Conclusie van de advocaat generaal
1 In deze zaak heeft de Pretura circondariale di Verona (Italië) het Hof een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van verschillende uitvoeringsbepalingen voor de toepassing van de premieregeling in de sector ruwe tabak. De vraag betreft een geschil over de toepasselijke omrekeningskoers bij de berekening van de premie die door een producentengroepering moet worden betaald aan een van haar leden wiens tabak door haar aan het betrokken bewerkingsbedrijf is geleverd.
De basisverordering
2 Op grond van verordening (EEG) nr. 2075/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak(1) (hierna: "basisverordening"), wordt via de bewerkingsbedrijven aan de producenten van ruwe tabak steun verleend in de vorm van een premie voor de levering van tabaksbladeren aan de bewerkingsbedrijven.
3 De artikelen 5, 6, lid 1, en 12, lid 1, van de basisverordening bevatten de volgende bepalingen:
"Artikel 5
De premie wordt slechts toegekend als met name aan de volgende voorwaarden is voldaan:
(...)
b) de tabak moet aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen;
c) de tabaksbladeren moeten door de producent op basis van een teeltcontract aan het bedrijf voor eerste bewerking worden geleverd.
Artikel 6
1. In het teeltcontract dienen te minste te worden opgenomen:
- een verbintenis van het bedrijf voor eerste bewerking om bij de levering, naast de aankoopprijs, aan de teler een met de premie overeenkomend bedrag te betalen voor de hoeveelheid waarvoor het contract is gesloten en die werkelijk is geleverd;
- de verbintenis van de teler om aan het bedrijf voor eerste bewerking ruwe tabak te leveren die aan de kwaliteitseisen voldoet.
Artikel 12
1. Om te bevorderen dat het aanbod wordt geconcentreerd en dat de kwaliteit ervan aan de behoeften van de markt wordt aangepast, wordt een specifieke steun ten bedrage van 10 % van de premie toegekend, wanneer de teeltcontracten zijn gesloten tussen een bedrijf voor eerste bewerking en een erkende telersvereniging en die contracten betrekking hebben op de levering van de totale produktie van de leden van de vereniging."
De uitvoeringsverordening
4 Verordening (EEG) nr. 3478/92 van de Commissie van 1 december 1992 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de toepassing van de premieregeling in de sector ruwe tabak(2) (hierna: "uitvoeringsverordening") bevat de volgende, voor deze zaak relevante bepalingen:
"(...) dat ervoor moet worden gezorgd dat de premie in nationale valuta gelijk is voor alle producenten die hun tabak aan de bewerkers leveren gedurende een bepaalde periode door de aan het begin van de betrokken afzetperiode geldende omrekeningskoers aan te houden" (negende overweging van de considerans).
"Artikel 2
(...)
2. Het teeltcontract wordt per soortengroep gesloten. Op grond van het contract dient het bewerkingsbedrijf de in het contract vastgestelde hoeveelheid tabaksbladeren in ontvangst te nemen en dient de producent of de producentengroepering die hoeveelheid, tot maximaal zijn werkelijke produktie, aan het bewerkingsbedrijf te leveren.
3. In het teeltcontract worden ten minste de volgende gegevens vermeld:
(...)
h) de kwaliteit waarop de prijs betrekking heeft;
i) de overeengekomen minimum-kwaliteitseisen;
(...)
k) de uiterste datum voor de betaling van de aankoopprijs. Deze mag niet later dan één maand na het einde van de betrokken levering plaatsvinden.
(...)
Artikel 6
De aan het bewerkingsbedrijf geleverde tabak is van gezonde handelskwaliteit en heeft geen van de in bijlage II opgesomde kenmerken. De contractsluitende partijen mogen striktere kwaliteitseisen overeenkomen.
Artikel 8
1. Het door het bewerkingsbedrijf aan de producent te betalen premiebedrag (...) (wordt) berekend op basis van het gewicht van de tabaksbladeren van de betrokken soort die de vereiste minimumkwaliteit hebben en door de bewerker zijn overgenomen (...)
Artikel 9
1. Behalve in geval van overmacht moet de producent, op straffe van verlies van zijn recht op de premie, uiterlijk op 15 mei van het jaar volgend op dat van de oogst zijn volledige produktie aan het bedrijf voor eerste bewerking leveren.
(...)
Artikel 10
Het met de premie overeenkomende bedrag moet binnen één maand na het einde van elke contractuele levering door het bewerkingsbedrijf aan de producent worden betaald (...)
Artikel 12
1. Het bedrag van de aan de producenten betaalde premies wordt op verzoek van het bewerkingsbedrijf aan dit bedrijf vergoed op grond van een controleattest dat door de bevoegde autoriteiten wordt afgegeven nadat zij alle van één oogst afkomstige leveranties aan dat bedrijf heeft geverifieerd (...)"
De quotaverordening
5 Verordening (EEG) nr. 3477/92 van de Commissie van 1 december 1992 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de quotaregeling in de sector ruwe tabak voor de oogsten 1993 en 1994(3) (hierna: "quotaverordening") bevat bepalingen betreffende de vaststelling van bewerkingsquota en de afgifte van teeltcertificaten; in artikel 2 (derde streepje) staat de volgende definitie
"Artikel 2
In deze verordening wordt verstaan onder:
(...)
- producent: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon of groepering van deze personen die in eigen naam en voor eigen rekening, op grond van een door hem of in haar naam gesloten teeltcontract, door hemzelf of haar leden geproduceerde ruwe tabak aan een bewerkingsbedrijf levert;
(...)"
De verordening betreffende specifieke steun
6 Verordening (EEG) nr. 84/93 van de Commissie van 19 januari 1993 betreffende de specifieke steun die aan de telersverenigingen in de sector ruwe tabak wordt toegekend(4) (hierna: "steunverordening"), bevat in artikel 2, lid 2, de volgende bepaling:
"Artikel 2
2. Het op de markt brengen van de produktie door de vereniging (...) omvat ten minste:
- het sluiten door de vereniging, onder haar eigen naam en voor eigen rekening, van de teeltcontracten voor de totale produktie van de leden van de vereniging,
- de aanvoer van de volledige, volgens gemeenschappelijke normen opgemaakte produktie van de leden, voor levering aan de bewerkers."
De verordening betreffende de omrekeningskoersen
7 Verordening (EG) nr. 3477/93 van de Commissie van 17 december 1993 betreffende de in de sector tabak toe te passen landbouwomrekeningskoersen(5) (hierna: "verordening betreffende de omrekeningskoersen") bevat het volgende artikel:
"Artikel 1
De landbouwomrekeningskoers die moet worden toegepast voor de omrekening in nationale valuta van de premie en het premievoorschot als bedoeld in artikel 3 van verordening (EEG) nr. 2075/92 is die welke geldt op 1 augustus van het oogstjaar voor leveringen tot en met 31 december van dat jaar en voor latere leveringen die welke geldt op 1 januari van het volgende jaar."
Het hoofdgeding
8 Impresa Agricola Buratti Leonardo, Pierluigi e Livio (hierna: "Buratti") produceert tabak en is lid van de producentengroepering Tabacchicoltori Associati Veneti Soc. coop. arl (hierna: "groepering"). In mei 1993 sloot de groepering een teeltcontract met het bewerkingsbedrijf Cooperative Tabacchi Verona (hierna: "bewerkingsbedrijf") met betrekking tot de volledige oogst in 1993 van de door haar leden geproduceerde tabakssoort "Bright".
9 De verwijzingsbeschikking bevat geen enkele aanwijzing met betrekking tot de materiële omstandigheden bij de levering van de tabak. Uit de schriftelijke opmerkingen volgt echter, dat de leden van de groepering de tabak tussen augustus 1993 en januari 1994 in een door het bewerkingsbedrijf gratis aan de groepering beschikbaar gesteld entrepot hebben opgeslagen. Bij die gelegenheid werden afgiftebewijzen opgesteld, die een aantal gegevens over de tabak bevatten. Op de afgiftebewijzen stond bovendien het volgende vermeld: "[het bewerkingsbedrijf] verklaart dat dit bewijs niet betekent dat de tabak is overgenomen". De tussen de groepering en het bewerkingsbedrijf gesloten overeenkomst over de indeling van de tabak werd op 28 januari 1994 getekend. Volgens de BTW-uittreksels van het bedrijf vond de juridische overdracht van de eigendom van de tabak plaats op 7 en 31 januari 1994.
10 Het bewerkingsbedrijf betaalde de premie aan de groepering op basis van de op 1 augustus 1993 geldende omrekeningskoers en stelde ter rechtvaardiging van de keuze van die omrekeningskoers, dat voor met een producentengroepering gesloten teeltcontracten niet de datum van de "contractuele levering" aan de bewerker beslissend was, maar de datum van de "aanvoer" bij de producentengroepering.
