringsmethode uit en verlangen niet, dat ERU's product, dat volgens de methode van vacuüm-verpakking is geconserveerd, geschikt moet zijn voor dadelijke consumptie. ERU beklemtoont tevens, dat de betrokken kaas na invoer niet enkel als smaakstof kan worden gebruikt, maar zonder verdere verwerking ook voor andere doeleinden; daarvoor behoeft slechts het resultaat van de conserveringsmethode die met het oog op verpakking en export was gebruikt, ongedaan te worden gemaakt.
35 Daarentegen is de Portugese regering van mening, dat het betrokken product bij inklaring niet de objectieve kenmerken van geraspte kaas had, omdat het nog een speciale deconserveringsbehandeling moest ondergaan voordat het aan de eindverbruiker kon worden aangeboden. Zij beklemtoont voorts, dat dit product bij invoer weliswaar klonterig bleek te zijn in de zin van verordening nr. 316/91, maar niet de overige kenmerken van geraspte kaas bezat, zodat het niet onder post 0406 20 90 moest worden ingedeeld, maar onder post 0406 90 11.
36 Ten slotte verklaart de Commissie, dat de betrokken kaas na het verlaten van de machine inderdaad geraspte kaas is, maar daarna door zijn hoge vochtgehalte gewoonlijk klonterig wordt. Die neiging tot klonteren neemt toe zowel door de wijze van verpakking, waarbij met het oog op een grotere houdbaarheid de zuurstof is vervangen door een ingespoten oplossing van kooldioxide, als door het grote gewicht van elke zak (15 kg). Desondanks blijft die kaas haars inziens de kenmerken van geraspte kaas houden, wat ook uit de toelichting van 1990 en uit verordening nr. 316/91 blijkt.
37 Volgens de verwijzingsbeschikking was de betrokken kaas vóór verpakking geraspte kaas, zoals ook door ERU wordt beklemtoond. Door de behandeling die de kaas bij de verpakking onderging met het oog op een grotere houdbaarheid ervan, zijn de kenmerken van geraspte kaas verloren gegaan.
38 Zoals reeds gezegd, is het procédé van deconservering echter niet bedoeld om een nieuwe kaassoort te creëren, maar om de gevolgen van de conservering ongedaan te maken, zodat de kaas in zijn oorspronkelijke vorm aan de verbruiker kan worden aangeboden, dat wil zeggen als geraspte kaas zoals ten tijde van de invoer in de verpakking.
39 Het na de invoer van de verpakte kaas gebruikte procédé beoogt dus de gevolgen van de eerdere conservering ongedaan te maken, echter zonder dat daardoor een nieuw product ontstaat.(17) Het procédé is ook bedoeld om het product weer in de vorm te brengen die het vóór de verpakking had.(18) Tot die conclusie kom ik na bestudering van de rechtspraak met betrekking tot de verwerking van producten met het oog op de vervaardiging van nieuwe producten.(19)
40 Gelet op het voorgaande ben ik van mening, dat het procédé waarbij de ingespoten kooldioxideoplossing aan het ingevoerde product wordt onttrokken, geen verwerking vormt, omdat dit procédé niet beoogt een nieuw product te vervaardigen, maar de geraspte kaas in zijn oorspronkelijke vorm terug te brengen. Met andere woorden, dit procédé vormt geen "verwerking" in de zin van postonderverdeling 0406 90 11.
41 Bijgevolg moet de nationale rechter worden geantwoord, dat de gecombineerde nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief aldus moet worden uitgelegd, dat postonderverdeling 0406 20 90 kaas omvat die de in de verwijzingsbeschikking beschreven kenmerken vertoont.
V - Conclusie
42 Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging de prejudiciële vragen van het Supremo Tribunal Administrativo te beantwoorden als volgt:
"1) Verordening (EEG) nr. 316/91 van de Commissie van 7 februari 1991 houdende indeling van bepaalde produkten in de gecombineerde nomenclatuur, stelt de voorwaarden vast voor indeling onder een post of postonderverdeling en bindt de nationale autoriteiten in casu niet, want zij dienen over de tariefindeling van vóór haar inwerkingtreding ingevoerde goederen op basis van de objectieve kenmerken ervan te beslissen.
2) Toelichtingen die van na de feiten van de zaak dateren, kunnen bij de tariefindeling van een ingevoerd product door de nationale autoriteiten eveneens in aanmerking worden genomen; voldoende is, dat uit het onderzoek van de objectieve kenmerken ervan blijkt, dat de draagwijdte van de toepasselijke bepaling van het gemeenschappelijk douanetarief daardoor niet is gewijzigd.
3) De gecombineerde nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief, in de versie van de bijlage van verordening (EEG) nr. 3174/88 van de Commissie van 21 september 1988 houdende wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, moet aldus worden uitgelegd, dat postonderverdeling 0406 20 90 kaas omvat die na het raspen een behandeling heeft ondergaan waarbij de zuurstof met het oog op grotere houdbaarheid ervan is vervangen door een ingespoten oplossing van kooldioxide, die vervolgens in plastic zakken is verpakt en geperst, elk met een gewicht van 15 kg, die een hoog vochtigheidsgehalte heeft en er uitziet als een pasta of een compacte massa en die na te zijn uitgepakt en aan de lucht te zijn blootgesteld, in onregelmatige korrels uiteenvalt."
(1) - PB 1987, L 256, blz. 1.
(2) - PB 1988, L 298, blz. 1.
(3) - Anders gezegd, de genoemde tariefpost (0406 "Kaas en wrongel") omvat de genoemde postonderverdelingen (in totaal vijf), waaronder postonderverdeling 0406 20 "Kaas van alle soorten, geraspt of in poeder" en postonderverdeling 0406 90 "andere kaas". Eerstgenoemde postonderverdeling (0406 20) is verder gesplitst in Glaris kruidkaas (0406 20 10) en andere kazen (0406 20 90). De tweede postonderverdeling (0406 90) omvat kaas "bestemd voor verwerking" (0406 90 11) en andere met name genoemde kazen (bijvoorbeeld feta, enz.).
(4) - Document 90/C 263/08 van 18 oktober 1990 (PB 1990, C 263, blz. 10), bekendgemaakt op grond van artikel 10, lid 1, van verordening nr. 2658/87, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 2472/90 (PB 1990, L 247, blz. 1).
(5) - PB 1991, L 37, blz. 25.
(6) - Het verwijzingsarrest beklemtoont, dat geraspte kaas volgens de gespecialiseerde literatuur wordt verkregen uit zeer droge kaas (gruyère, comté, parmesan, enz.), die doorgaans wordt gebruikt om op maaltijden te strooien alvorens die te gratineren, maar ook apart kan worden opgediend om aan soep te worden toegevoegd, in het bijzonder aan vissoep (R. J. Courtine, "Dictionnaire des Fromages", Librairie Larousse, blz. 196).
(7) - Zoals de Commissie in haar schriftelijke opmerkingen terecht vermeldt, moeten de woorden "door een (...) oplossing van nitrogeen/002" worden vervangen door de woorden "door een mengsel van nitrogeen/CO2" (kooldioxide). Ter terechtzitting is dat door de gemachtigden van de Portugese Republiek en van de Commissie nogmaals beklemtoond.
(8) - Arrest van 28 maart 1979, zaak 158/78, Biegi, Jurispr. 1979, blz. 1103, r.o. 11.
(9) - Zie bijvoorbeeld arresten van 19 mei 1994, zaak C-11/93, Siemens Nixdorf, Jurispr. 1994, blz. I-1945, r.o. 11, en 18 april 1991, zaak C-219/89, WeserGold, Jurispr. 1991, blz. I-1895, r.o. 6, alsmede arrest van 8 december 1977, zaak 62/77, Carlsen-Verlag, Jurispr. 1977, blz. 2343, r.o. 3.
(10) - Zie arrest Siemens Nixdorf, reeds aangehaald, r.o. 11 en 17, en conclusie van advocaat- generaal Jacobs bij dat arrest (punt 17).
(11) - Arrest van 11 juli 1980, zaak 798/79, Chem-Tec, Jurispr. 1980, blz. 2639, r.o. 11.
(12) - Zie ook arresten van 15 februari 1977, gevoegde zaken 69/76 et 70/76, Dittmeyer, Jurispr. 1977, blz. 231, en 14 december 1995, gevoegde zaken C-106/94 en C-139/94, Colin en Dupré, Jurispr. 1995, blz. I-4759, r.o. 21.
(13) - Arrest van 10 oktober 1985, zaak 200/84, Daiber, Jurispr. 1985, blz. 3363, r.o. 13 en 14.
(14) - Zie bijvoorbeeld arrest Chem-Tec, aangehaald in voetnoot 11, r.o. 11.
(15) - Arrest van 4 oktober 1979, zaak 11/79, Cleton, Jurispr. 1979, blz. 3069.
(16) - Arrest van 16 juni 1994, zaak C-35/93, Develop Dr. Eisbein, Jurispr. 1994, blz. I-2655, r.o. 18 en 21.
(17) - Zoals ook de Commissie in dit verband beklemtoont, kan voor dit standpunt een argument worden ontleend aan het feit, dat volgens verordening (EEG) nr. 1523/70 van de Commissie van 29 juli 1970 betreffende de indeling van goederen onder de postonderverdeling 02.01 A II a) 2 van het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1970, L 167, blz. 28), die in de gecombineerde nomenclatuur is opgenomen bij verordening (EEG) nr. 2723/90 van de Commissie van 24 september 1990 (PB 1990, L 261, blz. 24), rundvlees na ontdooiing, ondanks fundamentele wijziging van de kenmerken ervan, ook onder dezelfde tariefpost 0202 moest worden ingedeeld.
(18) - Hoewel de rechter slechts rekening kan houden met teksten die ten tijde van het geschil van kracht waren, is het interessant erop te wijzen, dat de toelichting van 1990 en verordening nr. 316/91 volgens de Commissie dienden om de problemen die in het kader van de tariefindeling van dit soort kaas zijn ontstaan, op te lossen. Bij lezing ervan kom ik tot dezelfde conclusie. Zie eveneens het arrest Carlsen-Verlag, aangehaald in voetnoot 9 (r.o. 10), een zaak waarin na de relevante feiten een corrigendum werd bekendgemaakt teneinde de taalversies van de teksten te harmoniseren.
(19) - Zie arrest van 23 maart 1972, zaak 36/71, Henck, Jurispr. 1972, blz. 187, met betrekking tot de verwerking van maïs en sorghum, en arresten van 29 mei 1974, zaak 185/73, König, Jurispr. 1974, blz. 607; 2 augustus 1993, zaak C-87/92, Hoche, Jurispr. 1993, blz. I-4623, en 14 december 1995, zaak C-267/94, Frankrijk/Commissie, Jurispr. 1995, blz. I-4845, r.o. 34. In het arrest van 26 januari 1977, zaak 49/76, Gesellschaft für Überseehandel, Jurispr. 1977, blz. 41, verklaarde het Hof, dat het reinigen en vermalen van een basisproduct (in casu ruwe caseïne), alsmede het sorteren en verpakken van het verkregen product geen ingrijpende bewerking of verwerking vormt, die tot de vervaardiging van een nieuw product leidt of van een product in een belangrijke fabricagefase in de zin van artikel 5 van verordening (EEG) nr. 802/68 van de Raad van 27 juni 1968 betreffende de gemeenschappelijke definitie van het begrip oorsprong van goederen (PB 1968, L 148, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy