CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
P. LÉGER
van 12 september 1996 ( *1 )
1.
In het onderhavige beroep wegens niet-nakoming verwijt de Commissie de Bondsrepubliek Duitsland niet te hebben voldaan aan de op haar rustende verplichtingen door niet de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen vast te stellen om te voldoen aan artikel 3 van de op basis van artikel 6 van richtlijn 76/464/EEG van de Raad van 4 mei 1976 betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd ( 1 ), vastgestelde vijf volgende richtlijnen:
—
richtlijn 82/176/EEG van de Raad van 22 maart 1982 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor kwiklozingen afkomstig van de sector elektrolyse van alkalichloriden ( 2 ),
—
richtlijn 83/513/EEG van de Raad van 26 september 1983 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van cadmium ( 3 ),
—
richtlijn 84/156/EEG van de Raad van 8 maart 1984 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor kwiklozingen afkomstig van andere sectoren dan de elektrolyse van alkalichloriden ( 4 ),
—
richtlijn 84/491/EEG van de Raad van 9 oktober 1984 betreffende de grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor de lozing van hexachloorcyclohexaan ( 5 ), en
—
richtlijn 86/280/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen. ( 6 )
2.
Volgens ieder van voormelde richtlijnen moeten de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vaststellen om te voldoen aan:
—
richtlijn 82/176, vóór 1 juli 1983 (artikel 6, lid 1),
—
richtlijn 83/513, vóór 28 september 1985 (artikel 6, lid 1),
—
richtlijn 84/156, vóór 18 maart 1986 (artikel 7, lid 1),
—
richtlijn 84/491, vóór 1 april 1986 (artikel 6, lid 1),
—
richtlijn 86/280, vóór 1 januari 1988 (artikel 7, lid 1).
Volgens artikel 3 van richtlijn 90/656/EEG van de Raad van 4 december 1990 inzake de in Duitsland toepasselijke overgangsmaatregelen met betrekking tot sommige communautaire bepalingen op het gebied van milieubescherming ( 7 ), is de Bondsrepubliek Duitsland gemachtigd om de bij voormelde richtlijnen vastgestelde bepalingen ten aanzien van de in de nieuwe Länder gelegen industriële bedrijven, uiterlijk met ingang van 31 december 1995 toe te passen.
3.
Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, het procesverloop en de opmerkingen van partijen verwijs ik naar het rapport van de rechtcr-rapportcur.
4.
Verweerster betwist niet, dat de omzetting van voormelde richtlijnen door middel van administratieve circulaires die geen dwingend karakter hebben, niet toereikend kan worden geacht. Zij betoogt, dat de omzetting bij wetsbepaling zal kunnen geschieden door het opnemen in de waterhuishoudingswet van de bevoegdheid tot het vaststellen van besluiten. Zij voegt eraan toe dat de wet houdende wijziging waarschijnlijk in het voorjaar van 1996 zal worden vastgesteld.
5.
Onder deze omstandigheden kan ik het Hof alleen voorstellen vast te stellen, dat door niet binnen de gestelde termijnen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan de richtlijnen 82/176/EEG van de Raad van 22 maart 1982 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor kwiklozingen afkomstig van de sector elektrolyse van alkalichloriden, 83/513/EEG van de Raad van 26 september 1983 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van cadmium, 84/156/EEG van de Raad van 8 maart 1984 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor kwiklozingen afkomstig van andere sectoren dan de elektrolyse van alkalichloriden, 84/491/EEG van de Raad van 9 oktober 1984 betreffende de grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor de lozing van hexachloorcyclohexaan, en 86/280/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen, de Bondsrepubliek Duitsland de krachtens deze richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen. Bovendien stel ik voor de Bondsrepubliek Duitsland te verwijzen in de kosten.
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Frans,
( 1 ) PB 1976, L 129, biz. 23.
( 2 ) PB 1982, L 81, biz. 29.
( 3 ) PB 1983, L 291, biz. 1.
( 4 ) PB 1984, L 74, biz. 49.
( 5 ) PB 1984, L 274, biz. 11.
( 6 ) PB 1986, L 181, blz. 16.
( 7 ) PB 1990, L 353, blz. 59.
Full & Egal Universal Law Academy