Conclusie van de advocaat generaal
1 In dit krachtens artikel 169 EG-Verdrag ingesteld beroep stelt de Commissie dat de Italiaanse Republiek, door niet de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen, of althans haar hiervan geen mededeling te doen, om te voldoen aan richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater(1) (hierna: "richtlijn" of "richtlijn 91/271"), de krachtens deze richtlijn en het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen. Voorts concludeert zij tot verwijzing van de Italiaanse regering in de kosten.
2 Volgens artikel 19 van de richtlijn doen de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 30 juni 1993 aan de richtlijn te voldoen, en stellen zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
3 Omdat de Commissie geen enkele mededeling had ontvangen over maatregelen ter omzetting van de richtlijn en zij over geen enkele andere informatie beschikte om te kunnen concluderen, dat de Italiaanse Republiek de daartoe noodzakelijke bepalingen had vastgesteld, leidde zij bij aanmaningsbrief van 9 augustus 1993 de niet-nakomingsprocedure in. In die brief werd gepreciseerd, dat ook indien de Italiaanse regering meende dat de bestaande nationale regels reeds in overeenstemming met de richtlijn waren, zij deze regels toch aan de Commissie moest meedelen.
4 Toen op deze aanmaningsbrief niet werd geantwoord, bracht de Commissie op 11 januari 1995 een met redenen omkleed advies uit. De Italiaanse Republiek heeft niet geantwoord op dit met redenen omkleed advies noch heeft zij de nodige maatregelen vastgesteld om de richtlijn in nationaal recht om te zetten. Daarom heeft de Commissie op 25 september 1995 het onderhavige beroep ingesteld.
5 In haar verweerschrift betoogt de Italiaanse regering, dat de in richtlijn 91/271 behandelde materie in Italië is geregeld bij wet nr. 319 van 10 mei 1976(2) (regels voor de bescherming van de wateren tegen vervuiling; hierna: "wet 319/76"), waarin de belangrijkste maatregelen op dit gebied zijn opgenomen. Zij preciseert, dat de bepalingen van deze nationale wet worden toegepast door middel van regels vastgesteld door de regio's, die ten aanzien van de wateren wetgevende en bestuurlijke bevoegdheid bezitten. De Italiaanse Republiek erkent, dat de volledige omzetting van de richtlijn, in het bijzonder wat de voorschriften in de bijlagen bij de richtlijn betreft, nog niet heeft plaatsgevonden, doch deze zou "zo snel mogelijk" door middel van een wetsbesluit moeten plaatsvinden. Zij voegt hieraan toe, dat de Italiaanse regering in afwachting van de definitieve uitvoering van de richtlijn, de regio's bij besluitwet nr. 79 van 17 maart 1995(3) heeft verzocht, zich voor de regels die aanpassing behoeven (in het bijzonder de uitvoeringsvoorschriften betreffende de lozingen van openbare riolen en die van civiele installaties die niet in de openbare riolen komen) te voegen naar de beginselen en de criteria van deze richtlijn. Onder deze omstandigheden is de Italiaanse Republiek van mening, dat zij althans ten dele aan haar omzettingsverplichting heeft voldaan, en zij verbindt zich om zo spoedig mogelijk tot volledige omzetting van de richtlijn over te gaan.
6 In repliek betoogt de Commissie, dat de door de Italiaanse Republiek genoemde wet en de besluitwet geen omzettingsmaatregelen van de richtlijn vormen. Wet 319/76, zoals gewijzigd, geeft immers enkel algemene criteria en beginselen, die de regio's bij de opstelling van de regels moeten eerbiedigen. Voorts wijst de Commissie erop, dat de regionale uitvoeringsregelingen van die wet haar niet zijn meegedeeld en dat zij zich er dus op geen enkele manier van kan vergewissen, of de Italiaanse Republiek de richtlijn is nagekomen. Daarom handhaaft zij haar voorgaande conclusies.
7 Het wordt niet betwist, dat de Italiaanse regering bij het verstrijken van de bij de richtlijn gestelde termijn niet de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen had vastgesteld om aan de richtlijn te voldoen en dat zij deze evenmin aan de Commissie heeft meegedeeld.
8 Daarom moet worden vastgesteld, dat de Italiaanse regering niet heeft voldaan aan de krachtens artikel 19 van de richtlijn op haar rustende verplichtingen.
9 Bovendien kunnen, gelijk de Commissie zeer terecht heeft opgemerkt, de rechtvaardigingen die de Italiaanse Republiek voor de vertragingen bij de vaststelling van deze maatregelen heeft aangevoerd, niet worden aanvaard.
10 Uit de vaste rechtspraak van het Hof volgt immers, dat de formele en procedurele problemen die door de Italiaanse Republiek zijn aangevoerd ter rechtvaardiging van de vertraging bij de vaststelling van dit wetsbesluit, geen invloed hebben: het betoog gebaseerd op nationale rechtsregels is door het Hof steeds afgewezen, op grond van de overweging dat "een Lid-Staat zich niet ten exceptieve kan beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen".(4)
11 Bovendien en zeer subsidiair kunnen de bepalingen van besluitwet nr. 79 van 17 maart 1995, tot wijziging van de bepalingen van wet 319/76, op grond waarvan de regio's zich voor de regels die een aanpassing behoeven moeten voegen naar de beginselen en de criteria van richtlijn 91/271, niet worden opgevat als maatregelen ter omzetting van de richtlijn. Uit vaste rechtspraak volgt immers, dat de vastgestelde nationale maatregelen, om te voldoen aan de fundamentele vereisten die inherent zijn aan alle omzettingsmaatregelen, het openbaarheids- en het rechtszekerheidsbeginsel moeten eerbiedigen. Om die reden heeft het Hof geoordeeld, dat aanbevelingen, adviezen, circulaires en rechterlijke beslissingen(5) "[niet kunnen voldoen aan] het vereiste van rechtszekerheid [dat verlangt], dat de rechtspositie van particulieren duidelijk en nauwkeurig is, zodat de begunstigden al hun rechten kunnen kennen en ze zo nodig voor de nationale rechterlijke instanties kunnen doen gelden".(6)
12 Mitsdien moet het beroep van de Commissie gegrond worden verklaard.
13 Ik geef het Hof daarom in overweging vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater, de krachtens artikel 19 van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen. Bovendien stel ik voor, de Italiaanse Republiek overeenkomstig artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering te verwijzen in de kosten.
(1) - PB 1991, L 135, blz. 40.
(2) - GURI, 29 mei 1976, nr. 141.
(3) - GURI, 8 juni 1995, nr. 132, blz. 32.
(4) - Zie voor een van de meest recente arresten: arrest van 19 december 1996 (zaak C-236/95, Commissie/Griekenland, Jurispr. 1996, blz. I-4459, r.o. 18) of arrest van 17 oktober 1996 (zaak C-312/95, Commissie/Luxemburg, Jurispr. 1996, blz. I-0000, r.o. 9).
(5) - Zie arrest Commissie/Griekenland, reeds aangehaald, r.o. 12.
(6) - Ibidem, r.o. 13.
Full & Egal Universal Law Academy