CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
M. B. ELMER
van 7 mei 1996 ( *1 )
1.
In de onderhavige zaak verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en mee te delen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 89/369/EEG van de Raad van 8 juni 1989 ter voorkoming van door nieuwe installaties voor de verbranding van stedelijk afval veroorzaakte luchtverontreiniging ( 1 ), en richtlijn 89/429/EEG van de Raad van 21 juni 1989 ter vermindering van door bestaande installaties voor de verbranding van stedelijk afval veroorzaakte luchtverontreiniging ( 2 ), de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2.
Ingevolge artikel 12, lid 1, van richtlijn 89/369 en artikel 10, lid 1, van richtlijn 89/429 moesten de Lid-Staten de nodige maatregelen treffen om uiterlijk op 1 december 1990 aan de richtlijnen te voldoen en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
Daar de Italiaanse Republiek bij het verstrijken van genoemde termijn niet aan de Commissie had meegedeeld dat zij de richtlijnen had uitgevoerd, leidde de Commissie bij aanmaningsbrief van 25 april 1991 de niet-nakomingsprocedure van artikel 169 van het Verdrag in. Bij brief van 11 juli 1991 aan de Commissie deelde de permanente vertegenwoordiging van de Italiaanse regering bij de Europese Gemeenschappen mee, dat de Italiaanse autoriteiten de nodige bepalingen om aan de richtlijnen te voldoen, aan het opstellen waren, en dat de richtlijnen zouden worden omgezet bij de zogenoemde „communautaire wet 1990”. ( 3 )
Daar de Commissie had vastgesteld, dat voormelde richtlijnen noch bij de „communautaire wet 1990” noch bij de zogenoemde „communautaire wet 1991” ( 4 ) waren uitgevoerd, bevestigde zij haar standpunt in het met redenen omkleed advies van 18 juni 1993. Toen de Italiaanse regering niet antwoordde op dit met redenen omkleed advies, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
3.
De Italiaanse regering betwist niet, dat zij verplicht is bovengenoemde richtlijnen in Italiaans recht om te zetten en dat dit, wat richtlijn 89/369 betreft, niet, en wat richtlijn 89/429 betreft, binnen de gestelde termijn slecht ten dele is gebeurd. In haar verweerschrift stelt de Italiaanse regering, dat richtlijn 89/429 binnen de gestelde termijn gedeeltelijk in Italiaans recht is omgezet bij decreet van de minister van Milieubeheer van 12 juli 1990 houdende „richtlijnen voor de beperking van de verontreinigende uitstoot van industriële installaties en vaststelling van de maximale uitstoot”. Deze bepaling werd echter niet aan de Commissie meegedeeld, daar het in de bedoeling lag nieuwe regels op te stellen, die specifiek aan de bepalingen van richtlijn 89/429 zouden beantwoorden.
In het licht van die verklaring omtrent de uitvoering van richtlijn 89/429 heeft de Commissie afgezien van het onderdeel van het beroep betreffende de niet-uitvoering van die richtlijn.
4.
Daar de Italiaanse Republiek niet heeft ontkend dat zij richtlijn 89/369 niet binnen de in artikel 12, lid 1, van die richtlijn gestelde termijn heeft omgezet, moet overeenkomstig de conclusie van de Commissie worden vastgesteld, dat de Italiaanse Republiek de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
5.
De Commissie heeft geconcludeerd tot verwijzing van de Italiaanse Republiek in de kosten, met inbegrip van die welke op het onderdeel van de zaak betreffende de omzetting van richtlijn 89/429 zijn gevallen.
Luidens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover zulks is gevorderd. Volgens artikel 69, lid 5, wordt de partij die afstand doet van instantie in de proceskosten veroordeeld. Evenwel wordt op vordering van de partij die afstand doet van instantie de wederpartij in de kosten veroordeeld, indien dit op grond van de houding van deze partij gerechtvaardigd lijkt.
6.
Aangezien de Italiaanse regering de Commissie niet binnen de in richtlijn 89/429 gestelde termijn had meegedeeld dat die richtlijn reeds gedeeltelijk in Italiaans recht was omgezet, betrof het beroep van de Commissie ook die richtlijn. Eerst in haar verweerschrift heeft de Italiaanse regering gepreciseerd, dat de richtlijn reeds binnen de gestelde termijn gedeeltelijk van kracht was in Italië, met het gevolg dat de Commissie van dit onderdeel van het beroep heeft afgezien. Het feit dat de Commissie ook tegen de niet-uitvoering van richtlijn 89/429 beroep heeft ingesteld en vervolgens hiervan heeft afgezien, is uitsluitend te wijten aan de houding van de Italiaanse regering. Ik deel dus het standpunt van de Commissie, dat de Italiaanse Republiek ook de kosten betreffende dit onderdeel van het beroep moet dragen.
7.
Mitsdien geef ik het Hof in overweging
1)
vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de bepalingen vast te stellen die nodig zijn voor de omzetting van richtlijn 89/369/EEG van de Raad van 8 juni 1989 ter voorkoming van door nieuwe installaties voor de verbranding van stedelijk afval veroorzaakte luchtverontreiniging, de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2)
de Italiaanse Republiek in de kosten te verwijzen.
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Deens.
( 1 ) PB 1989, L 163, blz. 32.
( 2 ) PB 1989, L 203, blz. 50.
( 3 ) De latere wet nr. 428 van 29 december 1990.
( 4 ) De latere wet nr. 142 van 19 februari 1992.
Full & Egal Universal Law Academy