Conclusie van de advocaat generaal
++++
1 In haar verzoekschrift van 22 juni 1995, ingediend krachtens artikel 169 van het Verdrag en ingeschreven in het register van het Hof op 6 juli 1995, betoogt de Commissie, dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 93/67/EEG van de Commissie van 20 juli 1993 (hierna: "richtlijn")(1) tot vaststelling van de beginselen die gelden bij de beoordeling van de risico's voor mens en milieu van stoffen die zijn aangegeven krachtens richtlijn 67/548/EEG van de Raad (hierna: "basisrichtlijn")(2), of de Commissie niet van de genomen omzettingsmaatregelen in kennis te stellen, de krachtens het Verdrag en de richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Artikel 16 van de basisrichtlijn, zoals gewijzigd(3), bepaalt, dat de nationale instanties een beoordeling moeten opmaken van de risico's voor mens en milieu van nieuwe chemische stoffen die in de handel worden gebracht. Luidens de artikelen 7 tot en met 9 moet van dergelijke stoffen kennis worden gegeven aan de bevoegde nationale instanties, die krachtens artikel 16, lid 1, verplicht zijn de vereiste beoordeling op te maken volgens de algemene beginselen die de Commissie overeenkomstig haar verplichting ex artikel 3, lid 2, heeft vastgesteld. Die beginselen zijn neergelegd in de litigieuze richtlijn.
3 Ingevolge artikel 8, lid 1, van de richtlijn moesten de Lid-Staten "uiterlijk op 31 oktober 1993 de bepalingen vaststellen en bekendmaken die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen" en "de Commissie hiervan onmiddellijk in kennis stellen". Daar de Commissie van de Italiaanse autoriteiten geen mededeling had ontvangen van maatregelen om de omzetting van de richtlijn te verzekeren, leidde zij de in artikel 169 bedoelde precontentieuze procedure in door Italië op 3 december 1993 een aanmaningsbrief te zenden. Er kwam geen antwoord op deze brief, noch op het met redenen omkleed advies dat de Commissie op 29 september 1994 aan Italië deed toekomen.
4 In haar verweerschrift van 29 september 1995 erkende de Italiaanse regering, dat zij de richtlijn nog niet had omgezet. Zij voerde echter aan, dat die vertraging niet te wijten was aan traagheid van haar kant, maar aan problemen bij de omzetting van de richtlijn in nationaal recht, in samenhang met de basisrichtlijn zoals recentelijk gewijzigd bij richtlijn 92/32 van de Raad.(4)
5 Artikel 189 van het Verdrag verplicht de Lid-Staten, alle nationale maatregelen te nemen die nodig zijn om de doeleinden van elke richtlijn te bereiken. Dit specifieke vereiste wordt versterkt door de algemene verplichting van de Lid-Staten ex artikel 5 van het Verdrag, "alle algemene of bijzondere maatregelen te treffen welke geschikt zijn om de nakoming van de uit dit Verdrag of uit handelingen van de instellingen der Gemeenschap voortvloeiende verplichtingen te verzekeren". Het is onbetwist, dat de richtlijn bij het verstrijken van de gestelde termijn in Italië niet was omgezet. Volgens vaste rechtspraak van het Hof kan een Lid-Staat zich ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van verplichtingen die in de richtlijnen van de Gemeenschap besloten liggen, niet ten exceptieve op praktische of andere moeilijkheden bij de omzetting van een richtlijn beroepen.(5)
6 Daar Italië niet de maatregelen heeft getroffen die nodig zijn om de richtlijn om te zetten, en zo een einde te maken aan de inbreuk die de Commissie zowel in de precontentieuze fase als in haar verzoekschrift in de onderhavige zaak heeft omschreven, kan ik het Hof slechts in overweging geven, het verzoek van de Commissie toe te wijzen.
Conclusie
7 Mitsdien geef ik het Hof in overweging
1) vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 93/67/EEG van de Commissie van 20 juli 1993 tot vaststelling van de beginselen die gelden bij de beoordeling van de risico's voor mens en milieu van stoffen die zijn aangegeven krachtens richtlijn 67/548/EEG van de Raad, de krachtens artikel 189, derde alinea, van het Verdrag en artikel 8, lid 1, van richtlijn 93/67 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2) de Italiaanse Republiek in de kosten te verwijzen.
(1) - PB 1993, L 227, blz. 9.
(2) - PB 1967, L 196, blz. 1. De volledige titel van de basisrichtlijn in het Publikatieblad is "Richtlijn van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen".
(3) - De basisrichtlijn is herhaaldelijk gewijzigd, doch voor de onderhavige zaak het meest relevant bij richtlijn 92/32/EEG van de Raad van 30 april 1992 tot zevende wijziging van richtlijn 67/548/EEG betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB 1992, L 154, blz. 1).
(4) - Reeds aangehaald in voetnoot 3.
(5) - Zie bij voorbeeld arrest van 9 juni 1982, zaak 58/81, Commissie/Luxemburg, Jurispr. 1982, blz. 2175, r.o. 4.
Full & Egal Universal Law Academy