11 Buratti, die in 1993 88 529 kg tabak bij de groepering had aangevoerd, ontving van haar een premie die eveneens was berekend op basis van de op 1 augustus 1993 geldende landbouwomrekeningskoers. Buratti was evenwel van mening, dat bij de premieberekening de op 1 januari 1994 geldende landbouwomrekeningskoers diende te worden toegepast, omdat de tabak pas in januari 1994 aan het bewerkingsbedrijf werd geleverd. Om die redenen heeft Buratti bij de Pretura circondariale di Verona beroep tegen de groepering ingesteld en betaling gevorderd van het verschil tussen de premie die door de groepering was berekend op basis van de op 1 augustus 1993 geldende omrekeningskoers en het bedrag dat volgt uit de op 1 januari 1994 geldende, hogere omrekeningskoers.
De prejudiciële vraag
12 Bij beschikkingen van 27 juli en 4 september 1995 heeft de Pretura circondariale di Verona het Hof de volgende vraag gesteld:
"Moet verordening (EEG) nr. 3478/92, inzonderheid het bepaalde in de artikelen 10 en 11, aldus worden uitgelegd, dat voor de toepassing van de landbouwomrekeningskoers op het bedrag van de bewerkingspremie, moet worden uitgegaan van de datum waarop de tabak door de producentengroepering aan het bewerkingsbedrijf is geleverd, dan wel van de datum waarop het produkt door de individuele producent aan de groepering is geleverd, en wat moet onder het begrip $contractuele levering' in de zin van die bepalingen worden verstaan?"
13 Artikel 11, eerste volzin, van de in de vraag genoemde uitvoeringsverordening, is met ingang van 1 juli 1993 ingetrokken, en in vrijwel gelijkluidende bewoordingen vervangen door artikel 1 van de verordening betreffende de omrekeningskoersen. Zoals uit dit artikel blijkt, is de landbouwomrekeningskoers die moet worden toegepast voor de omrekening in nationale valuta van de in ECU uitgedrukte premie, die welke geldt op 1 augustus van het oogstjaar voor leveringen tot en met 31 december van dat jaar en voor latere leveringen die welke geldt op 1 januari van het volgende jaar.
14 De verwijzende rechter wenst in wezen te vernemen, of de term "leveringen" in artikel 1 van de verordening betreffende de omrekeningskoersen, ingeval tussen de teler en de bewerker een producentengroepering staat, aldus moet worden uitgelegd, dat het doelt op de levering van tabak aan de bewerker door de producentengroepering, dan wel op de aanvoer van de tabak door elke teler bij de groepering zelf. Tevens wenst de verwijzende rechter te vernemen hoe het begrip "contractuele levering" in artikel 10 van de uitvoeringsverordening moet worden uitgelegd.
De procedure voor het Hof
15 Alleen de Commissie en Buratti hebben schriftelijke opmerkingen bij het Hof ingediend. Volgens hen blijkt uit de letter en de geest van de betrokken bepalingen, dat de beslissende datum voor de vaststelling van de toepasselijke omrekeningskoers de datum van levering van de tabak aan de bewerker is, ongeacht of de levering door een individuele teler of door een producentengroepering is verricht. De Commissie heeft hieraan toegevoegd, dat het begrip "contractuele levering" in artikel 10 van de uitvoeringsverordening een communautair rechtsbegrip is, waarvan de inhoud niet afhankelijk kan zijn van het nationale recht. Volgens haar duiden die woorden op de materiële overdracht van de tabak aan een bewerkingsbedrijf op basis van een teeltcontract. Buratti heeft gesteld, dat de "contractuele levering" bestaat in de materiële levering ter nakoming van de leveringsverplichting in een teeltcontract door de producent of de producentengroepering die het contract hebben ondertekend en uit dien hoofde verplicht zijn tot levering.
Standpunt
16 De prejudiciële vraag is ontstaan in een geschil tussen een producentengroepering en een van haar leden over het bedrag van een door de groepering aan de producent betaalde premie. De door de nationale rechter aan het Hof gestelde vraag betreft evenwel de berekening van een premie in de betrekkingen tussen een bewerkingsbedrijf en een producentengroepering. De nationale rechter achtte die vraag voor de beslechting van het bij hem aanhangig geding waarschijnlijk relevant, omdat hij meent, dat het bedrag van de in casu door het bewerkingsbedrijf aan de producentengroepering betaalde premie bepalend is voor het bedrag van de door de groepering aan de producent betaalde premie.
17 Ik beklemtoon in dit verband, dat de basisverordening inderdaad uitgaat van de situatie dat de ruwe tabak door de producent aan een bewerkingsbedrijf wordt geleverd. Zo bepalen de artikelen 5 en 6 van de basisverordening, dat de premie wordt toegekend op voorwaarde dat de levering plaatsvindt op basis van een teeltcontract tussen een producent en een bewerkingsbedrijf. Het feit dat men de vorming heeft willen aanmoedigen van producentengroeperingen die met de levering aan bewerkingsbedrijven kunnen worden belast, blijkt evenwel uit artikel 12 van dezelfde verordening, op grond waarvan een specifieke steun ten bedrage van 10 % van de premie wordt toegekend, wanneer het teeltcontract is gesloten tussen een bewerkingsbedrijf en een producentengroepering. Ingeval een producentengroepering tussen de producenten en het bewerkingsbedrijf staat, moeten de verordeningsbepalingen waarin de term "producent" voorkomt derhalve aldus worden uitgelegd, dat zij verwijzen naar de producent of naar de producentengroepering: dat volgt niet enkel uit artikel 2, lid 2, van de uitvoeringsverordening, waarin de partijen bij het teeltcontract worden genoemd, maar eveneens uit artikel 2, derde streepje, van de quotaverordening, dat onder het begrip producent eveneens de producentengroepering omvat.
18 Nu in artikel 1 van de verordening betreffende de omrekeningskoersen is vastgesteld, dat de beslissende datum voor de toepasselijke omrekeningskoers de datum is waarop de ruwe tabak door de producent aan het bewerkingsbedrijf wordt geleverd, moet dat artikel, wanneer tussen de producent en het bewerkingsbedrijf een producentengroepering staat, eveneens worden geacht betrekking te hebben op de datum waarop de producentengroepering aan het bewerkingsbedrijf levert. Dat blijkt bovendien uit de bewoordingen van artikel 2, lid 2, van de steunverordening, waarin sprake is van respectievelijk "het sluiten door de vereniging op haar eigen naam en voor eigen rekening, van de teeltcontracten voor de totale produktie van de leden van de vereniging" en van "de aanvoer van de volledige (...) produktie van de leden, voor levering aan de bewerkers". Het woord "levering" dat in het enkelvoud en in het meervoud wordt gebruikt in artikel 10 van de uitvoeringsverordening, respectievelijk in artikel 1 van de verordening betreffende de omrekeningskoersen, moet dus geacht worden betrekking te hebben op de levering van ruwe tabak door de producentengroepering aan een bewerkingsbedrijf. Het doelt daarentegen niet op de aanvoer van ruwe tabak door de producent bij de producentengroepering.
19 Dat wordt bovendien bevestigd door het feit, dat artikel 10 van de uitvoeringsverordening het begrip "contractuele levering" gebruikt om de uiterste termijn voor de betaling van het met de premie overeenkomend bedrag aan te geven. Het daarin bedoelde contract kan enkel het teeltcontract zijn, dat wordt genoemd in artikel 5, sub c, en in artikel 6, lid 1, van de basisverordening, en in artikel 2, leden 2 en 3 van de uitvoeringsverordening, en dat tussen de producentengroepering en het bewerkingsbedrijf is gesloten.
20 Het gebruik van het begrip "contractuele levering" in artikel 10 van de uitvoeringsverordening - en enkel daar - houdt noodzakelijkerwijze verband met het feit dat dit artikel de uiterste termijn voor betaling van het met de premie overeenkomend bedrag noemt. Bij weglating van het adjectief "contractueel" zou ten onrechte de indruk kunnen ontstaan, dat de premie ook zou moeten worden betaald, wanneer de levering van de goederen niet met de in het teeltcontract opgenomen clausules overeenkomt. Dat adjectief preciseert dus enkel, dat het bewerkingsbedrijf geen premies behoeft te betalen, wanneer de goederen gebreken vertonen.
21 Wanneer een "levering" in verband met de premiebetaling dus "contractueel" moet zijn, zou men zich kunnen afvragen, of het begrip levering ook als levering in de zin van het verbintenissenrecht moet worden uitgelegd. Mijns inziens is echter ondenkbaar, dat deze gemeenschapsregels partijen de vrijheid willen laten om in een overeenkomst betreffende de leveringsdatum zelf het tijdstip vast te stellen waarop de premie moet worden betaald. Het komt bijvoorbeeld zeer dikwijls voor, dat de leveringsclausules in verkoopovereenkomsten bepalen, dat de levering plaatsvindt bij de overdracht van goederen aan een vervoersonderneming, en dus lang voordat de koper (het bewerkingsbedrijf) over de goederen beschikt, wat een voor de bewerking ervan noodzakelijke voorwaarde is. Zou men ervan uitgaan, dat het begrip "levering" verwijst naar de regels betreffende verkoopovereenkomsten, die op communautair niveau nog niet zijn geharmoniseerd, zouden zich bovendien bij de toepassing van de marktordening verschillen tussen de Lid-Staten onderling kunnen voordoen. Volgens artikel 189 van het Verdrag hebben verordeningen evenwel een algemene strekking en, zijn zij verbindend in al hun onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat: het zou mijns inziens niet in overeenstemming met dit artikel zijn, wanneer de betalingstermijn van premies tussen de Lid-Staten varieert. In alle Lid-Staten dient dus voor de omrekeningskoers dezelfde datum te worden toegepast. Het begrip levering moet dus een gemeenschapsrechtelijk begrip zijn, met een van het nationale recht onafhankelijke inhoud.
22 Wanneer de levering van de ruwe tabak dus de feitelijke omstandigheid vormt waardoor de verplichting van het bewerkingsbedrijf tot betaling van het met de premie overeenkomend bedrag ontstaat, is de meest logische oplossing mijns inziens die welke door de Commissie is voorgesteld, dat wil zeggen uitlegging van het begrip levering in de zin van een (werkelijke) overdracht aan het bewerkingsbedrijf. Volgens mij moet dit begrip eveneens bepaalde gevallen omvatten, waarin de tabak zich in een duidelijk met een overdracht vergelijkbare situatie bevindt en waarin een andere behandeling formalistisch zou zijn, bijvoorbeeld wanneer de tabak is overgedragen aan een ander bedrijf die de bewerking ervan voor rekening van het bewerkingsbedrijf moet verrichten. Aangezien de datum van die overdracht in het algemeen eveneens zou samenvallen met het verval van het recht van de verkoper (de producent of de producentengroepering) om de levering van de goederen tegen te houden, zou een dergelijke uitlegging waarborgen, dat de premie pas wordt betaald nadat de tabak ter beschikking van het bewerkingsbedrijf komt, een voorwaarde om over te gaan tot de bewerking die de tabak een meerwaarde verleent, zodat het bewerkingsbedrijf bij verkoop van zijn produkten de inkomsten kan verkrijgen waarmee hij de aan de producenten of aan de producentengroepering te betalen aankoopprijs kan dekken.
Conclusie
23 Mitsdien geef ik het Hof in overweging de vraag van de Pretura circondariale di Verona te beantwoorden als volgt:
"De in artikel 10 van verordening (EEG) nr. 3478/92 van de Commissie van 1 december 1992 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de toepassing van de premieregeling in de sector ruwe tabak, respectievelijk in artikel 1 van verordening (EG) nr. 3477/93 van de Commissie van 17 december 1993 betreffende de in de sector tabak toe te passen landbouwomrekeningskoersen, gebruikte begrippen $contractuele levering' en $levering' moeten, ingeval het bewerkingsbedrijf met de producentengroepering een teeltcontract heeft gesloten, aldus worden uitgelegd, dat zij doelen op de (werkelijke) overdracht aan het bewerkingsbedrijf van ruwe tabak waarvoor het teeltcontract is gesloten."
(1) - PB 1992, L 215, blz. 70, laatstelijk gewijzigd bij verordening (EG) nr. 415/96 van de Raad van 4 maart 1996 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 2075/92 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak en tot vaststelling van de garantiedrempels per groep tabakssoorten voor de oogsten 1996 en 1997 (PB 1996, L 59, blz. 3).
(2) - PB 1992 P, L 351, blz. 17, laatstelijk gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1350/96 van de Commissie van 11 juli 1996 (PB 1996, L 174, blz. 15).
(3) - PB 1992, L 351, blz. 11.
(4) - PB 1993, L 12, blz. 5.
(5) - PB 1993, L 317, blz. 30. Deze verordening is op 18 december 1993, de dag na de bekendmaking ervan in werking getreden, maar toegepast vanaf 1 juli 1993.
Full & Egal Universal Law Academy