CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
C. O. LENZ
van 23 mei 1996 ( *1 )
1.
In een niet-nakomingsprocedure krachtens artikel 169 EG-Verdrag tegen de Helleense Republiek, verzoekt de Commissie vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 92/5/EEG van de Raad van 10 februari 1992 tot wijziging en bijwerking van richtlijn 77/99/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vleesprodukten alsmede tot wijziging van richtlijn 64/433/EEG ( 1 ), althans deze niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens het EG-Verdrag en richtlijn 92/5 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2.
Artikel 3 van richtlijn 92/5 bepaalt in algemene termen —dus ook met gelding voor de Helleense Republiek —, dat de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 1 januari 1993 aan deze richtlijn te voldoen.
3.
Het is buiten kijf, dat noch op 1 januari 1993, noch bij het verstrijken van de in het met redenen omkleed advies van 3 juni 1994 gestelde termijn ván twee maanden de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen waren vastgesteld.
4.
De Griekse regering verdedigt zich daarentegen uitdrukkelijk tegen het verwijt dat zij artikel 5 van het Verdrag heeft geschonden en betoogt, dat zij bij de omzetting van de richtlijn en in de voorafgaande procedure haar samenwerkingsplichten niet heeft verzuimd.
5.
Aangezien vaststaat, dat de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet tijdig zijn vastgesteld en de Helleense Republiek dus haar uit richtlijn 92/5 voortvloeiende verplichtingen niet is nagekomen, behoeft niet te worden ingegaan op de vraag of artikel 5 van het Verdrag daarnaast nog is geschonden, te meer daar de Commissie zich niet heeft beroepen op een specifieke schending van artikel 5 die verder gaat dan de uit de richtlijn voortvloeiende verplichtingen.
6.
De vordering van de Commissie moet dus worden toegewezen. Overeenkomstig artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen.
7.
Mitsdien geef ik het Hof in overweging
1)
vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen, die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 92/5/EEG van de Raad van 10 februari 1992 tot wijziging en bijwerking van richtlijn 77/99/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vleesprodukten alsmede tot wijziging van richtlijn 64/433/EEG, de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2)
de Helleense Republiek in de kosten te verwijzen.
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Duits.
( 1 ) PB 1992, L 57, biz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy