Conclusie van de advocaat generaal
A - Inleiding
1 In deze zaak verlangen de verzoekers, allen van Griekse nationaliteit en wonende in Griekenland, ieder voor zich van de Griekse Staat een bedrag van 10 miljoen DR als vergoeding van immateriële schade. Zij motiveren deze vordering onder meer hiermee, dat Griekenland verzuimd heeft richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffend een algemeen stelsel van hogeronderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten, naar behoren te implementeren.(1) Het Dioikitiko Protodikeio Athinon, waarbij die schadevordering is aangebracht, heeft het Hof twee vragen gesteld over de inhoud van de richtlijn en een vraag over het oorzakelijk verband tussen de niet-nakoming van de implementatieverplichting en de schade die de verzoekers daardoor zouden hebben geleden.(2)
B - Discussie
2 Volgens de feitelijke vaststellingen van de verwijzende rechter hebben de verzoekers noch gewerkt noch gestudeerd noch een diploma behaald of een beroepsopleiding gevolgd in een andere lidstaat dan Griekenland.
3 Blijkens de tekst van de richtlijn is deze enkel van toepassing op onderdanen van lidstaten, die als zelfstandige of werknemer een gereglementeerd beroep in een andere lidstaat willen uitoefenen.(3) Voorts beoogt de richtlijn niet, wijziging te brengen in de voorschriften die gelden voor alle personen die op het grondgebied van een lidstaat een beroep uitoefenen.(4)
4 Richtlijn 89/48 kan derhalve geen toepassing vinden in het geding in het kader waarvan de prejudiciële verwijzing heeft plaatsgevonden. Op de gestelde vragen behoef ik daarom niet nader in te gaan.
C - Conclusie
5 Ik geef derhalve in overweging, de vragen van de verwijzende rechter te beantwoorden als volgt:
"De op de grondslag van de artikelen 49, 57, lid 1, en 66 EG-Verdrag vastgestelde richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hogeronderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten, is niet van toepassing op situaties die niet binnen de sfeer van het gemeenschapsrecht vallen."
(1) - Arrest van 23 maart 1995, Commissie/Griekenland (C-365/93, Jurispr. blz. I-499). De Commissie heeft inmiddels de precontentieuze procedure voor een tweede beroep wegens niet-nakoming ingeleid, omdat Griekenland geen maatregelen ter uitvoering van dat arrest heeft getroffen.
(2) - Zie PB 1995, C 229, blz. 13.
(3) - Artikel 2, lid 1.
(4) - Tiende overweging van de considerans.
Full & Egal Universal Law Academy